Categorieën
Fiscale optimalisatie Fiscale tips & valkuilen Groei & strategie Nieuws

Waarom je winst stijgt maar je bedrijf niet vooruitkomt

Je winst stijgt, maar het voelt niet als vooruitgang. Er blijft minder ruimte over dan je op basis van het resultaat zou verwachten. Investeringen voelen zwaarder, buffers groeien niet mee en privé-opnames vragen meer afweging dan voorheen. Dat is geen toeval. Het betekent meestal dat je bedrijf winst maakt op papier, terwijl de daadwerkelijke ruimte afneemt. Kosten, investeringen en timing zijn uit elkaar gaan lopen. Het resultaat oogt gezond, maar het verhaal erachter klopt niet meer.

Schijnwinst ontstaat wanneer cijfers technisch kloppen, maar economisch onvoldoende vertellen. Winst laat zien wat er is gebeurd, niet of je bedrijf ruimte opbouwt voor wat er komt. Als je winst stijgt maar je ruimte niet, stuur je op cijfers die vooral laten zien wat er was, niet wat er komt.

Inhoudsopgave

Waarom winst als stuurgetal steeds minder betrouwbaar wordt

De afgelopen jaren hebben het speelveld structureel veranderd. Kosten zijn blijvend omhooggegaan, contracten zijn aangepast en loonstijgingen blijken geen tijdelijke correctie, maar een nieuw uitgangspunt. Veel ondernemers hebben daarop geanticipeerd met hogere tarieven, efficiënter werken en scherpere kostenbewaking. Dat was logisch en noodzakelijk.

Toch klopt de rekensom steeds vaker niet. Dat komt doordat winst sneller misleidt dan vroeger. Inflatiecijfers vlakken af, maar jouw bedrijf draait niet op gemiddelden. Het draait op je loonlijst, je inkoopafspraken, je vaste lasten en het moment waarop geld binnenkomt en weer vertrekt.

Daar ontstaat de vertekening. Je cijfers kijken terug, terwijl je kosten al vooruitlopen.

De stille optelsom achter schijnwinst

Schijnwinst ontstaat zelden door één duidelijke oorzaak. Het is bijna altijd een combinatie van ontwikkelingen die elkaar versterken.

Kosten blijven hoog. Lonen, huur, energie en software keren niet terug naar het niveau van een paar jaar geleden. Tegelijk lopen afschrijvingen achter op de economische werkelijkheid. Je schrijft af op prijzen van toen, terwijl je straks vervangt tegen prijzen van nu.

Daarbovenop slokt groei vaak geld op. Meer omzet betekent meer voorraad, meer openstaande facturen en een hogere btw-druk. Het gevolg is dat je resultatenrekening er netjes uitziet, terwijl je kasruimte langzaam krimpt. Dat verschil wordt zichtbaar zodra je verder kijkt dan het resultaat alleen.

Hoe schijnwinst je dagelijkse keuzes langzaam onder druk zet

Schijnwinst kondigt zich niet luid aan. Het zit niet in één groot moment, maar in een reeks kleine beslissingen. Je stelt investeringen uit, niet omdat ze onnodig zijn, maar omdat het financieel ‘even niet lekker voelt’. Je twijfelt bij prijsverhogingen, terwijl je weet dat je kosten al geruime tijd zijn gestegen. En je ziet dat de winst hoger is dan vorig jaar, maar merkt tegelijk dat de buffer nauwelijks meegroeit.

Dat zorgt voor een continue spanning in het ondernemen. Niet omdat het slecht gaat, maar omdat elke keuze net wat meer weegt dan zou moeten. Wat vaak voelt als ‘hoe ondernemen nu eenmaal gaat’, blijkt in de praktijk het gevolg van sturen op resultaat zonder vooruit te rekenen.

Waarom slimme ondernemers hier toch steeds opnieuw intrappen

Schijnwinst is zelden het gevolg van slechte beslissingen. Juist ondernemers die hun zaakjes goed op orde hebben, lopen hier tegenaan. Dat komt doordat winst jarenlang een betrouwbaar stuurgetal was. Als het resultaat klopte, klopte het bedrijf.

Die logica werkt steeds minder. Kosten verschuiven structureel, investeringen worden duurder en timing wordt belangrijker dan ooit. Toch rekenen veel bedrijven onbewust nog met aannames uit een andere periode. Met prijsmodellen, marges en buffers die ooit logisch waren, maar dat nu niet meer zijn.

Daar zit de valkuil. Niet in onkunde, maar in vertrouwen op cijfers die hun voorspellende waarde deels hebben verloren.

Schijnwinst inzichtelijk maken in je eigen cijfers

Schijnwinst wordt niet zichtbaar met extra administratie, maar door andere vragen te stellen.

Niet alleen hoeveel omzet je draait, maar wat er per uur, per klant of per product overblijft. Niet één keer per jaar, maar periodiek.

Leg het resultaat naast de cashflow en kijk waar het geld vastzit. In debiteuren, in voorraad of in de timing van belastingen. Bekijk afschrijvingen kritisch en stel jezelf de vraag wat vervanging straks echt kost. Niet boekhoudkundig, maar economisch.

Zonder deze vragen blijft schijnwinst onzichtbaar, tot het moment waarop het begint te knellen.

Een rekenvoorbeeld dat verdacht veel lijkt op de praktijk

Stel dat je bedrijf € 120.000 winst maakt. Dat voelt comfortabel. Op basis daarvan verwacht je ruimte om te investeren, af te lossen en privé op te nemen.

Maar kijk wat er in hetzelfde jaar gebeurt. Je debiteuren lopen op met € 40.000. Dat geld heb je wel verdiend, maar nog niet ontvangen. Je voorraad groeit met € 25.000. Dat is omzet in wording, maar het geld zit vast in spullen. Daarnaast los je € 30.000 af op leningen. Dat raakt je liquiditeit, maar niet je winst. Daarbovenop komen piekbetalingen voor btw en loonheffingen.

Onder de streep verdwijnt er in dit voorbeeld ruim € 95.000 aan liquiditeit, terwijl je resultaat € 120.000 winst laat zien. Op papier verandert er niets. In de praktijk blijft er weinig ruimte over.

En dan zijn toekomstige vervangingsinvesteringen nog niet eens meegenomen. Die komen later, maar drukken wel degelijk op de ruimte die je vandaag denkt te hebben. Zo wordt zichtbaar waarom winst maken iets anders is dan financiële rust.

Sturen op ruimte in plaats van op winst: de keuze die rust geeft

Schijnwinst vraagt niet om harder werken of nóg meer omzet najagen. Het vraagt om scherper kijken en om het besef dat winst een signaal is, geen eindpunt.

Wie ruimte wil houden, kijkt verder dan de resultatenrekening. Die kijkt naar echte marges, naar cashflow en naar wat investeringen straks werkelijk kosten. Die baseert prijsbeslissingen niet op wat al gebeurd is, maar op wat eraan komt. En die maakt ten minste één scenario voor als het tegenzit, niet uit angst, maar om overzicht te houden.

Een paar fundamentele vragen brengen daarbij meer helderheid dan welke rapportage ook:

  • Verdienen we geld, of schuiven we het probleem vooruit?
  • Kan dit bedrijf zichzelf over een paar jaar nog vervangen tegen de prijzen van dan?
  • Wordt onze winst vandaag gefinancierd door de toekomst?

Schijnwinst is geen fout in je administratie. Het is informatie. De vraag is alleen wat je ermee doet. Blijf je sturen op cijfers die vooral terugkijken, of gebruik je ze om ruimte te bouwen voor de toekomst? Wie dat verschil begrijpt, onderneemt met meer rust en maakt betere keuzes.

Categorieën
Duurzaam ondernemen & subsidies Fiscale optimalisatie Fiscale tips & valkuilen Nieuws

Wat gebeurt er als je auto straks geen youngtimer meer is?

De youngtimerregeling gaat waarschijnlijk veranderen. Het kabinet heeft een beleidsvoornemen aangekondigd waarbij de leeftijdsgrens verschuift van 15 jaar naar 25 jaar. Als dat doorgaat, verliest een grote groep zakelijke auto’s zijn youngtimerstatus.

Concreet betekent dit het volgende. Auto’s die nu tussen de 15 en 24 jaar oud zijn en als youngtimer op de zaak rijden, vallen straks niet langer onder de 35‑procentbijtelling over de dagwaarde. Zij vallen dan terug onder de reguliere bijtelling, gebaseerd op de oorspronkelijke cataloguswaarde. Dat verschil kan oplopen tot duizenden euro’s per jaar.

Dit raakt bestaande ondernemerskeuzes. Niet alleen nieuwe aankopen, maar juist auto’s die bewust zijn geselecteerd op basis van stabiele fiscale regels. Wie nu alleen afwacht, krijgt straks de uitkomst gepresenteerd. Wie nu rekent, houdt regie.

Inhoudsopgave

Wat er speelt

De feiten: de youngtimerregeling verandert

Tot nu toe was de youngtimerregeling helder en jarenlang stabiel. Een auto werd fiscaal aangemerkt als youngtimer zodra deze vijftien jaar of ouder was, gerekend vanaf de datum eerste toelating. Vanaf dat moment gold een bijtelling van 35 procent over de actuele dagwaarde. Die systematiek was jarenlang een vaste basis onder veel ondernemerskeuzes.

In recente beleidsvoorstellen wordt deze grens echter verhoogd. De instapleeftijd voor de youngtimerregeling verschuift naar vijfentwintig jaar. Dat betekent dat auto’s die nu tussen de vijftien en vierentwintig jaar oud zijn, hun youngtimerstatus verliezen zodra de wijziging ingaat. Zij vallen dan terug op de reguliere bijtellingsregels, waarbij de oorspronkelijke cataloguswaarde weer leidend wordt.

Dit is geen detailwijziging. Het effect op de bijtelling kan fors zijn, zeker bij auto’s die destijds nieuw een hoge cataloguswaarde hadden. Voor een groot deel van het mkb kan dit leiden tot een structureel hogere fiscale last.

De huidige werking van de regeling en de achtergrond daarvan zijn uitgebreider toegelicht bij de uitleg over de youngtimerregeling op cijferadvies.nl/youngtimer-regeling-luxe-rijden-minder-belasting.

Waarom dit voor verwarring zorgt

De verwarring ontstaat doordat twee ontwikkelingen door elkaar lopen. Enerzijds was er altijd het moment waarop een auto economisch minder aantrekkelijk werd door oplopende kosten, veranderend gebruik of onderhoud. Dat is van alle tijden en vraagt om periodiek heroverwegen.

Anderzijds verandert nu de spelregel zelf. Ondernemers die hun keuze bewust hebben gebaseerd op een vaste fiscale regeling, worden geconfronteerd met een beleidswijziging die losstaat van hun eigen gebruik of kostenstructuur. Dat verklaart waarom het gevoel ontstaat dat een auto ineens geen youngtimer meer is, terwijl de oorzaak niet in de auto zit maar in de definitie.

Waarom dit belangrijk is voor mkb’ers

Voor veel mkb’ers en dga’s is de keuze voor een youngtimer een bewuste en doordachte ondernemersbeslissing geweest. Comfortabel rijden tegen een beheersbare bijtelling, met voorspelbare fiscale gevolgen. Die keuze was rationeel en goed te onderbouwen binnen de toen geldende regels.

Als de leeftijdsgrens daadwerkelijk verschuift, komt die onderbouwing onder druk te staan. De auto blijft dezelfde, maar de fiscale behandeling wordt fundamenteel anders. Dat heeft directe gevolgen voor de maandlasten, de winstpositie en vaak ook voor het netto privé-inkomen. Zonder dat de ondernemer iets aan zijn gebruik of rijgedrag heeft aangepast.

Daarmee is dit geen abstract beleidsnieuws, maar een wijziging die bestaande keuzes opnieuw relevant maakt en vraagt om herberekening.

Wat je nu kunt doen

Ga er niet automatisch vanuit dat een youngtimer die nu fiscaal aantrekkelijk is, dat straks ook blijft. Neem die onzekerheid expliciet mee in je keuzes.

Optie 1: doorrijden en het effect accepteren

De eerste route is niets veranderen. Je blijft rijden zoals je nu doet en accepteert dat de bijtelling straks fors hoger kan worden. Dat kan een bewuste keuze zijn, bijvoorbeeld als de auto verder goed past bij je gebruik of als de hogere kosten op te vangen zijn binnen je resultaat. Voorwaarde is wel dat je het effect vooraf doorrekent en niet pas schrikt wanneer de aanslag volgt.

Optie 2: herpositioneren vóór de wijziging

Een tweede mogelijkheid is nu al anticiperen op het nieuwe speelveld. Dat kan betekenen dat je overstapt naar privé rijden met kilometervergoeding, of dat je kiest voor een andere auto waarvan de fiscale gevolgen beter aansluiten bij het verwachte beleid. Deze route wordt vaak gekozen door ondernemers die flexibiliteit willen houden en verrassingen willen voorkomen.

Optie 3: versneld afbouwen

De derde route is versneld afbouwen van de huidige situatie. Sommige ondernemers kiezen ervoor hun huidige situatie af te bouwen voordat de wijziging ingaat. Niet omdat de auto niet meer bevalt, maar om te voorkomen dat zij straks vastzitten aan een kostenstructuur die niet meer past bij hun onderneming of privépositie.

Welke route logisch is, hangt af van gebruik, inkomen, liquiditeit en plannen voor de komende jaren. Het gaat er niet om wat de beste optie is in algemene zin, maar om een keuze die past bij jouw cijfers.

Wie dit goed wil aanpakken, kijkt verder dan de auto alleen. De gevolgen raken je winst, je liquiditeit en vaak ook je positie als dga. Door scenario’s door te rekenen en de impact inzichtelijk te maken, voorkom je dat beleid jouw keuzes dicteert.

Cijfers doen niets uit zichzelf. Pas als je ze gebruikt om vooruit te kijken, geven ze richting.

Categorieën
Fiscale tips & valkuilen Nieuws Salarisadministratie

Loonheffingen 2026 Waarom je payroll in december al moet kloppen

Loonheffingen 2026 raken iedere mkb-ondernemer met personeel. Niet pas volgend jaar, maar nu. Wat je in december vastlegt aan contracten, vergoedingen en payrollinstellingen bepaalt of je 2026 start met rust of met herstelwerk.

De Belastingdienst publiceerde de Nieuwsbrief Loonheffingen 2026. Daarin staan wijzigingen die per 1 januari direct doorwerken in je loonadministratie. Denk aan vergoedingen die anders worden beoordeeld, regelingen die strakker worden toegepast en voordelen die alleen gelden als timing en vastlegging kloppen.

Voor jou betekent dit drie dingen. Eén: vaste afspraken worden sneller belast loon als de onderbouwing niet klopt. Twee: loonkostenvoordelen vragen meer discipline in aanvraag en dossiervorming. Drie: internationale en flexibele afspraken staan nadrukkelijker onder toezicht.

Voor dga’s komt daar nog iets bij. Veel afspraken lopen via jou, soms informeel. Juist dan wil je vooraf zeker weten dat wat logisch voelt, administratief ook standhoudt.

Inhoudsopgave

Wat er speelt bij loonheffingen 2026

De Nieuwsbrief Loonheffingen 2026 is het startpunt voor het nieuwe loonjaar. Het document wordt later nog aangevuld, maar de richting is duidelijk. De Belastingdienst scherpt regels aan en legt accenten op onderdelen die in de praktijk vaak fout gaan.

Het gaat onder meer om wijzigingen rond de RVU-regeling, de fietsregeling, extraterritoriale kosten en loonkostenvoordelen. Dat zijn geen details. Het zijn precies de plekken waar afspraken, payroll en administratie uit elkaar kunnen lopen.

Dat gebeurt zelden bewust. Meestal ontstaan fouten omdat personeelsafspraken logisch voelen, maar administratief anders moeten worden vastgelegd.

Loonkosten blijven bewegen

Tegelijkertijd blijft de loonsom onder druk staan. Cao-lonen zijn in 2025 opnieuw gestegen en ook het minimumloon gaat per 1 januari 2026 omhoog.

Die beweging werkt door in salarisschalen, toeslagen en onderhandelingen. Ook als je boven het minimum betaalt. Voor veel mkb-ondernemers betekent dit dat loonkosten structureel een grotere rol spelen in de marge.

Waarom dit belangrijk is voor mkb-ondernemers

Afspraken worden cijfers

In het mkb worden personeelsafspraken vaak pragmatisch gemaakt. Snel schakelen, maatwerk leveren, vertrouwen op de relatie.

Maar elke afspraak eindigt uiteindelijk als een cijfer in de loonadministratie. En dat cijfer moet kloppen volgens de regels van de loonheffingen. Als HR-afspraken niet goed zijn vertaald naar payroll, ontstaat er risico. Dat zie je meestal niet direct, maar wel bij een correctie of controle.

Loonkostenvoordelen vragen timing

Regelingen zoals het loonkostenvoordeel laten zien hoe belangrijk timing is. Instroomdatum, doelgroep en aanvraagmoment moeten precies kloppen. Een kleine afwijking kan betekenen dat het voordeel vervalt, terwijl je er wel op rekende.

Internationale medewerkers vragen onderbouwing

Bij extraterritoriale kosten en expatafspraken kijkt de Belastingdienst nadrukkelijk naar de onderbouwing. Niet alleen wat je vergoedt, maar waarom je dat doet en hoe dit is vastgelegd.

Zonder goed dossier moet je achteraf reconstrueren. Dat kost tijd, leidt tot discussie en zorgt zelden voor een beter resultaat.

Wat je nu kunt doen

Maak het concreet. Dit zijn stappen die je als ondernemer deze maand al kunt zetten.

Begin met een overzicht van alle personeelsafspraken die doorlopen naar 2026. Pak arbeidscontracten, vaste vergoedingen en aanvullende afspraken erbij en leg ze naast de payrollinstellingen. Klopt wat is afgesproken ook met wat wordt verloond?

Kijk daarna specifiek naar vaste vergoedingen. Vraag jezelf per vergoeding af waarom deze wordt uitgekeerd en waar de onderbouwing ligt. Is die nog actueel, of gebaseerd op aannames van een paar jaar geleden?

Bepaal vervolgens wie binnen je organisatie verantwoordelijk is voor wijzigingen. Niet alleen voor het afspreken ervan, maar ook voor de verwerking. Eén eigenaar voorkomt dat HR, payroll en administratie langs elkaar heen werken.

Sluit af met een korte check op regelingen en voordelen die in 2026 wijzigen. Welke medewerkers vallen hieronder en wat betekent dat financieel? Dan weet je vooraf waar bijsturen nodig is, in plaats van achteraf corrigeren.

Zo start je 2026 met rust in je loonadministratie

Wij kijken niet alleen naar de loonstrook, maar juist naar de afspraken erachter. Daar ontstaat het verschil tussen een soepele verwerking en herstelwerk achteraf.

Samen met JiglerHR zorgen we dat HR-afspraken en administratie direct op elkaar aansluiten. JiglerHR borgt contracten, personeelsdossiers en HR-afspraken. Wij vertalen die afspraken naar correcte loonheffingen en een sluitende administratie.

De Nieuwsbrief Loonheffingen 2026 is geen document om te bewaren voor later. Het is een signaal om nu te controleren of alles nog klopt. Wie dit in december goed regelt, start 2026 met rust. En met cijfers die doen wat ze moeten doen.

Categorieën
Fiscale tips & valkuilen Nieuws

Fiscale bedrijfsopvolgingsplanning: zo bereid je jouw bedrijf en vermogen tijdig voor

Bedrijfsopvolging is geen momentopname. Je schuift niet van de ene op de andere dag aandelen door. Het vraagt voorbereiding, keuzes en een structuur die past bij je toekomst. De recente wijzigingen in BOR en DSR maken dat nog zichtbaarder. Ze leggen bloot hoe belangrijk het is dat jouw eigendom, vermogen en familieafspraken goed georganiseerd zijn.

Dit artikel geeft je een tijdloze blik op fiscale bedrijfsopvolgingsplanning. Actuele regels haak je aan, maar het draait vooral om de langere lijn: hoe zorg je dat je bedrijf overdraagbaar blijft, dat je opvolger financieel kan instappen en dat jij privé vooruit kunt.

Inhoudsopgave

Wat er speelt in fiscale bedrijfsopvolging

De BOR voorkomt directe schenk- of erfbelasting over ondernemingsvermogen. De DSR schuift box‑2‑heffing door. Beide regelingen moeten continuïteit mogelijk maken. De overheid scherpt ze regelmatig aan om te zorgen dat ze worden gebruikt waarvoor ze bedoeld zijn: echte bedrijfsopvolging.

De recente lijn in wetgeving laat dat goed zien. De overheid heeft voor 2026 concrete wijzigingen doorgezet die direct ingrijpen op bedrijfsopvolging. De kern van die verandering: alleen volwaardig aandeelhouderschap telt nog mee. Daarmee verschuift de aandacht van slimme vormen naar daadwerkelijke zeggenschap.

Actueel betekent dit onder meer:

  • Alleen gewone aandelen vanaf vijf procent tellen mee voor BOR en DSR.
  • Preferente aandelen en participaties zonder volwaardig eigenaarschap vallen buiten de regeling.
  • Herstructureren vlak voor overdracht wordt strenger beoordeeld en moet aantoonbaar bedrijfseconomisch zijn.
  • Constructies die puur op voordeel zijn gericht, worden actief afgebouwd.

Deze aanpassingen maken het speelveld duidelijker én strenger. Overdracht draait voortaan meer om de feitelijke machtsverhoudingen in een bedrijf dan om technische vormen. Dat vraagt van ondernemers dat ze eerder naar hun structuur kijken en bewuste keuzes maken over eigendom en zeggenschap.

Waarom dit altijd belangrijk is voor mkb’ers

Veel familiebedrijven werken met verweven structuren. Ouders hebben preferente aandelen. Kinderen een klein belang. Medewerkers een stukje participatie. Zolang iedereen weet wie waarvoor staat, werkt dat prima. Totdat overdracht in beeld komt.

Dan grijpt de fiscale realiteit in. Een belang onder vijf procent telt niet mee. Preferente aandelen worden anders behandeld dan gewone. Bezits- en voortzettingstermijnen bepalen of een planning haalbaar is. Box‑2‑druk beïnvloedt je privéruimte.

Daarom gaat bedrijfsopvolging nooit alleen over regels. Het raakt drie lijnen tegelijk:

  1. De structuur van je bedrijf: wie bezit wat en waarom.
  2. De tijdlijn: wanneer wil je overdragen en welke termijnen spelen mee.
  3. Je privétoekomst: wat heb je nodig na overdracht en hoe sluit dat aan op je vermogen.

Wat je nu kunt doen

Breng je structuur helder in kaart

Begin met een visuele schets. Teken alle holdings, werkmaatschappijen en belangen uit. Zet erbij welk type aandelen er is, hoe groot elk belang is en welke rollen mensen hebben. Zo zie je waar het wringt.

Werk met scenario’s

Overdracht kent geen standaardvorm. Een opvolger binnen de familie vraagt iets anders dan verkoop aan een derde. Door drie scenario’s naast elkaar te zetten, zie je direct de verschillen in belasting, liquiditeit en positie van jou als ondernemer.

Scenario’s geven richting. Je ziet wat kan, wat niet past en wat moet worden aangepast.

Voorbeeldscenario

Stel: je hebt twee kinderen. Eén werkt mee in het bedrijf, de ander niet. Het meewerkende kind wil op termijn overnemen, maar kan de aandelen niet volledig financieren. Het niet-meewerkende kind wil wel een eerlijke compensatie.

In zo’n geval laat een scenarioanalyse snel zien:

  • hoe de BOR en DSR uitwerken voor beide kinderen
  • hoeveel financiering het ondernemende kind echt kan dragen
  • hoe jij privé uitkomt als je een deel van de waarde uit de onderneming haalt

Zo’n concreet voorbeeld maakt duidelijk welke keuzes logisch zijn: gefaseerde overdracht, een herstructurering vooraf of juist verkoop van een deelbelang aan derden. Scenario’s geven houvast voordat je het gesprek met je familie of adviseurs ingaat.

Combineer fiscale en financiële planning

Opvolging mislukt niet door regels maar door liquiditeit. Een opvolger moet kunnen financieren. Jij moet privé verder kunnen. Box‑2‑heffing moet kunnen worden opgevangen. Daarom werkt een integraal plan met onder meer:

  • waardering van het ondernemingsvermogen
  • simulaties van BOR en DSR volgens de actuele regels
  • financieringsopties voor de opvolger
  • je netto‑inkomen na overdracht

Met deze combinatie stuur je niet op belastingvoordeel maar op haalbaarheid.

Leg afspraken vast

Veel afspraken in familiebedrijven zijn impliciet. Dat werkt jaren goed, totdat belangen uiteenlopen. Leg daarom vroegtijdig vast wat je verwacht, welke rollen je ziet voor betrokkenen en hoe het vermogen wordt verdeeld. Denk aan een familieprotocol, aandeelhoudersovereenkomst en concept‑testament.

De rol van CijferAdvies

Opvolging raakt cijfers én mensen. Daarom leggen we scenario’s naast jaarrekeningen, privévermogen naast ondernemingsdoelen en regels naast toekomstwensen. Samen met onze Associate Partner Ramon maken we een Personal Financial Plan dat verder gaat dan de overdracht zelf.

Je krijgt inzicht in wat de overdracht betekent voor je inkomen, je vermogen, je risico’s en je mogelijkheden. Zo ontstaat rust en richting. Vanuit daar kun je keuzes maken die passen bij je bedrijf én bij je leven buiten de onderneming.

Categorieën
Fiscale tips & valkuilen Nieuws

Luxe rijden, minder belasting betalen: dit is hét moment voor een youngtimer

Rijd je als ondernemer veel zakelijke kilometers en wil je dat doen in een auto met karakter én fiscaal voordeel? Dan is de youngtimer-regeling iets om serieus te overwegen. Hiermee kun je een auto van 15 jaar of ouder op de zaak zetten en flink besparen op de bijtelling. Dat betekent: luxe rijden voor minder geld, zonder in te leveren op comfort of uitstraling.

En laten we eerlijk zijn: een goed onderhouden klassieker op de oprit oogt toch net even anders dan de zoveelste grijze leaseauto. Bovendien is het fiscaal vaak interessanter dan een jong gebruikte auto.

Let op: de regeling wordt vanaf 2026 aangescherpt. De minimumleeftijd voor youngtimers stijgt dan naar 16 jaar, en vanaf 2027 zelfs naar 25 jaar. Dat maakt de komende periode ineens een overgangsjaar voor ondernemers die nog willen profiteren van de huidige regeling.

In dit artikel leggen we je uit hoe de regeling werkt, waar je op moet letten én welke modellen écht de moeite waard zijn. Zodat jij straks niet alleen slim rijdt, maar ook met een glimlach.

Inhoudsopgave

Wat is de youngtimer-regeling?

De youngtimer-regeling is simpel gezegd een slimme fiscale truc voor ondernemers met smaak. Je rijdt een auto van 15 jaar of ouder zakelijk, maar betaalt geen bijtelling over de nieuwwaarde. In plaats daarvan reken je af over de dagwaarde, en dat scheelt serieus geld. Denk: luxe rijden voor het budget van een tweedehandsje.

Voor ondernemers die vaak onderweg zijn en liever een comfortabele, karaktervolle auto rijden dan een doorsnee leasebak, is dit een uitgelezen kans. Auto’s als de BMW 5-serie, Volvo V70 of Audi A6 zijn daardoor ineens verrassend betaalbaar én fiscaal aantrekkelijk.

Wil je weten of dit voor jou interessant is? In dit artikel lees je hoe de regeling werkt, wat de fiscale voordelen zijn en welke modellen in 2025 het populairst zijn onder slimme ondernemers.

Wat is een youngtimer?

Een youngtimer is geen oude auto, het is een goed verhaal op wielen. Technisch gezien gaat het om auto’s tussen de 15 en 25 jaar oud. In de praktijk betekent dat: een voormalige topklasse BMW, Mercedes of Volvo – ooit nieuw voor de prijs van een middenwoning – nu voor een fractie van dat bedrag te koop.

Voor een paar duizend euro rijd je in een auto met leer, comfort, uitstraling én een fiscaal voordeel waar je boekhouder blij van wordt. Kies er wel eentje waarvan de onderhoudshistorie netjes op orde is en laat hem checken door een betrouwbaar autobedrijf. Zo voorkom je verrassingen bij de garage.

Waarom ondernemers massaal voor youngtimers kiezen? Simpel: het rijdt lekker, het oogt professioneel en de fiscale regeling maakt het financieel erg aantrekkelijk. En laten we eerlijk zijn: liever in stijl onderweg, dan onnodig veel bijtellen voor een grijze muis op wielen.

Voor wie is het interessant?

Vooral ondernemers die:

  • regelmatig zakelijk rijden;
  • waarde hechten aan comfort en uitstraling;
  • slim willen omgaan met hun fiscale ruimte.

Let op: de regeling geldt alleen voor auto’s die zakelijk worden gereden en ouder zijn dan 15 jaar. Een recente auto met wat extra kilometers valt dus buiten de boot.

De voordelen op een rij

  • Lage bijtelling: slechts 35% over de dagwaarde.
  • Luxe rijden voor minder: een BMW 5-serie of Volvo V70 uit 2009? Nu wél interessant.
  • Duurzaam: je geeft een auto een tweede leven.
  • Persoonlijk karakter: geen dertien-in-een-dozijn leasebak.

Youngtimer regeling: bijtelling met voordeel

Het klinkt tegenstrijdig: een hoger bijtellingstarief (35%) dan bij nieuwe zakelijke auto’s, maar toch goedkoper uit zijn? Met de youngtimer-regeling werkt het zo. Die 35% geldt namelijk niet over de nieuwwaarde, maar over de dagwaarde van de auto. En dat maakt een wereld van verschil.

Neem een Audi uit 2009 met een oorspronkelijke catalogusprijs van €100.000. De dagwaarde ligt inmiddels ergens rond de €6.000 tot €8.000. Dat betekent dus dat je bijtelling berekend wordt over dat veel lagere bedrag. Tel uit je winst.

Met deze regeling rijd je in een klasse waar je vroeger alleen maar van kon dromen – en dat tegen maandlasten die aanzienlijk vriendelijker zijn dan bij een nieuwe zakelijke auto. En ja, ook volledig elektrische youngtimers vallen onder de regeling. Daarvoor geldt zelfs een bijtellingspercentage van 17%. Al moeten we erbij zeggen: het aanbod is op dit moment nog beperkt.

Meer weten over hoe dit fiscaal voor jou uitpakt? Neem gerust contact met ons op. We rekenen het graag even voor je uit.

Dagwaarde youngtimer bepalen

De fiscale bijtelling voor je youngtimer wordt niet zomaar uit de lucht gegrepen – die wordt gebaseerd op de dagwaarde van de auto. Maar wat is die dagwaarde precies? En belangrijker: hoe bepaal je die op een manier die de Belastingdienst accepteert?

Online rekentools kunnen je een grove schatting geven, maar die stoppen vaak bij auto’s van 15 jaar oud. Voor echt betrouwbare cijfers is een officiële taxatie aan te raden. Die wordt uitgevoerd door een erkende taxateur en levert een rapport op waar je mee kunt aankomen bij de fiscus.

Wil je het simpeler aanpakken? Kijk dan wat soortgelijke modellen kosten bij betrouwbare autohandelaren. De Belastingdienst hanteert als definitie: de prijs die je normaal zou krijgen als je de auto verkoopt. Dus: wat zou jij er vandaag de dag voor neertellen? Dat is de waarde waar je belastingtechnisch mee werkt.

Twijfel je? Laat je auto taxeren. Dat voorkomt vervelende discussies achteraf en geeft je duidelijkheid. Je CijferAdviseur helpt je hier graag bij.

Kosten youngtimer aftrekken van de winst

Rijd je een youngtimer zakelijk? Dan mag je vrijwel alle autokosten van je winst aftrekken: denk aan brandstof, onderhoud, parkeren, tol, de wasstraat en wegenbelasting. Dat betekent: hoe meer zakelijke kilometers, hoe lager je fiscale winst – en dus minder belasting.

Tegelijkertijd betaal je slechts een bijtelling over de (vaak lage) dagwaarde van je auto. Die bijtelling valt in het niet bij de aftrekbare kosten. Je houdt dus netto meer over. Slim geregeld, en helemaal volgens de regels.

Meer weten over welke kosten precies aftrekbaar zijn? Bekijk onze tips over de auto van de zaak.

Normale bijtelling

Even ter vergelijking: rijd je geen youngtimer, maar een nieuwe zakelijke auto? Dan geldt de standaard bijtelling. Voor auto’s met CO₂-uitstoot betaal je 22% over de cataloguswaarde.

Voor elektrische auto’s ligt dat in 2025 iets anders: je betaalt 17% bijtelling over de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde, en 22% over het bedrag daarboven. Stel dat je een elektrische auto rijdt van € 50.000? Dan betaal je 17% over € 30.000 en 22% over de overige € 20.000. Dat voordeel geldt voor vijf jaar, gerekend vanaf het moment dat de auto voor het eerst op naam komt. Daarna vervalt het.

De trend is duidelijk: het belastingvoordeel voor elektrische auto’s wordt langzaam afgebouwd. Vanaf 2026 verdwijnt het lagere bijtellingstarief zelfs helemaal. Ook daarom is een youngtimer – zeker voor de liefhebber – het overwegen waard.

Nieuwe auto van de zaak

Een glimmend nieuwe auto van de zaak klinkt aantrekkelijk. Maar vergis je niet: de bijtelling kan flink oplopen. Zeker bij duurdere modellen loopt dat bedrag al snel in de duizenden euro’s per jaar. En dan hebben we het nog niet eens over de afschrijving – de waarde van de auto daalt zodra je de showroom uitrijdt.

Voor je het weet betaal je fors voor het privilege om een nieuwe auto te mogen rijden, terwijl diezelfde uitstraling en comfort ook mogelijk zijn met een fiscaal vriendelijke youngtimer.

Benieuwd hoe het verschil in bijtelling precies uitpakt? Bekijk de rekentool van MKB servicedesk.

Voorbeeldberekening youngtimer

Laten we het concreet maken.

Stel, je overweegt een nieuwe Audi A6 Avant van zo’n € 70.000. Dan betaal je jaarlijks 22% bijtelling over die cataloguswaarde: € 15.400. Je mag daar ongeveer € 8.000 aan afschrijving tegenover zetten, dus houd je € 7.400 aan bijtelling over – nog zonder alle andere kosten mee te rekenen.

Zet dat eens af tegen een youngtimer als de Audi A8 uit 2007. Luxe uitvoering, goed onderhouden, 150.000 km op de teller, aanschafprijs: € 6.000. De bijtelling? 35% van de dagwaarde = € 2.100. Trek daar een afschrijving van bijvoorbeeld € 1.000 van af, dan blijft er € 1.100 aan bijtelling over.

Het verschil? Maar liefst € 6.300. En zit je in de hoogste belastingschijf, dan scheelt je dat netto ruim € 3.000 per jaar. En het mooie is: elk jaar daalt de dagwaarde – en dus ook je bijtelling. Je voordeel groeit dus mee.

Conclusie: als je je fiscale ruimte slim inzet, kan een youngtimer je duizenden euro’s per jaar besparen. En zeg nou zelf – het rijdt ook gewoon lekkerder.

Werkelijk gebruik

Gebruik je je youngtimer zowel zakelijk als privé? Dan moet je als btw-ondernemer elk jaar btw bijtellen voor het privégebruik. Bij een marge-auto geldt standaard een correctie van 1,5% over de oorspronkelijke cataloguswaarde. Dus als jouw auto destijds € 45.000 heeft gekost, dan tel je jaarlijks € 675 op bij je af te dragen btw.

Maar: het mag ook anders. Je kunt ervoor kiezen om het werkelijke privégebruik te berekenen. Dat kan gunstiger uitpakken, zeker als je auto vooral zakelijk wordt ingezet. Let wel: voor de btw telt woon-werkverkeer ook als privé.

Meer details over deze btw-correctie, inclusief hoe je dat doet als je youngtimer wél btw-belast is, vind je op de site van de Belastingdienst. Of beter nog: vraag het even aan je CijferAdviseur. Dan weet je zeker dat je goed zit.

Youngtimers voor 2025

Elk jaar wordt een nieuwe groep auto’s 15 jaar oud, en dus interessant voor de youngtimer-regeling. In 2025 zijn auto’s uit bouwjaar 2010 aan de beurt. Dat betekent: luxe modellen met moderne techniek én fiscaal voordeel. Een greep uit de leukste opties:

MERK EN MODEL BOUWJAREN YOUNGTIMER IN 2025
Alfa Romeo Giulietta 2010-2014 2010
Audi A8 D4 4-deurs, Sedan 2010-2017 2010
BMW 5-serie F10 4-deurs, Sedan 2010-2016 2010
Citroën DS3 2010-2015 2010
Jaguar XJ X351 2010-2019 2010
Mercedes-Benz E-klasse (W212) Sedan 2010-2016 2010
Mercedes-Benz CLS (C218) 2010-2014 2010
Mini Countryman 2010-2016 2010
Peugeot RCZ 2-deurs, Coupé 2010-2015 2010
Saab 9-5 NG 4-deurs, Sedan 2010-2011 2010
Toyota Land Cruiser 5-deurs, SUV 2010-2014 2010
Volkswagen Touareg II SUV 2010-2018 2010
Volvo S60 II 4-deurs, Sedan 2010-2018 2010
Volvo V60 I 5-deurs, Stationwagon 2010-2018 2010

Deze modellen combineren vaak een hoog uitrustingsniveau met een degelijke bouwkwaliteit. Kies wel voor een exemplaar met een kloppende historie en bij voorkeur van de eerste eigenaar – dat maakt het fiscaal en technisch nog aantrekkelijker.

Wat is de toekomst van de youngtimer regeling?

Dat is nog niet duidelijk. De klimaatdoelstellingen zijn wel duidelijk: in 2030 moet de CO2-uitstoot zo’n 55% minder zijn ten opzichte van 1998. Om die reden gaat het huidige systeem voor motorrijtuigenbelasting op de schop. Vanaf 2030 gaan automobilisten betalen naar gebruik om een bewuster gebruik van de auto te stimuleren. Deze veranderingen zullen ongetwijfeld ook invloed hebben op de youngtimer regeling. Maar tot die tijd kun je deze regeling benutten en voordelig in een mooie youngtimer rijden.

Verder wordt de youngtimer-regeling geleidelijk versoberd. De minimumleeftijd voor youngtimers wordt per 2026 met 1 jaar verhoogd van 15 naar 16 jaar en vanaf 2027 met nog eens 9 jaar naar 25 jaar.

Wil je weten wat dit voor jou betekent? Neem contact op met je CijferAdviseur. Die rekent het graag even met je door.

Categorieën
Bedrijfskundige analyse Eindejaarschecklist Fiscale optimalisatie Fiscale tips & valkuilen Inkomsten- en vennootschapsbelasting Jaarrekening (zzp & BV) Omzetbelasting & btw Rapportages & dashboards

Vermogen in je BV of privé?

In 2026 verandert het speelveld. Box 3 wordt zwaarder, de tegenbewijsregeling is nieuw én de BV-structuur vraagt om betere afwegingen. Wat is voor jou als ondernemer of DGA het slimst: vermogen in privé houden of (deels) onderbrengen in de BV? In dit artikel krijg je helder zicht op de fiscale gevolgen, administratieve eisen en praktische scenario’s. Je leest wat er verandert, hoe je daarop inspeelt en wanneer het loont om tijdig te herstructureren. Geen beleggingsadvies, wél inzicht voor een betere beslissing.

Inhoudsopgave

De nieuwe regels in beeld

In 2026 krijg je te maken met aangepaste regels in box 3, maar de geplande belastingverzwaring is door de Tweede Kamer geschrapt. Tegelijk zijn er nieuwe spelregels zoals de tegenbewijsregeling. Tegelijk blijft de BV-structuur een alternatief, met z’n eigen kosten, tarieven en verplichtingen. Hieronder de kern op een rij. Later in dit artikel laten we zien hoe dit in de praktijk uitwerkt.

Box 3 in beweging: de geplande verzwaring voor 2026 is geschrapt. Het heffingsvrije vermogen wordt volledig geïndexeerd naar € 59.357 per persoon. Voor overige bezittingen (zoals beleggingen en vastgoed) wordt in 2026 uitgegaan van een forfaitair rendement van 6%, belast tegen 36%.

Sinds juli 2025 geldt de tegenbewijsregeling: kun je aantonen dat je werkelijke rendement lager is dan het forfait, dan betaal je minder. Voor beleggers met een laag rendement biedt dat extra ruimte om hun belastingdruk te verlagen.

BV-structuur: winst in de BV wordt belast via de vennootschapsbelasting (Vpb):

  • 19% tot €200.000

  • 25,8% daarboven

Bij uitkering aan privé betaal je vervolgens box 2:

  • 24,5% tot €67.804

  • 31% daarboven (tarieven 2025)

Tel daar de Wet excessief lenen bij op: wie meer dan €500.000 leent van zijn BV, wordt op het meerdere belast in box 2.

Vergelijking in cijfers (2026)

Structuur Belasting laag 1 Belasting laag 2 Totaalbelasting bij uitkering
Box 3 (privé) Forfait 6% × 36% n.v.t. ~2,2% over vermogen
BV (tot €200.000) Vpb 19% Box 2: 24,5% – 31% ~39% – 44% over winst
BV (>€200.000) Vpb 25,8% Box 2: 24,5% – 31% ~44% – 49% over winst

Let op: bij lage rendementen (<3%) kan tegenbewijs in box 3 zorgen voor fors lagere belasting. In de BV kun je kosten aftrekken en dividend spreiden.

Let op: het Belastingplan 2026 is door de Tweede Kamer aangenomen, maar moet nog langs de Eerste Kamer. Bovendien blijft het einddoel een stelsel op basis van werkelijk rendement in 2028. Tussen 2023 en 2028 zijn tussenregimes, tegenbewijs en rechtsherstel van kracht. Dat maakt het extra zinvol om je box-3-positie per jaar te laten doorrekenen.

De fiscale puzzel: BV of privé?

Er is geen one size fits all. De optimale route hangt af van je rendement, je uitdeelbeleid en je vermogensopbouw. Toch kun je op basis van een paar uitgangspunten al goed richting kiezen.

  • Laag rendement (< 3% netto) → privé kan voordeliger zijn, vooral als je gebruikmaakt van de tegenbewijsregeling. Je betaalt dan belasting over het werkelijke (lage) rendement in plaats van het hoge forfait.

  • Hoog rendement (> 6% netto) → de BV-structuur biedt dan vaak meer ruimte. Je kunt kosten aftrekken, de winst gefaseerd uitkeren en zo slim gebruikmaken van de box 2-schijven.

  • Onvoorspelbaar rendement → dan loont het om meerdere scenario’s naast elkaar te zetten. Wat doe je als het rendement tegenvalt? Of juist meezit? Hierin speelt flexibiliteit een grote rol.

Stel: je beheert een portefeuille van €600.000, grotendeels in vastgoed en obligaties.In box 3 val je dan onder het forfait van 6%, terwijl je netto misschien 3 tot 4% overhoudt. Dat forfait kan dus nog steeds hoger liggen dan je werkelijke rendement. Zonder tegenbewijs betaal je dus over een rendement dat je feitelijk niet maakt. In een BV kun je kosten aftrekken en eventueel het dividend uitstellen tot een later (fiscaal gunstiger) moment.

Ander voorbeeld: je verwacht een sterk jaar, met rendement boven de 8%. Dan kan de BV-structuur voordeliger uitpakken, zelfs na Vpb en box 2. Zeker als je niet direct uitkeert, maar reserves opbouwt voor de lange termijn.

Kortom: laat je keuze afhangen van rendement én timing. Reken verschillende scenario’s door, zodat je niet achteraf met een dure verrassing zit.

Administratieve realiteit

Wil je gebruikmaken van de tegenbewijsregeling? Dan moet je in 2025 al beginnen met het registreren van werkelijke rendementen: rente, dividend, waarde mutaties. Die data moeten controleerbaar en goed onderbouwd zijn. Je boekhouder of CijferAdviseur kan hierbij ondersteunen: van het inrichten van een eenvoudige rendementstrack tot het checken van de fiscale onderbouwing.

Kies je voor de BV-structuur? Dan heb je méér administratie nodig, zoals:

  • Correcte Vpb-aangiften
  • Een actuele jaarrekening
  • Dividendadministratie en aangiften in box 2

Ook hier is een boekhouder onmisbaar: hij bewaakt deadlines, stelt de juiste stukken op en voorkomt dat je fiscale voordelen laat liggen of boetes riskeert.

Sta je boven de €500.000 aan leningen bij je eigen BV? Dan moet je dit goed registreren en plannen, om box 2-heffing te beperken. Samen met je adviseur kun je hier een afbouwplan voor maken, bijvoorbeeld via dividend of herstructurering.

En let op: bij obligaties met aangegroeide rente gelden aangepaste regels, met terugwerkende kracht tot 25 augustus 2025. Het is dus belangrijk om ook je historische gegevens op orde te hebben.

Vooruitblik: op weg naar werkelijk rendement (2028)

Vanaf 2028 wil het kabinet box 3 baseren op het werkelijke rendement. Geen forfait meer, maar belasting op wat je écht verdient. Tot die tijd werken we met overgangsjaren, waarin het forfait en het tegenbewijs naast elkaar bestaan. Juist daardoor wordt vooruitkijken belangrijk.

Wat je nú beslist, bijvoorbeeld om beleggingen onder te brengen in een BV, kan over drie jaar ineens nadelig uitpakken. Tegelijk kan tegenbewijs in box 3, dat vandaag aantrekkelijk lijkt, over een paar jaar verdwijnen. Daarom is het slim om met je boekhouder of adviseur vooruit te kijken. Niet alleen naar het tarief van vandaag, maar naar het fiscale speelveld van morgen. Kies niet alleen voor wat nú gunstig lijkt, maar voor wat straks ook nog werkt.

Wat CijferAdvies voor je doet

Bij CijferAdvies combineren we boekhouding 2.0 met proactief fiscaal advies. We denken met je mee over slimme keuzes rondom je BV-structuur, je belastingdruk en je administratie. Geen standaard jaarrekening of achterafcorrectie, maar actief meedenken en vooruit plannen. We blijven weg van vermogensbeheer en beleggingsadvies, maar zorgen er wél voor dat je op basis van actuele cijfers de juiste keuzes maakt.

Wat je van ons mag verwachten:

  • Analyse van je huidige positie in box 3: waar loop je risico, waar liggen de fiscale kansen?
  • Doorrekening van scenario’s: wat betekent het fiscaal als je kiest voor privé of juist voor de BV?
  • Administratie in orde brengen: van rendementsoverzichten tot dividendbesluiten en leningen van de BV.
  • Vooruitkijken naar 2028: hoe stem je je fiscale keuzes nu al goed af op het werkelijke rendement stelsel dat eraan komt?

Heb je naast fiscaal inzicht behoefte aan een breder financieel overzicht? Dan verwijzen we je graag door naar een expert. Zoals onze Associate Partner Ramon Wernsen, die ondernemers helpt met een persoonlijk financieel levensplan. Daarmee koppel je fiscaal inzicht aan toekomstgericht financieel overzicht, zonder dat wij zelf vermogensadvies geven.

Categorieën
E-commerce & Webshops Fiscale optimalisatie Groei & strategie Rapportages & dashboards Webshop administratie

Waarom iedere webshop moet sturen op cijfers

Een webshop draait om snelheid. Bestellingen, voorraad, advertenties, retouren. Alles beweegt tegelijk. Maar achter die snelheid zit een harde waarheid: veel webshops weten niet waar ze precies geld verdienen of verliezen. En dat wordt zichtbaar zodra kosten bewegen. Denk aan stijgende logistieke kosten, hogere fulfilmenttarieven of oplopende retourstromen. Dat sturen op cijfers is belangrijk voor je webshop.

Juist nu is sturen op cijfers belangrijk. Niet om de administratie netjes te houden, maar om richting te kiezen. Je cijfers laten zien waar je marge lekt, waar je ruimte hebt en waar je moet bijsturen. Een boekhouder helpt je die cijfers te lezen alsof het een routekaart is. Zo kun je vooruit kijken in plaats van corrigeren achteraf.

Inhoudsopgave

Wat er speelt: druk op marges en stijgende kosten

De e‑commercemarkt groeit door, maar de rek in de marges wordt kleiner. Uit onderzoek van SRA blijkt dat de winstgroei in het mkb historisch laag is (SRA, 11 juli 2025). Tegelijk stijgen logistieke kosten. Vervoerders en fulfilmentcentra verhogen hun tarieven door hogere loonkosten en brandstofprijzen. In sommige sectoren slokt logistiek al 20 tot 35 procent van de marge op.

Retouren blijven een stille margedrukker. Emerce schreef in oktober 2025 dat de combinatie van retourverwerking en verzending een van de grootste kostenposten in e‑commerce is (Emerce, 8 oktober 2025).

Daar komt bij dat voorraad duurder wordt. Kapitaal zit langer vast in producten terwijl opslag- en financieringskosten oplopen. Ondernemers voelen deze beweging direct in hun cashflow.

Waarom sturen op cijfers belangrijk is voor webshop‑ondernemers

Veel ondernemers ontdekken pas bij de boekhouder hoe hun webshop er echt voor staat. Op papier lijkt de omzet gezond, maar zodra btw, fulfilment, verzending, retouren en platformkosten worden meegerekend, blijkt de werkelijke winst vaak tegen te vallen. Een product dat goed verkoopt, levert soms nauwelijks iets op. Een order waar veel tijd in gaat zitten, kan structureel verliesgevend zijn zonder dat je het doorhebt. En terwijl de omzet stijgt, blijft het banksaldo achter.

Dat gebeurt wanneer je vooral stuurt op verkoopcijfers. Omzet vertelt wat er binnenkomt, niet wat er overblijft. De cijfers onder water laten veel meer zien. Ze tonen je werkelijke brutomarge per product, inclusief alle kosten die onderweg ontstaan. Ze maken zichtbaar wat één order kost, hoe klantgedrag invloed heeft op je marge en hoeveel geld vastzit in voorraad die te lang blijft liggen.

Wie deze cijfers kent, stuurt met rust en richting. Wie ze niet kent, ontdekt te laat waar de winst verdwijnt.

Wat je nu kunt doen

Veel ondernemers weten dat ze ‘meer met hun cijfers moeten doen’, maar niet waar ze moeten beginnen. Het voelt vaak alsof je naar een dashboard kijkt zonder legenda. Juist daarom helpt het om het simpel te houden. Denk niet in rapportages of ingewikkelde tabellen, maar in een paar concrete stappen die je structuur geven en direct inzichten opleveren.

Stap 1: Ontleed je marge per product

Kijk verder dan inkoop en verkoop. Bereken de marge opnieuw met alle kosten die in de praktijk meespelen. Denk aan verzendkosten, verpakkingsmateriaal, fulfilment, betaalkosten en retouren. Leg dit per product vast. Zo zie je meteen welke producten de motor van je webshop zijn en welke producten vooral drukte veroorzaken zonder dat ze iets opleveren.

Stap 2: Bereken de kosten per order

Tijd is geld. Elke order kost handelingen: picken, packen, verwerken, klantenservice en retourbehandeling. Bereken wat een order gemiddeld kost door tijd te meten, tarieven te koppelen en variabele kosten mee te nemen. Webshops schrikken vaak hoeveel euro er per bestelling ‘verdwijnt’ nog voordat er winst wordt gemaakt.

Stap 3: Leg klantgedrag naast je kosten

Niet elke klant is gelijk winstgevend. Leg retourpercentages, orderwaardes en aankoopfrequentie naast je werkelijke kosten. Je ziet dan welke klantgroepen structureel marge opleveren en welke precies het tegenovergestelde doen. Dit helpt bij keuzes in marketing, service en assortiment.

Stap 4: Stel een minimale bestelwaarde vast

Analyseer welke orders onder de streep verlies opleveren. Kleine bestellingen trekken je marge omlaag doordat verzendkosten en handelingen relatief zwaar drukken. Door een ondergrens in te voeren, stuur je je marge direct omhoog zonder dat je prijzen hoeft te verhogen.

Stap 5: Herzie je retourbeleid

Retouren zijn duur. Kijk kritisch naar de oorzaken. Vaak kun je met betere productinformatie, meer foto’s of duidelijkere maatadviezen het retourpercentage verlagen. Overweeg om retourkosten deels door te belasten of om bepaalde productgroepen anders te behandelen. Een paar procent minder retouren kan duizenden euro’s schelen.

Stap 6: Maak drie scenario’s: neutraal, stijgend en stress

Reken door wat er gebeurt als logistieke kosten met vijf procent stijgen. Of als je retourpercentage toeneemt. Of als fulfilment duurder wordt. Scenario’s laten je zien waar je kwetsbaar bent en welke maatregelen direct effect hebben. Het geeft rust om te weten wat er gebeurt voordat het gebeurt.

Stap 7: Maak cijfers een maandelijkse routine

Plan een vast moment om samen met je boekhouder naar dezelfde cijfers te kijken. Twintig minuten is genoeg om afwijkingen te spotten: stijgende kosten, dalende marge, veranderend klantgedrag. Door maandelijks bij te sturen voorkom je dat problemen zich opstapelen en blijf je voor de cijfers uit.

De rol van CijferAdvies

Je kunt veel van de stappen hierboven prima zelf zetten. Dat is juist de kracht ervan. Maar je hoeft het niet allemaal alleen te doen. Voor veel webshops zit de uitdaging niet in het willen, maar in het vinden van tijd. De cijfers liggen er wel, maar raken verspreid over systemen, dashboards en Excel-bestanden. Daardoor duurt het te lang om alles bij elkaar te zetten en verdwijnen belangrijke signalen tussen de regels.

Daar helpen wij bij. Als administratiekantoor 2.0 kijken we verder dan de jaarrekening. We verzamelen de juiste cijfers, koppelen ze aan elkaar en halen ruis weg. We duiken in de cijfers terwijl ze nog bewegen en brengen structuur aan waar het voor jou onoverzichtelijk wordt. Zo zie je sneller waar je marge verdwijnt, welke producten geld kosten in plaats van opleveren en hoe klantgedrag zich ontwikkelt.

Het doel is eenvoudig: minder tijd kwijt zijn aan puzzelen en meer tijd hebben om te ondernemen. Sturen op cijfers is geen luxe. Het is het verschil tussen grip houden en achter de feiten aanlopen. Met de juiste inzichten stuur je rustiger en scherper. Cijfers vertellen je waar je staat. Jij bepaalt waar je heen wilt. En wij helpen je die route helder en haalbaar te houden.

Categorieën
Aandelenoverdracht & overname Bedrijfsopvolging & overname Groei & strategie Ondernemerscoaching Rapportages & dashboards

Kapitaal, kennis of netwerk? Investeerders openen nu deuren voor het mkb

Grote bedrijven reorganiseren. Het mkb groeit. Terwijl beursreuzen krimpen, richten investeerders zich op kleinere bedrijven. Waarom? Omdat het mkb bewijst dat groei ook zonder logge structuren kan. Wendbaar, dicht op de markt en met directe impact.

Voor jou als ondernemer liggen er drie groeikansen klaar: kapitaal om te investeren, kennis om slimmer te werken en netwerken om sneller te schalen. Investeerders zitten er vol mee. Ze zoeken bedrijven die niet per se spectaculair zijn, maar wel degelijk, wendbaar en klaar voor de volgende stap.

Dus: wil je groeien? Dan is dit je moment. Bereid je voor, weet wat je zoekt en zorg dat je cijfers het verhaal vertellen. In dit artikel lees je hoe je investeerders inzet als versneller – en wat er nodig is om dat slim aan te pakken.

Inhoudsopgave

Waarom dit nú speelt

Investeerders zoeken rendement met meer grip. En dat vinden ze steeds vaker bij het mkb. Geen beurskoersen, wel tastbare waarde. Geen logge structuren, maar teams die weten wat er speelt. Het mkb groeit niet ondanks de economische onrust, maar juist dankzij z’n wendbaarheid en nuchtere focus op resultaat.

Uit onderzoek van Brookz blijkt dat in 2025 al 67% van de investeerders actief zoekt naar mkb-deals (Brookz Marktmonitor 2025, maart 2025). Rabobank bevestigt dat beeld: investeerders zoeken ‘echte bedrijven’ met zichtbare cashflow en groeipotentieel (Rabobank Sectorprognose, april 2025).

Volgens CBS is het aantal mkb-transacties met 8% gestegen ten opzichte van vorig jaar (CBS, mei 2025). En de Kamer van Koophandel ziet een plus van 15% in bedrijfsopvolgingen, vooral in de leeftijdsgroep 55+. Ondernemers willen stoppen, maar hebben geen opvolger. Investeerders zien hun kans: ze bieden niet alleen geld, maar ook kennis en continuïteit.

Of je nu op zoek bent naar groeikapitaal, een strategisch klankbord of toegang tot nieuwe klanten: de markt staat open. Mits je goed voorbereid bent.

Waar investeerders nu op letten

Niet elke investeerder brengt hetzelfde mee. De één komt met kapitaal, de ander met kennis of een sterk netwerk. Het draait niet om wie jou het meeste wil, maar wie het beste past bij jouw groeiplan. Zoek je geld om uit te breiden, strategisch advies of nieuwe klanten? Kies een investeerder die dat toevoegt.

Ook andersom geldt: niet elk bedrijf is aantrekkelijk voor investeerders. Ze zoeken mkb’ers die hun cijfers op orde hebben en kunnen laten zien waar de groei zit. Daarbij letten ze op:

  • Structurele winstgevendheid – geen uitschieter, maar stabiele marges over meerdere jaren.
  • Een helder groeiplan – waar gaat het heen, en wat is de rol van de investeerder?
  • Een schoon financieel huis – actuele cijfers, goede boekhouding, kwartaalrapportages.
  • Schaalbaarheid – kun je groeien zonder dat processen vastlopen?

Een onderneming die levert wat ze belooft, scoort hoger dan eentje met pieken en dalen. Juist omdat investeerders méér willen dan rendement. Ze willen meebouwen aan iets stevigs. Denk aan uitbreiding naar nieuwe regio’s, overnames of digitalisering. Maar dat lukt alleen als jij weet wat je nodig hebt – en je dat ook kunt laten zien.

Wat jij nú kunt doen

Wil je de aandacht van investeerders trekken én vasthouden? Dan moet je laten zien dat je niet alleen grip hebt op je cijfers, maar ook weet waar je naartoe werkt. Investeerders zoeken geen wilde plannen, maar solide groei met richting en onderbouwing. Laat zien wat je nodig hebt – kapitaal, kennis of netwerk – en hoe dat jouw bedrijf verder brengt. Begin hier:

  • Zorg dat je rapportages helder en gestructureerd zijn: actueel, begrijpelijk en met scherpe KPI’s waar een investeerder direct mee uit de voeten kan.
  • Laat een waardebepaling uitvoeren. Denk aan de DCF- of multiple-methode, afhankelijk van je type bedrijf en branche. Zo weet je wat je bedrijf echt waard is – en wat een realistische instapwaarde is voor een investeerder.
  • Bepaal of je op zoek bent naar kapitaal, kennis of netwerk. En wees daar scherp in: geld kan iedereen bieden, maar een strategische partner levert meer dan alleen euro’s.
  • Scherp je verhaal aan. Waarom besta je? Wat doe je beter dan de rest? Waar zit de groei? Ondernemers die dit helder kunnen uitleggen, maken sneller verbinding met de juiste investeerder.

Zie een investeerder niet alleen als geldschieter, maar als groeipartner. Misschien heb je vooral kapitaal nodig om te investeren in personeel of machines. Of zoek je juist een investeerder die je wegwijs maakt in een nieuwe markt of toegang heeft tot een relevant netwerk. Weet wat je nodig hebt en stem daar je keuze op af.

Voorbeeld: een ondernemer in de maakindustrie wil zijn productiecapaciteit verdubbelen. Hij zoekt geen algemene financier, maar een investeerder met ervaring in opschalen én contacten in de retail. In drie gesprekken maakt hij duidelijk wat zijn plan is, hoe het rendeert en wat hij verwacht van de ander. Die voorbereiding maakt het verschil.

Hoe CijferAdvies je helpt

Bij CijferAdvies draait het om meer dan boekhouding. We helpen ondernemers vooruit door cijfers begrijpelijk en bruikbaar te maken. Wij zorgen dat je cijfers richting geven. Dat begint bij inzicht: wat is je marge, waar zit je cashflow, hoe schaalbaar is je bedrijf? Vanuit daar bouwen we aan onderbouwde groeiscenario’s en realistische plannen. Geen luchtfietserij, maar een stevig fundament waar ook investeerders op kunnen bouwen.

We ondersteunen je bij:

  • het scherp inzichtelijk maken van cashflow, marge en groeicapaciteit;
  • waardebepaling van je onderneming (DCF, multiple);
  • opzetten van rapportages die investeerders begrijpen én vertrouwen;
  • voorbereiding op gesprekken, inclusief positionering en onderhandeling;
  • juridische en fiscale structuur bij instap van investeerders of opvolgers.

Of je nu wil versnellen, verbreden of voorbereiden op overdracht. Wij helpen je cijfers vertalen naar keuzes. Gericht, realistisch en op jouw tempo. Samen brengen we focus aan in je groeipad. En maken we jouw bedrijf investeerbaar op jouw voorwaarden.

 Bronnen

  1. Brookz Marktmonitor 2025, maart 2025 – www.brookz.nl
  2. Rabobank Sectorprognoses 2025, april 2025 – www.rabobank.nl
  3. CBS Kwartaalrapport Bedrijvendynamiek, mei 2025 – www.cbs.nl
  4. KvK Ondernemerspeiling Bedrijfsopvolging, mei 2025 – www.kvk.nl

Categorieën
Boekhouding & Administratie Groei & strategie Ondernemerscoaching Pensioen & nalatenschap

Continuïteit zonder zorgen: wat elke DGA geregeld moet hebben

Je bent de spil van je bedrijf. Alles loopt via jou: beslissingen, betalingen, klantcontact. Maar wat gebeurt er als jij er plotseling niet bent? Een ongeluk, ziekte of burn-out kan je van de ene op de andere dag uit het spel halen. Zonder volmacht of noodprotocol ligt alles stil — de bank, de boekhouding, zelfs de communicatie met klanten. Dit artikel laat zien wat die kwetsbaarheid betekent voor je bedrijf en hoe je voorkomt dat alles om jou draait. Want een gezonde onderneming blijft draaien, ook als jij even niet aan het roer staat.

Inhoudsopgave

De kwetsbaarheid van het mkb en de continuïteit van je bedrijf

In veel mkb-bedrijven is de DGA het middelpunt. Jij houdt de touwtjes strak in handen: klantcontact, contracten, betalingen, beslissingen. Alles loopt via jou. Dat lijkt efficiënt, maar het maakt je bedrijf kwetsbaar. Want als jij wegvalt, stopt vaak alles. Niemand weet precies hoe de processen lopen, wie waar toegang toe heeft of hoe bepaalde beslissingen worden genomen.

Die afhankelijkheid van één persoon kan een kettingreactie veroorzaken. Betalingen worden niet uitgevoerd, leveranciers wachten op goedkeuring, klanten krijgen geen antwoord. Binnen korte tijd tast dat het vertrouwen in je bedrijf aan. Volgens MKB-Nederland is één op de drie ondernemingen sterk afhankelijk van de eigenaar zelf. Als de DGA onverwacht uitvalt, kan dat niet alleen tot financiële schade leiden, maar ook tot een blijvende deuk in de reputatie van het bedrijf.

Wat er gebeurt bij uitval van de DGA

Stel je rijdt naar een afspraak en belandt door pech of een ongeval in het ziekenhuis. Een paar dagen worden een paar weken. Ondertussen wachten betalingen op goedkeuring, blijven offertes liggen en vraagt de bank om een handtekening. Niemand weet de inloggegevens of heeft een volmacht.

Binnen drie maanden kan dat tot dertig procent omzetverlies leiden, niet door gebrek aan klanten maar door stilstand. Projecten lopen vertraging op, medewerkers missen richting en klanten voelen onzekerheid. Wat begon als een tijdelijk probleem groeit uit tot een risico voor de continuïteit van het bedrijf.

Hier komt het belang van vastlegging en digitale toegankelijkheid om de hoek kijken. Denk aan een veilige digitale kluis, zoals Life After Me, waarin wachtwoorden, contracten en belangrijke documenten veilig bewaard kunnen worden. Zo blijft informatie toegankelijk voor wie tijdelijk jouw rol overneemt. Het geeft houvast, voorkomt paniek en zorgt dat het bedrijf kan blijven draaien, ook als jij er even niet bent.

Voorbereiden zonder paniek

Een continuïteitsplan hoeft geen dik rapport te zijn. Het is vooral praktisch en digitaal goed geregeld. Je legt vast wie, wat en wanneer kan handelen als jij dat even niet kunt. CijferAdvies werkt samen met verschillende Associate Partners om ondernemers stap voor stap te begeleiden bij het inrichten van een veilig, toekomstbestendig continuïteitsplan dat past bij de groeifase van hun bedrijf.

  1. Leg een volmacht of noodprotocol vast.

    Wie mag beslissingen nemen als jij er niet bent? Denk aan een compagnon, familielid of accountant. Leg die bevoegdheden juridisch vast bij de notaris en registreer ze bij de Kamer van Koophandel. Zo voorkom je dat betalingen of contractbeslissingen stilvallen.
  2. Documenteer wat anderen moeten weten.

    Zorg dat cruciale informatie veilig en digitaal toegankelijk is. Gebruik een beveiligde digitale kluis, zoals Life After Me, waarin wachtwoorden, klantgegevens, contracten en bedrijfsprocessen goed zijn opgeslagen. Voeg een korte handleiding toe voor de eerste 48 uur na jouw uitval.
  3. Benoem een waarnemer en verdeel verantwoordelijkheden.

    Een goede waarnemer kent de kern van de organisatie. Bespreek samen wie welke taken overneemt en wie contact onderhoudt met medewerkers en klanten. Dit hoort bij het groeien van je bedrijf: je bouwt een structuur die niet leunt op één persoon.
  4. Controleer en verdeel toegang en mandaten.

    Veel banken, softwarepakketten en overheden (zoals de KvK) werken met persoonlijke inlogcodes. Zorg dat minstens één andere persoon gemachtigd is om betalingen of aangiftes te doen. Zo blijft het bedrijf operationeel, ook als jij er even niet bent.
  5. Breng de verantwoordelijkheden in kaart.

    Wie is verantwoordelijk voor financiën, klantbeheer of leveranciers? Maak dit overzicht helder en digitaal beschikbaar. Het biedt inzicht, rust en continuïteit.
  6. Evalueer periodiek.

    Je bedrijf verandert. Nieuwe medewerkers, software of werkwijzen vragen om een update van je plan. CijferAdvies helpt om deze controles op te nemen in je periodieke bedrijfscheck.

Een middag investeren bespaart weken chaos en maakt je bedrijf sterker. Niet alleen veiliger en beter voorbereid, maar ook volwassener.

De rol van CijferAdvies en groei naar zelfstandigheid

Bij CijferAdvies begint onze rol vaak bij de boekhouding, maar daar stopt het niet. Samen met onze Associate Partners begeleiden we ondernemers in alle groeifasen. We helpen ze om hun bedrijf te organiseren op een manier die niet afhankelijk is van één persoon. Dat begint bij inzicht in de cijfers, maar groeit door naar structuur, planning, verzekeringen, HR en financiële strategie. Zo groeit een onderneming uit tot een organisatie die stevig staat, vooruitkijkt en blijft bouwen aan haar toekomst.

We brengen samen in kaart:

  • welke bevoegdheden en rollen belangrijk zijn;
  • hoe digitale en financiële toegang veilig wordt ingericht;
  • wie verantwoordelijk is voor welke processen;
  • hoe administratieve, juridische en HR-zaken actueel en toegankelijk blijven.

Van afhankelijkheid naar groei

Een sterke organisatie groeit niet alleen in omzet, maar ook in onafhankelijkheid. Naarmate je bedrijf volwassen wordt, hoort daar ook bij dat jij niet langer de spil van alles bent. Delegeren, bevoegdheden delen en processen vastleggen zorgen ervoor dat het bedrijf kan blijven draaien, ook zonder jouw dagelijkse aanwezigheid. Continuïteit en groei horen bij elkaar: een onderneming die zonder de DGA kan functioneren, is klaar voor de volgende fase.

Categorieën
Boekhouding & Administratie Ondernemersadvies & Coaching Software & koppelingen

AI gebruiken in je bedrijf? Dit moet je vastleggen voor 2026

Laten we eerlijk zijn. De meeste mensen in Nederland hebben van AI gehoord. Veel werknemers gebruiken het zelfs al, soms zonder dat de baas het weet. Een mail schrijven met ChatGPT, een offerte aanvullen met AI of klantdata analyseren met slimme software: het gebeurt vaker dan je denkt. Dus als je hoort dat er regels aankomen voor het gebruik van AI, dan is het tijd om als mkb’er aan de slag te gaan.

Inhoudsopgave

Hoeveel AI wordt er eigenlijk al gebruikt?

Volgens recent onderzoek van het CBS (2025) gebruikt ongeveer 19% van de Nederlandse bedrijven kunstmatige intelligentie. Grotere bedrijven lopen daarin voorop, vooral in de ICT- en zakelijke dienstverlening. Ongeveer 29% van de bedrijven overweegt AI te gebruiken. De meeste mkb-bedrijven bevinden zich dus nog in de verkennende fase, vaak zonder duidelijk beleid of vastgelegde afspraken. Dat percentage ligt lager dan eerdere schattingen, zoals de Exact MKB Barometer 2025, die meldde dat één op de drie bedrijven AI inzet. Hoe dan ook, de trend is duidelijk: AI vindt snel zijn weg naar het mkb, maar de voorbereiding blijft achter.

Kort gezegd: AI is al overal, maar de spelregels ontbreken nog bij de meeste bedrijven.

Wat is de AI Act en waarom telt het voor mkb

De AI Act is geen ver-van-je-bed show meer. Vanaf augustus 2026 gelden de eerste verplichtingen voor bedrijven die AI gebruiken. Dat raakt ook mkb’ers. Niet omdat ze met robots werken, maar omdat veel tools die je dagelijks gebruikt, zoals HR-software, chatbots en facturatiesystemen, AI bevatten. En dat betekent vastleggen, onderbouwen en toezicht houden.

De Europese AI Act is de eerste wet ter wereld die regels stelt aan het gebruik van kunstmatige intelligentie. Het idee is dat AI veilig, transparant en controleerbaar moet blijven. De wet kijkt niet naar de technologie zelf, maar naar hoe jij die inzet. Gebruik je AI bij sollicitaties, kredietbeoordeling of klantselectie? Dan val je onder de zogeheten ‘hoog-risico’ toepassingen.

Ook als je alleen een AI-chatbot gebruikt of teksten laat genereren met AI, gelden regels. Je moet laten zien dát je AI inzet en hoe. Die transparantieplicht geldt al vanaf 2025.

Kort gezegd: de AI Act draait om verantwoordelijkheid. Niet om innovatie afremmen, maar om grip te houden op wat slimme software doet in jouw bedrijf.

Wat je als mkb’er moet vastleggen

Veel mkb-bedrijven gebruiken AI zonder dat ze het doorhebben. Denk aan processen die deels automatisch verlopen of waar software zelf keuzes maakt. Het risico is dat je niet meer weet welke beslissingen door AI worden genomen. Daarom verplicht de AI Act dat bedrijven vastleggen:

  1. Waar AI wordt gebruikt per proces of systeem.
  2. Welke data worden verwerkt en hoe die beveiligd zijn.
  3. Wie verantwoordelijk is voor toezicht en foutafhandeling.
  4. Wat de menselijke rol is en wie mag ingrijpen als AI iets fout doet.
  5. Hoe je mensen informeert als AI wordt ingezet, bijvoorbeeld bij klanten of sollicitanten.

Dat hoeft geen boekwerk te zijn. Een overzicht in je administratie, vergelijkbaar met een verwerkingsregister bij de AVG, is vaak genoeg. Belangrijk is dat het actueel is en dat je kunt aantonen dat je erover hebt nagedacht. En voor wie van efficiëntie houdt: laat AI gerust helpen bij het opstellen van dat overzicht, zolang jij degene bent die de cijfers blijft begrijpen én de knoppen bedient.

De planning: niet wachten tot 2026

De AI Act wordt stap voor stap ingevoerd. Vanaf augustus 2025 gelden transparantie-eisen voor generatieve AI. Een jaar later volgen de regels voor hoog-risico-systemen. Dat lijkt ver weg, maar veel verplichtingen vragen voorbereidingstijd.

Begin dit jaar nog met drie stappen:

  1. Inventariseren
    Breng in kaart waar AI in je organisatie aanwezig is. Dat kan in je boekhouding zijn, je CRM, HR of zelfs in je website.
  2. Beleid schrijven
    Stel vast waarvoor je AI inzet en wie daar verantwoordelijk voor is. Noteer ook wat je níet met AI doet.
  3. Transparantie regelen
    Laat klanten of medewerkers weten wanneer ze met AI te maken hebben. Dat kan een simpele melding zijn bij een chatbot of formulier.

Waarom dit nú belangrijk is

De wet gaat verder dan IT. Ze raakt ook de administratie. Je moet kunnen aantonen dat je beleid hebt, dat je toezicht houdt en dat je data veilig verwerkt. Dat vraagt om structuur in je documentatie, niet om dure software.

Wie nu begint, heeft straks rust. Je voorkomt paniek op het moment dat leveranciers, klanten of de Belastingdienst vragen: ‘Gebruik jij AI, en hoe borg je dat?’

De rol van CijferAdvies

Wij helpen ondernemers al met hun administratieve basis. Daar past dit perfect bij. Want een goed bijgehouden administratie is niet alleen handig voor de fiscus, maar ook voor je AI-dossier. We helpen je vast te leggen wat nodig is, hoe je processen borgt en hoe je verantwoord digitaliseert. Voor technische of juridische diepgang werken we samen met specialisten uit ons netwerk.

En daarna?

De AI Act is het begin. Als je de basis goed vastlegt, kun je daarna verantwoord doorgroeien. Slimmer werken met data, zonder risico’s te negeren. Zo maak je van digitalisering geen bedreiging, maar een bouwsteen voor groei.