Categorieën
Bedrijfskundige analyse Duurzaam ondernemen & subsidies Fiscale optimalisatie Fiscale tips & valkuilen Groei & strategie Herstructurering & reorganisatie Nieuws Ondernemerscoaching Rechtsvorm kiezen of wijzigen Rechtsvorm van je bedrijf Startersbegeleiding Subsidieadvies Volledige boekhouding

Hoe groei in het mkb werkt: verwachtingen, spanningen en fases

Groei in het mkb voelt zelden als vooruitgang op het moment dat het gebeurt. Je omzet neemt toe, je agenda loopt voller en toch voelt het alsof er minder ruimte is dan daarvoor. Niet één groot probleem, maar een reeks kleine signalen die samen iets vertellen. Betalingen die zwaarder voelen dan verwacht. Beslissingen die je uitstelt, terwijl het jaar goed was. Een gevoel van druk waar je vooraf juist meer lucht had verwacht.

Dat ongemak is geen teken dat er iets misgaat. Het is een aanwijzing dat groei zich anders gedraagt dan je intuïtie voorspelt. In het mkb werkt groei niet lineair, niet direct en zelden zonder frictie. Wie begrijpt hoe groei zich ontwikkelt, kijkt anders naar cijfers, keuzes en tempo. Niet om te sturen, maar om te begrijpen wat er gebeurt voordat groei daadwerkelijk ruimte geeft.

Inhoudsopgave

Groei verloopt niet gelijkmatig, maar in sprongen

Veel ondernemers denken over groei in percentages. Tien procent meer omzet voelt overzichtelijk en beheersbaar, alsof het bedrijf in hetzelfde tempo doorgroeit. In de praktijk werkt het anders. Omzet groeit vaak geleidelijk, maar kosten doen dat zelden. Die komen in stappen: een extra medewerker, een grotere locatie, meer ondersteuning. Tegelijk groeit de complexiteit sneller dan beide. Meer klanten betekent meer variatie, meer uitzonderingen en meer afstemming.

Dit patroon zie je ook terug in landelijke cijfers over het mkb, waaruit blijkt dat bedrijven wel omzetgroei realiseren, maar moeite hebben om structureel door te groeien in productiviteit en schaal (bron: CBS – Bedrijven in het mkb groeien beperkt). Groei voelt daardoor zwaarder dan verwacht. Niet omdat je inefficiënt werkt, maar omdat de vorm van groei anders is dan de cijfers suggereren. Het effect van groei is ongelijk verdeeld in tijd, aandacht en geld, en daardoor lastig te voorspellen op gevoel alleen.

Groei werkt altijd met vertraging

Beslissingen die je vandaag neemt, hebben zelden direct hun effect. Kosten zijn zichtbaar op het moment dat je ze maakt. De opbrengsten volgen later. Nieuwe mensen zijn niet meteen productief. Processen lopen pas na verloop van tijd soepeler. Ook klanten reageren op schaalvergroting: facturatie, betalingstermijnen en verwachtingen veranderen mee.

Die vertraging zorgt ervoor dat groei vaak eerst aanvoelt als achteruitgang. Je investeert tijd, geld en aandacht, terwijl de ruimte nog uitblijft. Dat is geen fout in de uitvoering, maar een vast kenmerk van groei. Juist daarom wordt vooruitkijken belangrijk zodra een bedrijf een bepaalde omvang bereikt. Niet om zekerheid te creëren, maar om tijd en spanning zichtbaar te maken. Wie dat wil verdiepen, herkent hier de reden waarom werken met financiële prognoses vaak meer zegt over timing dan over voorspellen.

Groei vergroot wat er al was

Groei creëert zelden nieuwe problemen. Het vergroot bestaande eigenschappen. Dunne marges worden voelbaar. Handmatige werkwijzen worden kwetsbaar. Afhankelijkheid van één persoon wordt een risico. Wat eerder werkbaar was, komt onder spanning te staan.

Dat is de reden dat groei vaak samenvalt met twijfel. Niet omdat je het verkeerd doet, maar omdat de schaal verandert. In de praktijk zie je dit terug in situaties waarin winst wel zichtbaar is, maar ruimte ontbreekt. Dat mechanisme wordt vaak aangeduid als schijnwinst: een logisch gevolg van groei die bestaande verhoudingen uitvergroot, zoals verder uitgewerkt in het artikel over schijnwinst in het mkb.

Groei vraagt eerst draagkracht voordat het ruimte oplevert

Elke groeifase vraagt een investering die je niet altijd direct terugziet in opbrengst. Extra omzet vraagt voorfinanciering. Meer klanten vragen aandacht. Meer mensen vragen begeleiding. Tegelijk neemt het aantal fouten en correcties tijdelijk toe, simpelweg omdat systemen en routines nog moeten meebewegen.

Dat verklaart waarom groei vaak krap voelt voordat het lucht geeft. Niet omdat de groei verkeerd is, maar omdat het bedrijf eerst moet leren dragen wat erbij komt. Wie alleen kijkt naar het eindresultaat, mist deze tussenfase. Wie begrijpt dat groei eerst ruimte kost, kan realistischere verwachtingen vormen over tempo en draagkracht.

Elke groeifase in het mkb kent een eigen breekpunt

Wat je hier heeft gebracht, is zelden wat je verder brengt. Werkwijzen die goed passen bij een klein team, lopen vast zodra het groter wordt. Beslissingen die je op gevoel kon nemen, vragen ineens afstemming. Overzicht verandert in afhankelijkheid. Dat voelt vaak alsof het probleem ineens ontstaat, terwijl het in werkelijkheid het gevolg is van een overgang naar een volgende fase.

Die breekpunten zijn geen falen, maar structurele momenten waarop groei van karakter verandert. De vragen die je bedrijf stelt, verschuiven. Van doen naar organiseren. Van overzicht naar afspraken. Van impliciete kennis naar overdraagbaarheid. In het artikel over hoe een bedrijf succesvol groeit worden deze groeifases verder uitgediept en herkenbaar gemaakt, juist om te laten zien dat zulke overgangen bij groei horen en voorspelbaar zijn.

In groei veranderen cijfers van terugblik naar signaal

In een stabiele fase laten cijfers vooral zien wat er is gebeurd. In groei krijgen ze een andere functie. Ze worden signalen die laten zien waar spanning ontstaat. Niet om te beoordelen, maar om te begrijpen.

Het gaat dan minder om het eindresultaat en meer om de verhoudingen eronder. Waar zit vertraging? Waar groeit de complexiteit sneller dan de opbrengst? Waar schuift ruimte langzaam dicht? Ondernemers die hier scherper op willen letten, ontdekken dat sturen op cijfers vooral betekent dat je leert zien wat er onder de oppervlakte gebeurt.

Waarom groei juist goed georganiseerde ondernemers verrast

De spanning van groei treft zelden de ondernemer die alles laat liggen. Ze treft juist degene die levert, bijstuurt en verantwoordelijkheid neemt. Groei ontstaat daar vaak op kwaliteit. En precies dat maakt de overgang lastig zichtbaar.

Klanten zijn tevreden. Het team werkt door. Jij vangt veel op. Daardoor merk je de grens laat. Tot het moment dat het systeem het niet meer vanzelf draagt en je voelt dat de manier waarop je altijd werkte, niet meer past bij de omvang van je bedrijf.

Begrijpen hoe groei werkt, verandert hoe je kijkt

Zodra je begrijpt dat groei vaste eigenschappen heeft, wordt het minder persoonlijk. Het ongemak krijgt context. De twijfel krijgt een verklaring. Groei blijkt geen beloning, maar een overgang naar een ander spel.

Cijfers blijven daarbij een hulpmiddel. Geen conclusie, maar richtingaanwijzers. Wie dat kader eenmaal ziet, kan betere keuzes maken over tempo, richting en draagkracht. Niet door harder te werken, maar door anders te kijken.

Bronnen en context

Categorieën
Bedrijfskundige analyse Duurzaam ondernemen & subsidies Fiscale optimalisatie Fiscale tips & valkuilen Groei & strategie Herstructurering & reorganisatie Nieuws Ondernemerscoaching Rechtsvorm kiezen of wijzigen Rechtsvorm van je bedrijf Startersbegeleiding Subsidieadvies Volledige boekhouding

Wat betekent zzp’en in 2026 nog?

Over keuzes, risico’s en structuur in een zzp-model dat niet meer vanzelfsprekend is

Zzp’en in 2026 is nog steeds mogelijk. Alleen: het is minder vanzelfsprekend voordelig, zorgeloos of simpel. Voor sommige ondernemers blijft het zzp-model logisch. Voor anderen begint het te wringen. Niet omdat ze minder goed ondernemen, maar omdat de spelregels zijn veranderd.

Fiscale voordelen zijn in hoog tempo afgebouwd. Wetgeving rond arbeidsrelaties wordt minder gedoogd en strakker gehandhaafd. En risico’s die vroeger impliciet waren, liggen nu explicieter bij jou. De korte conclusie is simpel: zzp’en in 2026 vraagt meer samenhang tussen hoe je werkt, hoe je geld verdient en hoe je risico’s draagt.

Wie hier landt, zoekt meestal geen snelle ja of nee, maar helderheid. Helderheid over wanneer zzp’en nog logisch is, waar het schuurt, welke risico’s structureel zijn en waarom de vraag ‘moet ik iets anders?’ steeds vaker opkomt. Wat volgt is geen betoog en geen stappenplan, maar een analyse die zichtbaar maakt waarom het oude vanzelfsprekende zzp-model steeds minder vanzelfsprekend is.

Inhoudsopgave

Het oude zzp-gevoel was een simpel ruilmodel

Dat gevoel was niet naïef of verkeerd. Het paste bij de context van toen en werkte zolang de randvoorwaarden meebewogen.

Lang voelde zzp’en overzichtelijk. Je ruilt tijd en expertise voor een tarief. De administratie volgt vanzelf. De belastingdruk is te voorspellen. En als het druk is, voelt dat als controle.

Dat ruilmodel werkte goed in een periode waarin zelfstandigheid vooral werd beoordeeld op intentie. Wie zichzelf ondernemer vond en zich zo gedroeg, werd ook zo behandeld. De fiscale regels sloten daarbij aan. Minder vaste lasten dan loondienst, een duidelijk ondernemersregime en relatief weinig discussie over de vorm.

In 2026 werkt dit model nog steeds, maar niet meer automatisch. Zelfstandigheid wordt minder gevoeld en meer getoetst. Niet alleen door de Belastingdienst, maar ook door opdrachtgevers, banken en verzekeraars. Het tarief moet daardoor méér dragen dan alleen de uren. Het moet ruimte bieden voor risico, onzekerheid en onderbouwing.

Juist door zelfstandig werken van toen naast dat van nu te leggen, wordt duidelijk waarom dit kantelpunt nu zo voelbaar is.

Winst voelt anders nu de fiscale onderlaag verandert

De zelfstandigenaftrek is in korte tijd veranderd van een substantiële steunpilaar naar een relatief klein bedrag. In combinatie met vaste belastingtarieven betekent dit dat dezelfde omzet en winst in 2026 netto minder opleveren dan in eerdere jaren.

Dat effect wordt vaak pas laat zichtbaar. Niet in de boekhouding, maar in de beleving. Een jaar dat inhoudelijk goed voelt, levert minder ruimte op dan verwacht. Niet omdat de cijfers onjuist zijn, maar omdat de fiscale onderlaag waarop jarenlang is gestuurd, structureel is veranderd.

Dit raakt niet alleen uitzonderlijk hoge winsten, maar juist ook de zogenoemde goede middenjaren: jaren waarin alles klopt, maar de financiële ruimte toch dunner aanvoelt dan vroeger.

Wat hier vaak door elkaar loopt, is winst en liquiditeit. Dat onderscheid bepaalt in 2026 steeds vaker of een jaar als ‘goed’ of ‘krap’ wordt ervaren. Winst zegt iets over resultaat, maar niet over hoeveel geld er daadwerkelijk beschikbaar is om keuzes te maken. Belastingen, privé-opnames en reserveringen drukken op dezelfde winst, waardoor het gevoel van ruimte sneller verdampt.

Daardoor ontstaat een nieuw spanningsveld. Tarieven die jarenlang logisch waren, blijken ineens krap. Extra uren maken voelt als de enige oplossing, terwijl het probleem niet in productiviteit zit, maar in de manier waarop winst wordt verdeeld over belasting, privé en toekomst.

Wie dit verder doorgrondt, ziet hoe het onderscheid tussen winst en ruimte door fiscale wijzigingen steeds bepalender is geworden.

Wanneer cijfers volgen, maar niet meer sturen

Veel zzp’ers hebben hun administratie goed op orde. De cijfers kloppen. De aangiftes zijn op tijd. Toch voelt het steeds vaker alsof beslissingen worden genomen vóórdat de cijfers iets zeggen.

Dat komt omdat de meeste administraties zijn ingericht op verantwoording, niet op sturing. Ze laten zien wat er is gebeurd, maar niet wat er aankomt. In een omgeving met afnemende fiscale ruimte en toenemende risico’s is dat steeds minder voldoende.

Keuzes over tarief, investeren, reserveren of samenwerken worden dan gemaakt op gevoel. De cijfers volgen achteraf en bevestigen hooguit dat het krapper of spannender is geworden.

Juist in 2026 maakt dat verschil. Wie pas bij de aangifte ziet hoeveel ruimte er werkelijk was, is te laat om bij te sturen. Niet omdat de administratie tekortschiet, maar omdat de informatie niet wordt gebruikt als richtinggevend instrument.

Daarmee verschuift de aandacht van meer vastleggen naar scherper kijken naar wat dezelfde cijfers zeggen.

Wanneer tijd nog steeds je belangrijkste product is

Er zijn alternatieven die dit patroon kunnen doorbreken, zonder dat meteen schaal, personeel of een ‘groter bedrijf’ nodig is. Niet als oplossing, maar als andere manier om naar waarde en beloning te kijken.

Veel zzp‑modellen leunen nog altijd op één kern: tijd ruilen voor geld. Dat werkt zolang inzet, energie en beschikbaarheid vanzelfsprekend zijn.

In 2026 schuurt dit model vaker. Niet alleen omdat het fysiek of mentaal begrenst, maar omdat steeds meer verplichtingen op dezelfde uren drukken. Verzekeren, pensioen, buffers en belasting moeten allemaal worden gefinancierd uit dezelfde inzet.

Daardoor ontstaat afhankelijkheid. Niet alleen van opdrachtgevers, maar van het eigen werkvermogen. Groei betekent vaak: meer werken of duurder worden. Uitval betekent: direct inkomensverlies.

Dat maakt het verdienmodel zelf een strategisch onderwerp. Niet iedereen hoeft te schalen of te veranderen. Maar wie uitsluitend leunt op tijd, merkt dat flexibiliteit en zekerheid steeds lastiger te combineren zijn.

Hier wordt zichtbaar waarom het verdienmodel zelf steeds vaker onderwerp van gesprek wordt.

Wanneer langdurig samenwerken onder druk komt te staan

Sinds de herstart van de handhaving op schijnzelfstandigheid kijken opdrachtgevers anders naar inhuur. Niet vanuit wantrouwen, maar vanuit risicobeheersing. De juridische en fiscale gevolgen van een verkeerde kwalificatie liggen primair bij hen.

Die verantwoordelijkheid vertaalt zich niet alleen in contracten, maar in gedrag. Opdrachtgevers stellen meer vragen vooraf. Ze willen weten hoe zelfstandig je werkt, hoe vervangbaarheid is geregeld en hoe de opdracht zich verhoudt tot hun eigen organisatie.

Juist langdurige samenwerking wordt daardoor gevoeliger. Wat jarenlang stabiliteit gaf, kan nu vragen oproepen. Vaste dagen, structurele aanwezigheid en inhoudelijke aansturing schuiven langzaam richting een profiel dat juridisch lastiger te verdedigen is.

Voor de zzp’er raakt dit direct aan strategie en positionering. Lang bij één opdrachtgever werken voelt veilig, maar vergroot tegelijkertijd de afhankelijkheid. Meer spreiding geeft juridische rust, maar vraagt om commerciële inspanning en onzekerheid.

Die afweging is niet nieuw. Maar zelfstandig werken is veranderd, en de is toetsing scherper geworden. Juist in de praktijk wordt hier duidelijk waar langdurige samenwerking schuurt.

Een BV lost geen verkeerde arbeidsrelatie op

De gedachte om over te stappen naar een BV ontstaat vaak op momenten van onzekerheid of groei, juist op het snijvlak van fiscale druk, langdurige samenwerking en toenemende onzekerheid. Alsof een andere rechtsvorm automatisch meer duidelijkheid of veiligheid biedt.

In de praktijk verandert een BV niets aan de feitelijke manier van werken. Als de samenwerking inhoudelijk kenmerken van loondienst heeft, blijft die kwalificatie bestaan. De vorm van de onderneming verandert dat niet.

Dat maakt de discussie ongemakkelijk, maar ook essentieel. De kernvraag ligt niet bij de rechtsvorm, maar bij de inrichting van het werk en de verdeling van risico’s.

Dat verklaart waarom een BV in sommige situaties rust brengt en in andere juist niets oplost.

Verzekeren voelt verplicht voordat het dat is

Verzekeren voelt in 2026 voor veel zzp’ers niet langer als een vrijblijvende keuze. Ook zonder formele verplichting wordt verzekerbaarheid steeds vaker gezien als onderdeel van professioneel ondernemerschap, door opdrachtgevers, financiers en ondernemers zelf.

Niet verzekeren is daarbij óók een keuze, zolang die bewust wordt gemaakt en past bij de draagkracht van de onderneming en het privé‑inkomen.

De kwetsbaarheid van één langdurige uitval wordt zichtbaarder naarmate het inkomen stijgt en de onderneming afhankelijker wordt van de persoon. Zeker bij zzp’ers die hun inkomen vrijwel volledig uit eigen inzet halen, is het risico geconcentreerd. Eén ongeluk, ziekte of langdurige uitval raakt direct zowel privé als onderneming.

In 2026 is een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers nog geen feit, maar de richting is duidelijk en wordt steeds concreter. Het maatschappelijke en politieke uitgangspunt is dat zelfstandigen meer verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen inkomenszekerheid. Die beweging zie je nu al terug in gesprekken met opdrachtgevers en in financieringsaanvragen.

De afweging rond verzekeren gaat daardoor zelden alleen over de premie. Het gaat over draagkracht. Over de vraag welk risico je zelf kunt en wilt dragen, en welk risico de onderneming simpelweg niet kan opvangen zonder structurele schade.

Veel zzp’ers lossen dit gedeeltelijk op met buffers. Dat werkt, zolang die buffers realistisch zijn in verhouding tot mogelijke uitval. Een buffer van enkele maanden voelt geruststellend, maar biedt weinig bescherming bij langdurige arbeidsongeschiktheid.

Verzekeren, reserveren en accepteren dat niet elk risico volledig af te dekken is, vormen in 2026 steeds vaker een samenhangend geheel. Niet als verplicht nummer, maar als onderdeel van hoe je je ondernemerschap duurzaam inricht.

De kern verschuift daarmee van wel of niet verzekeren naar de manier waarop inkomensrisico’s structureel worden gedragen.

Pensioen is geen bijzaak meer, maar onderdeel van je verdienmodel

Dit raakt direct je ruimte, je keuzes en je toekomst als zelfstandige.

Waar pensioen voor veel zzp’ers jarenlang iets was voor ‘later’, dwingt de huidige context tot een andere kijk. Minder fiscale voordelen, meer eigen risico en langere loopbanen maken pensioen onderdeel van het ondernemingsmodel zelf.

In loondienst is pensioen een automatische afslag. Als zelfstandige moet je die keuze zelf maken, én zelf financieren. Dat betekent dat pensioenopbouw direct concurreert met privé-opnames, buffers en investeringen. Juist daardoor blijft pensioen bij veel zzp’ers impliciet: niet omdat het onbelangrijk is, maar omdat het schuurt met de dagelijkse geldstroom.

De fiscale ruimte om pensioen op te bouwen is er nog steeds, maar vraagt meer regie dan voorheen. De oudedagsreserve (FOR) is voor nieuwe opbouw afgeschaft, maar bestaande FOR-standen mogen worden afgewikkeld. Dat vraagt om bewuste keuzes: afstorten, omzetten of laten staan tot staking.

Daarnaast is er de fiscale jaarruimte. Wie aantoonbaar te weinig pensioen opbouwt, mag jaarlijks een bedrag fiscaal aftrekbaar storten in een lijfrente of bankspaarproduct. Onbenutte ruimte uit eerdere jaren kan via de reserveringsruimte alsnog worden ingehaald. Daarmee is pensioenopbouw geen alles-of-niets-beslissing, maar iets dat meebeweegt met winst en levensfase.

In de praktijk zie je dat zzp’ers die pensioen los blijven zien van hun ondernemingsstructuur later vastlopen. Niet omdat ze te weinig verdienen, maar omdat geld steeds wordt beoordeeld op directe beschikbaarheid in plaats van op lange termijn functie.

Daar wordt zichtbaar hoe FOR, jaarruimte en pensioenopbouw onderdeel worden van de bredere financiële inrichting.

Subsidies en regelingen voelen versnipperd, maar raken wel je ruimte

Subsidies werken vrijwel altijd vooraf. Ze beïnvloeden keuzes vóórdat je investeert, niet als correctie achteraf.

Voor veel zelfstandigen voelt het subsidielandschap versnipperd en onoverzichtelijk. Regelingen wisselen, voorwaarden veranderen en de administratieve drempel lijkt hoog. Daardoor verdwijnen subsidies al snel uit beeld, zeker bij zzp’ers die hun focus vooral op omzet en opdrachten hebben liggen.

Toch spelen subsidies en fiscale regelingen ook in 2026 een duidelijke rol in de ruimte die je als ondernemer ervaart. Niet als structurele inkomstenbron, maar als manier om investeringen mogelijk te maken op momenten dat de kasstroom daar eigenlijk nog geen ruimte voor voelt.

Denk bijvoorbeeld aan innovatie, ontwikkeling of verduurzaming. Regelingen zoals de WBSO kunnen een deel van de ontwikkelkosten compenseren, maar alleen als je vooraf inzichtelijk maakt waar tijd en geld naartoe gaan. Dat vraagt geen extra ondernemerschap, maar wel een andere manier van kijken naar je uren en activiteiten.

Ook investeringsaftrekken spelen hierin mee. Niet als bonus achteraf, maar als factor die bepaalt of een investering nú logisch is of beter kan wachten. Wie dat pas bij de aangifte bekijkt, mist vaak het strategische effect.

Het gevolg van subsidies structureel negeren is zelden dat je direct ‘geld laat liggen’. Vaker betekent het dat investeringen worden uitgesteld, kleiner worden uitgevoerd of helemaal niet plaatsvinden. En juist dat beïnvloedt groei, tariefontwikkeling en toekomstbestendigheid.

Dat laat zien waarom subsidies vooral vooraf richting geven en zelden achteraf iets repareren.

De kleineondernemersregeling is eenvoud, maar niet altijd voordelig

De kleineondernemersregeling (KOR) wordt vaak gekozen vanuit een begrijpelijke wens: rust en overzicht. Geen btw‑aangiftes, minder administratieve handelingen en het gevoel dat de onderneming eenvoudiger wordt.

In 2026 is die eenvoud echter zelden gratis. Wie deelneemt aan de KOR brengt geen btw meer in rekening, maar kan ook geen btw meer terugvragen. Dat lijkt overzichtelijk zolang investeringen beperkt blijven en de kostenstructuur stabiel is.

De spanning ontstaat op het moment dat de onderneming beweegt. Bij grotere investeringen, groei in omzet of een verandering in opdrachtgevers. Btw wordt dan ineens een kostenpost in plaats van een doorlopende post. Dat effect zie je niet direct in de winst, maar wel in liquiditeit en investeringsruimte.

Daar komt bij dat de KOR geen flexibele regeling is. De keuze werkt door over meerdere jaren. Dat betekent dat een beslissing die vandaag rust geeft, later kan knellen wanneer de onderneming sneller groeit dan verwacht of wanneer het model verandert.

Voor veel zzp’ers is de KOR daardoor geen puur administratieve keuze, maar een strategische. Niet de vraag of het mag, maar of het past bij waar de onderneming naartoe beweegt.

Het effect van de KOR wordt vooral zichtbaar wanneer je haar afzet tegen investeringen, btw‑positie en groeiplannen.

De BV-vraag gaat over structuur, niet over een snelle belastingwinst

De vraag of een BV fiscaal voordeliger is, wordt vaak als eerste gesteld. Zeker wanneer winst stijgt en het gevoel ontstaat dat er ‘te veel’ belasting wordt betaald. In 2026 is die vraag zelden los te zien van twee andere onderwerpen: de arbeidsrelatie en de functie van winst.

Een BV verandert niets aan de beoordeling van zelfstandigheid. Als de samenwerking inhoudelijk kenmerken van loondienst heeft, blijft die kwalificatie bestaan. De rechtsvorm biedt dan geen bescherming. De praktijk van werken weegt zwaarder dan de juridische jas.

Daarnaast verschuift in een BV de betekenis van winst. Winst is niet automatisch privé besteedbaar. Een deel wordt loon, een deel blijft in de onderneming. Dat vraagt om een andere manier van kijken naar geld: minder als inkomen, meer als bouwsteen.

Voor ondernemers die hun winst grotendeels nodig hebben voor privé-uitgaven voelt die structuur vaak beperkend. Voor ondernemers die ruimte willen opbouwen, risico’s willen scheiden of investeren in groei, kan juist rust ontstaan.

De BV is daarmee geen fiscale truc, maar een bewuste structuurkeuze. Ze dwingt tot nadenken over waar geld voor dient, hoe risico’s worden gedragen en hoe toekomstgericht de onderneming is ingericht.

Het verschil zit daarmee minder in belastingpercentages en meer in de functie die geld vervult binnen de onderneming.

Een zzp-profiel maakt zichtbaar waar het schuurt

Dit is één veelvoorkomend profiel. Niet dé zzp’er, maar een praktijkvoorbeeld dat laat zien waar spanningen samenkomen.

Stel je een zelfstandige voor die al jaren goed draait. Geen starter, geen twijfelaar. Iemand met ervaring, vaste opdrachtgevers en een duidelijk vak. Deze zzp’er werkt projectmatig, maar vaak langdurig bij dezelfde organisaties. De omzet is stabiel. De administratie op orde. Er is geen gevoel van chaos, maar ook geen gevoel van ruimte.

De cijfers in 2026 zien er ongeveer zo uit:

– omzet rond de €140.000 – zakelijke kosten van ongeveer €25.000 – winst vóór belasting van ongeveer €115.000

Op papier is dit een gezond profiel. De ondernemer voldoet aan het urencriterium, heeft geen schulden en ziet zijn winst jaar op jaar stijgen.

Toch ontstaat hier frictie.

De zelfstandigenaftrek is inmiddels beperkt. Daardoor levert deze winst netto minder op dan enkele jaren geleden. Dat verschil voelt niet als een correctie, maar als een tegenvaller, juist omdat het werk en de inzet gelijk zijn gebleven.

Tegelijk is deze zzp’er voor het grootste deel van zijn inkomen afhankelijk van één of twee opdrachtgevers. Dat was jarenlang geen probleem. Het zorgde voor continuïteit en rust. In 2026 wordt diezelfde continuïteit ineens een aandachtspunt in gesprekken over zelfstandigheid en risico.

Pensioenopbouw gebeurt ad hoc. Er wordt wel eens ingelegd, maar alleen in goede jaren. Niet structureel. Verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid is overwogen, maar steeds vooruitgeschoven. Niet uit onwil, maar omdat het lastig voelt om vaste lasten toe te voegen zolang alles leunt op persoonlijke inzet.

De kleineondernemersregeling is niet van toepassing, omdat de omzet daar ruim boven ligt. Btw-afdracht is routine geworden, maar bij grotere investeringen wordt steeds vaker gerekend: nu investeren betekent minder liquiditeit, later investeren voelt veiliger.

En dan komt de vraag op tafel of een BV ‘niet handiger’ zou zijn.

Niet omdat er een concreet probleem is, maar omdat meerdere spanningen samenkomen: winst voelt minder vrij besteedbaar, de afhankelijkheid van opdrachtgevers wordt kwetsbaarder en de toekomst vraagt om meer structuur dan het huidige model vanzelf biedt.

In dit profiel zit niets uitzonderlijks. Geen fouten. Geen verkeerde keuzes.

Het laat vooral zien waar zzp’en in 2026 vaak schuurt: niet in de cijfers zelf, maar in de aannames die jarenlang logisch waren en dat nu niet meer automatisch zijn.

Waarom juist goed georganiseerde ondernemers vastlopen

Veel zzp’ers zijn beter geworden in omzet maken dan in financiële architectuur. Ze sturen op resultaat, maar niet op ruimte. Dat is niet gek. In een goed lopende praktijk is er altijd iets urgenter dan ‘later’ organiseren.

Dan ontstaan zinnen als: ik verdien goed, maar ik voel geen vrijheid. Of: ik werk zelfstandig, maar ik ben afhankelijker dan ooit. Niet omdat het slecht gaat, maar omdat het model te veel leunt op één persoon en één ritme.

Wanneer het weer klopt

Zzp’en in 2026 vraagt geen andere ambitie, maar een andere blik. Niet automatisch blijven doen wat ooit logisch was, maar bewust kijken naar hoe werk, risico en geld zich tot elkaar verhouden.

Soms betekent dat: scherper kiezen in opdrachten en looptijd. Soms: een tarief dat niet alleen je uren, maar ook je risico’s en toekomst financiert. Soms: meer structuur rond buffers, verzekeren en pensioen. En soms: een rechtsvorm die past bij wat je aan het bouwen bent.

Dan worden cijfers weer wat ze moeten zijn: geen oordeel achteraf, maar richting voor vooruit.

En soms betekent dat ook dat je niets hoeft te veranderen. Zolang de keuzes die je maakt bewust zijn en passen bij waar je naartoe wilt.

Categorieën
Fiscale tips & valkuilen Groei & strategie Ondernemerscoaching Subsidieadvies

Zzp’er en STAP-budget: Bereid je voor op de nieuwe aanvraagronde

Van alle aanvragers van het STAP-budget is 15% zzp’er. Wie in aanmerking wil komen voor de overheidssubsidie voor studiekosten moet er snel bij zijn op 1 september.

STAP-budget blijkt een interessante overheidssubsidie voor zzp’ers. Van de 115.000 mensen die tot nu toe de bijdrage voor studiekosten ontvingen, is 15% zzp’er.

Inhoudsopgave

Uit cijfers van het UWV blijkt ook dat veel aanvragen uit de zakelijke dienstverlening komen. In deze sector werken relatief veel zzp’ers. De zakelijke dienstverlening is goed voor bijna 15% van de aanvragen.

Bereid je voor op 1 september

Op 1 september begint een nieuwe aanvraagronde voor STAP-budget. Wil je in aanmerking komen, dan is het verstandig je aanvraag alvast voor te bereiden. Volgens NU.nl was het totale budget in de vorige ronde binnen 2,5 uur op. Ook de eerste keer was het geld binnen enkele uren vergeven.

Wat is STAP-budget?

De afkorting STAP staat voor Stimulering ArbeidsmarktPositie. Deze subsidieregeling bestaat sinds dit jaar en vervangt de fiscale aftrek voor studiekosten. STAP is bedoeld als stimulans voor werkenden en werkzoekers om zichzelf te laten om- of bijscholen.

Je kunt één keer per jaar STAP-budget krijgen met een maximum van 1.000 euro (inclusief btw). Zo kun je een cursus met korting of soms zelfs helemaal gratis volgen. UWV keert het bedrag direct uit aan de opleider.

Zo vraag je STAP-budget aan

Je kunt de subsidie niet voor elke opleiding gebruiken. Kijk dus eerst op deze website welke scholing voldoet aan de voorwaarden. Als jij op 1 september budget aanvraagt, moet de opleiding uiterlijk in januari beginnen.

Heb je een opleiding, cursus op training gevonden? Meld je dan eerst aan. Daarna ontvang je automatisch een digitaal STAP-aanmeldingsbewijs van de opleider.

Vervolgens ga je naar het STAP-portaal van UWV. Je vraagt het STAP-budget aan en uploadt het aanmeldingsbewijs. Na goedkeuring maakt het UWV het bedrag over aan de opleider.

Administratie en bedrijfskosten

Als zzp’er mag je jouw zakelijke studiekosten nog steeds aftrekken van de winst. Zzp’ers voeren in hun administratie zowel de subsidie als de kosten van de opleiding op. Moet je zelf nog iets bijbetalen omdat jouw opleiding meer kost dan het STAP-budget? Dan mag je het verschil als bedrijfskosten opgeven.

Controles en voorwaarden

Het UWV controleert binnen drie maanden nadat je jouw studie hebt afgerond of jij en de opleider aan de voorwaarden hebben voldaan. Volgens UWV lopen er verschillende onderzoeken en zijn inmiddels meer dan 600 opleidingen die niet voldeden uit het register verwijderd.

Het budget is beschikbaar voor alle Nederlandse EU-burgers (of partners van EU-burgers) ouder dan 18 jaar en jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd. Je moet minstens 6 maanden in Nederland verzekerd zijn voor de volksverzekeringen.

Elke twee maanden een nieuwe inschrijfronde

Je hebt dit jaar vijf keer kans om dit budget aan te vragen. Sinds 1 maart kun je om de twee maanden in aanmerking komen voor STAP-budget. In de subsidiepot zit in totaal 160 miljoen euro. Volgend jaar stelt de overheid 200 miljoen euro beschikbaar verdeeld over 6 tijdvakken.

Bron: Zipconomy

Categorieën
Nieuws Subsidieadvies

Slim investeren vóór het einde van het jaar met de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)

Het einde van het jaar nadert, en dit betekent vaak een drukke periode voor veel ondernemers. Maar het is ook dé kans om nog fiscale voordelen te benutten en je bedrijf klaar te stomen voor groei in het nieuwe jaar. De Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) bied je de mogelijkheid om slim te investeren in bedrijfsmiddelen en daarbij flink te besparen op je belasting. Door nu actie te ondernemen, kun je je winst verlagen, investeren in je bedrijf en tegelijkertijd je belastingdruk verminderen. Maar dan moet je wel op tijd zijn. Dus waar wacht je nog op?

Wat is de KIA en waarom is het belangrijk?

De KIA is een aantrekkelijke belastingaftrek die bedoeld is om ondernemers te stimuleren te investeren in bedrijfsmiddelen. Dit zijn zaken die je nodig hebt om je bedrijf draaiende te houden, zoals machines, gereedschappen, of digitale tools.

Hieronder vind je een overzicht van de tarieven en bedragen voor de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) in 2024:

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 2024 Bron: Belastingdienst – Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 2024

Belangrijk: Om in aanmerking te komen voor de KIA, moet je in een jaar minimaal €2.800 (exclusief btw) uitgeven aan investeringen. Hoe meer je investeert (tot een bepaald maximum), hoe groter het belastingvoordeel.

Hoe werkt het?

Stel dat je in 2024 investeert in een nieuwe softwaretool van €3.000. Dankzij de KIA mag je een deel van deze investering aftrekken van je winst. Dit betekent minder belasting betalen én een waardevolle toevoeging aan je bedrijf.

Let op: Niet alle bedrijfsmiddelen komen in aanmerking. Zaken als grond, goodwill en auto’s voor privégebruik zijn uitgesloten. Check daarom altijd de lijst van de Belastingdienst of vraag hulp van je CijferAdviseur.

Waarom nu investeren in de KIA?

Het einde van het jaar is hét moment om je investeringen van het afgelopen jaar nog eens goed onder de loep te nemen. Misschien heb je al investeringen gedaan, maar is het slim om deze nog aan te vullen zodat je boven de drempel van €2.800 uitkomt en van de KIA kunt profiteren. Door je investeringen goed bij te houden, krijg je inzicht in wat je al hebt bereikt en waar er nog ruimte ligt om te optimaliseren.

Door samen te werken met een boekhouder of een CijferAdviseur zorg je ervoor dat je administratie altijd op orde is en kun je optimaal profiteren van de fiscale voordelen.

1. Breng je behoeften in kaart

Welke tools, machines of andere bedrijfsmiddelen heeft jouw bedrijf nodig? Kijk naar wat je processen kan versnellen, verbeteren of verduurzamen.

Voorbeeld: Werk je met verouderde apparatuur? Een nieuwe printer of productieapparaat kan niet alleen je efficiëntie verbeteren, maar ook fiscaal voordeel opleveren.

2. Maak een investeringsplan

Zorg dat je een duidelijk overzicht hebt van wat je wilt kopen en wat het gaat kosten. Houd rekening met de minimale drempel van €2.800 excl. btw én de mogelijkheden voor extra belastingvoordeel bij verduurzaming (zoals de MIA of EIA).

3. Combineer slim

Als je al bijna aan de drempel zit, overweeg dan een extra investering om de €2.800 te halen. Kleine aankopen kunnen hierbij helpen, zoals software, gereedschap of kantoormeubilair.

Goed om te weten: zakelijke uitgaven lager dan €450 exclusief btw mag je in principe in één keer aftrekken. Duurdere zaken moet je over meerdere jaren afschrijven. De kosten die gemaakt zijn bij de oprichting van je bedrijf kun je ook aftrekken.

Andere aftrekopties die je niet mag missen

Naast de KIA zijn er andere interessante fiscale regelingen waar je van kunt profiteren. Hier zijn er een paar die mogelijk op jouw situatie van toepassing zijn:

Energie-investeringsaftrek (EIA)

Investeer je in energiebesparende bedrijfsmiddelen, zoals zonnepanelen of isolatie? Dan kun je via de EIA een deel van je investering aftrekken én besparen op energiekosten.

Milieu-investeringsaftrek (MIA)

Voor ondernemers die kiezen voor milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen, zoals duurzame machines of elektrische voertuigen, biedt de MIA belastingvoordelen. De MIA en KIA kun je vaak combineren.

Willekeurige afschrijving (Vamil)

Met de Vamil mag je zelf bepalen hoe en wanneer je afschrijft op milieuvriendelijke investeringen. Handig als je cashflow wilt optimaliseren.

Hoe bereid je je investeringen voor?

Succesvol investeren is meer dan een aankoop doen. Hier zijn drie praktische tips om je voor te bereiden:

  1. Controleer je budget: Zorg dat je financiële ruimte hebt om te investeren. Overweeg leasing of externe financiering als je eigen middelen beperkt zijn.
  2. Kies slimme bedrijfsmiddelen: Ga voor investeringen die direct waarde toevoegen aan je bedrijfsvoering, zoals automatisering, verduurzaming of uitbreiding.
  3. Werk met een CijferAdviseur: Een financieel plan opstellen, je investeringen fiscaal optimaliseren, of gewoon sparren over je mogelijkheden? Wij denken graag met je mee.

De tijd dringt: haal meer uit je jaar

Met de feestdagen in zicht is nu hét moment om nog snel te profiteren van fiscale voordelen. Door strategisch te investeren in je bedrijf kun je niet alleen groeien, maar ook je belastingdruk verlagen. De KIA is een mooie eerste stap, maar vergeet de andere regelingen niet. Ze kunnen jouw investeringen nog waardevoller maken.

Ben je benieuwd wat er mogelijk is voor jouw onderneming? Neem vandaag nog contact op met een CijferAdviseur. Samen zorgen we dat jij maximaal profiteert van jouw investeringen en fiscale voordelen.

Categorieën
Nieuws Subsidieadvies

Slim subsidie aanvragen voor je bedrijf: stap-voor-stap uitleg

Heb je mooie plannen om te groeien of te innoveren, maar mis je net dat extra duwtje in de rug op financieel gebied? Dan kan een subsidie de oplossing zijn! Zowel de overheid als de EU bieden allerlei regelingen die je als ondernemer kunnen helpen. Toch vraagt het aanvragen van subsidies om een gedegen aanpak en wat tijdsinvestering. In dit artikel laten we je zien hoe je succesvol een subsidie aanvraagt en valkuilen vermijdt.

1. Begin met onderzoek naar beschikbare subsidies

Niet elke subsidie is relevant voor jouw plannen. Daarom start je met gericht onderzoek. Denk aan de Subsidie- en Financieringswijzer van RVO. Zo ontdek je welke regelingen passen bij jouw sector, regio of innovatie-initiatieven, zoals duurzaamheid en technologie. Kies je regeling zorgvuldig om tijdsverlies te voorkomen. 

Het is belangrijk om gericht te zoeken naar subsidies die specifiek aansluiten bij jouw bedrijfsdoelen. Dit betekent dat je moet nadenken over de aard van je project: gaat het om innovatie, duurzaamheid, internationalisering of bijvoorbeeld scholing van personeel?

Elke categorie kan andere subsidies met zich meebrengen. Neem de tijd om de verschillende regelingen grondig door te nemen en vergelijk ze op basis van hun voorwaarden en eisen. Door deze vergelijking weet je beter waar je kansen liggen en welke subsidies de grootste kans van slagen hebben voor jouw specifieke situatie.

Tip: Vergeet niet dat sommige subsidies lokaal zijn, andere nationaal of Europees. Let goed op de vereisten en details per regeling. Het kan nuttig zijn om ook contact op te nemen met lokale instanties die mogelijk minder bekende regelingen aanbieden die specifiek op jouw regio zijn gericht.

2. Lees de voorwaarden grondig door

Heb je een interessante regeling gevonden? Duik dan in de kleine lettertjes. Zo weet je precies of jouw bedrijf en project aan de vereisten voldoet. Belangrijke vragen zijn onder meer: krijg je het geld vooraf of achteraf? En hoe moet je de uitgaven verantwoorden?

Een subsidieaanvraag kan vaak een complexe procedure zijn, met allerlei voorwaarden en vereisten. Neem daarom voldoende tijd om de voorwaarden van de regeling grondig door te nemen. Dit kan betekenen dat je goed moet begrijpen welke kosten subsidiabel zijn, welke criteria gelden voor de uitvoering van het project en welke resultaten er verwacht worden. Door dit goed te bestuderen voorkom je teleurstellingen en weet je precies wat je moet aanleveren om succesvol te zijn.

Praktisch voorbeeld

Een subsidie kan alleen gelden voor specifieke kosten, zoals onderzoek uren. Zorg dus dat je je goed inleest. Sommige subsidies gelden enkel voor bepaalde typen uitgaven, zoals materiaalkosten of loonkosten. Het is wel zo fijn om hier vooraf goed van op de hoogte te zijn, zodat je niet achteraf ontdekt dat bepaalde kosten niet gedekt worden en je met onverwachte kostenposten blijft zitten.

3. Schrijf een sterke aanvraag

Subsidieaanvragen verlopen meestal via online platforms van de subsidieverstrekker. Hiervoor heb je vaak eHerkenning nodig. Je dient documenten aan te leveren, zoals een projectplan, een financiële onderbouwing en soms ook extra bijlagen.

Het schrijven van een sterke subsidieaanvraag is een kunst op zich. Een goed projectplan is meer dan alleen een opsomming van wat je van plan bent. Het moet duidelijk laten zien hoe jouw project aansluit bij de doelstellingen van de subsidie. Waarom is jouw project relevant? Welke impact verwacht je te maken? Zorg dat je helder kunt uitleggen welke problemen je oplost, welke innovaties je doorvoert, en vooral waarom de subsidie noodzakelijk is om deze doelen te bereiken.

Let op: Een goed onderbouwd businessplan met heldere doelen, budgetten en verwachte resultaten is niet snel gemaakt. Onvolledige aanvragen worden vaak afgewezen. Neem de tijd om alle onderdelen van de aanvraag gedetailleerd uit te werken en laat deze eventueel controleren door een collega of expert. Zorg ook dat je aanvraag overtuigend en logisch is opgebouwd, zodat de beoordelaars zonder moeite kunnen volgen waarom jouw project de investering waard is.

Een goede aanvraag bevat daarnaast duidelijke financiële ramingen: hoeveel geld heb je nodig, waaraan ga je het besteden, en welke andere financieringsbronnen heb je? Subsidieverstrekkers willen vaak zien dat je zelf ook in het project investeert, zodat zij zeker weten dat je je volledig inzet voor een succesvolle uitvoering.

4. Plan genoeg tijd in voor de procedure

Vanwege de complexiteit van de aanvraag en de verwerkingstijd door de subsidie-instantie kan het maanden duren voordat je een beschikking ontvangt. Probeer deadlines goed te managen en wees voorbereid op een mogelijke vragenbrief voor aanvullende informatie.

Subsidieaanvragen zijn vaak gebonden aan strikte deadlines. Als je te laat bent, moet je mogelijk een heel jaar wachten voordat je weer kunt aanvragen. Maak daarom een gedetailleerde planning, waarin je niet alleen rekening houdt met de deadline voor de aanvraag zelf, maar ook met de tijd die je nodig hebt om de aanvraag op te stellen, documenten te verzamelen en eventuele feedback van collega’s te verwerken. Wees ook voorbereid op vertragingen bij de subsidieverstrekker; sommige instanties hebben een lange doorlooptijd vanwege het hoge aantal aanvragen.

Het is ook nuttig om alvast een tijdspad uit te stippelen voor de uitvoering van het project, inclusief mijlpalen. Subsidieverstrekkers zijn vaak geïnteresseerd in hoe je je project plant en welke stappen je gaat nemen om de doelen te bereiken. Een goed uitgewerkt tijdspad kan je aanvraag versterken.

5. De beschikking: wat nu?

De subsidieverstrekker beoordeelt je aanvraag en geeft een beschikking. Is het positief? Dan staat het toegekende bedrag, de uitbetalingstermijn en de voorwaarden hierin vermeld. Bij een negatieve beschikking kun je bezwaar maken. Instructies staan in het besluit.

Als je aanvraag wordt goedgekeurd, is dat fantastisch nieuws! Maar hiermee ben je er nog niet. Zorg dat je goed op de hoogte bent van de voorwaarden die verbonden zijn aan de subsidie. Vaak moet je tussentijds rapporteren over de voortgang van het project, en in sommige gevallen worden er specifieke eisen gesteld aan hoe en wanneer je het geld mag uitgeven.

Mocht de beschikking negatief zijn, geef dan niet meteen op. Je kunt bezwaar maken tegen het besluit, en soms loont het om met de subsidieverstrekker in gesprek te gaan. Het kan zijn dat bepaalde onderdelen van je aanvraag niet duidelijk genoeg waren, of dat er onduidelijkheden waren over de criteria. Door bezwaar te maken en aanpassingen te doen, kun je wellicht alsnog de subsidie binnenhalen.

6. Houd je administratie op orde

Het ontvangen van een subsidie brengt ook verplichtingen met zich mee. Je moet namelijk aantonen wat je met het geld doet. Dit betekent gedetailleerde verslaglegging van activiteiten en uitgaven. Bij projectafsluiting volgt een einddeclaratie.

Een goede administratie is onmisbaar als je subsidie ontvangt. Je moet elk uur dat aan het project besteed is, elke uitgave en elke activiteit nauwkeurig bijhouden. Niet alleen omdat de subsidieverstrekker dit van je vraagt, maar ook omdat een goede administratie je helpt om zelf overzicht te houden over de voortgang van je project en je financiën.

Finale stap: Zorg dat je altijd een sluitende administratie hebt voor eventuele controle, zelfs na projectafronding. Subsidieverstrekkers kunnen op elk moment besluiten om een controle uit te voeren, soms zelfs jaren na afronding van het project. Het is daarom belangrijk dat je alle documenten, facturen en verslagen goed bewaart. Maak gebruik van boekhoudsoftware of digitale systemen om ervoor te zorgen dat je altijd alles bij de hand hebt.

Een praktische tip is om vanaf het begin van het project een aparte map of dossier aan te maken waarin je alle relevante documenten opslaat. Zo voorkom je dat je achteraf moet zoeken naar stukken die je nodig hebt voor de eindverantwoording. Dit kan een hoop stress en gedoe besparen, vooral bij grotere projecten.

Efficiënt subsidiebeheer: hoe CijferAdvies en Dynova je kunnen helpen

Subsidies kunnen een wereld van verschil maken voor ondernemers, maar het proces vergt tijd en aandacht. Gelukkig sta je er niet alleen voor. Onze CijferAdviseurs en onze partners bij Dynova helpen je met elk aspect van het subsidieaanvraagtraject: van het kiezen van de juiste regeling tot het indienen van de einddeclaratie. Wij zorgen voor een soepel proces en de juiste ondersteuning, zodat jij je kunt focussen op wat echt belangrijk is: het laten groeien van je bedrijf.

Wil je meer weten over ons subsidieadvies of hoe wij je kunnen helpen? Neem gerust contact met ons op!

Categorieën
Nieuws Subsidieadvies

Subsidieronde cyberweerbaarheid voor kleine bedrijven weer van start

Vanaf 2 september kunnen micro- en kleine ondernemingen opnieuw subsidie aanvragen via de regeling ‘Mijn Cyberweerbare Zaak’. Deze subsidie helpt bij de aanschaf en implementatie van cyberweerbaarheid maatregelen. Het Digital Trust Center (DTC) van het ministerie van Economische Zaken stelt dit jaar 1 miljoen euro beschikbaar. Hiermee krijgen kleine ondernemingen financiële steun in hun strijd tegen cyberdreigingen. De afgelopen jaren is het aantal cyberaanvallen op kleine bedrijven namelijk flink toegenomen.

Waarom deze subsidie hard nodig is

Steeds meer bedrijven krijgen te maken met cyberaanvallen. Er ontstaat een ‘cyberweerbaarheidskloof’ tussen de maatregelen die kleine bedrijven nemen en de toenemende cyberdreigingen. Dit blijkt uit de Cybersecuritymonitor van het CBS en het advies van de Cyber Security Raad. Elk jaar horen we weer verhalen van ondernemers die niet goed genoeg beschermd zijn. Het ministerie hoopt dat het verlagen van de financiële drempel kleine bedrijven aanspoort om actie te ondernemen. Veel bedrijven hebben bijvoorbeeld hun basisbeveiliging nog niet op orde hebben. Ze hebben een lagere cyberweerbaarheid dan wenselijk is. 

Cybercriminelen richten zich vaak op kleinere bedrijven omdat zij minder goed beveiligd zijn. Denk bijvoorbeeld aan phishing, ransomware en hacking. Uit onderzoek blijkt dat een groot deel van de cyberaanvallen eenvoudig voorkomen had kunnen worden door basismaatregelen te treffen. Dat kan al door die irritante 2factor authenticatie en sterkere wachtwoorden gedaan worden. Houd daarnaast je software up-to-date en maak regelmatige back-ups. Met deze subsidie worden ondernemers hopelijk gepusht om eindelijk die noodzakelijke stappen zetten.

Een extra zetje voor ondernemers

Het Digital Trust Center (DTC) stimuleert ondernemers om hun cyberweerbaarheid te verbeteren. Ze doen dit door praktische voorlichting, zelfscans en het delen van ervaringen van ondernemers die slachtoffer zijn geworden van een cyberaanval. Toch blijkt niet elke ondernemer hierdoor direct actie te ondernemen.

Uit een pilot in 2023 blijkt dat vooral een financiële prikkel nodig is om kleine bedrijven aan te zetten tot betere cyberweerbaarheid. Daarom heeft het DTC besloten de subsidieregeling opnieuw te openen, met een budget van 1 miljoen euro, zodat meer bedrijven in staat zijn maatregelen te nemen.

Subsidie voor cyberveilige maatregelen

De subsidie is bedoeld voor zelfstandige ondernemers en mkb-bedrijven met maximaal vijftig medewerkers en een jaaromzet tot 10 miljoen euro. Zij kunnen vijftig procent van de kosten voor de aanschaf of implementatie van cyberveiligheidsmaatregelen terugkrijgen, met een maximum van €1.250 per aanvraag.

Maatregelen die in aanmerking komen voor subsidie zijn onder andere:

  • Het beveiligen van netwerktoegang
  • Het gebruik van antivirussoftware
  • Het maken en testen van back-ups
  • Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E)
  • Cyber awareness-trainingen

Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst, tot het volledige subsidiebudget is uitgeput. Aanvragen kunnen ingediend worden via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Hoe werkt een cyberaanval? Een voorbeeld

Een ondernemer uit de horeca werd vorig jaar slachtoffer van een ransomware-aanval. Door een simpele phishingmail wisten cybercriminelen toegang te krijgen tot de bedrijfsnetwerken en alle gegevens te versleutelen. Zonder toegang tot de klantendatabase en reserveringssystemen lag het bedrijf weken stil. Dankzij het tijdig inschakelen van experts kon de schade beperkt blijven, maar het herstel kostte alsnog duizenden euro’s.

Dit voorbeeld laat zien hoe groot de impact van cyberaanvallen kan zijn. Veel ondernemers realiseren zich pas hoe kwetsbaar ze zijn als het te laat is. Met de subsidie en maatregelen kunnen bedrijven voorkomen dat ze in dezelfde situatie terechtkomen.

Wij helpen je op weg

Het aanvragen van subsidies kan soms ingewikkeld zijn, maar wij staan klaar om je te helpen. Wij helpen je graag bij de aanvraagprocedure en zorgen ervoor dat je niets over het hoofd ziet. Of je nu vragen hebt over de aanvraagprocedure of ondersteuning nodig hebt bij de voorbereiding van de subsidieaanvraag. Wij kunnen je begeleiden.

Hoewel wij geen cybersecurity-experts zijn, kunnen wij je in contact brengen met de juiste specialisten. Zij helpen je met advies en ondersteuning om je bedrijf goed te beveiligen tegen cyberdreigingen. Of het nu gaat om het kiezen van de juiste maatregelen of de implementatie ervan, wij zorgen ervoor dat je klaar bent om cyberaanvallen te voorkomen.

Tips voor een succesvolle subsidieaanvraag

  • Bereid je aanvraag goed voor door een overzicht te maken van de kosten die je wilt dekken.
  • Zorg dat je op tijd bent met je aanvraag. Het budget wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst.
  • Informeer je goed over de maatregelen en eisen van de subsidie. Wil je in aanmerking komen, dan wil je zeker weten dat je de juiste stappen zet.

Categorieën
Nieuws Subsidieadvies

Welke subsidies en regelingen zijn belangrijk voor ondernemers?

Ondernemen in het huidige economische klimaat kan uitdagend zijn. Gelukkig zijn er tal van subsidies en regelingen beschikbaar die ondernemers kunnen ondersteunen. Of je nu net begint of al jarenlang een bedrijf runt, het kennen van deze financiële hulpmiddelen kan het verschil maken. In dit artikel bespreken we de belangrijkste subsidies en regelingen waar ondernemers van kunnen profiteren.

1. Lagere onderzoek en ontwikkelingskosten met de WBSO

De WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) biedt ondernemers financiële ondersteuning voor onderzoek en ontwikkeling (R&D). Deze subsidie verlaagt de loonkosten en andere R&D-gerelateerde uitgaven, wat innovatie binnen bedrijven stimuleert.

Voordelen van de WBSO:

  • Verlaging van loonkosten voor R&D-personeel.
  • Terugvordering van kosten voor materialen en prototypes.

Gebruikmaken van de WBSO kan je R&D-kosten aanzienlijk verminderen en je innovatiekracht vergroten. Meer informatie vind je op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Er zijn voorwaarden verbonden aan deze subsidie.

2. Belastingvoordeel met MIA/Vamil voor verduurzaming

De MIA (Milieu-investeringsaftrek) en Vamil (Willekeurige afschrijving milieu-investeringen) bieden belastingvoordelen voor ondernemers die investeren in milieuvriendelijke en duurzame bedrijfsmiddelen. Deze regelingen stimuleren duurzame bedrijfsvoering door belastingvoordelen te bieden voor groene investeringen. Controleer de Milieulijst om te zien welke investeringen voldoen.

Voordelen van MIA/Vamil:

  • MIA: Tot 45% van de investeringskosten aftrekbaar van de winst.
  • Vamil: Tot 75% van de investeringskosten afschrijven op een zelfgekozen tijdstip.

Met deze subsidies en regelingen verlaag je je belastingdruk en draag je bij aan een duurzamere toekomst. Netto leveren de twee regelingen samen een voordeel op van maximaal 14% van het investeringsbedrag, waardoor investeren in duurzaamheid nog aantrekkelijker wordt voor ondernemers.

3. Bespaar energie met investeringssteun (ISDE)

De Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) is een regeling die ondernemers financieel ondersteunt bij de aanschaf van duurzame energieoplossingen, zoals warmtepompen, zonneboilers en biomassaketels.

Met de ISDE kunnen bedrijven een deel van hun investering terugkrijgen, waardoor de drempel voor het verduurzamen van hun bedrijfsprocessen wordt verlaagd. Deze subsidie behoort tot een pakket aan subsidies en regelingen die bijdragen aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de overheid. Het levert je niet alleen een kostenbesparing op energie op, maar het vermindert de uitstoot van CO2. Win-win voor de overheid.

4. Onderpand voor een lening via BMKB

Er zijn meerdere subsidies en regelingen die helpen met het verkrijgen van krediet of een lening. Zo is er de BMKB regeling. Met de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) kunnen ondernemers gemakkelijker financiering verkrijgen voor hun bedrijf. De overheid staat hierbij borg voor een deel van het krediet dat een ondernemer afsluit bij de bank of financier.

Dit geeft banken meer zekerheid, waardoor ze eerder geneigd zijn om leningen te verstrekken aan ondernemers, ook als zij minder onderpand kunnen bieden. Door de BMKB wordt de toegang tot financiering vergemakkelijkt en kunnen ondernemers hun groei- en investeringsplannen realiseren.

Vraag je een lening aan als startende ondernemer of ga je verduurzamen? Dan zin er nog betere voorwaarden beschikbaar via de BMKB.

5. Ga innoveren via een lening

Ga je een innovatief product of innovatieve dienst ontwikkelen? Dan heeft de overheid een Innovatiekrediet beschikbaar. Het is een financieringsinstrument van de overheid dat zich richt op het stimuleren van innovatieve projecten binnen bedrijven.

Ondernemers kunnen het Innovatiekrediet gebruiken om risicovolle en technisch complexe innovatieprojecten te financieren. Het krediet biedt ruimte voor het ontwikkelen van nieuwe producten, processen of diensten die kunnen bijdragen aan de groei en concurrentiekracht van het bedrijf.

Het Innovatiekrediet wordt verstrekt in de vorm van een lening met gunstige voorwaarden en kan worden gebruikt voor zowel de technische ontwikkeling als de marktintroductie van innovaties.

6. Gebruik een kennisvoucher voor toegang toot vakkennis

Je hebt een idee, maar er ontbreekt vakkennis binnen je netwerk of organisatie? Vraag dan een Kennisvoucher voor innovatie (MIT) aan. De Kennisvoucher is een subsidie die valt onder de regeling MIT (Mkb Innovatiestimulering Topsectoren). Met deze voucher kunnen mkb-bedrijven externe kennis inkopen om hun innovatieprojecten te versnellen.

Denk hierbij aan het inhuren van een expert, consultant of onderzoeksinstelling om specifieke kennis of expertise binnen te halen die nodig is voor de verdere ontwikkeling van het project. Met dit soort subsidies en regelingen hoopt de overheid innovatie te versnellen en ondersteunen.

De Kennisvoucher biedt financiële ondersteuning voor deze externe kennisopbouw, waardoor mkb-ondernemers toegang krijgen tot de juiste expertise om hun innovatieambities waar te maken.

Subsidieadvies op maat nodig?

Bij CijferAdvies komen we regelmatig aan tafel bij ondernemers. Daar komt vaak naar voren dat het lastig is om te begrijpen welke subsidies interessant zijn voor hen. Een administratiekantoor 2.0 hoort volgens ons ook hiermee ondernemers proactief te helpen.

We hebben vaak inzicht in de cijfers, waardoor we wel kunnen inschatten welke subsidies interessant zijn. Daarom bieden wij ook subsidieadvies op maat aan. Eerst zelf wat onderzoek doen? Bezoek dan het Ondernemersplein voor een totaal overzicht van de beschikbare subsidies en regelingen.

Categorieën
Nieuws Subsidieadvies

SLIM-subsidie vanaf 1 maart beschikbaar voor mkb

Vanaf 1 maart 2024 kunnen individuele mkb-ondernemingen opnieuw SLIM-subsidie aanvragen. Het aanvraagtijdvak loopt van vrijdag 1 maart 2024, 9.00 uur tot en met donderdag 28 maart 2024, 17.00 uur.

Elke aanvrager kan tijdens dit aanvraagtijdvak maximaal één subsidieaanvraag indienen. De volgorde van behandeling van de aanvragen wordt bepaald door middel van een loting. Registratie via het Subsidieportaal van Uitvoering van Beleid is vereist vóór indiening van de aanvraag.

Alleen volledige aanvragen worden in behandeling genomen. Meer informatie over de vereisten waaraan een aanvraag moet voldoen, is hier beschikbaar.

Wijzigingen per 1 januari

Met ingang van 1 januari zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd in de SLIM-subsidie. Deze wijzigingen betreffen details; de hoofdlijnen van de regeling blijven ongewijzigd.

Het onderdeel ‘de doorlichting van de onderneming’ van de SLIM-subsidie is uitgebreid. Hierdoor kan de subsidie nu ook worden verstrekt voor doorlichtingen die gericht zijn op het inzichtelijk maken van andere ontwikkelbehoeften. Hiermee wordt geprobeerd om de leerrijke werkomgeving te versterken. Je kunt bijvoorbeeld gebruik maken van een leercultuurscan. Daarmee wordt er een diagnose gemaakt, waardoor ondernemingen hun eigen leercultuur kunnen meten en analyseren.

Het nieuwe begrip ‘L&O-methode’ (in artikel 1) is verduidelijkt. Hierdoor heb je eerder duidelijk wanneer een methode in aanmerking komt voor subsidie. De L&O-methode staat voor structurele inbedding van leer- en ontwikkelactiviteiten. Het is primair gericht op het aanleren van nieuwe vaardigheden, kennis en beroepshoudingen van werkenden in de onderneming.

Voorbeelden hiervan zijn:

  • Het opzetten van een bedrijfsschool
  • Een online leeromgeving
  • Een digitaal kennis- en leerportaal
  • Het ontwikkelen van leerlijnen of e-learning
  • Een systeem van periodieke ontwikkelgesprekken
  • De introductie van leerambassadeurs

Hoger maximaal uurtarief externe adviseurs

Voor subsidies die in 2024 worden aangevraagd, geldt een maximum uurtarief van €135 exclusief btw voor externe adviseurs.

Bron: Ministerie SZW, 23 februari 2024

Categorieën
Nieuws Subsidieadvies

Prinsjesdag 2023: Belangrijke Wetsvoorstellen rondom EIA MIA en VAMIL

Investeringen in milieuvriendelijke en energiebesparende bedrijfsmiddelen zijn tegenwoordig een topprioriteit. Om dit te bevorderen, spelen de MIA- en Vamilregelingen (V&A) een cruciale rol in het aanmoedigen van milieu-investeringen door ondernemers.

Hier volgen de drie belangrijkste wetsvoorstellen van het Kabinet met betrekking tot de EIA, MIA en VAMIL die relevant kunnen zijn voor jou als ondernemer:

  1. Uitstel van Vervaldatum voor EIA, MIA en Vamil tot 1 januari 2029
  2. Verhoogde budget voor de MIA blijft sowieso nog twee jaar
  3. EIA-aftrekpercentage daalt naar 40% in 2024

1. Uitstel van Vervaldatum voor EIA, MIA en Vamil tot 1 januari 2029

Deze regelingen waren oorspronkelijk gepland om op 1 januari 2024 te eindigen, maar het Belastingplan 2024 verlengt de termijn tot 1 januari 2029. Dit biedt ondernemers meer tijd om gebruik te maken van de voordelen die deze regelingen bieden.

MIA- en VAMIL-percentages blijven constant in 2024

Voor 2024 blijven de percentages van de MIA ongewijzigd op 27%, 36%, en 45%. Deze regelingen bevorderen investeringen in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen, maar vergeet niet dat de MIA niet gecombineerd kan worden met de energie-investeringsaftrek (EIA).

Om aanspraak te maken op de MIA-regeling, dien je te investeren in bedrijfsmiddelen die vermeld staan in de Milieulijst van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Raadpleeg deze lijst en verkrijg extra informatie over de regelingen op www.rvo.nl/miavamil.

2. Verhoogde budget voor de MIA blijft sowieso nog twee jaar

Het verhoogde budget voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) blijft minstens nog twee jaar van kracht, zoals bevestigd door Staatssecretaris Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat. Het demissionaire kabinet gaat een onderzoek uitvoeren om te bepalen of de MIA moet blijven bestaan als fiscale regeling of dat deze omgezet moet worden naar een directe subsidie.

De MIA- en Vamilregelingen zijn ontworpen om investeringen in milieuvriendelijke initiatieven van ondernemers aan te moedigen. De percentages voor de MIA zijn daarom in 2022 aanzienlijk verhoogd en bedragen momenteel 27% (was 13,5%), 36% (was 27%) en 45% (was 36%). Met de Vamil-regeling kunnen investeringen op elk willekeurig moment worden afgeschreven, met een beperking van 75%. Om van deze regelingen gebruik te kunnen maken, dienen bepaalde voorwaarden te worden nageleefd.

MIA en Vamil zijn doeltreffend

Uit de vijfjaarlijkse evaluatie blijkt dat de MIA en Vamil regelingen effectief zijn gebleken. In de periode van 2017 tot 2021 zijn er bijna €11 miljard geïnvesteerd in milieuvriendelijke projecten. Het evaluatierapport bevat het voorstel om het verhoogde budget voor de MIA (gericht op het verduurzamen van het mkb) structureel voort te zetten, met een begroting van €48 miljoen in 2024 en €50 miljoen vanaf 2025. Het kabinet heeft besloten om dit voorstel voor de komende twee jaar te accepteren.

Milieulijst actualiseren

De onderzoekers stellen voor om de doeltreffendheid van belastingvoordelen in vergelijking met directe subsidies, vooral voor de MIA, nader te onderzoeken. Ze bevelen ook aan om de Milieulijst strenger te actualiseren en de uitgifte van goedkeuringen onder te brengen bij RVO. Het kabinet zal werken aan het verbeteren van de Milieulijst en vervolgonderzoek uitvoeren op basis van deze suggesties.

3. EIA-aftrekpercentage daalt naar 40% in 2024

De EIA is bedoeld voor ondernemers die willen investeren in energiezuinige verbeteringen voor hun bedrijf. Het kabinet heeft eerder dit jaar aangekondigd dat zowel het bedrag dat je kunt aftrekken als het maximale investeringsbedrag per bedrijf vanaf 2024 omlaag zouden gaan. In het Belastingplan staat nu dat het percentage wordt verlaagd naar 40%. Hierdoor worden de overschrijdingen van het beschikbare budget in voorgaande jaren verkleind, met €45 miljoen in 2024, €50 miljoen in 2025 en €55 miljoen in 2026.

Voorwaarden om van de EIA te profiteren

Om aanspraak te maken op de EIA zijn er enkele voorwaarden waaraan voldaan moet worden:

  • Het investeringsbedrag moet minimaal €2.500 per bedrijfsmiddel bedragen.
  • Het bedrijfsmiddel mag niet eerder zijn gebruikt.
  • Het bedrijfsmiddel moet vermeld staan op de Energielijst.

EIA blijft zeker tot 1 januari 2029

Uit eerdere onderzoeken blijkt dat de Energie-investeringsaftrek (EIA) goed werkt om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, hoewel niet iedereen er evenveel baat bij heeft. De onderzoekers stellen voor om de EIA toegankelijker te maken voor kleinere bedrijven. Het kabinet is het hiermee eens en wil de EIA in ieder geval tot 1 januari 2029 voortzetten. Tegen die tijd zal worden besloten of de regeling wordt behouden of vervangen door directe subsidies. In 2024 zal het kabinet de Tweede Kamer informeren over deze beslissing.

Categorieën
Duurzaam ondernemen & subsidies Nieuws Subsidieadvies

Subsidieregeling Topsector Energie (TSE) vanaf 3 beschikbaar

Vanaf 3 juli is het mogelijk voor ondernemingen en kennisinstellingen om de Subsidieregeling Topsector Energie (TSE) aan te vragen. Deze subsidie heeft als doel de ontwikkeling van kleine innovaties te stimuleren die bijdragen aan de verduurzaming van gebouwen en huizen.

Een subsidie voor de kleinere innovaties

Ondernemingen en kennisinstellingen kunnen door middel van subsidies innovaties inzetten om bewoners en eigenaren te helpen met het verduurzamen van woningen en gebouwen. Voorheen waren veel kleinere innovaties uitgesloten van subsidie, omdat de subsidieregeling Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) alleen ruimte bood voor grotere projecten.

Daarom is de subsidieregeling Topsector Energie (TSE) opgezet om kleinschalige, kortlopende innovatieprojecten niet langer buiten beschouwing te laten. Ondernemingen en kennisinstellingen komen in aanmerking voor deze subsidie als hun innovatieve duurzaamheidsidee voor een gebouw binnen drie jaar tot een eerste gebruik in Nederland leidt.

Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend bij de RVO vanaf 3 juli tot en met 5 september. Ondernemingen en kennisinstellingen die bewoners en gebouweigenaren ondersteunen, kunnen per project maximaal €500.000 subsidie ontvangen.

Hulp nodig bij je aanvraag? Neem contact op met je CijferAdvies kantoor of Adriaan Koppens.