Categorieën
Bedrijfskundige analyse Duurzaam ondernemen & subsidies Fiscale optimalisatie Fiscale tips & valkuilen Groei & strategie Herstructurering & reorganisatie Nieuws Ondernemerscoaching Rechtsvorm kiezen of wijzigen Rechtsvorm van je bedrijf Startersbegeleiding Subsidieadvies Volledige boekhouding

Hoe groei in het mkb werkt: verwachtingen, spanningen en fases

Groei in het mkb voelt zelden als vooruitgang op het moment dat het gebeurt. Je omzet neemt toe, je agenda loopt voller en toch voelt het alsof er minder ruimte is dan daarvoor. Niet één groot probleem, maar een reeks kleine signalen die samen iets vertellen. Betalingen die zwaarder voelen dan verwacht. Beslissingen die je uitstelt, terwijl het jaar goed was. Een gevoel van druk waar je vooraf juist meer lucht had verwacht.

Dat ongemak is geen teken dat er iets misgaat. Het is een aanwijzing dat groei zich anders gedraagt dan je intuïtie voorspelt. In het mkb werkt groei niet lineair, niet direct en zelden zonder frictie. Wie begrijpt hoe groei zich ontwikkelt, kijkt anders naar cijfers, keuzes en tempo. Niet om te sturen, maar om te begrijpen wat er gebeurt voordat groei daadwerkelijk ruimte geeft.

Inhoudsopgave

Groei verloopt niet gelijkmatig, maar in sprongen

Veel ondernemers denken over groei in percentages. Tien procent meer omzet voelt overzichtelijk en beheersbaar, alsof het bedrijf in hetzelfde tempo doorgroeit. In de praktijk werkt het anders. Omzet groeit vaak geleidelijk, maar kosten doen dat zelden. Die komen in stappen: een extra medewerker, een grotere locatie, meer ondersteuning. Tegelijk groeit de complexiteit sneller dan beide. Meer klanten betekent meer variatie, meer uitzonderingen en meer afstemming.

Dit patroon zie je ook terug in landelijke cijfers over het mkb, waaruit blijkt dat bedrijven wel omzetgroei realiseren, maar moeite hebben om structureel door te groeien in productiviteit en schaal (bron: CBS – Bedrijven in het mkb groeien beperkt). Groei voelt daardoor zwaarder dan verwacht. Niet omdat je inefficiënt werkt, maar omdat de vorm van groei anders is dan de cijfers suggereren. Het effect van groei is ongelijk verdeeld in tijd, aandacht en geld, en daardoor lastig te voorspellen op gevoel alleen.

Groei werkt altijd met vertraging

Beslissingen die je vandaag neemt, hebben zelden direct hun effect. Kosten zijn zichtbaar op het moment dat je ze maakt. De opbrengsten volgen later. Nieuwe mensen zijn niet meteen productief. Processen lopen pas na verloop van tijd soepeler. Ook klanten reageren op schaalvergroting: facturatie, betalingstermijnen en verwachtingen veranderen mee.

Die vertraging zorgt ervoor dat groei vaak eerst aanvoelt als achteruitgang. Je investeert tijd, geld en aandacht, terwijl de ruimte nog uitblijft. Dat is geen fout in de uitvoering, maar een vast kenmerk van groei. Juist daarom wordt vooruitkijken belangrijk zodra een bedrijf een bepaalde omvang bereikt. Niet om zekerheid te creëren, maar om tijd en spanning zichtbaar te maken. Wie dat wil verdiepen, herkent hier de reden waarom werken met financiële prognoses vaak meer zegt over timing dan over voorspellen.

Groei vergroot wat er al was

Groei creëert zelden nieuwe problemen. Het vergroot bestaande eigenschappen. Dunne marges worden voelbaar. Handmatige werkwijzen worden kwetsbaar. Afhankelijkheid van één persoon wordt een risico. Wat eerder werkbaar was, komt onder spanning te staan.

Dat is de reden dat groei vaak samenvalt met twijfel. Niet omdat je het verkeerd doet, maar omdat de schaal verandert. In de praktijk zie je dit terug in situaties waarin winst wel zichtbaar is, maar ruimte ontbreekt. Dat mechanisme wordt vaak aangeduid als schijnwinst: een logisch gevolg van groei die bestaande verhoudingen uitvergroot, zoals verder uitgewerkt in het artikel over schijnwinst in het mkb.

Groei vraagt eerst draagkracht voordat het ruimte oplevert

Elke groeifase vraagt een investering die je niet altijd direct terugziet in opbrengst. Extra omzet vraagt voorfinanciering. Meer klanten vragen aandacht. Meer mensen vragen begeleiding. Tegelijk neemt het aantal fouten en correcties tijdelijk toe, simpelweg omdat systemen en routines nog moeten meebewegen.

Dat verklaart waarom groei vaak krap voelt voordat het lucht geeft. Niet omdat de groei verkeerd is, maar omdat het bedrijf eerst moet leren dragen wat erbij komt. Wie alleen kijkt naar het eindresultaat, mist deze tussenfase. Wie begrijpt dat groei eerst ruimte kost, kan realistischere verwachtingen vormen over tempo en draagkracht.

Elke groeifase in het mkb kent een eigen breekpunt

Wat je hier heeft gebracht, is zelden wat je verder brengt. Werkwijzen die goed passen bij een klein team, lopen vast zodra het groter wordt. Beslissingen die je op gevoel kon nemen, vragen ineens afstemming. Overzicht verandert in afhankelijkheid. Dat voelt vaak alsof het probleem ineens ontstaat, terwijl het in werkelijkheid het gevolg is van een overgang naar een volgende fase.

Die breekpunten zijn geen falen, maar structurele momenten waarop groei van karakter verandert. De vragen die je bedrijf stelt, verschuiven. Van doen naar organiseren. Van overzicht naar afspraken. Van impliciete kennis naar overdraagbaarheid. In het artikel over hoe een bedrijf succesvol groeit worden deze groeifases verder uitgediept en herkenbaar gemaakt, juist om te laten zien dat zulke overgangen bij groei horen en voorspelbaar zijn.

In groei veranderen cijfers van terugblik naar signaal

In een stabiele fase laten cijfers vooral zien wat er is gebeurd. In groei krijgen ze een andere functie. Ze worden signalen die laten zien waar spanning ontstaat. Niet om te beoordelen, maar om te begrijpen.

Het gaat dan minder om het eindresultaat en meer om de verhoudingen eronder. Waar zit vertraging? Waar groeit de complexiteit sneller dan de opbrengst? Waar schuift ruimte langzaam dicht? Ondernemers die hier scherper op willen letten, ontdekken dat sturen op cijfers vooral betekent dat je leert zien wat er onder de oppervlakte gebeurt.

Waarom groei juist goed georganiseerde ondernemers verrast

De spanning van groei treft zelden de ondernemer die alles laat liggen. Ze treft juist degene die levert, bijstuurt en verantwoordelijkheid neemt. Groei ontstaat daar vaak op kwaliteit. En precies dat maakt de overgang lastig zichtbaar.

Klanten zijn tevreden. Het team werkt door. Jij vangt veel op. Daardoor merk je de grens laat. Tot het moment dat het systeem het niet meer vanzelf draagt en je voelt dat de manier waarop je altijd werkte, niet meer past bij de omvang van je bedrijf.

Begrijpen hoe groei werkt, verandert hoe je kijkt

Zodra je begrijpt dat groei vaste eigenschappen heeft, wordt het minder persoonlijk. Het ongemak krijgt context. De twijfel krijgt een verklaring. Groei blijkt geen beloning, maar een overgang naar een ander spel.

Cijfers blijven daarbij een hulpmiddel. Geen conclusie, maar richtingaanwijzers. Wie dat kader eenmaal ziet, kan betere keuzes maken over tempo, richting en draagkracht. Niet door harder te werken, maar door anders te kijken.

Bronnen en context

Categorieën
Bedrijfskundige analyse Duurzaam ondernemen & subsidies Fiscale optimalisatie Fiscale tips & valkuilen Groei & strategie Herstructurering & reorganisatie Nieuws Ondernemerscoaching Rechtsvorm kiezen of wijzigen Rechtsvorm van je bedrijf Startersbegeleiding Subsidieadvies Volledige boekhouding

Wat betekent zzp’en in 2026 nog?

Over keuzes, risico’s en structuur in een zzp-model dat niet meer vanzelfsprekend is

Zzp’en in 2026 is nog steeds mogelijk. Alleen: het is minder vanzelfsprekend voordelig, zorgeloos of simpel. Voor sommige ondernemers blijft het zzp-model logisch. Voor anderen begint het te wringen. Niet omdat ze minder goed ondernemen, maar omdat de spelregels zijn veranderd.

Fiscale voordelen zijn in hoog tempo afgebouwd. Wetgeving rond arbeidsrelaties wordt minder gedoogd en strakker gehandhaafd. En risico’s die vroeger impliciet waren, liggen nu explicieter bij jou. De korte conclusie is simpel: zzp’en in 2026 vraagt meer samenhang tussen hoe je werkt, hoe je geld verdient en hoe je risico’s draagt.

Wie hier landt, zoekt meestal geen snelle ja of nee, maar helderheid. Helderheid over wanneer zzp’en nog logisch is, waar het schuurt, welke risico’s structureel zijn en waarom de vraag ‘moet ik iets anders?’ steeds vaker opkomt. Wat volgt is geen betoog en geen stappenplan, maar een analyse die zichtbaar maakt waarom het oude vanzelfsprekende zzp-model steeds minder vanzelfsprekend is.

Inhoudsopgave

Het oude zzp-gevoel was een simpel ruilmodel

Dat gevoel was niet naïef of verkeerd. Het paste bij de context van toen en werkte zolang de randvoorwaarden meebewogen.

Lang voelde zzp’en overzichtelijk. Je ruilt tijd en expertise voor een tarief. De administratie volgt vanzelf. De belastingdruk is te voorspellen. En als het druk is, voelt dat als controle.

Dat ruilmodel werkte goed in een periode waarin zelfstandigheid vooral werd beoordeeld op intentie. Wie zichzelf ondernemer vond en zich zo gedroeg, werd ook zo behandeld. De fiscale regels sloten daarbij aan. Minder vaste lasten dan loondienst, een duidelijk ondernemersregime en relatief weinig discussie over de vorm.

In 2026 werkt dit model nog steeds, maar niet meer automatisch. Zelfstandigheid wordt minder gevoeld en meer getoetst. Niet alleen door de Belastingdienst, maar ook door opdrachtgevers, banken en verzekeraars. Het tarief moet daardoor méér dragen dan alleen de uren. Het moet ruimte bieden voor risico, onzekerheid en onderbouwing.

Juist door zelfstandig werken van toen naast dat van nu te leggen, wordt duidelijk waarom dit kantelpunt nu zo voelbaar is.

Winst voelt anders nu de fiscale onderlaag verandert

De zelfstandigenaftrek is in korte tijd veranderd van een substantiële steunpilaar naar een relatief klein bedrag. In combinatie met vaste belastingtarieven betekent dit dat dezelfde omzet en winst in 2026 netto minder opleveren dan in eerdere jaren.

Dat effect wordt vaak pas laat zichtbaar. Niet in de boekhouding, maar in de beleving. Een jaar dat inhoudelijk goed voelt, levert minder ruimte op dan verwacht. Niet omdat de cijfers onjuist zijn, maar omdat de fiscale onderlaag waarop jarenlang is gestuurd, structureel is veranderd.

Dit raakt niet alleen uitzonderlijk hoge winsten, maar juist ook de zogenoemde goede middenjaren: jaren waarin alles klopt, maar de financiële ruimte toch dunner aanvoelt dan vroeger.

Wat hier vaak door elkaar loopt, is winst en liquiditeit. Dat onderscheid bepaalt in 2026 steeds vaker of een jaar als ‘goed’ of ‘krap’ wordt ervaren. Winst zegt iets over resultaat, maar niet over hoeveel geld er daadwerkelijk beschikbaar is om keuzes te maken. Belastingen, privé-opnames en reserveringen drukken op dezelfde winst, waardoor het gevoel van ruimte sneller verdampt.

Daardoor ontstaat een nieuw spanningsveld. Tarieven die jarenlang logisch waren, blijken ineens krap. Extra uren maken voelt als de enige oplossing, terwijl het probleem niet in productiviteit zit, maar in de manier waarop winst wordt verdeeld over belasting, privé en toekomst.

Wie dit verder doorgrondt, ziet hoe het onderscheid tussen winst en ruimte door fiscale wijzigingen steeds bepalender is geworden.

Wanneer cijfers volgen, maar niet meer sturen

Veel zzp’ers hebben hun administratie goed op orde. De cijfers kloppen. De aangiftes zijn op tijd. Toch voelt het steeds vaker alsof beslissingen worden genomen vóórdat de cijfers iets zeggen.

Dat komt omdat de meeste administraties zijn ingericht op verantwoording, niet op sturing. Ze laten zien wat er is gebeurd, maar niet wat er aankomt. In een omgeving met afnemende fiscale ruimte en toenemende risico’s is dat steeds minder voldoende.

Keuzes over tarief, investeren, reserveren of samenwerken worden dan gemaakt op gevoel. De cijfers volgen achteraf en bevestigen hooguit dat het krapper of spannender is geworden.

Juist in 2026 maakt dat verschil. Wie pas bij de aangifte ziet hoeveel ruimte er werkelijk was, is te laat om bij te sturen. Niet omdat de administratie tekortschiet, maar omdat de informatie niet wordt gebruikt als richtinggevend instrument.

Daarmee verschuift de aandacht van meer vastleggen naar scherper kijken naar wat dezelfde cijfers zeggen.

Wanneer tijd nog steeds je belangrijkste product is

Er zijn alternatieven die dit patroon kunnen doorbreken, zonder dat meteen schaal, personeel of een ‘groter bedrijf’ nodig is. Niet als oplossing, maar als andere manier om naar waarde en beloning te kijken.

Veel zzp‑modellen leunen nog altijd op één kern: tijd ruilen voor geld. Dat werkt zolang inzet, energie en beschikbaarheid vanzelfsprekend zijn.

In 2026 schuurt dit model vaker. Niet alleen omdat het fysiek of mentaal begrenst, maar omdat steeds meer verplichtingen op dezelfde uren drukken. Verzekeren, pensioen, buffers en belasting moeten allemaal worden gefinancierd uit dezelfde inzet.

Daardoor ontstaat afhankelijkheid. Niet alleen van opdrachtgevers, maar van het eigen werkvermogen. Groei betekent vaak: meer werken of duurder worden. Uitval betekent: direct inkomensverlies.

Dat maakt het verdienmodel zelf een strategisch onderwerp. Niet iedereen hoeft te schalen of te veranderen. Maar wie uitsluitend leunt op tijd, merkt dat flexibiliteit en zekerheid steeds lastiger te combineren zijn.

Hier wordt zichtbaar waarom het verdienmodel zelf steeds vaker onderwerp van gesprek wordt.

Wanneer langdurig samenwerken onder druk komt te staan

Sinds de herstart van de handhaving op schijnzelfstandigheid kijken opdrachtgevers anders naar inhuur. Niet vanuit wantrouwen, maar vanuit risicobeheersing. De juridische en fiscale gevolgen van een verkeerde kwalificatie liggen primair bij hen.

Die verantwoordelijkheid vertaalt zich niet alleen in contracten, maar in gedrag. Opdrachtgevers stellen meer vragen vooraf. Ze willen weten hoe zelfstandig je werkt, hoe vervangbaarheid is geregeld en hoe de opdracht zich verhoudt tot hun eigen organisatie.

Juist langdurige samenwerking wordt daardoor gevoeliger. Wat jarenlang stabiliteit gaf, kan nu vragen oproepen. Vaste dagen, structurele aanwezigheid en inhoudelijke aansturing schuiven langzaam richting een profiel dat juridisch lastiger te verdedigen is.

Voor de zzp’er raakt dit direct aan strategie en positionering. Lang bij één opdrachtgever werken voelt veilig, maar vergroot tegelijkertijd de afhankelijkheid. Meer spreiding geeft juridische rust, maar vraagt om commerciële inspanning en onzekerheid.

Die afweging is niet nieuw. Maar zelfstandig werken is veranderd, en de is toetsing scherper geworden. Juist in de praktijk wordt hier duidelijk waar langdurige samenwerking schuurt.

Een BV lost geen verkeerde arbeidsrelatie op

De gedachte om over te stappen naar een BV ontstaat vaak op momenten van onzekerheid of groei, juist op het snijvlak van fiscale druk, langdurige samenwerking en toenemende onzekerheid. Alsof een andere rechtsvorm automatisch meer duidelijkheid of veiligheid biedt.

In de praktijk verandert een BV niets aan de feitelijke manier van werken. Als de samenwerking inhoudelijk kenmerken van loondienst heeft, blijft die kwalificatie bestaan. De vorm van de onderneming verandert dat niet.

Dat maakt de discussie ongemakkelijk, maar ook essentieel. De kernvraag ligt niet bij de rechtsvorm, maar bij de inrichting van het werk en de verdeling van risico’s.

Dat verklaart waarom een BV in sommige situaties rust brengt en in andere juist niets oplost.

Verzekeren voelt verplicht voordat het dat is

Verzekeren voelt in 2026 voor veel zzp’ers niet langer als een vrijblijvende keuze. Ook zonder formele verplichting wordt verzekerbaarheid steeds vaker gezien als onderdeel van professioneel ondernemerschap, door opdrachtgevers, financiers en ondernemers zelf.

Niet verzekeren is daarbij óók een keuze, zolang die bewust wordt gemaakt en past bij de draagkracht van de onderneming en het privé‑inkomen.

De kwetsbaarheid van één langdurige uitval wordt zichtbaarder naarmate het inkomen stijgt en de onderneming afhankelijker wordt van de persoon. Zeker bij zzp’ers die hun inkomen vrijwel volledig uit eigen inzet halen, is het risico geconcentreerd. Eén ongeluk, ziekte of langdurige uitval raakt direct zowel privé als onderneming.

In 2026 is een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers nog geen feit, maar de richting is duidelijk en wordt steeds concreter. Het maatschappelijke en politieke uitgangspunt is dat zelfstandigen meer verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen inkomenszekerheid. Die beweging zie je nu al terug in gesprekken met opdrachtgevers en in financieringsaanvragen.

De afweging rond verzekeren gaat daardoor zelden alleen over de premie. Het gaat over draagkracht. Over de vraag welk risico je zelf kunt en wilt dragen, en welk risico de onderneming simpelweg niet kan opvangen zonder structurele schade.

Veel zzp’ers lossen dit gedeeltelijk op met buffers. Dat werkt, zolang die buffers realistisch zijn in verhouding tot mogelijke uitval. Een buffer van enkele maanden voelt geruststellend, maar biedt weinig bescherming bij langdurige arbeidsongeschiktheid.

Verzekeren, reserveren en accepteren dat niet elk risico volledig af te dekken is, vormen in 2026 steeds vaker een samenhangend geheel. Niet als verplicht nummer, maar als onderdeel van hoe je je ondernemerschap duurzaam inricht.

De kern verschuift daarmee van wel of niet verzekeren naar de manier waarop inkomensrisico’s structureel worden gedragen.

Pensioen is geen bijzaak meer, maar onderdeel van je verdienmodel

Dit raakt direct je ruimte, je keuzes en je toekomst als zelfstandige.

Waar pensioen voor veel zzp’ers jarenlang iets was voor ‘later’, dwingt de huidige context tot een andere kijk. Minder fiscale voordelen, meer eigen risico en langere loopbanen maken pensioen onderdeel van het ondernemingsmodel zelf.

In loondienst is pensioen een automatische afslag. Als zelfstandige moet je die keuze zelf maken, én zelf financieren. Dat betekent dat pensioenopbouw direct concurreert met privé-opnames, buffers en investeringen. Juist daardoor blijft pensioen bij veel zzp’ers impliciet: niet omdat het onbelangrijk is, maar omdat het schuurt met de dagelijkse geldstroom.

De fiscale ruimte om pensioen op te bouwen is er nog steeds, maar vraagt meer regie dan voorheen. De oudedagsreserve (FOR) is voor nieuwe opbouw afgeschaft, maar bestaande FOR-standen mogen worden afgewikkeld. Dat vraagt om bewuste keuzes: afstorten, omzetten of laten staan tot staking.

Daarnaast is er de fiscale jaarruimte. Wie aantoonbaar te weinig pensioen opbouwt, mag jaarlijks een bedrag fiscaal aftrekbaar storten in een lijfrente of bankspaarproduct. Onbenutte ruimte uit eerdere jaren kan via de reserveringsruimte alsnog worden ingehaald. Daarmee is pensioenopbouw geen alles-of-niets-beslissing, maar iets dat meebeweegt met winst en levensfase.

In de praktijk zie je dat zzp’ers die pensioen los blijven zien van hun ondernemingsstructuur later vastlopen. Niet omdat ze te weinig verdienen, maar omdat geld steeds wordt beoordeeld op directe beschikbaarheid in plaats van op lange termijn functie.

Daar wordt zichtbaar hoe FOR, jaarruimte en pensioenopbouw onderdeel worden van de bredere financiële inrichting.

Subsidies en regelingen voelen versnipperd, maar raken wel je ruimte

Subsidies werken vrijwel altijd vooraf. Ze beïnvloeden keuzes vóórdat je investeert, niet als correctie achteraf.

Voor veel zelfstandigen voelt het subsidielandschap versnipperd en onoverzichtelijk. Regelingen wisselen, voorwaarden veranderen en de administratieve drempel lijkt hoog. Daardoor verdwijnen subsidies al snel uit beeld, zeker bij zzp’ers die hun focus vooral op omzet en opdrachten hebben liggen.

Toch spelen subsidies en fiscale regelingen ook in 2026 een duidelijke rol in de ruimte die je als ondernemer ervaart. Niet als structurele inkomstenbron, maar als manier om investeringen mogelijk te maken op momenten dat de kasstroom daar eigenlijk nog geen ruimte voor voelt.

Denk bijvoorbeeld aan innovatie, ontwikkeling of verduurzaming. Regelingen zoals de WBSO kunnen een deel van de ontwikkelkosten compenseren, maar alleen als je vooraf inzichtelijk maakt waar tijd en geld naartoe gaan. Dat vraagt geen extra ondernemerschap, maar wel een andere manier van kijken naar je uren en activiteiten.

Ook investeringsaftrekken spelen hierin mee. Niet als bonus achteraf, maar als factor die bepaalt of een investering nú logisch is of beter kan wachten. Wie dat pas bij de aangifte bekijkt, mist vaak het strategische effect.

Het gevolg van subsidies structureel negeren is zelden dat je direct ‘geld laat liggen’. Vaker betekent het dat investeringen worden uitgesteld, kleiner worden uitgevoerd of helemaal niet plaatsvinden. En juist dat beïnvloedt groei, tariefontwikkeling en toekomstbestendigheid.

Dat laat zien waarom subsidies vooral vooraf richting geven en zelden achteraf iets repareren.

De kleineondernemersregeling is eenvoud, maar niet altijd voordelig

De kleineondernemersregeling (KOR) wordt vaak gekozen vanuit een begrijpelijke wens: rust en overzicht. Geen btw‑aangiftes, minder administratieve handelingen en het gevoel dat de onderneming eenvoudiger wordt.

In 2026 is die eenvoud echter zelden gratis. Wie deelneemt aan de KOR brengt geen btw meer in rekening, maar kan ook geen btw meer terugvragen. Dat lijkt overzichtelijk zolang investeringen beperkt blijven en de kostenstructuur stabiel is.

De spanning ontstaat op het moment dat de onderneming beweegt. Bij grotere investeringen, groei in omzet of een verandering in opdrachtgevers. Btw wordt dan ineens een kostenpost in plaats van een doorlopende post. Dat effect zie je niet direct in de winst, maar wel in liquiditeit en investeringsruimte.

Daar komt bij dat de KOR geen flexibele regeling is. De keuze werkt door over meerdere jaren. Dat betekent dat een beslissing die vandaag rust geeft, later kan knellen wanneer de onderneming sneller groeit dan verwacht of wanneer het model verandert.

Voor veel zzp’ers is de KOR daardoor geen puur administratieve keuze, maar een strategische. Niet de vraag of het mag, maar of het past bij waar de onderneming naartoe beweegt.

Het effect van de KOR wordt vooral zichtbaar wanneer je haar afzet tegen investeringen, btw‑positie en groeiplannen.

De BV-vraag gaat over structuur, niet over een snelle belastingwinst

De vraag of een BV fiscaal voordeliger is, wordt vaak als eerste gesteld. Zeker wanneer winst stijgt en het gevoel ontstaat dat er ‘te veel’ belasting wordt betaald. In 2026 is die vraag zelden los te zien van twee andere onderwerpen: de arbeidsrelatie en de functie van winst.

Een BV verandert niets aan de beoordeling van zelfstandigheid. Als de samenwerking inhoudelijk kenmerken van loondienst heeft, blijft die kwalificatie bestaan. De rechtsvorm biedt dan geen bescherming. De praktijk van werken weegt zwaarder dan de juridische jas.

Daarnaast verschuift in een BV de betekenis van winst. Winst is niet automatisch privé besteedbaar. Een deel wordt loon, een deel blijft in de onderneming. Dat vraagt om een andere manier van kijken naar geld: minder als inkomen, meer als bouwsteen.

Voor ondernemers die hun winst grotendeels nodig hebben voor privé-uitgaven voelt die structuur vaak beperkend. Voor ondernemers die ruimte willen opbouwen, risico’s willen scheiden of investeren in groei, kan juist rust ontstaan.

De BV is daarmee geen fiscale truc, maar een bewuste structuurkeuze. Ze dwingt tot nadenken over waar geld voor dient, hoe risico’s worden gedragen en hoe toekomstgericht de onderneming is ingericht.

Het verschil zit daarmee minder in belastingpercentages en meer in de functie die geld vervult binnen de onderneming.

Een zzp-profiel maakt zichtbaar waar het schuurt

Dit is één veelvoorkomend profiel. Niet dé zzp’er, maar een praktijkvoorbeeld dat laat zien waar spanningen samenkomen.

Stel je een zelfstandige voor die al jaren goed draait. Geen starter, geen twijfelaar. Iemand met ervaring, vaste opdrachtgevers en een duidelijk vak. Deze zzp’er werkt projectmatig, maar vaak langdurig bij dezelfde organisaties. De omzet is stabiel. De administratie op orde. Er is geen gevoel van chaos, maar ook geen gevoel van ruimte.

De cijfers in 2026 zien er ongeveer zo uit:

– omzet rond de €140.000 – zakelijke kosten van ongeveer €25.000 – winst vóór belasting van ongeveer €115.000

Op papier is dit een gezond profiel. De ondernemer voldoet aan het urencriterium, heeft geen schulden en ziet zijn winst jaar op jaar stijgen.

Toch ontstaat hier frictie.

De zelfstandigenaftrek is inmiddels beperkt. Daardoor levert deze winst netto minder op dan enkele jaren geleden. Dat verschil voelt niet als een correctie, maar als een tegenvaller, juist omdat het werk en de inzet gelijk zijn gebleven.

Tegelijk is deze zzp’er voor het grootste deel van zijn inkomen afhankelijk van één of twee opdrachtgevers. Dat was jarenlang geen probleem. Het zorgde voor continuïteit en rust. In 2026 wordt diezelfde continuïteit ineens een aandachtspunt in gesprekken over zelfstandigheid en risico.

Pensioenopbouw gebeurt ad hoc. Er wordt wel eens ingelegd, maar alleen in goede jaren. Niet structureel. Verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid is overwogen, maar steeds vooruitgeschoven. Niet uit onwil, maar omdat het lastig voelt om vaste lasten toe te voegen zolang alles leunt op persoonlijke inzet.

De kleineondernemersregeling is niet van toepassing, omdat de omzet daar ruim boven ligt. Btw-afdracht is routine geworden, maar bij grotere investeringen wordt steeds vaker gerekend: nu investeren betekent minder liquiditeit, later investeren voelt veiliger.

En dan komt de vraag op tafel of een BV ‘niet handiger’ zou zijn.

Niet omdat er een concreet probleem is, maar omdat meerdere spanningen samenkomen: winst voelt minder vrij besteedbaar, de afhankelijkheid van opdrachtgevers wordt kwetsbaarder en de toekomst vraagt om meer structuur dan het huidige model vanzelf biedt.

In dit profiel zit niets uitzonderlijks. Geen fouten. Geen verkeerde keuzes.

Het laat vooral zien waar zzp’en in 2026 vaak schuurt: niet in de cijfers zelf, maar in de aannames die jarenlang logisch waren en dat nu niet meer automatisch zijn.

Waarom juist goed georganiseerde ondernemers vastlopen

Veel zzp’ers zijn beter geworden in omzet maken dan in financiële architectuur. Ze sturen op resultaat, maar niet op ruimte. Dat is niet gek. In een goed lopende praktijk is er altijd iets urgenter dan ‘later’ organiseren.

Dan ontstaan zinnen als: ik verdien goed, maar ik voel geen vrijheid. Of: ik werk zelfstandig, maar ik ben afhankelijker dan ooit. Niet omdat het slecht gaat, maar omdat het model te veel leunt op één persoon en één ritme.

Wanneer het weer klopt

Zzp’en in 2026 vraagt geen andere ambitie, maar een andere blik. Niet automatisch blijven doen wat ooit logisch was, maar bewust kijken naar hoe werk, risico en geld zich tot elkaar verhouden.

Soms betekent dat: scherper kiezen in opdrachten en looptijd. Soms: een tarief dat niet alleen je uren, maar ook je risico’s en toekomst financiert. Soms: meer structuur rond buffers, verzekeren en pensioen. En soms: een rechtsvorm die past bij wat je aan het bouwen bent.

Dan worden cijfers weer wat ze moeten zijn: geen oordeel achteraf, maar richting voor vooruit.

En soms betekent dat ook dat je niets hoeft te veranderen. Zolang de keuzes die je maakt bewust zijn en passen bij waar je naartoe wilt.

Categorieën
Aandelenoverdracht & overname Bedrijfsopvolging & overname Groei & strategie Ondernemerscoaching Rapportages & dashboards

Kapitaal, kennis of netwerk? Investeerders openen nu deuren voor het mkb

Grote bedrijven reorganiseren. Het mkb groeit. Terwijl beursreuzen krimpen, richten investeerders zich op kleinere bedrijven. Waarom? Omdat het mkb bewijst dat groei ook zonder logge structuren kan. Wendbaar, dicht op de markt en met directe impact.

Voor jou als ondernemer liggen er drie groeikansen klaar: kapitaal om te investeren, kennis om slimmer te werken en netwerken om sneller te schalen. Investeerders zitten er vol mee. Ze zoeken bedrijven die niet per se spectaculair zijn, maar wel degelijk, wendbaar en klaar voor de volgende stap.

Dus: wil je groeien? Dan is dit je moment. Bereid je voor, weet wat je zoekt en zorg dat je cijfers het verhaal vertellen. In dit artikel lees je hoe je investeerders inzet als versneller – en wat er nodig is om dat slim aan te pakken.

Inhoudsopgave

Waarom dit nú speelt

Investeerders zoeken rendement met meer grip. En dat vinden ze steeds vaker bij het mkb. Geen beurskoersen, wel tastbare waarde. Geen logge structuren, maar teams die weten wat er speelt. Het mkb groeit niet ondanks de economische onrust, maar juist dankzij z’n wendbaarheid en nuchtere focus op resultaat.

Uit onderzoek van Brookz blijkt dat in 2025 al 67% van de investeerders actief zoekt naar mkb-deals (Brookz Marktmonitor 2025, maart 2025). Rabobank bevestigt dat beeld: investeerders zoeken ‘echte bedrijven’ met zichtbare cashflow en groeipotentieel (Rabobank Sectorprognose, april 2025).

Volgens CBS is het aantal mkb-transacties met 8% gestegen ten opzichte van vorig jaar (CBS, mei 2025). En de Kamer van Koophandel ziet een plus van 15% in bedrijfsopvolgingen, vooral in de leeftijdsgroep 55+. Ondernemers willen stoppen, maar hebben geen opvolger. Investeerders zien hun kans: ze bieden niet alleen geld, maar ook kennis en continuïteit.

Of je nu op zoek bent naar groeikapitaal, een strategisch klankbord of toegang tot nieuwe klanten: de markt staat open. Mits je goed voorbereid bent.

Waar investeerders nu op letten

Niet elke investeerder brengt hetzelfde mee. De één komt met kapitaal, de ander met kennis of een sterk netwerk. Het draait niet om wie jou het meeste wil, maar wie het beste past bij jouw groeiplan. Zoek je geld om uit te breiden, strategisch advies of nieuwe klanten? Kies een investeerder die dat toevoegt.

Ook andersom geldt: niet elk bedrijf is aantrekkelijk voor investeerders. Ze zoeken mkb’ers die hun cijfers op orde hebben en kunnen laten zien waar de groei zit. Daarbij letten ze op:

  • Structurele winstgevendheid – geen uitschieter, maar stabiele marges over meerdere jaren.
  • Een helder groeiplan – waar gaat het heen, en wat is de rol van de investeerder?
  • Een schoon financieel huis – actuele cijfers, goede boekhouding, kwartaalrapportages.
  • Schaalbaarheid – kun je groeien zonder dat processen vastlopen?

Een onderneming die levert wat ze belooft, scoort hoger dan eentje met pieken en dalen. Juist omdat investeerders méér willen dan rendement. Ze willen meebouwen aan iets stevigs. Denk aan uitbreiding naar nieuwe regio’s, overnames of digitalisering. Maar dat lukt alleen als jij weet wat je nodig hebt – en je dat ook kunt laten zien.

Wat jij nú kunt doen

Wil je de aandacht van investeerders trekken én vasthouden? Dan moet je laten zien dat je niet alleen grip hebt op je cijfers, maar ook weet waar je naartoe werkt. Investeerders zoeken geen wilde plannen, maar solide groei met richting en onderbouwing. Laat zien wat je nodig hebt – kapitaal, kennis of netwerk – en hoe dat jouw bedrijf verder brengt. Begin hier:

  • Zorg dat je rapportages helder en gestructureerd zijn: actueel, begrijpelijk en met scherpe KPI’s waar een investeerder direct mee uit de voeten kan.
  • Laat een waardebepaling uitvoeren. Denk aan de DCF- of multiple-methode, afhankelijk van je type bedrijf en branche. Zo weet je wat je bedrijf echt waard is – en wat een realistische instapwaarde is voor een investeerder.
  • Bepaal of je op zoek bent naar kapitaal, kennis of netwerk. En wees daar scherp in: geld kan iedereen bieden, maar een strategische partner levert meer dan alleen euro’s.
  • Scherp je verhaal aan. Waarom besta je? Wat doe je beter dan de rest? Waar zit de groei? Ondernemers die dit helder kunnen uitleggen, maken sneller verbinding met de juiste investeerder.

Zie een investeerder niet alleen als geldschieter, maar als groeipartner. Misschien heb je vooral kapitaal nodig om te investeren in personeel of machines. Of zoek je juist een investeerder die je wegwijs maakt in een nieuwe markt of toegang heeft tot een relevant netwerk. Weet wat je nodig hebt en stem daar je keuze op af.

Voorbeeld: een ondernemer in de maakindustrie wil zijn productiecapaciteit verdubbelen. Hij zoekt geen algemene financier, maar een investeerder met ervaring in opschalen én contacten in de retail. In drie gesprekken maakt hij duidelijk wat zijn plan is, hoe het rendeert en wat hij verwacht van de ander. Die voorbereiding maakt het verschil.

Hoe CijferAdvies je helpt

Bij CijferAdvies draait het om meer dan boekhouding. We helpen ondernemers vooruit door cijfers begrijpelijk en bruikbaar te maken. Wij zorgen dat je cijfers richting geven. Dat begint bij inzicht: wat is je marge, waar zit je cashflow, hoe schaalbaar is je bedrijf? Vanuit daar bouwen we aan onderbouwde groeiscenario’s en realistische plannen. Geen luchtfietserij, maar een stevig fundament waar ook investeerders op kunnen bouwen.

We ondersteunen je bij:

  • het scherp inzichtelijk maken van cashflow, marge en groeicapaciteit;
  • waardebepaling van je onderneming (DCF, multiple);
  • opzetten van rapportages die investeerders begrijpen én vertrouwen;
  • voorbereiding op gesprekken, inclusief positionering en onderhandeling;
  • juridische en fiscale structuur bij instap van investeerders of opvolgers.

Of je nu wil versnellen, verbreden of voorbereiden op overdracht. Wij helpen je cijfers vertalen naar keuzes. Gericht, realistisch en op jouw tempo. Samen brengen we focus aan in je groeipad. En maken we jouw bedrijf investeerbaar op jouw voorwaarden.

 Bronnen

  1. Brookz Marktmonitor 2025, maart 2025 – www.brookz.nl
  2. Rabobank Sectorprognoses 2025, april 2025 – www.rabobank.nl
  3. CBS Kwartaalrapport Bedrijvendynamiek, mei 2025 – www.cbs.nl
  4. KvK Ondernemerspeiling Bedrijfsopvolging, mei 2025 – www.kvk.nl

Categorieën
Boekhouding & Administratie Groei & strategie Ondernemerscoaching Pensioen & nalatenschap

Continuïteit zonder zorgen: wat elke DGA geregeld moet hebben

Je bent de spil van je bedrijf. Alles loopt via jou: beslissingen, betalingen, klantcontact. Maar wat gebeurt er als jij er plotseling niet bent? Een ongeluk, ziekte of burn-out kan je van de ene op de andere dag uit het spel halen. Zonder volmacht of noodprotocol ligt alles stil — de bank, de boekhouding, zelfs de communicatie met klanten. Dit artikel laat zien wat die kwetsbaarheid betekent voor je bedrijf en hoe je voorkomt dat alles om jou draait. Want een gezonde onderneming blijft draaien, ook als jij even niet aan het roer staat.

Inhoudsopgave

De kwetsbaarheid van het mkb en de continuïteit van je bedrijf

In veel mkb-bedrijven is de DGA het middelpunt. Jij houdt de touwtjes strak in handen: klantcontact, contracten, betalingen, beslissingen. Alles loopt via jou. Dat lijkt efficiënt, maar het maakt je bedrijf kwetsbaar. Want als jij wegvalt, stopt vaak alles. Niemand weet precies hoe de processen lopen, wie waar toegang toe heeft of hoe bepaalde beslissingen worden genomen.

Die afhankelijkheid van één persoon kan een kettingreactie veroorzaken. Betalingen worden niet uitgevoerd, leveranciers wachten op goedkeuring, klanten krijgen geen antwoord. Binnen korte tijd tast dat het vertrouwen in je bedrijf aan. Volgens MKB-Nederland is één op de drie ondernemingen sterk afhankelijk van de eigenaar zelf. Als de DGA onverwacht uitvalt, kan dat niet alleen tot financiële schade leiden, maar ook tot een blijvende deuk in de reputatie van het bedrijf.

Wat er gebeurt bij uitval van de DGA

Stel je rijdt naar een afspraak en belandt door pech of een ongeval in het ziekenhuis. Een paar dagen worden een paar weken. Ondertussen wachten betalingen op goedkeuring, blijven offertes liggen en vraagt de bank om een handtekening. Niemand weet de inloggegevens of heeft een volmacht.

Binnen drie maanden kan dat tot dertig procent omzetverlies leiden, niet door gebrek aan klanten maar door stilstand. Projecten lopen vertraging op, medewerkers missen richting en klanten voelen onzekerheid. Wat begon als een tijdelijk probleem groeit uit tot een risico voor de continuïteit van het bedrijf.

Hier komt het belang van vastlegging en digitale toegankelijkheid om de hoek kijken. Denk aan een veilige digitale kluis, zoals Life After Me, waarin wachtwoorden, contracten en belangrijke documenten veilig bewaard kunnen worden. Zo blijft informatie toegankelijk voor wie tijdelijk jouw rol overneemt. Het geeft houvast, voorkomt paniek en zorgt dat het bedrijf kan blijven draaien, ook als jij er even niet bent.

Voorbereiden zonder paniek

Een continuïteitsplan hoeft geen dik rapport te zijn. Het is vooral praktisch en digitaal goed geregeld. Je legt vast wie, wat en wanneer kan handelen als jij dat even niet kunt. CijferAdvies werkt samen met verschillende Associate Partners om ondernemers stap voor stap te begeleiden bij het inrichten van een veilig, toekomstbestendig continuïteitsplan dat past bij de groeifase van hun bedrijf.

  1. Leg een volmacht of noodprotocol vast.

    Wie mag beslissingen nemen als jij er niet bent? Denk aan een compagnon, familielid of accountant. Leg die bevoegdheden juridisch vast bij de notaris en registreer ze bij de Kamer van Koophandel. Zo voorkom je dat betalingen of contractbeslissingen stilvallen.
  2. Documenteer wat anderen moeten weten.

    Zorg dat cruciale informatie veilig en digitaal toegankelijk is. Gebruik een beveiligde digitale kluis, zoals Life After Me, waarin wachtwoorden, klantgegevens, contracten en bedrijfsprocessen goed zijn opgeslagen. Voeg een korte handleiding toe voor de eerste 48 uur na jouw uitval.
  3. Benoem een waarnemer en verdeel verantwoordelijkheden.

    Een goede waarnemer kent de kern van de organisatie. Bespreek samen wie welke taken overneemt en wie contact onderhoudt met medewerkers en klanten. Dit hoort bij het groeien van je bedrijf: je bouwt een structuur die niet leunt op één persoon.
  4. Controleer en verdeel toegang en mandaten.

    Veel banken, softwarepakketten en overheden (zoals de KvK) werken met persoonlijke inlogcodes. Zorg dat minstens één andere persoon gemachtigd is om betalingen of aangiftes te doen. Zo blijft het bedrijf operationeel, ook als jij er even niet bent.
  5. Breng de verantwoordelijkheden in kaart.

    Wie is verantwoordelijk voor financiën, klantbeheer of leveranciers? Maak dit overzicht helder en digitaal beschikbaar. Het biedt inzicht, rust en continuïteit.
  6. Evalueer periodiek.

    Je bedrijf verandert. Nieuwe medewerkers, software of werkwijzen vragen om een update van je plan. CijferAdvies helpt om deze controles op te nemen in je periodieke bedrijfscheck.

Een middag investeren bespaart weken chaos en maakt je bedrijf sterker. Niet alleen veiliger en beter voorbereid, maar ook volwassener.

De rol van CijferAdvies en groei naar zelfstandigheid

Bij CijferAdvies begint onze rol vaak bij de boekhouding, maar daar stopt het niet. Samen met onze Associate Partners begeleiden we ondernemers in alle groeifasen. We helpen ze om hun bedrijf te organiseren op een manier die niet afhankelijk is van één persoon. Dat begint bij inzicht in de cijfers, maar groeit door naar structuur, planning, verzekeringen, HR en financiële strategie. Zo groeit een onderneming uit tot een organisatie die stevig staat, vooruitkijkt en blijft bouwen aan haar toekomst.

We brengen samen in kaart:

  • welke bevoegdheden en rollen belangrijk zijn;
  • hoe digitale en financiële toegang veilig wordt ingericht;
  • wie verantwoordelijk is voor welke processen;
  • hoe administratieve, juridische en HR-zaken actueel en toegankelijk blijven.

Van afhankelijkheid naar groei

Een sterke organisatie groeit niet alleen in omzet, maar ook in onafhankelijkheid. Naarmate je bedrijf volwassen wordt, hoort daar ook bij dat jij niet langer de spil van alles bent. Delegeren, bevoegdheden delen en processen vastleggen zorgen ervoor dat het bedrijf kan blijven draaien, ook zonder jouw dagelijkse aanwezigheid. Continuïteit en groei horen bij elkaar: een onderneming die zonder de DGA kan functioneren, is klaar voor de volgende fase.

Categorieën
Fiscale tips & valkuilen Groei & strategie Ondernemerscoaching Subsidieadvies

Zzp’er en STAP-budget: Bereid je voor op de nieuwe aanvraagronde

Van alle aanvragers van het STAP-budget is 15% zzp’er. Wie in aanmerking wil komen voor de overheidssubsidie voor studiekosten moet er snel bij zijn op 1 september.

STAP-budget blijkt een interessante overheidssubsidie voor zzp’ers. Van de 115.000 mensen die tot nu toe de bijdrage voor studiekosten ontvingen, is 15% zzp’er.

Inhoudsopgave

Uit cijfers van het UWV blijkt ook dat veel aanvragen uit de zakelijke dienstverlening komen. In deze sector werken relatief veel zzp’ers. De zakelijke dienstverlening is goed voor bijna 15% van de aanvragen.

Bereid je voor op 1 september

Op 1 september begint een nieuwe aanvraagronde voor STAP-budget. Wil je in aanmerking komen, dan is het verstandig je aanvraag alvast voor te bereiden. Volgens NU.nl was het totale budget in de vorige ronde binnen 2,5 uur op. Ook de eerste keer was het geld binnen enkele uren vergeven.

Wat is STAP-budget?

De afkorting STAP staat voor Stimulering ArbeidsmarktPositie. Deze subsidieregeling bestaat sinds dit jaar en vervangt de fiscale aftrek voor studiekosten. STAP is bedoeld als stimulans voor werkenden en werkzoekers om zichzelf te laten om- of bijscholen.

Je kunt één keer per jaar STAP-budget krijgen met een maximum van 1.000 euro (inclusief btw). Zo kun je een cursus met korting of soms zelfs helemaal gratis volgen. UWV keert het bedrag direct uit aan de opleider.

Zo vraag je STAP-budget aan

Je kunt de subsidie niet voor elke opleiding gebruiken. Kijk dus eerst op deze website welke scholing voldoet aan de voorwaarden. Als jij op 1 september budget aanvraagt, moet de opleiding uiterlijk in januari beginnen.

Heb je een opleiding, cursus op training gevonden? Meld je dan eerst aan. Daarna ontvang je automatisch een digitaal STAP-aanmeldingsbewijs van de opleider.

Vervolgens ga je naar het STAP-portaal van UWV. Je vraagt het STAP-budget aan en uploadt het aanmeldingsbewijs. Na goedkeuring maakt het UWV het bedrag over aan de opleider.

Administratie en bedrijfskosten

Als zzp’er mag je jouw zakelijke studiekosten nog steeds aftrekken van de winst. Zzp’ers voeren in hun administratie zowel de subsidie als de kosten van de opleiding op. Moet je zelf nog iets bijbetalen omdat jouw opleiding meer kost dan het STAP-budget? Dan mag je het verschil als bedrijfskosten opgeven.

Controles en voorwaarden

Het UWV controleert binnen drie maanden nadat je jouw studie hebt afgerond of jij en de opleider aan de voorwaarden hebben voldaan. Volgens UWV lopen er verschillende onderzoeken en zijn inmiddels meer dan 600 opleidingen die niet voldeden uit het register verwijderd.

Het budget is beschikbaar voor alle Nederlandse EU-burgers (of partners van EU-burgers) ouder dan 18 jaar en jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd. Je moet minstens 6 maanden in Nederland verzekerd zijn voor de volksverzekeringen.

Elke twee maanden een nieuwe inschrijfronde

Je hebt dit jaar vijf keer kans om dit budget aan te vragen. Sinds 1 maart kun je om de twee maanden in aanmerking komen voor STAP-budget. In de subsidiepot zit in totaal 160 miljoen euro. Volgend jaar stelt de overheid 200 miljoen euro beschikbaar verdeeld over 6 tijdvakken.

Bron: Zipconomy

Categorieën
Nieuws Ondernemerscoaching

Een eigen bedrijf starten terwijl je schulden hebt

Veel mensen dromen ervan om een eigen bedrijf te beginnen. Maar wat als je een schuld hebt? Is het dan onmogelijk om je ondernemersdroom waar te maken? Hoewel het een extra uitdaging vormt, zijn er manieren om toch een bedrijf te starten met schulden als je goed voorbereid en realistisch bent. Dit artikel neemt je mee langs drie mogelijke routes om met schulden een bedrijf op te zetten: hulp van de gemeente, zelf hulp zoeken en alternatieve financieringsmogelijkheden.

Wat betekenen schulden voor je ondernemersplannen?

Veel mensen in Nederland hebben een schuld, zoals een studieschuld, hypotheek of telefoonabonnement. Zolang je op tijd betaalt, is dat meestal geen probleem. Voor 650.000 huishoudens zijn schulden echter een zware last, zegt het CBS. Hoge rentes maken aflossen moeilijk, waardoor schulden blijven groeien. Dit maakt het lastig om een bedrijf te starten, omdat banken minder snel een lening geven. Het aanpakken van je schulden is daarom vaak de eerste stap richting ondernemerschap. Wees altijd eerlijk over je financiële situatie bij schuldhulpverleners en geldverstrekkers.

Hoe kun je een bedrijf starten met schulden?

Hier zijn drie manieren om toch je bedrijf te starten ondanks schulden:

1. Vraag hulp bij de gemeente aan

Als je geen eigen vermogen hebt en een bedrijf wilt starten, kun je via de Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) ondersteuning krijgen van de gemeente. Dit kan bestaan uit een lening of een aanvulling op je inkomen. Let op: als je in de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) zit, mag je meestal geen bedrijf starten. Je kunt echter met toestemming van een rechter-commissaris en bewindvoerder hier een uitzondering op maken. Zorg dan wel dat je een goed uitgewerkt ondernemingsplan hebt.

Schuldhulpverlening van de gemeente

De gemeente wijst je een schuldhulpverlener toe. Die probeert een betalingsregeling met je schuldeisers af te spreken. Lukt dat niet, dan kan de gemeente ervoor kiezen om je schulden af te lossen via een saneringskrediet. Dit is een lening die je binnen anderhalf jaar terugbetaalt. Hierbij kijkt de kredietbank naar hoeveel je maandelijks kunt aflossen. Soms worden je inkomsten direct gestort op een rekening van de kredietbank, die je vaste lasten hiervan betaalt.

Voorbereidingstraject

Voor ondernemers die hun schulden hebben afbetaald, bieden sommige gemeenten een voorbereidingstraject aan. Tijdens dit traject behoud je je uitkering zonder sollicitatieplicht, zodat je je volledig kunt richten op je bedrijfsplannen.

2. Zoek zelf hulp

Je kunt ook zelf contact opnemen met een schuldhulpverlener. Het voordeel hiervan is dat je sneller geholpen kunt worden en zelf kunt kiezen met wie je werkt. Samen met de schuldhulpverlener maak je een overzicht van je schulden en stel je een afbetalingsplan op. Soms kan een dwangakkoord worden aangevraagd. Hiermee kan de rechtbank schuldeisers dwingen om een regeling te accepteren als zij niet willen meewerken.

Begeleiding bij ondernemerschap

Veel schuldhulpverleners kunnen meer doen dan alleen helpen met je schulden. Ze bieden ook ondersteuning bij het opzetten van je bedrijf. Zo helpen ze je met een realistische financiële planning en geven ze advies over hoe je verstandig kunt omgaan met je geldzaken. Sommige schuldhulpverleners hebben zelfs ervaring met het begeleiden van startende ondernemers. Ze kunnen je helpen een concreet plan te maken om je bedrijf succesvol te starten, ondanks je schulden. Op de website van de NVVK (branchevereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren) vind je een overzicht van hulpverleners die je verder kunnen helpen.

Het Intensive Care programma van CijferAdvies

Een andere mogelijkheid is het Intensive Care voor Ondernemers-programma van CijferAdvies. Dit programma helpt ondernemers die in financieel zwaar weer verkeren om hun bedrijf weer gezond te maken. Het bestaat uit een aantal stappen:

  • Situatieanalyse: Samen brengen we je huidige financiële situatie in kaart.
  • Financiële ruimte creëren: We zoeken naar mogelijkheden om meer financiële ademruimte te krijgen, bijvoorbeeld door te onderhandelen met schuldeisers.
  • Nieuw businessplan: We helpen je bij het ontwikkelen van een vernieuwd bedrijfsplan dat past bij jouw situatie.
  • Implementatie en nazorg: We ondersteunen je bij de uitvoering van het plan en blijven betrokken om bij te sturen waar nodig.

Dit stappenplan is erop gericht om een faillissement te voorkomen en je bedrijf weer op koers te krijgen. Neem contact op met een CijferAdviseur in jouw buurt om te bespreken hoe dit programma jou kan helpen.

3. Kies voor alternatieve financiering

Bij traditionele banken is het vaak moeilijk om een lening te krijgen als je schulden hebt. Gelukkig zijn er alternatieve manieren om aan geld te komen:

Crowdfunding

Via crowdfunding kun je een grote groep mensen vragen om kleine bijdragen te leveren. Dit werkt vaak via online platforms. Het voordeel is dat je niet afhankelijk bent van een bank, maar het vergt wel een goed verhaal om mensen te overtuigen.

Geld lenen bij vrienden of familie

Het kan ook een optie zijn om in je persoonlijke netwerk financiering te zoeken. Let er wel op dat dit duidelijke afspraken vereist om conflicten te voorkomen.

Qredits

Deze stichting werkt samen met banken en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Qredits biedt financiering tot €250.000, coaching en tools voor ondernemers. Ook mensen die eerder failliet zijn gegaan of in de schuldsanering hebben gezeten, kunnen hier terecht. Wel moet je kunnen aantonen hoe je je financiële situatie hebt verbeterd en wat je doet om herhaling te voorkomen. Bij een lening via Qredits krijg je verplicht begeleiding van een coach.

Kredietbanken

Sociale kredietbanken, aangesloten bij Sociale Banken Nederland, bieden leningen aan mensen met geldproblemen. Of je een lening krijgt, hangt af van jouw situatie. Deze banken werken vaak samen met gemeenten.

Wat kun je doen om te slagen?

Het starten van een bedrijf met schulden is geen eenvoudige opgave, maar zeker niet onmogelijk. De sleutel ligt in eerlijkheid en een goede voorbereiding. Door gebruik te maken van gemeentelijke regelingen zoals de Bbz, zelf hulp te zoeken of alternatieve financieringsmogelijkheden zoals Qredits of crowdfunding te benutten, kun je toch je ondernemersdroom realiseren.

Wil je meer weten over hoe je jouw financiële situatie kunt verbeteren en verantwoord kunt ondernemen? Neem contact op met een CijferAdviseur bij jou in de buurt. Samen kunnen we kijken naar de beste aanpak voor jouw situatie en je helpen een gezonde basis te leggen voor je bedrijf.

Bij cijfers hoort nu eenmaal advies – en dat geldt zeker ook voor ondernemers met een uitdagende start!