Categorieën
Bedrijfskundige analyse Duurzaam ondernemen & subsidies Fiscale optimalisatie Fiscale tips & valkuilen Groei & strategie Herstructurering & reorganisatie Nieuws Ondernemerscoaching Rechtsvorm kiezen of wijzigen Rechtsvorm van je bedrijf Startersbegeleiding Subsidieadvies Volledige boekhouding

Hoe groei in het mkb werkt: verwachtingen, spanningen en fases

Groei in het mkb voelt zelden als vooruitgang op het moment dat het gebeurt. Je omzet neemt toe, je agenda loopt voller en toch voelt het alsof er minder ruimte is dan daarvoor. Niet één groot probleem, maar een reeks kleine signalen die samen iets vertellen. Betalingen die zwaarder voelen dan verwacht. Beslissingen die je uitstelt, terwijl het jaar goed was. Een gevoel van druk waar je vooraf juist meer lucht had verwacht.

Dat ongemak is geen teken dat er iets misgaat. Het is een aanwijzing dat groei zich anders gedraagt dan je intuïtie voorspelt. In het mkb werkt groei niet lineair, niet direct en zelden zonder frictie. Wie begrijpt hoe groei zich ontwikkelt, kijkt anders naar cijfers, keuzes en tempo. Niet om te sturen, maar om te begrijpen wat er gebeurt voordat groei daadwerkelijk ruimte geeft.

Inhoudsopgave

Groei verloopt niet gelijkmatig, maar in sprongen

Veel ondernemers denken over groei in percentages. Tien procent meer omzet voelt overzichtelijk en beheersbaar, alsof het bedrijf in hetzelfde tempo doorgroeit. In de praktijk werkt het anders. Omzet groeit vaak geleidelijk, maar kosten doen dat zelden. Die komen in stappen: een extra medewerker, een grotere locatie, meer ondersteuning. Tegelijk groeit de complexiteit sneller dan beide. Meer klanten betekent meer variatie, meer uitzonderingen en meer afstemming.

Dit patroon zie je ook terug in landelijke cijfers over het mkb, waaruit blijkt dat bedrijven wel omzetgroei realiseren, maar moeite hebben om structureel door te groeien in productiviteit en schaal (bron: CBS – Bedrijven in het mkb groeien beperkt). Groei voelt daardoor zwaarder dan verwacht. Niet omdat je inefficiënt werkt, maar omdat de vorm van groei anders is dan de cijfers suggereren. Het effect van groei is ongelijk verdeeld in tijd, aandacht en geld, en daardoor lastig te voorspellen op gevoel alleen.

Groei werkt altijd met vertraging

Beslissingen die je vandaag neemt, hebben zelden direct hun effect. Kosten zijn zichtbaar op het moment dat je ze maakt. De opbrengsten volgen later. Nieuwe mensen zijn niet meteen productief. Processen lopen pas na verloop van tijd soepeler. Ook klanten reageren op schaalvergroting: facturatie, betalingstermijnen en verwachtingen veranderen mee.

Die vertraging zorgt ervoor dat groei vaak eerst aanvoelt als achteruitgang. Je investeert tijd, geld en aandacht, terwijl de ruimte nog uitblijft. Dat is geen fout in de uitvoering, maar een vast kenmerk van groei. Juist daarom wordt vooruitkijken belangrijk zodra een bedrijf een bepaalde omvang bereikt. Niet om zekerheid te creëren, maar om tijd en spanning zichtbaar te maken. Wie dat wil verdiepen, herkent hier de reden waarom werken met financiële prognoses vaak meer zegt over timing dan over voorspellen.

Groei vergroot wat er al was

Groei creëert zelden nieuwe problemen. Het vergroot bestaande eigenschappen. Dunne marges worden voelbaar. Handmatige werkwijzen worden kwetsbaar. Afhankelijkheid van één persoon wordt een risico. Wat eerder werkbaar was, komt onder spanning te staan.

Dat is de reden dat groei vaak samenvalt met twijfel. Niet omdat je het verkeerd doet, maar omdat de schaal verandert. In de praktijk zie je dit terug in situaties waarin winst wel zichtbaar is, maar ruimte ontbreekt. Dat mechanisme wordt vaak aangeduid als schijnwinst: een logisch gevolg van groei die bestaande verhoudingen uitvergroot, zoals verder uitgewerkt in het artikel over schijnwinst in het mkb.

Groei vraagt eerst draagkracht voordat het ruimte oplevert

Elke groeifase vraagt een investering die je niet altijd direct terugziet in opbrengst. Extra omzet vraagt voorfinanciering. Meer klanten vragen aandacht. Meer mensen vragen begeleiding. Tegelijk neemt het aantal fouten en correcties tijdelijk toe, simpelweg omdat systemen en routines nog moeten meebewegen.

Dat verklaart waarom groei vaak krap voelt voordat het lucht geeft. Niet omdat de groei verkeerd is, maar omdat het bedrijf eerst moet leren dragen wat erbij komt. Wie alleen kijkt naar het eindresultaat, mist deze tussenfase. Wie begrijpt dat groei eerst ruimte kost, kan realistischere verwachtingen vormen over tempo en draagkracht.

Elke groeifase in het mkb kent een eigen breekpunt

Wat je hier heeft gebracht, is zelden wat je verder brengt. Werkwijzen die goed passen bij een klein team, lopen vast zodra het groter wordt. Beslissingen die je op gevoel kon nemen, vragen ineens afstemming. Overzicht verandert in afhankelijkheid. Dat voelt vaak alsof het probleem ineens ontstaat, terwijl het in werkelijkheid het gevolg is van een overgang naar een volgende fase.

Die breekpunten zijn geen falen, maar structurele momenten waarop groei van karakter verandert. De vragen die je bedrijf stelt, verschuiven. Van doen naar organiseren. Van overzicht naar afspraken. Van impliciete kennis naar overdraagbaarheid. In het artikel over hoe een bedrijf succesvol groeit worden deze groeifases verder uitgediept en herkenbaar gemaakt, juist om te laten zien dat zulke overgangen bij groei horen en voorspelbaar zijn.

In groei veranderen cijfers van terugblik naar signaal

In een stabiele fase laten cijfers vooral zien wat er is gebeurd. In groei krijgen ze een andere functie. Ze worden signalen die laten zien waar spanning ontstaat. Niet om te beoordelen, maar om te begrijpen.

Het gaat dan minder om het eindresultaat en meer om de verhoudingen eronder. Waar zit vertraging? Waar groeit de complexiteit sneller dan de opbrengst? Waar schuift ruimte langzaam dicht? Ondernemers die hier scherper op willen letten, ontdekken dat sturen op cijfers vooral betekent dat je leert zien wat er onder de oppervlakte gebeurt.

Waarom groei juist goed georganiseerde ondernemers verrast

De spanning van groei treft zelden de ondernemer die alles laat liggen. Ze treft juist degene die levert, bijstuurt en verantwoordelijkheid neemt. Groei ontstaat daar vaak op kwaliteit. En precies dat maakt de overgang lastig zichtbaar.

Klanten zijn tevreden. Het team werkt door. Jij vangt veel op. Daardoor merk je de grens laat. Tot het moment dat het systeem het niet meer vanzelf draagt en je voelt dat de manier waarop je altijd werkte, niet meer past bij de omvang van je bedrijf.

Begrijpen hoe groei werkt, verandert hoe je kijkt

Zodra je begrijpt dat groei vaste eigenschappen heeft, wordt het minder persoonlijk. Het ongemak krijgt context. De twijfel krijgt een verklaring. Groei blijkt geen beloning, maar een overgang naar een ander spel.

Cijfers blijven daarbij een hulpmiddel. Geen conclusie, maar richtingaanwijzers. Wie dat kader eenmaal ziet, kan betere keuzes maken over tempo, richting en draagkracht. Niet door harder te werken, maar door anders te kijken.

Bronnen en context

Categorieën
Bedrijfskundige analyse Duurzaam ondernemen & subsidies Fiscale optimalisatie Fiscale tips & valkuilen Groei & strategie Herstructurering & reorganisatie Nieuws Ondernemerscoaching Rechtsvorm kiezen of wijzigen Rechtsvorm van je bedrijf Startersbegeleiding Subsidieadvies Volledige boekhouding

Wat betekent zzp’en in 2026 nog?

Over keuzes, risico’s en structuur in een zzp-model dat niet meer vanzelfsprekend is

Zzp’en in 2026 is nog steeds mogelijk. Alleen: het is minder vanzelfsprekend voordelig, zorgeloos of simpel. Voor sommige ondernemers blijft het zzp-model logisch. Voor anderen begint het te wringen. Niet omdat ze minder goed ondernemen, maar omdat de spelregels zijn veranderd.

Fiscale voordelen zijn in hoog tempo afgebouwd. Wetgeving rond arbeidsrelaties wordt minder gedoogd en strakker gehandhaafd. En risico’s die vroeger impliciet waren, liggen nu explicieter bij jou. De korte conclusie is simpel: zzp’en in 2026 vraagt meer samenhang tussen hoe je werkt, hoe je geld verdient en hoe je risico’s draagt.

Wie hier landt, zoekt meestal geen snelle ja of nee, maar helderheid. Helderheid over wanneer zzp’en nog logisch is, waar het schuurt, welke risico’s structureel zijn en waarom de vraag ‘moet ik iets anders?’ steeds vaker opkomt. Wat volgt is geen betoog en geen stappenplan, maar een analyse die zichtbaar maakt waarom het oude vanzelfsprekende zzp-model steeds minder vanzelfsprekend is.

Inhoudsopgave

Het oude zzp-gevoel was een simpel ruilmodel

Dat gevoel was niet naïef of verkeerd. Het paste bij de context van toen en werkte zolang de randvoorwaarden meebewogen.

Lang voelde zzp’en overzichtelijk. Je ruilt tijd en expertise voor een tarief. De administratie volgt vanzelf. De belastingdruk is te voorspellen. En als het druk is, voelt dat als controle.

Dat ruilmodel werkte goed in een periode waarin zelfstandigheid vooral werd beoordeeld op intentie. Wie zichzelf ondernemer vond en zich zo gedroeg, werd ook zo behandeld. De fiscale regels sloten daarbij aan. Minder vaste lasten dan loondienst, een duidelijk ondernemersregime en relatief weinig discussie over de vorm.

In 2026 werkt dit model nog steeds, maar niet meer automatisch. Zelfstandigheid wordt minder gevoeld en meer getoetst. Niet alleen door de Belastingdienst, maar ook door opdrachtgevers, banken en verzekeraars. Het tarief moet daardoor méér dragen dan alleen de uren. Het moet ruimte bieden voor risico, onzekerheid en onderbouwing.

Juist door zelfstandig werken van toen naast dat van nu te leggen, wordt duidelijk waarom dit kantelpunt nu zo voelbaar is.

Winst voelt anders nu de fiscale onderlaag verandert

De zelfstandigenaftrek is in korte tijd veranderd van een substantiële steunpilaar naar een relatief klein bedrag. In combinatie met vaste belastingtarieven betekent dit dat dezelfde omzet en winst in 2026 netto minder opleveren dan in eerdere jaren.

Dat effect wordt vaak pas laat zichtbaar. Niet in de boekhouding, maar in de beleving. Een jaar dat inhoudelijk goed voelt, levert minder ruimte op dan verwacht. Niet omdat de cijfers onjuist zijn, maar omdat de fiscale onderlaag waarop jarenlang is gestuurd, structureel is veranderd.

Dit raakt niet alleen uitzonderlijk hoge winsten, maar juist ook de zogenoemde goede middenjaren: jaren waarin alles klopt, maar de financiële ruimte toch dunner aanvoelt dan vroeger.

Wat hier vaak door elkaar loopt, is winst en liquiditeit. Dat onderscheid bepaalt in 2026 steeds vaker of een jaar als ‘goed’ of ‘krap’ wordt ervaren. Winst zegt iets over resultaat, maar niet over hoeveel geld er daadwerkelijk beschikbaar is om keuzes te maken. Belastingen, privé-opnames en reserveringen drukken op dezelfde winst, waardoor het gevoel van ruimte sneller verdampt.

Daardoor ontstaat een nieuw spanningsveld. Tarieven die jarenlang logisch waren, blijken ineens krap. Extra uren maken voelt als de enige oplossing, terwijl het probleem niet in productiviteit zit, maar in de manier waarop winst wordt verdeeld over belasting, privé en toekomst.

Wie dit verder doorgrondt, ziet hoe het onderscheid tussen winst en ruimte door fiscale wijzigingen steeds bepalender is geworden.

Wanneer cijfers volgen, maar niet meer sturen

Veel zzp’ers hebben hun administratie goed op orde. De cijfers kloppen. De aangiftes zijn op tijd. Toch voelt het steeds vaker alsof beslissingen worden genomen vóórdat de cijfers iets zeggen.

Dat komt omdat de meeste administraties zijn ingericht op verantwoording, niet op sturing. Ze laten zien wat er is gebeurd, maar niet wat er aankomt. In een omgeving met afnemende fiscale ruimte en toenemende risico’s is dat steeds minder voldoende.

Keuzes over tarief, investeren, reserveren of samenwerken worden dan gemaakt op gevoel. De cijfers volgen achteraf en bevestigen hooguit dat het krapper of spannender is geworden.

Juist in 2026 maakt dat verschil. Wie pas bij de aangifte ziet hoeveel ruimte er werkelijk was, is te laat om bij te sturen. Niet omdat de administratie tekortschiet, maar omdat de informatie niet wordt gebruikt als richtinggevend instrument.

Daarmee verschuift de aandacht van meer vastleggen naar scherper kijken naar wat dezelfde cijfers zeggen.

Wanneer tijd nog steeds je belangrijkste product is

Er zijn alternatieven die dit patroon kunnen doorbreken, zonder dat meteen schaal, personeel of een ‘groter bedrijf’ nodig is. Niet als oplossing, maar als andere manier om naar waarde en beloning te kijken.

Veel zzp‑modellen leunen nog altijd op één kern: tijd ruilen voor geld. Dat werkt zolang inzet, energie en beschikbaarheid vanzelfsprekend zijn.

In 2026 schuurt dit model vaker. Niet alleen omdat het fysiek of mentaal begrenst, maar omdat steeds meer verplichtingen op dezelfde uren drukken. Verzekeren, pensioen, buffers en belasting moeten allemaal worden gefinancierd uit dezelfde inzet.

Daardoor ontstaat afhankelijkheid. Niet alleen van opdrachtgevers, maar van het eigen werkvermogen. Groei betekent vaak: meer werken of duurder worden. Uitval betekent: direct inkomensverlies.

Dat maakt het verdienmodel zelf een strategisch onderwerp. Niet iedereen hoeft te schalen of te veranderen. Maar wie uitsluitend leunt op tijd, merkt dat flexibiliteit en zekerheid steeds lastiger te combineren zijn.

Hier wordt zichtbaar waarom het verdienmodel zelf steeds vaker onderwerp van gesprek wordt.

Wanneer langdurig samenwerken onder druk komt te staan

Sinds de herstart van de handhaving op schijnzelfstandigheid kijken opdrachtgevers anders naar inhuur. Niet vanuit wantrouwen, maar vanuit risicobeheersing. De juridische en fiscale gevolgen van een verkeerde kwalificatie liggen primair bij hen.

Die verantwoordelijkheid vertaalt zich niet alleen in contracten, maar in gedrag. Opdrachtgevers stellen meer vragen vooraf. Ze willen weten hoe zelfstandig je werkt, hoe vervangbaarheid is geregeld en hoe de opdracht zich verhoudt tot hun eigen organisatie.

Juist langdurige samenwerking wordt daardoor gevoeliger. Wat jarenlang stabiliteit gaf, kan nu vragen oproepen. Vaste dagen, structurele aanwezigheid en inhoudelijke aansturing schuiven langzaam richting een profiel dat juridisch lastiger te verdedigen is.

Voor de zzp’er raakt dit direct aan strategie en positionering. Lang bij één opdrachtgever werken voelt veilig, maar vergroot tegelijkertijd de afhankelijkheid. Meer spreiding geeft juridische rust, maar vraagt om commerciële inspanning en onzekerheid.

Die afweging is niet nieuw. Maar zelfstandig werken is veranderd, en de is toetsing scherper geworden. Juist in de praktijk wordt hier duidelijk waar langdurige samenwerking schuurt.

Een BV lost geen verkeerde arbeidsrelatie op

De gedachte om over te stappen naar een BV ontstaat vaak op momenten van onzekerheid of groei, juist op het snijvlak van fiscale druk, langdurige samenwerking en toenemende onzekerheid. Alsof een andere rechtsvorm automatisch meer duidelijkheid of veiligheid biedt.

In de praktijk verandert een BV niets aan de feitelijke manier van werken. Als de samenwerking inhoudelijk kenmerken van loondienst heeft, blijft die kwalificatie bestaan. De vorm van de onderneming verandert dat niet.

Dat maakt de discussie ongemakkelijk, maar ook essentieel. De kernvraag ligt niet bij de rechtsvorm, maar bij de inrichting van het werk en de verdeling van risico’s.

Dat verklaart waarom een BV in sommige situaties rust brengt en in andere juist niets oplost.

Verzekeren voelt verplicht voordat het dat is

Verzekeren voelt in 2026 voor veel zzp’ers niet langer als een vrijblijvende keuze. Ook zonder formele verplichting wordt verzekerbaarheid steeds vaker gezien als onderdeel van professioneel ondernemerschap, door opdrachtgevers, financiers en ondernemers zelf.

Niet verzekeren is daarbij óók een keuze, zolang die bewust wordt gemaakt en past bij de draagkracht van de onderneming en het privé‑inkomen.

De kwetsbaarheid van één langdurige uitval wordt zichtbaarder naarmate het inkomen stijgt en de onderneming afhankelijker wordt van de persoon. Zeker bij zzp’ers die hun inkomen vrijwel volledig uit eigen inzet halen, is het risico geconcentreerd. Eén ongeluk, ziekte of langdurige uitval raakt direct zowel privé als onderneming.

In 2026 is een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers nog geen feit, maar de richting is duidelijk en wordt steeds concreter. Het maatschappelijke en politieke uitgangspunt is dat zelfstandigen meer verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen inkomenszekerheid. Die beweging zie je nu al terug in gesprekken met opdrachtgevers en in financieringsaanvragen.

De afweging rond verzekeren gaat daardoor zelden alleen over de premie. Het gaat over draagkracht. Over de vraag welk risico je zelf kunt en wilt dragen, en welk risico de onderneming simpelweg niet kan opvangen zonder structurele schade.

Veel zzp’ers lossen dit gedeeltelijk op met buffers. Dat werkt, zolang die buffers realistisch zijn in verhouding tot mogelijke uitval. Een buffer van enkele maanden voelt geruststellend, maar biedt weinig bescherming bij langdurige arbeidsongeschiktheid.

Verzekeren, reserveren en accepteren dat niet elk risico volledig af te dekken is, vormen in 2026 steeds vaker een samenhangend geheel. Niet als verplicht nummer, maar als onderdeel van hoe je je ondernemerschap duurzaam inricht.

De kern verschuift daarmee van wel of niet verzekeren naar de manier waarop inkomensrisico’s structureel worden gedragen.

Pensioen is geen bijzaak meer, maar onderdeel van je verdienmodel

Dit raakt direct je ruimte, je keuzes en je toekomst als zelfstandige.

Waar pensioen voor veel zzp’ers jarenlang iets was voor ‘later’, dwingt de huidige context tot een andere kijk. Minder fiscale voordelen, meer eigen risico en langere loopbanen maken pensioen onderdeel van het ondernemingsmodel zelf.

In loondienst is pensioen een automatische afslag. Als zelfstandige moet je die keuze zelf maken, én zelf financieren. Dat betekent dat pensioenopbouw direct concurreert met privé-opnames, buffers en investeringen. Juist daardoor blijft pensioen bij veel zzp’ers impliciet: niet omdat het onbelangrijk is, maar omdat het schuurt met de dagelijkse geldstroom.

De fiscale ruimte om pensioen op te bouwen is er nog steeds, maar vraagt meer regie dan voorheen. De oudedagsreserve (FOR) is voor nieuwe opbouw afgeschaft, maar bestaande FOR-standen mogen worden afgewikkeld. Dat vraagt om bewuste keuzes: afstorten, omzetten of laten staan tot staking.

Daarnaast is er de fiscale jaarruimte. Wie aantoonbaar te weinig pensioen opbouwt, mag jaarlijks een bedrag fiscaal aftrekbaar storten in een lijfrente of bankspaarproduct. Onbenutte ruimte uit eerdere jaren kan via de reserveringsruimte alsnog worden ingehaald. Daarmee is pensioenopbouw geen alles-of-niets-beslissing, maar iets dat meebeweegt met winst en levensfase.

In de praktijk zie je dat zzp’ers die pensioen los blijven zien van hun ondernemingsstructuur later vastlopen. Niet omdat ze te weinig verdienen, maar omdat geld steeds wordt beoordeeld op directe beschikbaarheid in plaats van op lange termijn functie.

Daar wordt zichtbaar hoe FOR, jaarruimte en pensioenopbouw onderdeel worden van de bredere financiële inrichting.

Subsidies en regelingen voelen versnipperd, maar raken wel je ruimte

Subsidies werken vrijwel altijd vooraf. Ze beïnvloeden keuzes vóórdat je investeert, niet als correctie achteraf.

Voor veel zelfstandigen voelt het subsidielandschap versnipperd en onoverzichtelijk. Regelingen wisselen, voorwaarden veranderen en de administratieve drempel lijkt hoog. Daardoor verdwijnen subsidies al snel uit beeld, zeker bij zzp’ers die hun focus vooral op omzet en opdrachten hebben liggen.

Toch spelen subsidies en fiscale regelingen ook in 2026 een duidelijke rol in de ruimte die je als ondernemer ervaart. Niet als structurele inkomstenbron, maar als manier om investeringen mogelijk te maken op momenten dat de kasstroom daar eigenlijk nog geen ruimte voor voelt.

Denk bijvoorbeeld aan innovatie, ontwikkeling of verduurzaming. Regelingen zoals de WBSO kunnen een deel van de ontwikkelkosten compenseren, maar alleen als je vooraf inzichtelijk maakt waar tijd en geld naartoe gaan. Dat vraagt geen extra ondernemerschap, maar wel een andere manier van kijken naar je uren en activiteiten.

Ook investeringsaftrekken spelen hierin mee. Niet als bonus achteraf, maar als factor die bepaalt of een investering nú logisch is of beter kan wachten. Wie dat pas bij de aangifte bekijkt, mist vaak het strategische effect.

Het gevolg van subsidies structureel negeren is zelden dat je direct ‘geld laat liggen’. Vaker betekent het dat investeringen worden uitgesteld, kleiner worden uitgevoerd of helemaal niet plaatsvinden. En juist dat beïnvloedt groei, tariefontwikkeling en toekomstbestendigheid.

Dat laat zien waarom subsidies vooral vooraf richting geven en zelden achteraf iets repareren.

De kleineondernemersregeling is eenvoud, maar niet altijd voordelig

De kleineondernemersregeling (KOR) wordt vaak gekozen vanuit een begrijpelijke wens: rust en overzicht. Geen btw‑aangiftes, minder administratieve handelingen en het gevoel dat de onderneming eenvoudiger wordt.

In 2026 is die eenvoud echter zelden gratis. Wie deelneemt aan de KOR brengt geen btw meer in rekening, maar kan ook geen btw meer terugvragen. Dat lijkt overzichtelijk zolang investeringen beperkt blijven en de kostenstructuur stabiel is.

De spanning ontstaat op het moment dat de onderneming beweegt. Bij grotere investeringen, groei in omzet of een verandering in opdrachtgevers. Btw wordt dan ineens een kostenpost in plaats van een doorlopende post. Dat effect zie je niet direct in de winst, maar wel in liquiditeit en investeringsruimte.

Daar komt bij dat de KOR geen flexibele regeling is. De keuze werkt door over meerdere jaren. Dat betekent dat een beslissing die vandaag rust geeft, later kan knellen wanneer de onderneming sneller groeit dan verwacht of wanneer het model verandert.

Voor veel zzp’ers is de KOR daardoor geen puur administratieve keuze, maar een strategische. Niet de vraag of het mag, maar of het past bij waar de onderneming naartoe beweegt.

Het effect van de KOR wordt vooral zichtbaar wanneer je haar afzet tegen investeringen, btw‑positie en groeiplannen.

De BV-vraag gaat over structuur, niet over een snelle belastingwinst

De vraag of een BV fiscaal voordeliger is, wordt vaak als eerste gesteld. Zeker wanneer winst stijgt en het gevoel ontstaat dat er ‘te veel’ belasting wordt betaald. In 2026 is die vraag zelden los te zien van twee andere onderwerpen: de arbeidsrelatie en de functie van winst.

Een BV verandert niets aan de beoordeling van zelfstandigheid. Als de samenwerking inhoudelijk kenmerken van loondienst heeft, blijft die kwalificatie bestaan. De rechtsvorm biedt dan geen bescherming. De praktijk van werken weegt zwaarder dan de juridische jas.

Daarnaast verschuift in een BV de betekenis van winst. Winst is niet automatisch privé besteedbaar. Een deel wordt loon, een deel blijft in de onderneming. Dat vraagt om een andere manier van kijken naar geld: minder als inkomen, meer als bouwsteen.

Voor ondernemers die hun winst grotendeels nodig hebben voor privé-uitgaven voelt die structuur vaak beperkend. Voor ondernemers die ruimte willen opbouwen, risico’s willen scheiden of investeren in groei, kan juist rust ontstaan.

De BV is daarmee geen fiscale truc, maar een bewuste structuurkeuze. Ze dwingt tot nadenken over waar geld voor dient, hoe risico’s worden gedragen en hoe toekomstgericht de onderneming is ingericht.

Het verschil zit daarmee minder in belastingpercentages en meer in de functie die geld vervult binnen de onderneming.

Een zzp-profiel maakt zichtbaar waar het schuurt

Dit is één veelvoorkomend profiel. Niet dé zzp’er, maar een praktijkvoorbeeld dat laat zien waar spanningen samenkomen.

Stel je een zelfstandige voor die al jaren goed draait. Geen starter, geen twijfelaar. Iemand met ervaring, vaste opdrachtgevers en een duidelijk vak. Deze zzp’er werkt projectmatig, maar vaak langdurig bij dezelfde organisaties. De omzet is stabiel. De administratie op orde. Er is geen gevoel van chaos, maar ook geen gevoel van ruimte.

De cijfers in 2026 zien er ongeveer zo uit:

– omzet rond de €140.000 – zakelijke kosten van ongeveer €25.000 – winst vóór belasting van ongeveer €115.000

Op papier is dit een gezond profiel. De ondernemer voldoet aan het urencriterium, heeft geen schulden en ziet zijn winst jaar op jaar stijgen.

Toch ontstaat hier frictie.

De zelfstandigenaftrek is inmiddels beperkt. Daardoor levert deze winst netto minder op dan enkele jaren geleden. Dat verschil voelt niet als een correctie, maar als een tegenvaller, juist omdat het werk en de inzet gelijk zijn gebleven.

Tegelijk is deze zzp’er voor het grootste deel van zijn inkomen afhankelijk van één of twee opdrachtgevers. Dat was jarenlang geen probleem. Het zorgde voor continuïteit en rust. In 2026 wordt diezelfde continuïteit ineens een aandachtspunt in gesprekken over zelfstandigheid en risico.

Pensioenopbouw gebeurt ad hoc. Er wordt wel eens ingelegd, maar alleen in goede jaren. Niet structureel. Verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid is overwogen, maar steeds vooruitgeschoven. Niet uit onwil, maar omdat het lastig voelt om vaste lasten toe te voegen zolang alles leunt op persoonlijke inzet.

De kleineondernemersregeling is niet van toepassing, omdat de omzet daar ruim boven ligt. Btw-afdracht is routine geworden, maar bij grotere investeringen wordt steeds vaker gerekend: nu investeren betekent minder liquiditeit, later investeren voelt veiliger.

En dan komt de vraag op tafel of een BV ‘niet handiger’ zou zijn.

Niet omdat er een concreet probleem is, maar omdat meerdere spanningen samenkomen: winst voelt minder vrij besteedbaar, de afhankelijkheid van opdrachtgevers wordt kwetsbaarder en de toekomst vraagt om meer structuur dan het huidige model vanzelf biedt.

In dit profiel zit niets uitzonderlijks. Geen fouten. Geen verkeerde keuzes.

Het laat vooral zien waar zzp’en in 2026 vaak schuurt: niet in de cijfers zelf, maar in de aannames die jarenlang logisch waren en dat nu niet meer automatisch zijn.

Waarom juist goed georganiseerde ondernemers vastlopen

Veel zzp’ers zijn beter geworden in omzet maken dan in financiële architectuur. Ze sturen op resultaat, maar niet op ruimte. Dat is niet gek. In een goed lopende praktijk is er altijd iets urgenter dan ‘later’ organiseren.

Dan ontstaan zinnen als: ik verdien goed, maar ik voel geen vrijheid. Of: ik werk zelfstandig, maar ik ben afhankelijker dan ooit. Niet omdat het slecht gaat, maar omdat het model te veel leunt op één persoon en één ritme.

Wanneer het weer klopt

Zzp’en in 2026 vraagt geen andere ambitie, maar een andere blik. Niet automatisch blijven doen wat ooit logisch was, maar bewust kijken naar hoe werk, risico en geld zich tot elkaar verhouden.

Soms betekent dat: scherper kiezen in opdrachten en looptijd. Soms: een tarief dat niet alleen je uren, maar ook je risico’s en toekomst financiert. Soms: meer structuur rond buffers, verzekeren en pensioen. En soms: een rechtsvorm die past bij wat je aan het bouwen bent.

Dan worden cijfers weer wat ze moeten zijn: geen oordeel achteraf, maar richting voor vooruit.

En soms betekent dat ook dat je niets hoeft te veranderen. Zolang de keuzes die je maakt bewust zijn en passen bij waar je naartoe wilt.

Categorieën
Duurzaam ondernemen & subsidies Fiscale optimalisatie Fiscale tips & valkuilen Nieuws

Wat gebeurt er als je auto straks geen youngtimer meer is?

De youngtimerregeling gaat waarschijnlijk veranderen. Het kabinet heeft een beleidsvoornemen aangekondigd waarbij de leeftijdsgrens verschuift van 15 jaar naar 25 jaar. Als dat doorgaat, verliest een grote groep zakelijke auto’s zijn youngtimerstatus.

Concreet betekent dit het volgende. Auto’s die nu tussen de 15 en 24 jaar oud zijn en als youngtimer op de zaak rijden, vallen straks niet langer onder de 35‑procentbijtelling over de dagwaarde. Zij vallen dan terug onder de reguliere bijtelling, gebaseerd op de oorspronkelijke cataloguswaarde. Dat verschil kan oplopen tot duizenden euro’s per jaar.

Dit raakt bestaande ondernemerskeuzes. Niet alleen nieuwe aankopen, maar juist auto’s die bewust zijn geselecteerd op basis van stabiele fiscale regels. Wie nu alleen afwacht, krijgt straks de uitkomst gepresenteerd. Wie nu rekent, houdt regie.

Inhoudsopgave

Wat er speelt

De feiten: de youngtimerregeling verandert

Tot nu toe was de youngtimerregeling helder en jarenlang stabiel. Een auto werd fiscaal aangemerkt als youngtimer zodra deze vijftien jaar of ouder was, gerekend vanaf de datum eerste toelating. Vanaf dat moment gold een bijtelling van 35 procent over de actuele dagwaarde. Die systematiek was jarenlang een vaste basis onder veel ondernemerskeuzes.

In recente beleidsvoorstellen wordt deze grens echter verhoogd. De instapleeftijd voor de youngtimerregeling verschuift naar vijfentwintig jaar. Dat betekent dat auto’s die nu tussen de vijftien en vierentwintig jaar oud zijn, hun youngtimerstatus verliezen zodra de wijziging ingaat. Zij vallen dan terug op de reguliere bijtellingsregels, waarbij de oorspronkelijke cataloguswaarde weer leidend wordt.

Dit is geen detailwijziging. Het effect op de bijtelling kan fors zijn, zeker bij auto’s die destijds nieuw een hoge cataloguswaarde hadden. Voor een groot deel van het mkb kan dit leiden tot een structureel hogere fiscale last.

De huidige werking van de regeling en de achtergrond daarvan zijn uitgebreider toegelicht bij de uitleg over de youngtimerregeling op cijferadvies.nl/youngtimer-regeling-luxe-rijden-minder-belasting.

Waarom dit voor verwarring zorgt

De verwarring ontstaat doordat twee ontwikkelingen door elkaar lopen. Enerzijds was er altijd het moment waarop een auto economisch minder aantrekkelijk werd door oplopende kosten, veranderend gebruik of onderhoud. Dat is van alle tijden en vraagt om periodiek heroverwegen.

Anderzijds verandert nu de spelregel zelf. Ondernemers die hun keuze bewust hebben gebaseerd op een vaste fiscale regeling, worden geconfronteerd met een beleidswijziging die losstaat van hun eigen gebruik of kostenstructuur. Dat verklaart waarom het gevoel ontstaat dat een auto ineens geen youngtimer meer is, terwijl de oorzaak niet in de auto zit maar in de definitie.

Waarom dit belangrijk is voor mkb’ers

Voor veel mkb’ers en dga’s is de keuze voor een youngtimer een bewuste en doordachte ondernemersbeslissing geweest. Comfortabel rijden tegen een beheersbare bijtelling, met voorspelbare fiscale gevolgen. Die keuze was rationeel en goed te onderbouwen binnen de toen geldende regels.

Als de leeftijdsgrens daadwerkelijk verschuift, komt die onderbouwing onder druk te staan. De auto blijft dezelfde, maar de fiscale behandeling wordt fundamenteel anders. Dat heeft directe gevolgen voor de maandlasten, de winstpositie en vaak ook voor het netto privé-inkomen. Zonder dat de ondernemer iets aan zijn gebruik of rijgedrag heeft aangepast.

Daarmee is dit geen abstract beleidsnieuws, maar een wijziging die bestaande keuzes opnieuw relevant maakt en vraagt om herberekening.

Wat je nu kunt doen

Ga er niet automatisch vanuit dat een youngtimer die nu fiscaal aantrekkelijk is, dat straks ook blijft. Neem die onzekerheid expliciet mee in je keuzes.

Optie 1: doorrijden en het effect accepteren

De eerste route is niets veranderen. Je blijft rijden zoals je nu doet en accepteert dat de bijtelling straks fors hoger kan worden. Dat kan een bewuste keuze zijn, bijvoorbeeld als de auto verder goed past bij je gebruik of als de hogere kosten op te vangen zijn binnen je resultaat. Voorwaarde is wel dat je het effect vooraf doorrekent en niet pas schrikt wanneer de aanslag volgt.

Optie 2: herpositioneren vóór de wijziging

Een tweede mogelijkheid is nu al anticiperen op het nieuwe speelveld. Dat kan betekenen dat je overstapt naar privé rijden met kilometervergoeding, of dat je kiest voor een andere auto waarvan de fiscale gevolgen beter aansluiten bij het verwachte beleid. Deze route wordt vaak gekozen door ondernemers die flexibiliteit willen houden en verrassingen willen voorkomen.

Optie 3: versneld afbouwen

De derde route is versneld afbouwen van de huidige situatie. Sommige ondernemers kiezen ervoor hun huidige situatie af te bouwen voordat de wijziging ingaat. Niet omdat de auto niet meer bevalt, maar om te voorkomen dat zij straks vastzitten aan een kostenstructuur die niet meer past bij hun onderneming of privépositie.

Welke route logisch is, hangt af van gebruik, inkomen, liquiditeit en plannen voor de komende jaren. Het gaat er niet om wat de beste optie is in algemene zin, maar om een keuze die past bij jouw cijfers.

Wie dit goed wil aanpakken, kijkt verder dan de auto alleen. De gevolgen raken je winst, je liquiditeit en vaak ook je positie als dga. Door scenario’s door te rekenen en de impact inzichtelijk te maken, voorkom je dat beleid jouw keuzes dicteert.

Cijfers doen niets uit zichzelf. Pas als je ze gebruikt om vooruit te kijken, geven ze richting.

Categorieën
Duurzaam ondernemen & subsidies Nieuws

MIT-subsidie: Slimme innovatie financieren zonder stress

De MIT-subsidie is geopend voor mkb’ers met plannen op het gebied van AI of duurzaamheid. Vanaf 8 april kun je aanvragen indienen voor R&D-samenwerkingsprojecten, tot uiterlijk 27 mei. De regeling is bedoeld om je te helpen innoveren – niet om je administratie te verzwaren. En met een beetje hulp is het prima te doen. Vooral als je plannen hebt met AI. Dat gaat allang niet meer alleen over techniek, maar over slimmere processen, nieuwe verdienmodellen en sneller inspelen op je klant. Dáár liggen de groeikansen. Dus: heb je een idee? Wacht dan niet tot volgend jaar. Dit kan het duwtje zijn dat jouw innovatie nodig heeft.

Inhoud

Snel aan de slag met de MIT-subsidie

Geen tijd om te verdwalen in subsidieformulieren? Hier is wat je moet weten:

  • Voor wie? mkb-bedrijven met plannen op het gebied van AI of duurzaamheid.
  • Wat krijg je? Tot € 350.000 subsidie voor R&D-samenwerkingsprojecten.
  • Deadline? Aanvragen kan tot en met 27 mei 2025.
  • Wat moet je doen? Samenwerken met minimaal één mkb’er of kennisinstelling én een goed plan aanleveren.

Heb je een concreet idee liggen, of denk je aan vernieuwing binnen je bedrijf? Dan is dit hét moment om er werk van te maken. Wij helpen je daar graag bij.

Wat is die MIT-subsidie eigenlijk?

De MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT) is er voor ondernemers die willen innoveren, maar niet het budget hebben van een multinational. In 2025 ligt de nadruk op AI en duurzaamheid – twee thema’s waar het mkb vaak nog zoekend in is, maar die wél kansen bieden voor onderscheidend vermogen én kostenbesparing.

De regeling stimuleert vooral samenwerking: je moet het project met minimaal één andere mkb’er uitvoeren. Nog beter is samenwerking met kennisinstellingen of hogescholen. Het gaat niet om een simpele subsidie voor “iets nieuws”, maar echt om vernieuwing met maatschappelijke impact.

Wie komt in aanmerking?

De eisen zijn helder:

  • Je bent een mkb-bedrijf, gevestigd in Nederland.
  • Je werkt samen met minstens één andere mkb’er.
  • Het project richt zich op toegepast onderzoek en ontwikkeling.
  • Thema’s moeten aansluiten bij de landelijke topsectoren, waarbij AI en duurzaamheid expliciet zijn benoemd.

Aanvragen doe je bij de RVO, maar let op: elke provincie kan extra eisen stellen. In Noord-Holland bijvoorbeeld ligt de nadruk op haalbaarheidsstudies rond AI-toepassingen.

Wat levert het op?

Afhankelijk van de projectvorm kun je een subsidie krijgen tot € 350.000, met een vergoeding tot 45% van de kosten. Dat is serieus geld. En het geeft je ruimte om bijvoorbeeld:

  • Een prototype te ontwikkelen met behulp van AI.
  • Slimme energieoplossingen te testen voor je bedrijf.
  • Samen met een partner nieuwe software of tools te bouwen.

Succesfactoren bij aanvragen

Een subsidieaanvraag is geen invuloefening. De meeste afwijzingen gebeuren op drie punten:

Onvoldoende samenwerking – Het moet écht een gedeeld project zijn, niet twee parallelle initiatieven.

Gebrek aan focus – Zorg dat je doel helder en meetbaar is. “We willen iets doen met AI” is niet genoeg.

Te vage begroting – Wees concreet. Laat zien waar het geld heen gaat, en waarom dat logisch is.

Tip van de adviseur

Werk samen met een subsidie-expert die weet wat de beoordelaars willen zien. Dat vergroot je slagingskans enorm. Bij CijferAdvies kunnen we een eerste subsidiescan tijdens het kennismakingsgesprek doen.

Inspiratie: wat fictieve praktijkvoorbeelden

Een logistiek bedrijf uit Groningen liep al langer rond met het idee om routeoptimalisatie slimmer te maken via AI. Ze vonden via hun branchevereniging een mkb-softwarebedrijf dat ervaring had met machine learning. Samen schreven ze zich in voor een MIT-aanvraag. CijferAdvies helpt met het opstellen van het projectplan en begroting. Binnen drie maanden wordt de aanvraag goedgekeurd en kunnen ze starten met een pilot die nu al resulteert in minder brandstofkosten én tevreden chauffeurs.

Een familiebedrijf in de voedingsindustrie uit Brabant wilde reststromen beter benutten en keek naar sensortechnologie. Tijdens een innovatie dag in hun regio raakten ze in gesprek met een lector van een hogeschool. Met die samenwerking in de hand, en wat extra scherpte vanuit hun adviseur, dienden ze een MIT-voorstel in. Dat werd gehonoreerd, mede dankzij de sterke maatschappelijke component van hun project: minder verspilling én duurzame productinnovatie.

Waarom nú aanvragen?

De deadline is 27 mei 2025. Dat klinkt als ‘volgende maand’, maar in subsidieland is dat morgen. Een aanvraag voorbereiden kost al gauw twee weken. Zeker als je nog een partner moet vinden.

CijferAdvies helpt je bij:

  • Een eerste subsidiescan
  • Het opstellen van de aanvraag
  • Het vinden van partners (kennisinstellingen, bedrijven)
  • Het opzetten van een projectbegroting

Samengevat:

  • De MIT-subsidie 2025 richt zich op AI en duurzaamheid in het mkb.
  • De subsidie is tot € 350.000 en loopt t/m 27 mei.
  • Samenwerking en concrete plannen zijn de sleutel tot succes.
  • Een goede aanvraag vraagt voorbereiding – begin nu.

Wil je weten of jouw project in aanmerking komt? Of wil je even sparren over een goed plan? Laat het ons weten. Bij cijfers hoort nu eenmaal advies. En bij innovatie hoort subsidie.

Categorieën
Duurzaam ondernemen & subsidies Nieuws

Zo gebruik je de SLIM-regeling voor mkb als groeimotor voor je bedrijf

Veel ondernemers willen investeren in hun mensen, maar het ontbreekt aan tijd, geld of structuur. De SLIM-regeling voor mkb biedt precies daar een oplossing voor. Deze subsidieregeling is bedoeld voor ondernemers die willen werken aan een lerende organisatie – of je nu net begint met interne ontwikkeling, of al stappen hebt gezet. De regeling loopt tot 2029 en maakt jaarlijks subsidie beschikbaar voor trajecten zoals loopbaanadvies, bedrijfsscans, opleidingsplannen en leerprojecten op de werkvloer. In dit artikel lees je wat je ermee kunt, hoe je het aanvraagt en hoe wij je daarbij begeleiden – zodat je er echt iets aan hebt.

Inhoud

In één oogopslag: zo gebruik je de SLIM-regeling

Wil je aan de slag met de SLIM-regeling voor mkb? Dan kun je dit verwachten:

  • Wanneer aanvragen?
    Vanaf 1 september 2025 via het online loket van RVO.
  • Hoeveel subsidie?
    Tot €25.000 per aanvraag voor individuele bedrijven.
  • Waarvoor?
    Loopbaanadvies, leertrajecten, bedrijfsscans, opleidingsplannen.
  • Wat heb je nodig?
    Een concreet plan met doelen, begroting en planning.
  • Hoe bereiden andere bedrijven zich voor?
    Ze starten met een interne scan, schakelen hulp in bij het opstellen van het projectplan, en dienen alles op tijd in.

Klinkt goed? Lees dan verder voor uitleg, voorbeelden en hoe wij je kunnen helpen.

Wat is de SLIM-regeling?

De SLIM-regeling is bedoeld voor mkb-ondernemers die willen investeren in de ontwikkeling van hun personeel. Het gaat hierbij om initiatieven die bijdragen aan een structurele leercultuur binnen je organisatie. Denk aan:

  • Het opstellen van ontwikkelplannen of loopbaanadvies
  • Het uitvoeren van een bedrijfsscan om leerbehoeften te bepalen
  • Het verbeteren van HR-processen rond scholing en kennisdeling
  • Het opzetten van interne leertrajecten, mentorprogramma’s of het aanbieden van externe opleidingen
  • Activiteiten gericht op strategische personeelsplanning en duurzame inzetbaarheid

Het gaat dus niet om eenmalige of vrijblijvende workshops, maar om serieuze en doordachte initiatieven die gericht zijn op de lange termijn. En het mooie? Je krijgt er subsidie voor.

Wat valt er niet onder?

Korte, vrijblijvende cursussen zonder ingebed plan of opvolging, reguliere bedrijfsopleidingen die wettelijk verplicht zijn, of opleidingstrajecten die geen verband houden met de strategie of duurzame inzetbaarheid van je team. Ook trainingen voor zzp’ers of eenmanszaken zonder personeel komen in de meeste gevallen niet in aanmerking.

Voor wie is het bedoeld?

De SLIM-regeling is er speciaal voor het mkb. Dat betekent: je hebt maximaal 250 medewerkers in dienst en een jaaromzet tot 50 miljoen euro, of een balanstotaal van maximaal 43 miljoen euro. Zowel kleine bedrijven als middelgrote ondernemingen komen in aanmerking, zolang je geen publieke instelling bent. Denk aan bijvoorbeeld bouwbedrijven, logistieke ondernemingen, horecabedrijven, adviesbureaus en detailhandel – in vrijwel elke sector is de regeling toepasbaar.

De regeling is niet alleen bedoeld voor bedrijven met een uitgebreid HR-beleid. Juist als je nu nog weinig aan scholing doet, kun je deze subsidie gebruiken om daarmee te beginnen. Bijvoorbeeld door samen met een adviseur in kaart te brengen waar kansen liggen, of door medewerkers de ruimte te geven voor loopbaanontwikkeling.

Wat kun je aanvragen – en wanneer?

Voor individuele mkb-ondernemers is in 2025 €25 miljoen beschikbaar. De subsidie kan oplopen tot maximaal €25.000 per aanvraag. De eerstvolgende aanvraagperiode opent op 1 september 2025. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst, dus het is slim om er op tijd bij te zijn.

Samenwerkingsverbanden kunnen tot €500.000 aanvragen, bijvoorbeeld brancheverenigingen of meerdere bedrijven samen. Ook hiervoor geldt: voorbereiding is key.

Hoe pak je het aan?

Wil je gebruikmaken van de SLIM-regeling voor mkb? Dan is dit hoe dat er in de praktijk uit kan zien:

1. Inventariseer je scholingsbehoefte

Een logistiek bedrijf merkt dat de communicatie tussen magazijn en kantoor vaak misgaat. Ze zetten een korte enquête uit onder medewerkers en ontdekken dat er behoefte is aan training in digitale vaardigheden en interne communicatie.

2. Kies een passend traject

Op basis van die uitkomsten schakelt het bedrijf een opleider in voor een maatwerktraining. Ook wordt gekeken of interne mentoren een rol kunnen spelen bij het begeleiden van nieuwe collega’s.

3. Stel een subsidieaanvraag op

Met hulp van een adviseur wordt een projectplan opgesteld, inclusief doelen, begroting en planning. Er wordt gekozen voor een traject van drie maanden met duidelijke meetmomenten.

4. Dien de aanvraag op tijd in

De aanvraag gaat er ruim op tijd uit. Er wordt gekozen voor de septemberronde, omdat de voorbereidingen dan stevig staan. Alles wordt ingediend via het online loket van RVO.

5. Voer het plan uit – en rapporteer

Na akkoord van de subsidie voert het bedrijf de trainingen uit. Medewerkers geven feedback, de verbeterpunten worden verwerkt, en er wordt afgesloten met een korte rapportage over wat er geleerd is.

Subsidie aanvragen hoeft niet ingewikkeld te zijn

Veel ondernemers denken bij subsidies al snel: papierwerk, voorwaarden, bureaucratie. Maar met de juiste begeleiding valt dat reuze mee. De meeste projecten kun je binnen een paar uur voorbereiden, zeker als je al weet wat je wilt verbeteren.

Bij CijferAdvies kijken we mee vanaf de eerste stap. We helpen je niet alleen met de inhoud, maar brengen je ook in contact met de juiste mensen. Dankzij onze samenwerking met gespecialiseerde subsidieadviseurs – zoals onze Associate Partners – weet je zeker dat je aanvraag klopt én je plan uitvoerbaar is.

Zo wordt de SLIM-regeling voor mkb geen extra last, maar een slimme stap vooruit.

Gerichte hulp nodig?

Wil je weten of jouw plan in aanmerking komt? Of wil je sparren over hoe je direct begint? Neem gerust contact met ons op. We denken met je mee, rekenen met je mee en zorgen dat je niet alleen subsidie krijgt – maar er ook echt iets aan hebt.

Bij CijferAdvies helpen we mkb’ers om de SLIM-regeling zo effectief mogelijk in te zetten. Niet alleen door mee te denken over de aanvraag, maar vooral door je te helpen inzicht te krijgen in wat er binnen jouw bedrijf nodig is. We kijken met je mee naar:

  • Waar jouw organisatie groeikansen laat liggen
  • Hoe je leertrajecten koppelt aan je cijfers en strategie
  • Of er aanvullende subsidies of fiscale regelingen zijn (zoals WKR of STAP)

Categorieën
Duurzaam ondernemen & subsidies Nieuws

CSRD voor het mkb: zo bereid je jouw bedrijf slim voor

CSRD voor het mkb klinkt misschien als iets voor later, of voor grotere bedrijven. Maar vergis je niet: ook als kleinere ondernemer krijg je er steeds vaker mee te maken. Grote bedrijven moeten rapporteren over de hele keten waar jij deel van uitmaakt – en steeds vaker krijg je vragen over je energieverbruik, afvalstromen of leveranciers. Gelukkig komt er een vereenvoudigde aanpak speciaal voor mkb’ers: Omnibus I en II. Minder papierwerk, meer werkbare stappen. 

Inhoud

Moet jij als mkb’er nu al iets met de CSRD?

Je hoeft als mkb’er niet direct van je stoel te springen. Maar het raakt je wel degelijk. Grote bedrijven zijn verplicht om te rapporteren over hun hele keten – en daar ben jij als leverancier of partner onderdeel van. Dat maakt de CSRD voor het mkb relevanter dan ooit. Dat betekent dat jouw manier van werken steeds vaker onder de loep ligt.

Hoe je produceert, wat je verbruikt, hoe je met afval omgaat – het telt allemaal mee. De vraag ‘Hoe duurzaam werk jij?’ komt niet alleen vaker, maar ook steeds gerichter. Door nu alvast inzicht te creëren, voorkom je dat je straks onder druk moet reageren. Wil je precies weten welke bedrijven wel onder de CSRD vallen en wanneer dat verandert? Dat lees je in de toelichting onderaan dit artikel.

Wat betekenen Omnibus I en II voor mkb-bedrijven?

De Europese Unie begrijpt gelukkig dat kleinere ondernemers iets anders nodig hebben dan grote bedrijven. Daarom komt er een apart kader: Omnibus I en II – een onderdeel van de CSRD voor het mkb dat beter aansluit bij de praktijk van kleinere bedrijven. Dit is geen extra regel, maar een versimpelde variant van de CSRD, speciaal ontwikkeld voor mkb’ers. Denk aan minder gedetailleerde indicatoren, eenvoudigere formats en minder zware controle-eisen. Precies wat er nodig is om de rapportage werkbaar te maken zonder je bedrijf stil te zetten.

Dat betekent alleen niet dat je achterover kunt leunen. Want ook met een lichtere versie van de regels moet je straks laten zien waar je staat. De eerste stap is inzicht. En hoe eerder je begint, hoe soepeler je straks meebeweegt.

Wat kun je nú doen als mkb’er?

Een duurzame bedrijfsvoering hoeft niet meteen een grote investering te zijn. Sterker nog: veel ondernemers besparen juist door slimmer te werken. En wist je dat je voor duurzame stappen in je bedrijf ook subsidie kunt aanvragen? Onze partner Dynova helpt mkb’ers dagelijks bij het vinden en aanvragen van passende regelingen. Dus voordat je denkt: ‘dat is niks voor mij’ – kijk even wat er wél mogelijk is.

Daarom: vier concrete acties waar je vandaag al mee kunt starten:

1. Breng je keten in kaart

Maak een overzicht van al je leveranciers en partners. Vraag hen of zij al duurzaamheidsmaatregelen nemen en of ze data kunnen delen. Gebruik tools zoals ChainPoint of een simpele Excel om dit inzichtelijk te maken.

2. Stel één of twee haalbare doelen

Kies een duurzaamheidsdoel dat past bij jouw bedrijf. Bijvoorbeeld: minder restafval, energiebesparing of duurzamer inkopen. Begin klein maar meetbaar, zoals “10% minder gasverbruik binnen een jaar”. Zet het doel in je agenda en koppel het aan een concrete actie.

3. Voer een nulmeting uit

Wil je weten of je vooruitgang boekt? Dan moet je weten waar je nu staat. Gebruik gratis tools zoals de CO2-Prestatieladder of vraag je accountant om een eerste verkenning te doen. Ook kun je een onafhankelijke energieadviseur inschakelen om je verbruik, installaties en mogelijke verbeteringen in kaart te brengen. Zo ontdek je snel waar je besparingskansen liggen en welke subsidies je kunt benutten – een slimme eerste stap richting structurele verduurzaming.

4. Maak een eerste, simpele rapportage

Gebruik een standaardformat of de voorbeeldtemplates van bijvoorbeeld MVO Nederland. Houd het kort: wat zijn je doelen, wat heb je al gedaan, wat wil je verbeteren? Deze oefening helpt je om straks makkelijker aan te sluiten bij de CSRD-structuur.

Tip: plan over drie maanden een check-in met je adviseur om te kijken waar je staat. Zo blijft het niet bij voornemens.

Geen paniek dus, maar ook geen uitstel. Begin met overzicht. Dan komt actie vanzelf. En je voldoet straks makkelijker aan de eisen van de CSRD voor het mkb.

Hoeveel mkb’ers merken nu al impact van de CSRD voor mkb?

Volgens recent onderzoek van MKB Servicedesk en Motivaction, uitgevoerd in samenwerking met Stichting Open, Visma Connect en Rendement Uitgevers, heeft bijna 20% van de mkb-ondernemers al te maken met duurzaamheidsrapportages. De enquête onder 404 mkb-bedrijven en 276 zzp’ers geeft daarmee een representatief beeld van het Nederlandse ondernemerslandschap. Veel ondernemers ervaren deze rapportageverplichtingen als extra rompslomp: het kost tijd, kennis ontbreekt en het betekent nieuwe administratieve lasten.

Meer over het onderzoek en de uitkomsten lees je op MKB Servicedesk.

Waarom nú starten met CSRD een slimme zet is

CSRD voor het mkb vraagt om vooruitdenken. Wie nu al stappen zet, voorkomt dat hij straks onder druk moet bijsturen. Ondernemers die nu al in beweging komen, merken dat het niet alleen goed is voor het milieu, maar ook voor hun bedrijf:

  • Je versterkt je positie – In aanbestedingen, ketens en klantrelaties telt duurzaamheid steeds zwaarder mee.
  • Je bespaart kosten – Minder verspilling, efficiënter energieverbruik en slimmere keuzes in je keten.
  • Je trekt talent aan – Vooral jongere werknemers kiezen voor bedrijven met een duidelijke duurzaamheidskoers.

De vraag naar transparantie verdwijnt niet meer. Die wordt alleen concreter – en komt straks bij jou op het bureau. Door nú overzicht te creëren, maak je keuzes vanuit rust, niet onder druk. Met CSRD voor mkb weet je waar je aan toe bent – en waar je op moet sturen.

Hoe CijferAdvies jou helpt met CSRD voor mkb

Bij CijferAdvies helpen we je niet alleen om te voldoen aan regels, maar om die regels in te zetten voor je eigen voordeel. We brengen structuur in je cijfers, maken inzichtelijk waar je nu staat en adviseren over haalbare vervolgstappen. Denk aan het koppelen van je administratie aan CO₂-inzicht, het benutten van subsidies met onze partner Dynova of het inschakelen van een energieadviseur uit ons netwerk.

We denken niet in rapportages, maar in ondernemersdoelen. Zodat jij grip houdt – op je cijfers, je koers én je impact.

Benieuwd hoe we jou kunnen helpen? Neem vrijblijvend contact met ons op.

Categorieën
Duurzaam ondernemen & subsidies Nieuws

Nieuwe subsidie stimuleert hergebruik en recycling bij ondernemers

Wil je als ondernemer bijdragen aan een duurzamere toekomst én je bedrijfsvoering versterken? Goed nieuws: er is nu een subsidie beschikbaar die beide doelen ondersteunt. Vanaf 30 januari kunnen ondernemers de subsidie Circulair Implementeren en Opschalen (CIO) aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Deze regeling helpt bedrijven om innovatieve circulaire technieken en processen te integreren en te stimuleren. Benieuwd of deze subsidie iets voor jouw onderneming is? Wij zetten de belangrijkste informatie voor je op een rij.

Voor wie is deze subsidie?

De CIO-subsidie is bedoeld voor ondernemers die actief willen bijdragen aan een circulaire economie. Dit betekent dat je producten, materialen of processen zó aanpast dat afval wordt geminimaliseerd en hergebruik de norm wordt. Of je dit nu alleen wilt doen of samen met andere bedrijven in je keten, deze subsidie bied je de kans om verder te kijken dan traditioneel ondernemen.

Wat kun je ermee doen?

Met de subsidie kun je bijvoorbeeld inzetten op:

  • Het repareren en opknappen van producten en onderdelen.
  • Hoogwaardige recycling van materialen.
  • Het ontwikkelen van herbruikbare verpakkingen of meubels.
  • Het sluiten van materiaalketens, zodat er geen restafval overblijft.
  • Logistieke en ondersteunende diensten die hergebruik stimuleren.

Deze regeling richt zich op specifieke productgroepen, zoals elektronica, textiel, meubels, en zelfs luiers en incontinentiemateriaal. Ja, echt! Ook in deze branches liggen enorme kansen voor duurzame innovaties.

Wat zijn de voordelen?

Door te investeren in circulaire processen kun je niet alleen je impact op het milieu verminderen, maar ook je concurrentiepositie verbeteren. Denk aan kostenbesparingen door efficiënt materiaalgebruik, een beter imago bij klanten en een voorsprong in een markt die steeds meer waarde hecht aan duurzaamheid.

Praktisch voorbeeld

Stel dat je een meubelbedrijf runt. Met de CIO-subsidie kun je een nieuwe productielijn opzetten waarmee je oude meubels repareert en opnieuw verkoopt. Dit bespaart grondstoffen, vermindert afval en biedt klanten een betaalbaar alternatief. Win-win, toch?

Hoe vraag je de subsidie aan?

De aanvraag voor de CIO-subsidie verloopt via het RVO en opent op 30 januari. Om in aanmerking te komen, moet je een goed onderbouwd projectplan indienen. Hierin leg je uit welke processen of technieken je wilt implementeren, wat de verwachte impact is en hoe je dit gaat opschalen. Zorg dat je plan aansluit bij de Transitieagenda Consumptiegoederen – het kader waarin de subsidie valt.

Let op: Dit kan een intensief proces zijn, maar het is de moeite waard. Onze CijferAdviseurs kunnen je helpen om een overtuigend plan op te stellen en je aanvraag vlekkeloos te laten verlopen.

Wat kun je nu al doen?

Het succes van een subsidieaanvraag zit ‘m in de voorbereiding. Hier zijn drie tips om direct aan de slag te gaan:

  1. Breng je keten in kaart: Waar zijn er kansen voor hergebruik, reparatie of recycling?
  2. Stel een plan op: Wat wil je precies bereiken met de subsidie? Werk je plannen uit in concrete stappen.
  3. Vraag hulp: Een sterk financieel onderbouwd plan maakt het verschil. Wij denken graag met je mee.

Een kans voor jouw bedrijf

De CIO-subsidie is meer dan alleen een financiële steun in de rug; het is een kans om een verschil te maken in de transitie naar een circulaire economie. Of je nu al duurzame stappen zet of net begint met hergebruik en recycling, deze regeling biedt mogelijkheden om te groeien én impact te maken.

Wil je weten hoe je jouw kansen op succes maximaliseert? Neem vandaag nog contact op met een CijferAdviseur. Samen zorgen we dat jouw project niet alleen een goed idee blijft, maar werkelijkheid wordt.

Categorieën
Duurzaam ondernemen & subsidies Nieuws

Fiscaal voordeel elektrische auto’s verlengd

Eigenaars van elektrische auto’s kunnen opgelucht ademhalen. het demissionaire kabinet kondigt aan dat het fiscaal voordeel van elektrisch auto’s op wegenbelasting voor langer blijft. Volgens bronnen binnen de politieke redactie van RTL Nieuws zal dit bekend worden gemaakt bij de presentatie van de voorjaarsnota. De belastingkorting zal de komende jaren geleidelijk worden afgebouwd. Pas in 2031 verdwijnt de korting volledig. De financiering hiervoor komt voort uit de bijdragen van bezitters van plug-in hybride auto’s.

De groei van het aantal elektrische voertuigen op de weg zorgt ervoor dat de inkomsten van de wegenbelasting dalen. Hierdoor ontstaat de noodzaak om wegenbelasting in te voeren voor elektrische auto’s. Op traditionele brandstoffen zoals benzine, gas en diesel worden aanzienlijke accijnzen en belastingen geheven. Dat levert aanzienlijke inkomsten voor de schatkist op.

Elektriciteitsverbruik levert daarentegen aanzienlijk minder inkomsten op voor de overheid. Om dit verlies aan inkomsten te compenseren worden bezitters van plug-in hybride auto’s nu eerder belast. Het kabinet vindt dat het invoeren van motorrijtuigenbelasting voor elektrische auto’s onvermijdelijk is. Toch wordt het fiscaal voordeel van elektrische auto’s verlengd. 

Hoe blijft de overheid elektrisch rijden stimuleren?

Het stimuleren van elektrisch rijden blijft een prioriteit, maar de regels gaan veranderen. Momenteel betalen eigenaren van elektrische auto’s geen wegenbelasting. Een maatregel die destijds werd ingevoerd om de verkoop van elektrische voertuigen te bevorderen. Deze stimulans is essentieel om de CO2-uitstoot van wegverkeer te verminderen en het klimaat te beschermen.

Vanaf volgend jaar wordt echter een geleidelijke verandering verwacht: in 2025 zal de wegenbelasting voor elektrische auto’s worden verhoogd naar 25 procent. Een jaar later komt er een volledige heffing van hetzelfde bedrag als benzine- en dieselrijders.

Belasting op gewicht: Uitdaging voor elektrische auto’s

Voor veel elektrische rijders zou belasting op gewicht een strop betekenen. Op basis van het gewicht wordt de motorrijtuigenbelasting bepaald. De elektrische auto’s met hun grote, zware accu vallen daardoor vaak in het hoogste belastingtarief.

Daarom is het verlengen van de korting op de wegenbelasting noodzakelijk, omdat anders te veel automobilisten in benzine- of dieselauto’s blijven rijden – of hun elektrische auto inruilen voor een wagen op fossiele brandstof.

Verhoogde belasting voor plug-in hybride auto’s

Met het voortduren van de gedeeltelijke korting op de wegenbelasting blijft de overheid inkomsten mislopen. Dit wordt dus aangepakt door de belastingtarieven voor plug-in hybride auto’s eerder te verhogen. Dat zijn auto’s met zowel een brandstofmotor als een stekker. Die kregen door hun deels elektrische motor ook belastingkorting.

Vanaf het komende jaar zullen eigenaren van plug-in hybride auto’s het volledige bedrag aan wegenbelasting moeten betalen, in plaats van de huidige 50 procent.

Categorieën
Duurzaam ondernemen & subsidies Fiscale tips & valkuilen Nieuws

Belastingvoordeel op milieu-investeringen worden beperkt

Sinds 1 januari is de lijst van milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen aangepast. Zo vallen elektrische taxi’s, met waterstof aangedreven werktuigen en emissiearme stalvloeren buiten de regeling. Gebruik je biomassa als grondstof? Dan is ook daar het fiscale voordeel verdwenen.  

Milieulijst 2024 korten dan 2023

Het is goed om ieder jaar te checken welke innovatieve bedrijfsmiddelen nog steeds in aanmerking komen voor de MIA (Milieu-investeringsaftrek) en de Vamil (Willekeurige milieu-investeringen). Voordat je investeert wil je namelijk weten hoeveel je kunt afschrijven. De Milieulijst 2024 is flink ingekort vergeleken met vorig jaar. Er zijn 108 bedrijfsmiddelen verwijderd en daar komen er slechts zes voor terug. Daarnaast zijn de voorwaarden voor fiscale subsidies van 112 apparaten, bouwmaterialen, vervoersmiddelen en productiemethoden gewijzigd.

Europese regels gewijzigd

Europese regels voor staatsteun en de evaluatie van belastingsubsidies zijn veranderd met als gevolg deze forse vermindering in de lijst. Zo mag er bijvoorbeeld geen overheidssteun gegeven worden als je biomassa inzet in plaats van primaire grondstoffen. Tenzij het een afval of bijproduct betreft.  

De nieuwe Europese regels en normen zorgen er ook voor dat alleen ‘groene’ waterstof in aanmerking komt voor steun. Dus wordt de waterstof met fossiele brandstof opgewekt, dan krijgt het geen steun meer. Dit is alleen moeilijk te controleren en daarom is waterstof van de Milieulijst verwijderd.

Opschoning was nodig

Dat de lijst opgeschoond moest worden kwam voort uit de evaluatie van de MIA/Vamil. Milieu-investeringen in bedrijfsmiddelen die steeds toegankelijker zijn geworden en waarvan de aanschafprijzen zakken moeten sneller verwijderd worden. Zo wordt het aantal ondernemers dat zonder fiscale stimulans investeert beperkt.    

Zo worden Emissiearme vloeren in melkveestallen geschrapt omdat ze in verhouding met traditionele roostervloeren te weinig uitstootreductie opleveren. Voor varkens- en pluimveehouderijen blijven de belastingvoordelen dan weer beschikbaar.

Nieuwe toevoegingen Milieulijst

De gehele Milieulijst vind je hier. Nieuwe milieu-investeringen in bedrijfsmiddelen bestaan uit:

  • Mechanische bestrijdingsapparatuur die helpen bij plagen in de land- en tuinbouwgewassen.
  • Apparatuur voor het verminderen van ammoniak- en methaanemissies tijdens het uitrijden van mest
  • Een nieuw tapsysteem voor water en frisdranken. Dit helpt om het gebruik van wegwerpverpakkingen zoals flessen en pakken te verminderen.
  • Elektrisch aangedreven bakfiets (A 3119): alleen voor zakelijk gebruik en niet als u de bakfiets ook voor privédoeleinden gebruikt.
  • Oplaadpunt voor elektrisch aangedreven zware voertuigen en mobiele werktuigen:
    alleen met een uitgangsvermogen van ten minste 22 kW.

Categorieën
Duurzaam ondernemen & subsidies Nieuws Subsidieadvies

Subsidieregeling Topsector Energie (TSE) vanaf 3 beschikbaar

Vanaf 3 juli is het mogelijk voor ondernemingen en kennisinstellingen om de Subsidieregeling Topsector Energie (TSE) aan te vragen. Deze subsidie heeft als doel de ontwikkeling van kleine innovaties te stimuleren die bijdragen aan de verduurzaming van gebouwen en huizen.

Een subsidie voor de kleinere innovaties

Ondernemingen en kennisinstellingen kunnen door middel van subsidies innovaties inzetten om bewoners en eigenaren te helpen met het verduurzamen van woningen en gebouwen. Voorheen waren veel kleinere innovaties uitgesloten van subsidie, omdat de subsidieregeling Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) alleen ruimte bood voor grotere projecten.

Daarom is de subsidieregeling Topsector Energie (TSE) opgezet om kleinschalige, kortlopende innovatieprojecten niet langer buiten beschouwing te laten. Ondernemingen en kennisinstellingen komen in aanmerking voor deze subsidie als hun innovatieve duurzaamheidsidee voor een gebouw binnen drie jaar tot een eerste gebruik in Nederland leidt.

Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend bij de RVO vanaf 3 juli tot en met 5 september. Ondernemingen en kennisinstellingen die bewoners en gebouweigenaren ondersteunen, kunnen per project maximaal €500.000 subsidie ontvangen.

Hulp nodig bij je aanvraag? Neem contact op met je CijferAdvies kantoor of Adriaan Koppens.