0342-400639 | info@cijferadvies.nl

Kwade bedoeling plus correcte uitkomst is vrijspraak

Als een ondernemer opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting indient om btw terug te vragen waar hij geen recht op heeft, kan hij in ernstige gevallen een strafrechtelijke boete krijgen. Als de fiscus echter beleidsmatig de onterechte vooraftrek niet naheft, mag de strafrechter evenmin een boete opleggen, aldus advocaat-generaal P.J. Wattel.

Een B.V. had prepaid telefoonkaarten ingekocht bij een andere vennootschap, die daarover btw had gefactureerd en afgedragen. De B.V. trok de gefactureerde btw af. Volgens de facturen die zij opstelde, verkocht zij ruim 40% van de telefoonkaarten aan een Belgisch bedrijf. In werkelijkheid ging het om afnemers in Rotterdam. Deze afnemers verkochten de prepaidkaarten weer door in Nederland. Onder deze omstandigheden had de B.V. de voorbelasting niet mogen aftrekken. De strafrechter van Hof Arnhem-Leeuwarden zag hierin reden om de B.V. te veroordelen tot een boete van zo’n € 500.000.

Beleid van niet-naheffen

De B.V. ging in cassatie tegen de hofuitspraak. De advocaat-generaal (A-G) constateert dat de Belastingdienst beleidsmatig de onterechte vooraftrek bij verkoop van multipurpose telefoonkaarten niet naheft. De concurrenten van de B.V. krijgen dus evenmin voor onterechte vooraftrek een naheffingsaanslag opgelegd. Kennelijk is geen sprake van een belastingnadeel, zo meent de A-G. De belastingrechter heeft bovendien onherroepelijk geoordeeld dat de inspecteur niet van de B.V. mag naheffen.

Aangifte was per saldo correct

Onder deze omstandigheden heeft de aangifte van de B.V. niet geleid tot een te laag bedrag aan heffing, zo redeneert de A-G. Het standpunt van de B.V. dat haar aangifte per saldo niet te laag was is, achteraf bezien niet alleen pleitbaar, maar zelfs rechtskundig correct. In dat geval is geen sprake van opzet. Hoe fout de bedoelingen van de B.V. ook waren, achteraf bezien blijkt het fiscale effect vrijwel nihil. Het OM heeft bovendien na nietigverklaring van de tenlastelegging van valse facturen daarvoor niet opnieuw gedagvaard. De A-G komt al met al tot de conclusie dat vrijspraak onvermijdelijk is.

Wet: art. 69, tweede lid AWR

Bron: Parket bij de Hoge Raad 26 november 2019 (gepubliceerd 28 november 2019), ECLI:NL:PHR:2019:1198, 17/00929

Bron: Taxence

De CijferWijzer

Ontvang onze wekelijkse nieuwsbrief met het laatste nieuws op het gebied van ondernemen, financiële zaken en administratie.