Categorieën
Fiscale optimalisatie Fiscale tips & valkuilen Groei & strategie Nieuws

Waarom je winst stijgt maar je bedrijf niet vooruitkomt

Je winst stijgt, maar het voelt niet als vooruitgang. Er blijft minder ruimte over dan je op basis van het resultaat zou verwachten. Investeringen voelen zwaarder, buffers groeien niet mee en privé-opnames vragen meer afweging dan voorheen. Dat is geen toeval. Het betekent meestal dat je bedrijf winst maakt op papier, terwijl de daadwerkelijke ruimte afneemt. Kosten, investeringen en timing zijn uit elkaar gaan lopen. Het resultaat oogt gezond, maar het verhaal erachter klopt niet meer.

Schijnwinst ontstaat wanneer cijfers technisch kloppen, maar economisch onvoldoende vertellen. Winst laat zien wat er is gebeurd, niet of je bedrijf ruimte opbouwt voor wat er komt. Als je winst stijgt maar je ruimte niet, stuur je op cijfers die vooral laten zien wat er was, niet wat er komt.

Inhoudsopgave

Waarom winst als stuurgetal steeds minder betrouwbaar wordt

De afgelopen jaren hebben het speelveld structureel veranderd. Kosten zijn blijvend omhooggegaan, contracten zijn aangepast en loonstijgingen blijken geen tijdelijke correctie, maar een nieuw uitgangspunt. Veel ondernemers hebben daarop geanticipeerd met hogere tarieven, efficiënter werken en scherpere kostenbewaking. Dat was logisch en noodzakelijk.

Toch klopt de rekensom steeds vaker niet. Dat komt doordat winst sneller misleidt dan vroeger. Inflatiecijfers vlakken af, maar jouw bedrijf draait niet op gemiddelden. Het draait op je loonlijst, je inkoopafspraken, je vaste lasten en het moment waarop geld binnenkomt en weer vertrekt.

Daar ontstaat de vertekening. Je cijfers kijken terug, terwijl je kosten al vooruitlopen.

De stille optelsom achter schijnwinst

Schijnwinst ontstaat zelden door één duidelijke oorzaak. Het is bijna altijd een combinatie van ontwikkelingen die elkaar versterken.

Kosten blijven hoog. Lonen, huur, energie en software keren niet terug naar het niveau van een paar jaar geleden. Tegelijk lopen afschrijvingen achter op de economische werkelijkheid. Je schrijft af op prijzen van toen, terwijl je straks vervangt tegen prijzen van nu.

Daarbovenop slokt groei vaak geld op. Meer omzet betekent meer voorraad, meer openstaande facturen en een hogere btw-druk. Het gevolg is dat je resultatenrekening er netjes uitziet, terwijl je kasruimte langzaam krimpt. Dat verschil wordt zichtbaar zodra je verder kijkt dan het resultaat alleen.

Hoe schijnwinst je dagelijkse keuzes langzaam onder druk zet

Schijnwinst kondigt zich niet luid aan. Het zit niet in één groot moment, maar in een reeks kleine beslissingen. Je stelt investeringen uit, niet omdat ze onnodig zijn, maar omdat het financieel ‘even niet lekker voelt’. Je twijfelt bij prijsverhogingen, terwijl je weet dat je kosten al geruime tijd zijn gestegen. En je ziet dat de winst hoger is dan vorig jaar, maar merkt tegelijk dat de buffer nauwelijks meegroeit.

Dat zorgt voor een continue spanning in het ondernemen. Niet omdat het slecht gaat, maar omdat elke keuze net wat meer weegt dan zou moeten. Wat vaak voelt als ‘hoe ondernemen nu eenmaal gaat’, blijkt in de praktijk het gevolg van sturen op resultaat zonder vooruit te rekenen.

Waarom slimme ondernemers hier toch steeds opnieuw intrappen

Schijnwinst is zelden het gevolg van slechte beslissingen. Juist ondernemers die hun zaakjes goed op orde hebben, lopen hier tegenaan. Dat komt doordat winst jarenlang een betrouwbaar stuurgetal was. Als het resultaat klopte, klopte het bedrijf.

Die logica werkt steeds minder. Kosten verschuiven structureel, investeringen worden duurder en timing wordt belangrijker dan ooit. Toch rekenen veel bedrijven onbewust nog met aannames uit een andere periode. Met prijsmodellen, marges en buffers die ooit logisch waren, maar dat nu niet meer zijn.

Daar zit de valkuil. Niet in onkunde, maar in vertrouwen op cijfers die hun voorspellende waarde deels hebben verloren.

Schijnwinst inzichtelijk maken in je eigen cijfers

Schijnwinst wordt niet zichtbaar met extra administratie, maar door andere vragen te stellen.

Niet alleen hoeveel omzet je draait, maar wat er per uur, per klant of per product overblijft. Niet één keer per jaar, maar periodiek.

Leg het resultaat naast de cashflow en kijk waar het geld vastzit. In debiteuren, in voorraad of in de timing van belastingen. Bekijk afschrijvingen kritisch en stel jezelf de vraag wat vervanging straks echt kost. Niet boekhoudkundig, maar economisch.

Zonder deze vragen blijft schijnwinst onzichtbaar, tot het moment waarop het begint te knellen.

Een rekenvoorbeeld dat verdacht veel lijkt op de praktijk

Stel dat je bedrijf € 120.000 winst maakt. Dat voelt comfortabel. Op basis daarvan verwacht je ruimte om te investeren, af te lossen en privé op te nemen.

Maar kijk wat er in hetzelfde jaar gebeurt. Je debiteuren lopen op met € 40.000. Dat geld heb je wel verdiend, maar nog niet ontvangen. Je voorraad groeit met € 25.000. Dat is omzet in wording, maar het geld zit vast in spullen. Daarnaast los je € 30.000 af op leningen. Dat raakt je liquiditeit, maar niet je winst. Daarbovenop komen piekbetalingen voor btw en loonheffingen.

Onder de streep verdwijnt er in dit voorbeeld ruim € 95.000 aan liquiditeit, terwijl je resultaat € 120.000 winst laat zien. Op papier verandert er niets. In de praktijk blijft er weinig ruimte over.

En dan zijn toekomstige vervangingsinvesteringen nog niet eens meegenomen. Die komen later, maar drukken wel degelijk op de ruimte die je vandaag denkt te hebben. Zo wordt zichtbaar waarom winst maken iets anders is dan financiële rust.

Sturen op ruimte in plaats van op winst: de keuze die rust geeft

Schijnwinst vraagt niet om harder werken of nóg meer omzet najagen. Het vraagt om scherper kijken en om het besef dat winst een signaal is, geen eindpunt.

Wie ruimte wil houden, kijkt verder dan de resultatenrekening. Die kijkt naar echte marges, naar cashflow en naar wat investeringen straks werkelijk kosten. Die baseert prijsbeslissingen niet op wat al gebeurd is, maar op wat eraan komt. En die maakt ten minste één scenario voor als het tegenzit, niet uit angst, maar om overzicht te houden.

Een paar fundamentele vragen brengen daarbij meer helderheid dan welke rapportage ook:

  • Verdienen we geld, of schuiven we het probleem vooruit?
  • Kan dit bedrijf zichzelf over een paar jaar nog vervangen tegen de prijzen van dan?
  • Wordt onze winst vandaag gefinancierd door de toekomst?

Schijnwinst is geen fout in je administratie. Het is informatie. De vraag is alleen wat je ermee doet. Blijf je sturen op cijfers die vooral terugkijken, of gebruik je ze om ruimte te bouwen voor de toekomst? Wie dat verschil begrijpt, onderneemt met meer rust en maakt betere keuzes.

Categorieën
Duurzaam ondernemen & subsidies Fiscale optimalisatie Fiscale tips & valkuilen Nieuws

Wat gebeurt er als je auto straks geen youngtimer meer is?

De youngtimerregeling gaat waarschijnlijk veranderen. Het kabinet heeft een beleidsvoornemen aangekondigd waarbij de leeftijdsgrens verschuift van 15 jaar naar 25 jaar. Als dat doorgaat, verliest een grote groep zakelijke auto’s zijn youngtimerstatus.

Concreet betekent dit het volgende. Auto’s die nu tussen de 15 en 24 jaar oud zijn en als youngtimer op de zaak rijden, vallen straks niet langer onder de 35‑procentbijtelling over de dagwaarde. Zij vallen dan terug onder de reguliere bijtelling, gebaseerd op de oorspronkelijke cataloguswaarde. Dat verschil kan oplopen tot duizenden euro’s per jaar.

Dit raakt bestaande ondernemerskeuzes. Niet alleen nieuwe aankopen, maar juist auto’s die bewust zijn geselecteerd op basis van stabiele fiscale regels. Wie nu alleen afwacht, krijgt straks de uitkomst gepresenteerd. Wie nu rekent, houdt regie.

Inhoudsopgave

Wat er speelt

De feiten: de youngtimerregeling verandert

Tot nu toe was de youngtimerregeling helder en jarenlang stabiel. Een auto werd fiscaal aangemerkt als youngtimer zodra deze vijftien jaar of ouder was, gerekend vanaf de datum eerste toelating. Vanaf dat moment gold een bijtelling van 35 procent over de actuele dagwaarde. Die systematiek was jarenlang een vaste basis onder veel ondernemerskeuzes.

In recente beleidsvoorstellen wordt deze grens echter verhoogd. De instapleeftijd voor de youngtimerregeling verschuift naar vijfentwintig jaar. Dat betekent dat auto’s die nu tussen de vijftien en vierentwintig jaar oud zijn, hun youngtimerstatus verliezen zodra de wijziging ingaat. Zij vallen dan terug op de reguliere bijtellingsregels, waarbij de oorspronkelijke cataloguswaarde weer leidend wordt.

Dit is geen detailwijziging. Het effect op de bijtelling kan fors zijn, zeker bij auto’s die destijds nieuw een hoge cataloguswaarde hadden. Voor een groot deel van het mkb kan dit leiden tot een structureel hogere fiscale last.

De huidige werking van de regeling en de achtergrond daarvan zijn uitgebreider toegelicht bij de uitleg over de youngtimerregeling op cijferadvies.nl/youngtimer-regeling-luxe-rijden-minder-belasting.

Waarom dit voor verwarring zorgt

De verwarring ontstaat doordat twee ontwikkelingen door elkaar lopen. Enerzijds was er altijd het moment waarop een auto economisch minder aantrekkelijk werd door oplopende kosten, veranderend gebruik of onderhoud. Dat is van alle tijden en vraagt om periodiek heroverwegen.

Anderzijds verandert nu de spelregel zelf. Ondernemers die hun keuze bewust hebben gebaseerd op een vaste fiscale regeling, worden geconfronteerd met een beleidswijziging die losstaat van hun eigen gebruik of kostenstructuur. Dat verklaart waarom het gevoel ontstaat dat een auto ineens geen youngtimer meer is, terwijl de oorzaak niet in de auto zit maar in de definitie.

Waarom dit belangrijk is voor mkb’ers

Voor veel mkb’ers en dga’s is de keuze voor een youngtimer een bewuste en doordachte ondernemersbeslissing geweest. Comfortabel rijden tegen een beheersbare bijtelling, met voorspelbare fiscale gevolgen. Die keuze was rationeel en goed te onderbouwen binnen de toen geldende regels.

Als de leeftijdsgrens daadwerkelijk verschuift, komt die onderbouwing onder druk te staan. De auto blijft dezelfde, maar de fiscale behandeling wordt fundamenteel anders. Dat heeft directe gevolgen voor de maandlasten, de winstpositie en vaak ook voor het netto privé-inkomen. Zonder dat de ondernemer iets aan zijn gebruik of rijgedrag heeft aangepast.

Daarmee is dit geen abstract beleidsnieuws, maar een wijziging die bestaande keuzes opnieuw relevant maakt en vraagt om herberekening.

Wat je nu kunt doen

Ga er niet automatisch vanuit dat een youngtimer die nu fiscaal aantrekkelijk is, dat straks ook blijft. Neem die onzekerheid expliciet mee in je keuzes.

Optie 1: doorrijden en het effect accepteren

De eerste route is niets veranderen. Je blijft rijden zoals je nu doet en accepteert dat de bijtelling straks fors hoger kan worden. Dat kan een bewuste keuze zijn, bijvoorbeeld als de auto verder goed past bij je gebruik of als de hogere kosten op te vangen zijn binnen je resultaat. Voorwaarde is wel dat je het effect vooraf doorrekent en niet pas schrikt wanneer de aanslag volgt.

Optie 2: herpositioneren vóór de wijziging

Een tweede mogelijkheid is nu al anticiperen op het nieuwe speelveld. Dat kan betekenen dat je overstapt naar privé rijden met kilometervergoeding, of dat je kiest voor een andere auto waarvan de fiscale gevolgen beter aansluiten bij het verwachte beleid. Deze route wordt vaak gekozen door ondernemers die flexibiliteit willen houden en verrassingen willen voorkomen.

Optie 3: versneld afbouwen

De derde route is versneld afbouwen van de huidige situatie. Sommige ondernemers kiezen ervoor hun huidige situatie af te bouwen voordat de wijziging ingaat. Niet omdat de auto niet meer bevalt, maar om te voorkomen dat zij straks vastzitten aan een kostenstructuur die niet meer past bij hun onderneming of privépositie.

Welke route logisch is, hangt af van gebruik, inkomen, liquiditeit en plannen voor de komende jaren. Het gaat er niet om wat de beste optie is in algemene zin, maar om een keuze die past bij jouw cijfers.

Wie dit goed wil aanpakken, kijkt verder dan de auto alleen. De gevolgen raken je winst, je liquiditeit en vaak ook je positie als dga. Door scenario’s door te rekenen en de impact inzichtelijk te maken, voorkom je dat beleid jouw keuzes dicteert.

Cijfers doen niets uit zichzelf. Pas als je ze gebruikt om vooruit te kijken, geven ze richting.

Categorieën
Bedrijfskundige analyse Eindejaarschecklist Fiscale optimalisatie Fiscale tips & valkuilen Inkomsten- en vennootschapsbelasting Jaarrekening (zzp & BV) Omzetbelasting & btw Rapportages & dashboards

Vermogen in je BV of privé?

In 2026 verandert het speelveld. Box 3 wordt zwaarder, de tegenbewijsregeling is nieuw én de BV-structuur vraagt om betere afwegingen. Wat is voor jou als ondernemer of DGA het slimst: vermogen in privé houden of (deels) onderbrengen in de BV? In dit artikel krijg je helder zicht op de fiscale gevolgen, administratieve eisen en praktische scenario’s. Je leest wat er verandert, hoe je daarop inspeelt en wanneer het loont om tijdig te herstructureren. Geen beleggingsadvies, wél inzicht voor een betere beslissing.

Inhoudsopgave

De nieuwe regels in beeld

In 2026 krijg je te maken met aangepaste regels in box 3, maar de geplande belastingverzwaring is door de Tweede Kamer geschrapt. Tegelijk zijn er nieuwe spelregels zoals de tegenbewijsregeling. Tegelijk blijft de BV-structuur een alternatief, met z’n eigen kosten, tarieven en verplichtingen. Hieronder de kern op een rij. Later in dit artikel laten we zien hoe dit in de praktijk uitwerkt.

Box 3 in beweging: de geplande verzwaring voor 2026 is geschrapt. Het heffingsvrije vermogen wordt volledig geïndexeerd naar € 59.357 per persoon. Voor overige bezittingen (zoals beleggingen en vastgoed) wordt in 2026 uitgegaan van een forfaitair rendement van 6%, belast tegen 36%.

Sinds juli 2025 geldt de tegenbewijsregeling: kun je aantonen dat je werkelijke rendement lager is dan het forfait, dan betaal je minder. Voor beleggers met een laag rendement biedt dat extra ruimte om hun belastingdruk te verlagen.

BV-structuur: winst in de BV wordt belast via de vennootschapsbelasting (Vpb):

  • 19% tot €200.000

  • 25,8% daarboven

Bij uitkering aan privé betaal je vervolgens box 2:

  • 24,5% tot €67.804

  • 31% daarboven (tarieven 2025)

Tel daar de Wet excessief lenen bij op: wie meer dan €500.000 leent van zijn BV, wordt op het meerdere belast in box 2.

Vergelijking in cijfers (2026)

Structuur Belasting laag 1 Belasting laag 2 Totaalbelasting bij uitkering
Box 3 (privé) Forfait 6% × 36% n.v.t. ~2,2% over vermogen
BV (tot €200.000) Vpb 19% Box 2: 24,5% – 31% ~39% – 44% over winst
BV (>€200.000) Vpb 25,8% Box 2: 24,5% – 31% ~44% – 49% over winst

Let op: bij lage rendementen (<3%) kan tegenbewijs in box 3 zorgen voor fors lagere belasting. In de BV kun je kosten aftrekken en dividend spreiden.

Let op: het Belastingplan 2026 is door de Tweede Kamer aangenomen, maar moet nog langs de Eerste Kamer. Bovendien blijft het einddoel een stelsel op basis van werkelijk rendement in 2028. Tussen 2023 en 2028 zijn tussenregimes, tegenbewijs en rechtsherstel van kracht. Dat maakt het extra zinvol om je box-3-positie per jaar te laten doorrekenen.

De fiscale puzzel: BV of privé?

Er is geen one size fits all. De optimale route hangt af van je rendement, je uitdeelbeleid en je vermogensopbouw. Toch kun je op basis van een paar uitgangspunten al goed richting kiezen.

  • Laag rendement (< 3% netto) → privé kan voordeliger zijn, vooral als je gebruikmaakt van de tegenbewijsregeling. Je betaalt dan belasting over het werkelijke (lage) rendement in plaats van het hoge forfait.

  • Hoog rendement (> 6% netto) → de BV-structuur biedt dan vaak meer ruimte. Je kunt kosten aftrekken, de winst gefaseerd uitkeren en zo slim gebruikmaken van de box 2-schijven.

  • Onvoorspelbaar rendement → dan loont het om meerdere scenario’s naast elkaar te zetten. Wat doe je als het rendement tegenvalt? Of juist meezit? Hierin speelt flexibiliteit een grote rol.

Stel: je beheert een portefeuille van €600.000, grotendeels in vastgoed en obligaties.In box 3 val je dan onder het forfait van 6%, terwijl je netto misschien 3 tot 4% overhoudt. Dat forfait kan dus nog steeds hoger liggen dan je werkelijke rendement. Zonder tegenbewijs betaal je dus over een rendement dat je feitelijk niet maakt. In een BV kun je kosten aftrekken en eventueel het dividend uitstellen tot een later (fiscaal gunstiger) moment.

Ander voorbeeld: je verwacht een sterk jaar, met rendement boven de 8%. Dan kan de BV-structuur voordeliger uitpakken, zelfs na Vpb en box 2. Zeker als je niet direct uitkeert, maar reserves opbouwt voor de lange termijn.

Kortom: laat je keuze afhangen van rendement én timing. Reken verschillende scenario’s door, zodat je niet achteraf met een dure verrassing zit.

Administratieve realiteit

Wil je gebruikmaken van de tegenbewijsregeling? Dan moet je in 2025 al beginnen met het registreren van werkelijke rendementen: rente, dividend, waarde mutaties. Die data moeten controleerbaar en goed onderbouwd zijn. Je boekhouder of CijferAdviseur kan hierbij ondersteunen: van het inrichten van een eenvoudige rendementstrack tot het checken van de fiscale onderbouwing.

Kies je voor de BV-structuur? Dan heb je méér administratie nodig, zoals:

  • Correcte Vpb-aangiften
  • Een actuele jaarrekening
  • Dividendadministratie en aangiften in box 2

Ook hier is een boekhouder onmisbaar: hij bewaakt deadlines, stelt de juiste stukken op en voorkomt dat je fiscale voordelen laat liggen of boetes riskeert.

Sta je boven de €500.000 aan leningen bij je eigen BV? Dan moet je dit goed registreren en plannen, om box 2-heffing te beperken. Samen met je adviseur kun je hier een afbouwplan voor maken, bijvoorbeeld via dividend of herstructurering.

En let op: bij obligaties met aangegroeide rente gelden aangepaste regels, met terugwerkende kracht tot 25 augustus 2025. Het is dus belangrijk om ook je historische gegevens op orde te hebben.

Vooruitblik: op weg naar werkelijk rendement (2028)

Vanaf 2028 wil het kabinet box 3 baseren op het werkelijke rendement. Geen forfait meer, maar belasting op wat je écht verdient. Tot die tijd werken we met overgangsjaren, waarin het forfait en het tegenbewijs naast elkaar bestaan. Juist daardoor wordt vooruitkijken belangrijk.

Wat je nú beslist, bijvoorbeeld om beleggingen onder te brengen in een BV, kan over drie jaar ineens nadelig uitpakken. Tegelijk kan tegenbewijs in box 3, dat vandaag aantrekkelijk lijkt, over een paar jaar verdwijnen. Daarom is het slim om met je boekhouder of adviseur vooruit te kijken. Niet alleen naar het tarief van vandaag, maar naar het fiscale speelveld van morgen. Kies niet alleen voor wat nú gunstig lijkt, maar voor wat straks ook nog werkt.

Wat CijferAdvies voor je doet

Bij CijferAdvies combineren we boekhouding 2.0 met proactief fiscaal advies. We denken met je mee over slimme keuzes rondom je BV-structuur, je belastingdruk en je administratie. Geen standaard jaarrekening of achterafcorrectie, maar actief meedenken en vooruit plannen. We blijven weg van vermogensbeheer en beleggingsadvies, maar zorgen er wél voor dat je op basis van actuele cijfers de juiste keuzes maakt.

Wat je van ons mag verwachten:

  • Analyse van je huidige positie in box 3: waar loop je risico, waar liggen de fiscale kansen?
  • Doorrekening van scenario’s: wat betekent het fiscaal als je kiest voor privé of juist voor de BV?
  • Administratie in orde brengen: van rendementsoverzichten tot dividendbesluiten en leningen van de BV.
  • Vooruitkijken naar 2028: hoe stem je je fiscale keuzes nu al goed af op het werkelijke rendement stelsel dat eraan komt?

Heb je naast fiscaal inzicht behoefte aan een breder financieel overzicht? Dan verwijzen we je graag door naar een expert. Zoals onze Associate Partner Ramon Wernsen, die ondernemers helpt met een persoonlijk financieel levensplan. Daarmee koppel je fiscaal inzicht aan toekomstgericht financieel overzicht, zonder dat wij zelf vermogensadvies geven.

Categorieën
E-commerce & Webshops Fiscale optimalisatie Groei & strategie Rapportages & dashboards Webshop administratie

Waarom iedere webshop moet sturen op cijfers

Een webshop draait om snelheid. Bestellingen, voorraad, advertenties, retouren. Alles beweegt tegelijk. Maar achter die snelheid zit een harde waarheid: veel webshops weten niet waar ze precies geld verdienen of verliezen. En dat wordt zichtbaar zodra kosten bewegen. Denk aan stijgende logistieke kosten, hogere fulfilmenttarieven of oplopende retourstromen. Dat sturen op cijfers is belangrijk voor je webshop.

Juist nu is sturen op cijfers belangrijk. Niet om de administratie netjes te houden, maar om richting te kiezen. Je cijfers laten zien waar je marge lekt, waar je ruimte hebt en waar je moet bijsturen. Een boekhouder helpt je die cijfers te lezen alsof het een routekaart is. Zo kun je vooruit kijken in plaats van corrigeren achteraf.

Inhoudsopgave

Wat er speelt: druk op marges en stijgende kosten

De e‑commercemarkt groeit door, maar de rek in de marges wordt kleiner. Uit onderzoek van SRA blijkt dat de winstgroei in het mkb historisch laag is (SRA, 11 juli 2025). Tegelijk stijgen logistieke kosten. Vervoerders en fulfilmentcentra verhogen hun tarieven door hogere loonkosten en brandstofprijzen. In sommige sectoren slokt logistiek al 20 tot 35 procent van de marge op.

Retouren blijven een stille margedrukker. Emerce schreef in oktober 2025 dat de combinatie van retourverwerking en verzending een van de grootste kostenposten in e‑commerce is (Emerce, 8 oktober 2025).

Daar komt bij dat voorraad duurder wordt. Kapitaal zit langer vast in producten terwijl opslag- en financieringskosten oplopen. Ondernemers voelen deze beweging direct in hun cashflow.

Waarom sturen op cijfers belangrijk is voor webshop‑ondernemers

Veel ondernemers ontdekken pas bij de boekhouder hoe hun webshop er echt voor staat. Op papier lijkt de omzet gezond, maar zodra btw, fulfilment, verzending, retouren en platformkosten worden meegerekend, blijkt de werkelijke winst vaak tegen te vallen. Een product dat goed verkoopt, levert soms nauwelijks iets op. Een order waar veel tijd in gaat zitten, kan structureel verliesgevend zijn zonder dat je het doorhebt. En terwijl de omzet stijgt, blijft het banksaldo achter.

Dat gebeurt wanneer je vooral stuurt op verkoopcijfers. Omzet vertelt wat er binnenkomt, niet wat er overblijft. De cijfers onder water laten veel meer zien. Ze tonen je werkelijke brutomarge per product, inclusief alle kosten die onderweg ontstaan. Ze maken zichtbaar wat één order kost, hoe klantgedrag invloed heeft op je marge en hoeveel geld vastzit in voorraad die te lang blijft liggen.

Wie deze cijfers kent, stuurt met rust en richting. Wie ze niet kent, ontdekt te laat waar de winst verdwijnt.

Wat je nu kunt doen

Veel ondernemers weten dat ze ‘meer met hun cijfers moeten doen’, maar niet waar ze moeten beginnen. Het voelt vaak alsof je naar een dashboard kijkt zonder legenda. Juist daarom helpt het om het simpel te houden. Denk niet in rapportages of ingewikkelde tabellen, maar in een paar concrete stappen die je structuur geven en direct inzichten opleveren.

Stap 1: Ontleed je marge per product

Kijk verder dan inkoop en verkoop. Bereken de marge opnieuw met alle kosten die in de praktijk meespelen. Denk aan verzendkosten, verpakkingsmateriaal, fulfilment, betaalkosten en retouren. Leg dit per product vast. Zo zie je meteen welke producten de motor van je webshop zijn en welke producten vooral drukte veroorzaken zonder dat ze iets opleveren.

Stap 2: Bereken de kosten per order

Tijd is geld. Elke order kost handelingen: picken, packen, verwerken, klantenservice en retourbehandeling. Bereken wat een order gemiddeld kost door tijd te meten, tarieven te koppelen en variabele kosten mee te nemen. Webshops schrikken vaak hoeveel euro er per bestelling ‘verdwijnt’ nog voordat er winst wordt gemaakt.

Stap 3: Leg klantgedrag naast je kosten

Niet elke klant is gelijk winstgevend. Leg retourpercentages, orderwaardes en aankoopfrequentie naast je werkelijke kosten. Je ziet dan welke klantgroepen structureel marge opleveren en welke precies het tegenovergestelde doen. Dit helpt bij keuzes in marketing, service en assortiment.

Stap 4: Stel een minimale bestelwaarde vast

Analyseer welke orders onder de streep verlies opleveren. Kleine bestellingen trekken je marge omlaag doordat verzendkosten en handelingen relatief zwaar drukken. Door een ondergrens in te voeren, stuur je je marge direct omhoog zonder dat je prijzen hoeft te verhogen.

Stap 5: Herzie je retourbeleid

Retouren zijn duur. Kijk kritisch naar de oorzaken. Vaak kun je met betere productinformatie, meer foto’s of duidelijkere maatadviezen het retourpercentage verlagen. Overweeg om retourkosten deels door te belasten of om bepaalde productgroepen anders te behandelen. Een paar procent minder retouren kan duizenden euro’s schelen.

Stap 6: Maak drie scenario’s: neutraal, stijgend en stress

Reken door wat er gebeurt als logistieke kosten met vijf procent stijgen. Of als je retourpercentage toeneemt. Of als fulfilment duurder wordt. Scenario’s laten je zien waar je kwetsbaar bent en welke maatregelen direct effect hebben. Het geeft rust om te weten wat er gebeurt voordat het gebeurt.

Stap 7: Maak cijfers een maandelijkse routine

Plan een vast moment om samen met je boekhouder naar dezelfde cijfers te kijken. Twintig minuten is genoeg om afwijkingen te spotten: stijgende kosten, dalende marge, veranderend klantgedrag. Door maandelijks bij te sturen voorkom je dat problemen zich opstapelen en blijf je voor de cijfers uit.

De rol van CijferAdvies

Je kunt veel van de stappen hierboven prima zelf zetten. Dat is juist de kracht ervan. Maar je hoeft het niet allemaal alleen te doen. Voor veel webshops zit de uitdaging niet in het willen, maar in het vinden van tijd. De cijfers liggen er wel, maar raken verspreid over systemen, dashboards en Excel-bestanden. Daardoor duurt het te lang om alles bij elkaar te zetten en verdwijnen belangrijke signalen tussen de regels.

Daar helpen wij bij. Als administratiekantoor 2.0 kijken we verder dan de jaarrekening. We verzamelen de juiste cijfers, koppelen ze aan elkaar en halen ruis weg. We duiken in de cijfers terwijl ze nog bewegen en brengen structuur aan waar het voor jou onoverzichtelijk wordt. Zo zie je sneller waar je marge verdwijnt, welke producten geld kosten in plaats van opleveren en hoe klantgedrag zich ontwikkelt.

Het doel is eenvoudig: minder tijd kwijt zijn aan puzzelen en meer tijd hebben om te ondernemen. Sturen op cijfers is geen luxe. Het is het verschil tussen grip houden en achter de feiten aanlopen. Met de juiste inzichten stuur je rustiger en scherper. Cijfers vertellen je waar je staat. Jij bepaalt waar je heen wilt. En wij helpen je die route helder en haalbaar te houden.

Categorieën
Fiscale optimalisatie Fiscale tips & valkuilen Groei & strategie Nieuws Rapportages & dashboards

Stuur op cijfers, niet op gevoel: bouw je eigen financiële prognose

Kosten lopen op, marges verdampen en personeelstekorten blijven. Toch sturen veel ondernemers nog altijd op onderbuikgevoel. Een financiële prognose met scenario’s biedt een praktische manier om vooruit te kijken en keuzes te onderbouwen. Je berekent wat er gebeurt bij tegenvallers óf meevallers. Wat als je omzet met 20% daalt? Of je energiekosten stijgen? Of je eindelijk die nieuwe klant binnenhaalt? Scenario-planning maakt dat inzichtelijk. In geld, in tijd, in impact. Zo stuur je bewust in plaats van reactief. In dit artikel lees je hoe je als mkb’er eenvoudig drie scenario’s bouwt, welke fouten je moet vermijden en hoe wij je daarbij helpen.

Inhoudsopgave

Wat is een financiële prognose (en waarom jij die nodig hebt)

Een financiële prognose op basis van scenario’s is het maken van meerdere, onderbouwde toekomstbeelden. Geen nattevingerwerk, maar concreet rekenen en mogelijke situaties schetsen. Je gebruikt je cijfers om vooruit te kijken: wat gebeurt er met je winst, cashflow of personeelslasten bij verschillende aannames? Denk aan:

  • Een tegenvallende verkoop (worst-case),
  • Een realistische inschatting (base-case),
  • Of een onverwachte meevaller (best-case).

Dat is wat anders dan budgetteren (één verwacht scenario) of forecasting (voortschrijven op basis van trends). Scenario-planning dwingt je om vooruit te denken. Je maakt inzichtelijk wat er gebeurt als het tegenzit: bijvoorbeeld door afnemende vraag, stijgende kosten of een klant die niet betaalt. Maar ook: wat er mogelijk wordt als het meezit, zoals een nieuwe opdracht of onverwachte meevaller. Door te rekenen aan meerdere uitkomsten kun je onderbouwd keuzes maken. Niet op gevoel, maar op basis van cijfers. Dat maakt je wendbaarder, zekerder en minder kwetsbaar voor verrassingen.

Standaard rapportage bij CijferAdvies

Bij CijferAdvies bespreken we in kwartaalgesprekken vaak de actuele cijfers, ondersteund door rapportage- en dashboardsystemen. Scenario-planning bieden we aanvullend aan voor ondernemers die meer grip willen op de toekomst. Denk aan het gezamenlijk opstellen van worst-, base- en best-case scenario’s op basis van jouw cijfers, zodat je bewust keuzes kunt maken in plaats van achteraf te moeten bijsturen.

Waarom het juist nu telt

De rente is in twee jaar tijd verviervoudigd. Personeel is schaars en duur. De energierekening springt opnieuw omhoog. Tegelijkertijd slinkt de winst. Volgens het rapport Branches in Zicht 2025 van SRA bedroeg de gemiddelde winstmarge in 2024 slechts 7,6 %. Tegelijkertijd stegen de bedrijfskosten met 7,9 % en de loonkosten met 8,7 %. (SRA – Historisch lage winstgroei)

Ook blijkt uit meerdere ondernemerspanels dat 23 % van de mkb’ers in 2025 een verdere daling van hun marge verwacht. Slechts een derde voorziet verbetering. (Consultancy.nl – Marges onder druk)

Dit schetst waarom scenario-planning geen luxe is, maar noodzaak. Als je kosten sneller stijgen dan je omzet, wil je weten hoe lang je dat volhoudt en waar je moet ingrijpen.

Wat een financiële prognose met scenario’s je oplevert

Scenario-planning is geen spreadsheetspelletje voor grote bedrijven. Het is een ondernemersvaardigheid. Zeker in het mkb. Je hoeft geen controller te zijn, maar als je geen idee hebt wat een maand omzetverlies betekent voor je cashflow, vlieg je blind.

Een financiële prognose laat zien wanneer je cashpositie kritiek wordt, of je die leaseauto moet uitstellen, en wat er gebeurt als je vaste lasten stijgen of een factuur te laat binnenkomt.

Het voorkomt impulsbeslissingen. Je maakt keuzes op basis van rekenwerk, niet onderbuik. En je weet eerder waar de pijn zit, zodat je op tijd kunt bijsturen.

Ondernemers die vooruitkijken, wachten niet op cijfers achteraf. Ze plannen met scenario’s. En ze herstellen sneller van tegenslagen. Niet omdat ze alles weten, maar omdat ze voorbereid zijn.

Zo maak je zelf een financiële prognose met drie scenario’s

Je hoeft geen controller te zijn om scenario’s te bouwen. Maar het helpt wél om er af en toe even één te spelen of in huren. Scenario-planning dwingt je om vooruit te kijken, keuzes te beargumenteren en risico’s onder ogen te zien. Je ziet eerder waar je ruimte hebt én waar het krap wordt. Dat maakt je als ondernemer wendbaarder en minder afhankelijk van onderbuikgevoel.

Dit is een vereenvoudigde 3-stappenaanpak zoals we die vaak met klanten doorlopen. In werkelijkheid vraagt het iets meer denkwerk, maar dit helpt je snel op weg:

1. Breng je belangrijkste cijfers in kaart.

Denk aan omzet, directe kosten, personeelskosten, marge, cashflow of rentelasten. Kies de variabelen of kpi’s waar jij invloed op hebt én waar je actief op stuurt. Die vormen de basis van je scenario’s.

2. Werk drie scenario’s uit.

Kijk per variabele wat er gebeurt in een slecht, gemiddeld en gunstig scenario.

  • Worst-case: omzet daalt met 20 procent, kosten stijgen, investeringen worden uitgesteld.
  • Base-case: stabiele omzet, lichte groei, beheersbare kosten.
  • Best-case: nieuwe opdracht, hogere marge, ruimte voor uitbreiding.

3. Vertaal het naar een dynamisch overzicht.

Dat kan in Excel, maar slimmer is een dashboard dat live meebeweegt met je boekhouding. Wij koppelen bijvoorbeeld aan E-Boekhouden en bouwen scenario’s in die gebaseerd zijn op jouw actuele cijfers. Zo weet je niet alleen waar je nu staat, maar ook wat je moet doen als het mee- of tegenvalt.

Voorbeeld

Een installatiebedrijf met 12 fte draait €200.000 omzet per maand. In het worst-case scenario daalt de omzet 20%, rentelasten stijgen, en het saldo staat binnen 4 maanden rood. In de base-case blijft de omzet stabiel met lichte groei, worden kosten beheerst en blijft het saldo neutraal: geen ruimte voor grote stappen, maar wel rust. In best-case is er ruimte voor investering in extra gereedschap of uitbreiding van het team.

De valkuilen van scenario-planning

De grootste fout? Een model bouwen en het vervolgens in de kast leggen en er nooit meer naar kijken. Scenario’s zijn pas waardevol als je ze regelmatig bespreekt en bijstuurt.

Een tweede valkuil: te rooskleurig zijn. Ondernemers denken vaak in kansen (terecht), maar vergeten de risico’s. Een goede adviseur spiegelt je ook het ongemakkelijke scenario.

Tot slot: begin niet te complex. Liever drie simpele scenario’s dan één over-gecompliceerd model waar niemand iets mee doet.

Wat wij bieden: van dashboard tot sparringpartner

Je hoeft geen controller te zijn om grip te krijgen op je cijfers. Maar het helpt wél als iemand naast je zit die structuur brengt, meedenkt en de vertaalslag maakt. Wij helpen ondernemers met slimme dashboards, realtime rapportages én – als het nodig is – een interim controller of financieel sparringpartner. Geen rapporten voor de bureaula, maar gesprekken die richting geven.

Onze aanpak combineert structuur in je administratie (voor betere datakwaliteit), duidelijke dashboards met scenario’s, periodiek overleg met jouw CijferAdviseur én sparren over keuzes zoals inkoop, personeel of investeringen.

Financieel plannen is geen jaarlijkse verplichting, maar een manier van ondernemen. En wij zorgen ervoor dat je het ook daadwerkelijk voor jou gaat werken.

Categorieën
Fiscale optimalisatie Inkomsten- en vennootschapsbelasting Nieuws

Slim je vermogen sturen met Box 3 in 2025 en voorbereid zijn op 2026

Box 3 verandert, en dat merk je elk jaar weer zodra het nieuws volloopt met nieuwe percentages en regels. Als ondernemer met spaargeld, beleggingen of een tweede woning ontkom je er niet aan. Het nieuwe systeem op basis van werkelijk rendement komt waarschijnlijk pas in 2028, maar dat betekent niet dat je tot die tijd rustig achterover kunt leunen. In 2026 daalt de vrijstelling en stijgt het forfait. Wat nu nog overzichtelijk lijkt, kan straks flink drukken op je vermogen. Wie verder kijkt dan één jaar, ziet dat dit ook gevolgen heeft voor de jaren na 2028. Hier kan een persoonlijk financieel levensplan het verschil maken: je kijkt niet alleen naar de belasting van vandaag, maar stuurt je vermogen zo dat het past bij je doelen voor de komende jaren én bij wat daarna komt.

Inhoudsopgave

Wat was Box 3 ook alweer?

Je hebt het vast vaker gehoord: Box 3 is de plek waar je belasting betaalt over je privévermogen. Maar wat valt daar nou precies onder?

Het gaat om alles wat niet in je onderneming zit. Dus niet je zakelijke bankrekening of je bedrijfsvoorraad, maar wél:

  • Het saldo op je privé spaar- en betaalrekeningen
  • Beleggingen, crypto, aandelen of obligaties
  • Een tweede woning of een pand dat je verhuurt

De Belastingdienst telt op 1 januari je bezittingen en trekt daar je schulden vanaf. Let op: je mag schulden alleen aftrekken als ze boven de drempel van 3.800 euro per persoon uitkomen. En je hypotheek op je eigen woning? Die hoort bij Box 1 en telt dus níet mee.

Wat je overhoudt, heet je belastbaar vermogen. Daar rekent de Belastingdienst een fictief rendement over.  Dus niet wat je echt hebt verdiend, maar wat zij vinden dat je had kúnnen verdienen. En daar betaal je 36% belasting over.

Zit je vermogensmix scheef, dan kan dat flink nadelig uitpakken. Daarom loont het om je persoonlijke vermogenspositie mee te nemen in je financiële planning. En wil je breder kijken dan alleen belasting besparen? Dan is een persoonlijk financieel levensplan misschien iets voor jou. Niet alles draait om cijfers, het gaat erom wat jij met dat vermogen wilt bereiken. Waar werk je eigenlijk naartoe met dit kapitaal? Wat wil je ermee bereiken? Daar begint grip krijgen op je geld pas écht.

Wat verandert er in Box 3?

Je gaat uiteindelijk meer belasting betalen. Belangrijk detail: het maakt niet uit of dat vermogen ‘stilstaat’ of actief rendeert. De Belastingdienst rekent toch met een fictief rendement.

In 2025 gelden deze cijfers:

  • Spaargeld: 1,44 procent
  • Overige bezittingen (zoals beleggingen of vastgoed): 5,88 procent
  • Schulden: 2,62 procent
  • Heffingsvrij vermogen: 57.684 euro per persoon
  • Drempel voor schulden: 3.800 euro per persoon

Heb je een fiscale partner?

Dan mag je de vrijstelling verdubbelen naar 115.368 euro.

Vanaf 2026 verandert dit en dit zijn de verwachtingen: het heffingsvrije vermogen daalt naar 51.396 euro per persoon en het forfait op overige bezittingen stijgt naar 7,78 procent. Je leest het goed: bijna 2 procent erbij.

Waarom doet dit pijn (als je niks doet)?

Stel: je hebt 80.000 euro spaargeld en 30.000 euro in beleggingen. Dan rekent de fiscus met 1,44 procent op je spaargeld en 5,88 procent op je beleggingen. Samen kom je uit op 2.916 euro fictief rendement. Daarover betaal je belasting, na aftrek van het heffingsvrije vermogen.

Gaat dat eerlijk? Niet altijd. Zeker niet als je beleggingen nauwelijks rendement maken en je tóch 5,88 procent moet aftikken. En dat kan in 2026 dus het fictieve rendement van 7,78 procent worden. Dit gebeurt allemaal terwijl ze ondertussen werken aan een systeem op basis van werkelijk rendement. Maar ja, dat gaat waarschijnlijk pas in op 1 januari 2028. 

Wat moet jij nú doen?

1. Bekijk je vermogensmix

Heb je veel belegd vermogen? Dan loont het om een deel om te zetten naar spaargeld. 5,88 procent forfait versus 1,44 is een flink verschil. Let wel op je werkelijke rendement. Slim schuiven, niet blind schuiven. Daarnaast kun je met een persoonlijk financieel levensplan alle mogelijkheden in kaart brengen. Er is meer dan alleen sparen en beleggen mogelijk, maar het moet wel passen bij je doelen en mogelijkheden. 

2. Schulden slimmer inzetten

Heb je een lening van 3.000 euro? Die telt niet mee. Pas vanaf 3.800 euro per persoon gaat je schuld meetellen. Daarboven rekent de fiscus met 2,62 procent. Bereken of aflossen of juist verhogen loont.

3. Verdeel slim met je partner

Door vermogen handig te verdelen kun je het dubbele heffingsvrije bedrag benutten. Een rekenfoutje kost je al snel honderden euro’s.

4. Check je WOZ-waarde en verhuurstatus

Voor een tweede woning gebruik je de WOZ-waarde van 1 januari 2024. Staat die woning verhuurd met huurbescherming? Dan geldt een lagere waarde. Dit kan je duizenden euro’s schelen.

5. Groene beleggingen? Kijk er nuchter naar

In 2025 krijg je nog een vrijstelling van 26.312 euro per persoon. Maar de heffingskorting is minimaal en vanaf 2027 is het feest voorbij.

6. Simuleer 2026 vandaag al

Reken door met de strengere regels van volgend jaar. Kom je in de knel, dan kun je dit jaar nog actie ondernemen.

Voor wie is dit belangrijk?

  • Zelfstandige ondernemers met privébeleggingen
  • DGA’s met vastgoed of beleggingen buiten de BV
  • Ondernemers met een tweede woning
  • Iedereen die op 1 januari vermogen boven het heffingsvrij bedrag had

Voor de duidelijkheid: alleen je privévermogen telt. Heb je geld op de rekening van je eenmanszaak? Dan valt dat in Box 1. Maar staat het op je privérekening? Dan wordt het fiscaal een ander verhaal.

Zo begin je vandaag nog

  1. Verzamel je saldo’s per 1 januari 2025 en je WOZ-beschikkingen
  2. Reken je situatie door met de forfaits van 2025 (1,44%, 5,88%, 2,62%)
  3. Simuleer 2026: 7,78% voor beleggingen en minder heffingsvrij vermogen
  4. Optimaliseer waar nodig: vermogen herverdelen, schulden herschikken, WOZ controleren
  5. Leg je acties vast vóór het einde van het jaar

Hoe helpt CijferAdvies jou?

We maken een persoonlijke Box 3-scan met jouw cijfers per 1 januari 2025. We berekenen het fictieve rendement, simuleren je situatie voor 2026 en laten zien waar je kunt optimaliseren. Geen nattevingerwerk, maar echte cijfers.

Wil je breder kijken dan alleen je belastingdruk?

Dan is Financial Life Planning via onze Associate Partner misschien wat voor jou. Daarmee kijk je niet alleen naar cijfers, maar naar wat jij écht belangrijk vindt. Wat wil je bereiken met je vermogen? Hoe ziet jouw ideale toekomst eruit? Vanuit die vragen helpen we jou om financiële beslissingen te nemen die kloppen – niet alleen op papier, maar ook in je leven.

Een persoonlijk financieel levensplan is er voor ondernemers die meer regie willen over hun tijd, geld en keuzes. En dat begint bij inzicht. Wij zorgen voor de cijfers, onze partner helpt bij het grotere plaatje.

 

Veelgestelde vragen over Box 3

Wanneer krijg je vrijstelling van bezittingen in Box 3?

Niet alles telt mee voor Box 3. Je hoofdverblijf, inboedel, auto, opgebouwde pensioenen, lijfrentes en je zakelijke rekeningen blijven buiten schot. Groene beleggingen zijn deels vrijgesteld, maar die regeling wordt afgebouwd en stopt in 2027. Deze bezittingen tellen soms wel mee in een andere box, zoals je woning in Box 1. Met een helder overzicht voorkom je onnodige belasting en kun je je strategie, bijvoorbeeld via een persoonlijk financieel levensplan, tijdig afstemmen op de regels van 2026 en daarna.

Ook bij verlies rekent de Belastingdienst met een vast percentage aan fictief rendement. In 2025 is dat 5,88 procent en in 2026 wordt dat 7,78 procent. Je betaalt dus belasting over rendement dat je misschien nooit hebt gehad. Juist daarom is het slim om te kijken naar de verdeling tussen spaargeld en beleggingen.

Vanaf de zomer van 2025 kun je via de tegenbewijsregeling je werkelijke rendement doorgeven. Dat klinkt aantrekkelijk, maar je verliest dan wel je heffingsvrij vermogen. Laat ons eerst berekenen of dit voor jou voordelig is.

Crypto valt onder de categorie ‘overige bezittingen’. Dat betekent dat het in 2025 belast wordt tegen 5,88 procent fictief rendement en in 2026 tegen 7,78 procent, ongeacht koersschommelingen.

Staat je tweede woning op 1 januari verhuurd met huurbescherming? Dan mag je rekenen met een lagere waarde. Dit kan een groot verschil maken in je belastingaanslag, mits je het goed vastlegt.

Het heffingsvrij vermogen daalt van 57.684 euro naar 51.396 euro per persoon. Het forfait voor overige bezittingen stijgt van 5,88 naar 7,78 procent. Dit betekent dat je sneller boven de vrijstelling uitkomt en meer belasting betaalt. Vooruit plannen is dus belangrijk, zeker met het oog op het nieuwe stelsel dat vanaf 2028 wordt verwacht.

Categorieën
Fiscale optimalisatie Nieuws Startersbegeleiding

Startersaftrek 2024 & 2025: Bespaar belasting als startende ondernemer

Starten als ondernemer brengt veel uitdagingen met zich mee, maar gelukkig zijn er ook belastingvoordelen die je helpen om goed van start te gaan. Een belangrijke aftrekpost die je niet mag missen is de startersaftrek. Dit extra voordeel boven op de zelfstandigenaftrek zorgt ervoor dat je minder belasting betaalt en meer ruimte hebt om te investeren in de groei van je onderneming. Hoe werkt de startersaftrek precies in 2024 en 2025? En aan welke voorwaarden moet je voldoen? We zetten het voor je op een rij.

Wat is de startersaftrek?

De startersaftrek is een belastingvoordeel waardoor je minder inkomstenbelasting betaalt. Dit stimuleert ondernemers om te investeren in de groei van hun bedrijf in de eerste jaren na de start. De startersaftrek is een verhoging van de zelfstandigenaftrek. Door deze aftrekpost wordt je belastbare winst lager en betaal je dus minder belasting.

Belangrijk: Je mag deze aftrekpost maximaal 3 keer toepassen in de eerste 5 jaar na de start van je onderneming.

Voor wie is de startersaftrek?

De startersaftrek is bedoeld voor startende ondernemers die voldoen aan het urencriterium en de zelfstandigenaftrek. Dit geldt voor zzp’ers, eenmanszaken en ondernemers met een vennootschap onder firma (vof) of maatschap. De regeling helpt om in de eerste jaren de belastingdruk te verlagen en zo de groei van een bedrijf te ondersteunen.

Startersaftrek in 2024 en 2025

De bedragen voor de startersaftrek blijven ongewijzigd in 2024 en 2025:

  • 2024: startersaftrek € 2.123
  • 2025: startersaftrek € 2.123

De zelfstandigenaftrek wordt echter wél verlaagd, wat invloed heeft op het totale belastingvoordeel:

  • 2024: zelfstandigenaftrek (€ 3.750) + startersaftrek (€ 2.123) = € 5.873 aftrek
  • 2025: zelfstandigenaftrek (€ 2.470) + startersaftrek (€ 2.123) = € 4.593 aftrek

Let op: Het totale belastingvoordeel neemt dus af in 2025. Dit komt doordat de zelfstandigenaftrek jaarlijks wordt afgebouwd. De overheid wil hiermee de fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werknemers verkleinen en zelfstandigen stimuleren om financieel zelfstandig te zijn zonder afhankelijk te zijn van fiscale voordelen.

Voorwaarden voor de startersaftrek

Om in aanmerking te komen voor de startersaftrek, moet je voldoen aan de volgende voorwaarden:

  1. Je voldoet aan de voorwaarden van de zelfstandigenaftrek
  2. Je was in 1 of meer van de afgelopen 5 jaar geen ondernemer
  3. Je hebt in die periode maximaal 2 keer zelfstandigenaftrek toegepast
  4. Je keert niet geruisloos terug uit een bv in de afgelopen 5 jaar

Startersaftrek en het urencriterium

Om in aanmerking te komen voor de startersaftrek moet je jaarlijks minstens 1.225 uur aan je onderneming besteden. Dit urencriterium geldt voor het hele kalenderjaar, ongeacht of je later in het jaar start.

Praktisch voorbeeld:

Start je bijvoorbeeld in juni? Dan moet je in de resterende 7 maanden alsnog 1.225 uur aan je bedrijf besteden om aanspraak te maken op de startersaftrek. Dit kan een flinke uitdaging zijn, dus het kan slim zijn om de start van je onderneming goed te timen. Begin je bijvoorbeeld in januari, dan heb je een heel jaar de tijd om aan het urencriterium te voldoen, waardoor je meer flexibiliteit hebt in je planning en werkzaamheden.

Zwangerschap & urencriterium

Ben je zwanger? Dan mag je een periode van 16 weken meetellen als gewerkte uren. Hierdoor behoud je de mogelijkheid om aan het urencriterium te voldoen.

Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid

Ben je arbeidsongeschikt en run je een onderneming? Dan gelden er andere regels:

  • Verlaagd urencriterium: Minimaal 800 uur per jaar
  • Extra startersaftrek:
  • Eerste keer: € 12.000
  • Tweede keer: € 8.000
  • Derde keer: € 4.000

Let op: Deze startersaftrek mag nooit hoger zijn dan de behaalde winst.

Startersaftrek en fiscaal verlies

Je bent verplicht om de startersaftrek toe te passen, ook als dit betekent dat je verlies maakt. Dit is vastgelegd in de belastingwetgeving en voorkomt dat ondernemers de aftrek doorschuiven naar een later moment. De Belastingdienst stelt dat de startersaftrek alleen kan worden toegepast in de eerste drie jaar van ondernemerschap, mits je voldoet aan de voorwaarden van de zelfstandigenaftrek. Dit verlies kun je compenseren met andere inkomsten, zoals loon uit een dienstverband, of verrekenen met toekomstige winsten in andere belastingjaren.

Uitstellen van de fiscale regeling is niet mogelijk. Je moet deze aftrek benutten binnen de eerste drie jaar na de start van je onderneming, zolang je voldoet aan de voorwaarden van de zelfstandigenaftrek. Dit betekent dat je goed moet plannen wanneer je de startersaftrek inzet om er optimaal van te profiteren.

Hoe vraag je startersaftrek aan?

Je hoeft de startersaftrek niet apart aan te vragen. Tijdens je jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting wordt bij het onderdeel ‘Ondernemersaftrek’ automatisch gevraagd of je voldoet aan de voorwaarden. Als dat zo is, worden relevante fiscale regelingen vaak direct toegepast.

Wil je weten hoeveel belastingvoordeel jij krijgt in 2024 of 2025? Gebruik een rekentool of bezoek de pagina van de Belastingdienst. Je kunt ook altijd vrijblijvend contact opnemen met jouw CijferAdviseur. Wij helpen je graag met een nauwkeurige berekening en persoonlijk advies over jouw belastingvoordelen!

Categorieën
Fiscale optimalisatie Fiscale tips & valkuilen Nieuws

Zakelijk leasen en belastingvoordelen

Zakelijk leasen biedt ondernemers veel belastingvoordelen. Van lagere bijtelling bij elektrische auto’s tot de aantrekkelijke youngtimer-regeling, er zijn talloze mogelijkheden om fiscaal voordelig te rijden. Het is echter belangrijk om ook de fiscale aspecten goed te begrijpen, zodat je optimaal kunt profiteren van de beschikbare regelingen. Hier zetten we de belangrijkste punten voor je op een rij, zodat je weloverwogen keuzes kunt maken en optimaal gebruik kunt maken van fiscale voordelen.

Hoe werkt zakelijk leasen?

Private lease vs. zakelijk leasen: Wat is beter voor ondernemers?

Bij private lease sluit je een contract als particulier, wat betekent dat de auto niet op de balans van je onderneming komt te staan en je geen recht hebt op BTW-aftrek. Voor ondernemers kan dit minder aantrekkelijk zijn omdat de kosten volledig uit privévermogen worden betaald. Daarentegen biedt zakelijk leasen specifieke voordelen:

  1. BTW-aftrek: Bij zakelijk leasen kun je de BTW over de leasekosten aftrekken, mits je Btw-plichtig bent. Dit maakt zakelijk leasen vaak voordeliger dan private lease.
  2. Fiscale aftrekposten: Bij zakelijk gebruik kun je ook kosten zoals brandstof en onderhoud aftrekken, wat bij private lease niet mogelijk is.
  3. Balansimpact: Bij financial lease wordt de auto als bedrijfsmiddel opgenomen op de balans, wat bij private lease niet het geval is.
  4. Bijtelling: Zakelijk leasen vereist een bijtelling bij privégebruik van meer dan 500 km per jaar. Bij private lease speelt dit geen rol, maar je mist ook de zakelijke belastingvoordelen.

Overwegingen

Voor een ondernemer die slechts sporadisch een auto nodig heeft, kan private lease eenvoudiger zijn vanwege de beperkte administratieve lasten. Maak je zakelijke ritten met een privé geleasede auto, dan kun je deze kilometers declareren bij je onderneming. Vanaf 2023 geldt een belastingvrije kilometervergoeding van €0,23 per zakelijke kilometer. Dit kan een manier zijn om toch een deel van de kosten fiscaal te compenseren. Maar als je de auto intensief zakelijk gebruikt, biedt zakelijk leasen meer financiële en fiscale voordelen.

Zakelijk leasen betekent dat je een auto gebruikt voor je bedrijf, maar de eigendomsstructuur verschilt per leasevorm. Bij operationele lease blijft de auto eigendom van de leasemaatschappij, terwijl bij financial lease de auto uiteindelijk jouw eigendom wordt. Je betaalt hiervoor een maandelijkse leaseprijs, waarin vaak kosten zoals onderhoud, reparaties en verzekeringen zijn inbegrepen.

Er zijn twee hoofdvormen van lease:

  1. Operationele lease: De auto blijft eigendom van de leasemaatschappij en gaat na de leaseperiode terug naar hen.
  2. Financial lease: De auto komt op jouw balans te staan en wordt jouw eigendom na het betalen van alle termijnen. Deze vorm van lease wordt vaak gezien als een aankoop op afbetaling.

Lees meer over de verschillende leasevormen hier.

Auto van de zaak en belastingvoordelen

Als je een auto van de zaak rijdt, zijn er enkele belangrijke fiscale regels waarmee je rekening moet houden. Dit speelt vooral een actuele rol bij elektrische auto’s, vanwege de recente wijzigingen in bijtelling en subsidies.

Bijtelling

Wanneer je een zakelijke auto ook privé gebruikt, moet je bijtelling betalen. De bijtelling wordt berekend als een percentage van de cataloguswaarde van de auto. Dit percentage hangt af van de CO2-uitstoot van de auto en varieert:

  • Elektrische auto’s: Vaak een lager percentage (bijvoorbeeld 16%). Dit percentage kan jaarlijks veranderen en wordt door de overheid bepaald om duurzaam rijden te stimuleren.
  • Benzine- en dieselauto’s: Meestal een hoger percentage (22%).

Belangrijk om te weten is dat je alleen bijtelling betaalt als je meer dan 500 privékilometers per jaar rijdt. Rijd je minder? Dan kun je dit met een sluitende rittenadministratie aantonen en de bijtelling vermijden. Voor elektrische auto’s geldt dat de lagere bijtelling slechts voor een bepaald deel van de cataloguswaarde geldt; daarboven betaal je het reguliere percentage. Dit maakt het belangrijk om goed te berekenen wat voor jou het voordeligst is.

BTW en aftrekbare autokosten

Bij zakelijk leasen kun je de BTW over de leasekosten aftrekken, mits je Btw-plichtig bent. Maak je daarnaast gebruik van belastingvoordelen zoals de MIA of Vamil-regeling bij elektrische auto’s, dan kun je extra besparen. Gebruik je de auto ook privé? Dan moet je een correctie maken voor het privégebruik. Deze correctie bedraagt 2,7% van de cataloguswaarde van de auto.

Andere aftrekbare kosten zijn:

  • Brandstof (voor zakelijke kilometers)
  • Onderhoud en reparaties (indien niet inbegrepen in de leaseprijs)
  • Verzekeringen (bij financial lease)

Voor elektrische auto’s geldt bovendien dat lagere operationele kosten en subsidies de belastingvoordelen verder kunnen versterken, wat zakelijk leasen een aantrekkelijke optie maakt.

Belastingvoordelen van elektrisch leasen

Het leasen van een elektrische auto kan aantrekkelijk zijn vanwege de gunstige bijtellingspercentages en mogelijke subsidies. Bovendien betaal je geen motorrijtuigenbelasting (MRB) en is de aanschafbelasting (BPM) vaak lager of nihil voor elektrische voertuigen. Dit maakt elektrisch leasen niet alleen milieuvriendelijk, maar ook financieel aantrekkelijk.

Voor ondernemers zijn er extra fiscale voordelen zoals:

  • MIA (Milieu-investeringsaftrek): Hiermee kun je tot 45% van de investeringskosten voor elektrische voertuigen aftrekken van de fiscale winst. Dit voordeel kan oplopen tot duizenden euro’s, afhankelijk van de cataloguswaarde van de auto.
  • KIA (Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek): Deze regeling biedt extra aftrek voor kleine ondernemers die investeren in duurzame voertuigen. Combineerbaar met de MIA voor maximaal voordeel.
  • Vamil-regeling: Hiermee kun je 75% van de investeringskosten afschrijven op een moment dat het jou het beste uitkomt, wat een liquiditeitsvoordeel kan opleveren.

Praktijkvoorbeeld:

Een ondernemer kiest voor een elektrische auto met een cataloguswaarde van €40.000. Dankzij de MIA en KIA kan hij ruim €18.000 aan investeringsaftrek claimen, wat aanzienlijk scheelt in de te betalen belasting. Dit betekent dat de ondernemer de effectieve aanschafkosten aanzienlijk kan verlagen. Stel dat hij daarnaast €1.000 per jaar bespaart op energie- en onderhoudskosten vergeleken met een benzineauto, dan loopt de totale besparing over de leaseperiode flink op.

In de praktijk kan deze ondernemer na aftrek van alle voordelen en bijtelling uitkomen op een maandelijkse netto kostprijs die 20-30% lager ligt dan bij het leasen van een conventionele auto. Dit maakt elektrisch rijden niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor de portemonnee en de lange termijn fiscale strategie van de ondernemer.

Door deze regelingen in combinatie met lagere operationele kosten, zoals goedkopere energie en onderhoud, is zakelijk leasen van een elektrische auto een slimme keuze voor ondernemers die zowel duurzaam als kostenbewust willen ondernemen.

Youngtimer-regeling: Interessant voor ondernemers?

Een andere optie die vaak over het hoofd wordt gezien, maar voor sommige ondernemers erg voordelig kan zijn, is de youngtimer-regeling. Deze regeling is van toepassing op auto’s die ouder zijn dan 15 jaar en kan aanzienlijke fiscale voordelen bieden.

Hoe werkt de youngtimer-regeling?

Bij het rijden in een zakelijke youngtimer wordt de bijtelling berekend over de dagwaarde van de auto in plaats van de oorspronkelijke cataloguswaarde. Dit betekent dat de bijtelling vaak veel lager uitvalt dan bij nieuwere auto’s. Het bijtellingspercentage bedraagt 35% van de dagwaarde, maar omdat de dagwaarde van een auto van 15 jaar of ouder aanzienlijk lager is dan de cataloguswaarde, kan dit een aantrekkelijke optie zijn voor ondernemers.

Voor wie is de regeling interessant?

De youngtimer-regeling is met name interessant voor ondernemers die een betrouwbare auto willen zonder de hoge kosten van een nieuwe leaseauto. Vaak zijn luxere auto’s die 15 jaar of ouder zijn nog steeds in goede staat en bieden ze een hoog rijcomfort tegen lage kosten.

Voorbeeld:

Een ondernemer rijdt een zakelijke youngtimer met een dagwaarde van €8.000. De bijtelling bedraagt in dit geval 35% van de dagwaarde, oftewel €2.800 per jaar. Dit is aanzienlijk minder dan bij een nieuwe auto met een hogere cataloguswaarde, waardoor de youngtimer-regeling een voordelige keuze kan zijn.

Hoe CijferAdvies je kan helpen

Bij CijferAdvies begrijpen we dat het kiezen van een leasevorm en het navigeren door de fiscale regelgeving complex kan zijn. Onze belastingadviseurs staan klaar om je te helpen:

  • Het juiste leasecontract te kiezen.
  • Je BTW-aftrek en bijtelling correct te berekenen.
  • Optimaal gebruik te maken van fiscale voordelen, waaronder de youngtimer-regeling.

Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek en ontdek hoe wij jou kunnen ondersteunen bij je zakelijke keuzes.

Categorieën
Fiscale optimalisatie Nieuws

De belangrijkste veranderingen voor bedrijfswagens in 2025: wat ondernemers moeten weten

Als het kabinet haar plannen uitgevoerd krijgt rondom bedrijfswagens, dan staat er wat te veranderen. Veranderingen voor bedrijfswagens in 2025 komen neer op kostenverhogingen, subsidies die snel opraken en andere fiscale regels. Deze veranderingen beïnvloeden niet alleen de kosten, maar ook de belastingvoordelen en de manier waarop bedrijven hun wagenpark moeten beheren. Als ondernemer wil jij optimaal profiteren van deze nieuwe regels. Anders kom je al snel voor onverwachte kosten te staan. Dus lees snel verder en neem de nodige stappen vandaag nog!

1. Strengere CO2-normen en vergroening

De Nederlandse overheid wil tegen 2030 de CO2-uitstoot fors verminderen, en bedrijfswagens spelen hierin een belangrijke rol. Daarom worden vanaf 2025 de CO2-uitstootnormen voor bedrijfswagens verder aangescherpt. Dit betekent dat bedrijfswagens met een hoge CO2-uitstoot flink duurder worden, zowel bij aanschaf als in gebruik.

De focus op duurzaamheid heeft ook gevolgen voor de fiscale voordelen. Zo zal er meer belastingvoordeel zijn voor bedrijven die kiezen voor elektrische bedrijfswagens. Dit maakt het aantrekkelijker om over te stappen op schonere alternatieven.

Wat betekent dit voor jou?
  • Kies je voor elektrische bedrijfswagens, dan kom je in aanmerking voor aantrekkelijke subsidies, zoals de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). Deze regelingen maken het mogelijk om een deel van de aanschafkosten van een elektrische bedrijfswagen af te trekken van je winst, wat je belastingvoordeel oplevert.
  • Bedrijven die blijven kiezen voor diesel- of benzinewagens zullen te maken krijgen met hogere kosten door de toenemende bpm (Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen) en een hogere bijtelling.

2. Verhoging van de bijtelling voor elektrische bedrijfswagens

Een belangrijk onderdeel voor ondernemers die hun bedrijfswagen ook privé gebruiken is de bijtelling. Tot 2025 geldt er een gunstige bijtelling van 16% voor elektrische bedrijfswagens. Vanaf 2025 stijgt dit percentage naar 22%, gelijk aan de bijtelling voor auto’s met een verbrandingsmotor. Maar schaf je een elektrische auto voor 2025 aan, dan profiteer je nog van het lagere percentage.

Wat kun je doen?
  • Het kan slim zijn om vóór 2025 nog een elektrische bedrijfswagen aan te schaffen. Hierdoor profiteer je nog enkele jaren van het lage bijtellingspercentage van 16%, wat je op de lange termijn duizenden euro’s kan besparen.
  • Denk ook aan alternatieve opties zoals privélease, waardoor je helemaal geen bijtelling hoeft te betalen en toch privé gebruik kunt maken van een bedrijfswagen.

3. Veranderde bpm-tarieven

Naast de bijtelling worden ook de bpm-tarieven voor bedrijfswagens aangepast. Voertuigen met een hoge CO2-uitstoot zullen te maken krijgen met een verhoging van de bpm. Dit maakt de aanschaf van fossiele bedrijfswagens minder aantrekkelijk. Voor elektrische bedrijfswagens blijft de bpm voorlopig op nul staan, wat deze wagens extra aantrekkelijk maakt voor bedrijven die hun wagenpark willen uitbreiden of vervangen. Hier is wel discussie over, omdat het gewicht van de elektrische wagens ook echt wel hoger is.

4. Laadinfrastructuur: wel zo handig

Het kabinet lijkt de push naar elektrische auto’s door te zetten. Al lijkt het er vooral op dat autorijden voor iedereen duurder wordt. De laadinfrastructuur is hoe dan ook steeds belangrijker geworden. Daarom stimuleert de overheid bedrijven om laadpalen te plaatsen op hun bedrijfsterrein door subsidies aan te bieden voor de installatie van laadpunten. Ook thuisladers voor medewerkers kunnen in 2025 rekenen op fiscale voordelen, mits deze worden gebruikt voor bedrijfswagens.

Advies:
  • Begin op tijd met het in kaart brengen van de laadbehoeften voor je bedrijf. Hoeveel laadpalen heb je nodig? Welke subsidies zijn er beschikbaar? Door hier vroeg op in te spelen, kun je profiteren van fiscale voordelen en voorkom je toekomstige problemen.
  • Overweeg om samen met andere bedrijven in de buurt te investeren in een gedeelde laadinfrastructuur. Dit kan kosten besparen en de toegang tot laadpunten voor je medewerkers verbeteren.

5. Verlies van fiscale voordelen voor fossiele bedrijfswagens

In lijn met het klimaatbeleid van de overheid worden enkele fiscale voordelen voor bedrijfswagens die op fossiele brandstoffen rijden afgeschaft. Dit betekent dat de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) voor deze voertuigen zal verdwijnen, waardoor investeren in dat soort voertuigen minder aantrekkelijk wordt.

Voor bedrijven die toch kiezen voor een fossiele bedrijfswagen is het belangrijk om rekening te houden met deze veranderde regelgeving. Het verlies van fiscale voordelen kan de kosten van het wagenpark aanzienlijk verhogen.

Tip: Als je niet volledig kunt overstappen op elektrische voertuigen, overweeg dan ten minste hybride oplossingen. Hybride auto’s zijn namelijk nog steeds voordeliger dan hun fossiele tegenhangers. Daardoor kom je in sommige gevallen toch in aanmerking voor bepaalde fiscale voordelen.

6. Elektrische bestelwagens en subsidies

De Subsidieregeling Elektrische Bedrijfswagens (SEBA) wordt ook in 2025 voortgezet, wat betekent dat je als ondernemer een subsidie kunt aanvragen voor de aanschaf van elektrische bedrijfswagens. Afhankelijk van het type voertuig kan de subsidie oplopen tot duizenden euro’s per bedrijfswagen.

Wat betekent dit voor jou?
  • Door tijdig gebruik te maken van de SEBA-subsidie, kun je je kosten verlagen en tegelijkertijd bijdragen aan een beter milieu.

Bereid je voor op 2025

De veranderingen rondom bedrijfswagens in 2025 vragen om een proactieve aanpak van ondernemers. Door je nu al voor te bereiden kun je inspelen op de fiscale voordelen. Voorkom onverwachte kosten en verassingen. Bij CijferAdvies helpen we je graag met het optimaliseren van je investeringen en belastingvoordelen, zodat je bedrijfsvoering future-proof is. Neem vandaag nog contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek over hoe wij je kunnen ondersteunen bij de fiscale transitie naar een duurzamer wagenpark.

Categorieën
Fiscale optimalisatie Nieuws

Prinsjesdag 2024: Wat betekenen de nieuwe begrotingen voor jouw onderneming?

Op Prinsjesdag 2024 heeft het kabinet een aantal belangrijke fiscale maatregelen aangekondigd die directe impact hebben op ondernemers. Deze wijzigingen zijn bedoeld om de belastingdruk te verlagen, de economie te stimuleren en duurzaamheid te bevorderen. In dit artikel zetten we de belangrijkste veranderingen voor jouw onderneming op een rij en geven we je tips hoe je hier slim mee om kunt gaan.

1. Verlaging van het hoge tarief in de tweede schijf van box 2

Een van de opvallendste maatregelen van Prinsjesdag 2024 is de verlaging van het hoge tarief in de tweede schijf van box 2. In 2024 zijn er twee schijven in box 2 voor dividenduitkeringen toegevoegd. De eerste schijf (tot €67.000 aan dividend) wordt belast tegen 24,5%. Het tarief in de tweede schijf, dat momenteel op 33% ligt, wordt per 2025 verlaagd naar 31%. Dit is goed nieuws voor ondernemers en aandeelhouders, aangezien dit een verlichting biedt op de belastingdruk voor hogere dividenduitkeringen.

Tip van CijferAdvies: Maak optimaal gebruik van de lage schijf in box 2 als je fiscaal partner bent. Samen kunnen jullie profiteren van het lage tarief tot €134.000. Dit bied je de mogelijkheid om dividenden efficiënter uit te keren. Bespreek met jouw CijferAdviseur welke strategie voor jouw situatie het voordeligst is.

2. Afschaffing van het verlaagde btw-tarief voor kunst, cultuur en sport

Op Prinsjesdag 2024 werd ook bekend gemaakt dat op 1 januari 2026 het verlaagde btw-tarief van 9% voor kunst, cultuur, sport en hotelovernachtingen afgeschaft. Het standaard btw-tarief van 21% zal dan van toepassing zijn op deze sectoren. Dit kan een flinke stijging betekenen in de kosten voor consumenten en bedrijven in sectoren zoals sportscholen, culturele instellingen en hotelketens.

Voor ondernemers die actief zijn in deze sectoren kan deze maatregel zorgen voor hogere prijzen en mogelijk lagere marges. Er zijn echter uitzonderingen: toegang tot bioscopen, dierentuinen en attractieparken blijft onder het verlaagde tarief vallen, evenals dagrecreatie zoals kampeerterreinen.

Let op: De wijziging is afhankelijk van het moment van de dienst. Een ticket dat in 2025 wordt verkocht voor een dienst in 2026 valt al onder het nieuwe tarief van 21%. Houd hier rekening mee in je prijspolicy voor aankomende boekingen.

3. Verlaging van de overdrachtsbelasting voor niet-eigen woningen

Goed nieuws voor vastgoedinvesteerders: de overdrachtsbelasting voor woningen die niet in eigen gebruik zijn, wordt per 2026 verlaagd van 10,4% naar 8%. Dit biedt meer ruimte voor vastgoedbeleggingen. De verlaging geldt echter niet voor bedrijfspanden. 

Tip van CijferAdvies: Overweeg om investeringen in huurwoningen uit te stellen tot na 1 januari 2026 om te profiteren van de lagere overdrachtsbelasting.

Versoepeling van de bedrijfsopvolgingsregeling

De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de doorschuifregeling (DSR) spelen een belangrijke rol bij de overdracht van familiebedrijven. Het doel van deze regelingen is om te voorkomen dat de continuïteit van een onderneming in gevaar komt door de belastingdruk bij bedrijfsoverdrachten. Dit maakt het eenvoudiger om familiebedrijven over te dragen zonder zware fiscale lasten., maar er staan enkele belangrijke wijzigingen op de agenda.

Verkorting van de voortzettingstermijn

De verplichte voorzettingstermijn van vijf jaar wordt verkort naar drie jaar vanaf 1 januari 2025. Dit maakt het gemakkelijker om familiebedrijven over te dragen zonder dat er te veel administratieve of fiscale lasten ontstaan. Let op: voor overdrachten vóór deze datum blijft de termijn van vijf jaar gelden.

Aanvullende wijzigingen vanaf 2026

Vanaf 2026 worden er enkele aanvullende aanpassingen doorgevoerd:

  • Beperking van de BOR en DSR: Deze regelingen zullen alleen nog gelden voor gewone aandelen met een minimaal belang van 5%. Opties en winstbewijzen vallen hier niet langer onder.
  • Vereenvoudiging van herstructureringen: Gedurende de bezits- en voortzettingstermijn worden herstructureringen eenvoudiger.
  • Langere bezitstermijn voor schenkers en erflaters: Als een ondernemer na de AOW-leeftijd met een onderneming start, geldt een langere bezitstermijn.
  • Aanpak van dubbel gebruik van de BOR: Er komen strengere maatregelen om misbruik van de regeling te voorkomen, bijvoorbeeld bij dubbele toepassing van de BOR.

Let op: Sinds 1 januari 2024 kwalificeert vastgoed dat aan derden ter beschikking wordt gesteld (bijvoorbeeld verhuurd vastgoed) niet langer als ondernemingsvermogen. Dit betekent dat vastgoed in deze categorie niet meer in aanmerking komt voor de bedrijfsopvolgingsregeling.

Tip van CijferAdvies: Overweeg nu al actie te ondernemen om je bedrijf klaar te maken voor de toekomst. De wijzigingen in de BOR en DSR kunnen een aanzienlijke impact hebben op de manier waarop je je bedrijf overdraagt. Neem contact op met je CijferAdviseur om samen een strategie te ontwikkelen die optimaal gebruik maakt van de nieuwe fiscale voordelen.

5. Terugdraaiing van de versobering van de 30%-regeling

De 30%-regeling is tot 2027 nog beschikbaar. Je kunt als expat dus nog steeds profiteren van de belastingvrije vergoeding. Hij wordt daarnaast ook minder hard versoberd als gedacht. Je kunt daarna namelijk nog steeds profiteren van 27% belastingvrije vergoeding . Deze regeling blijft vooral aantrekkelijk voor bedrijven die hoogopgeleide buitenlandse werknemers aantrekken.

Tip van CijferAdvies: Overweeg om gebruik te maken van deze regeling als je internationale talenten aantrekt. Zorg ervoor dat je voldoet aan de salarisnorm die per 2027 wordt verhoogd.

6. Tariefskorting voor emissievrije personenauto’s

Rijd je op dit moment een emissievrije personenauto dan betaal je geen motorrijtuigenbelasting. Dat gaat vanaf 2025 veranderen. Vanaf dan wordt er een tariefskorting van 75% ingevoerd. Vanaf 2026 wordt deze korting verlaagd naar 25%.

Doordat emissievrije voertuigen vaak zwaarder zijn door de accu’s, zou het belastingvoordeel zonder deze korting wegvallen. Daarom wordt er zo geprobeerd om de extra belasting van de zwaardere elektrische auto’s te compenseren. De regering wil met deze maatregel de verkoop van elektrische voertuigen stimuleren. Het kabinet heeft aangekondigd om in 2025 te evalueren of de korting van 25% voldoende is om de verkoop van emissievrije voertuigen te stimuleren.

Let op: Deze regeling is nog niet definitief en zal naar verwachting later in 2024 in een wetsvoorstel worden opgenomen. Houd deze ontwikkeling goed in de gaten.

7. Afschaffing van de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting

Vanaf 1 januari 2025 wordt de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting afgeschaft. Dit betekent dat giften vanuit je vennootschap niet langer aftrekbaar zijn. Deze worden nu belast als dividend en moeten worden opgegeven in box 2.

Tip van CijferAdvies: Overweeg om giften voortaan vanuit privé te doen. In box 1 blijft de giftenaftrek voorlopig nog bestaan. Dit kan belastingvoordeel opleveren, zeker als je regelmatig bijdraagt aan goede doelen.

Ondersteun je goede doelen door middel van sponsoring of reclame? In dat geval worden deze kosten niet gezien als giften, maar als zakelijke kosten. Dit betekent dat ze, net als andere bedrijfskosten, gewoon aftrekbaar blijven van de winst. Dit geldt ook voor uitgaven die je doet in het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO).

8. Invoering van een derde schijf in de inkomstenbelasting

Er wordt een nieuwe belastingtariefschijf ingevoerd in 2025. Dit zorgt vooral voor lastenverlichting bij middeninkomens, aangezien de eerste schijf omlaag gaat naar 35,82%. Deze maatregel kan vooral invloed hebben op ondernemers die hun inkomsten via box 1 laten belasten.

9. Geen verlaging van het box 3-tarief

Ondanks eerdere verwachtingen, blijft het box 3-tarief in 2025 op 36%. Dit betekent dat er voorlopig geen verlichting komt voor spaarders en beleggers.

10. Strengere earningsstrippingmaatregel

Vanaf 2025 kun je minder rente aftrekken bij vastgoedstructuren, vooral als deze aan derden worden verhuurd. De earningsstrippingmaatregel beperkt renteaftrekken en wordt binnenkort aangescherpt. Dit kan gevolgen hebben voor ondernemers in de vastgoedsector.

Wat betekent Prinsjesdag 2024 voor jouw onderneming?

Prinsjesdag 2024 introduceert diverse veranderingen die de fiscale spelregels voor ondernemers zullen aanpassen. Het is belangrijk om deze wijzigingen goed te begrijpen en tijdig maatregelen te nemen. Of je nu te maken hebt met de bedrijfsopvolgingsregeling, investeert in vastgoed of emissievrije voertuigen overweegt, de nieuwe fiscale regels bieden kansen én uitdagingen.

Neem contact op met CijferAdvies om te bespreken hoe jij het meeste kunt halen uit de nieuwe fiscale maatregelen en om je onderneming klaar te maken voor een fiscaal gezonde toekomst. Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze CijferAdviseurs en maak kennis met boekhouding 2.0.

Meer informatie: Voor een volledig overzicht van alle fiscale wijzigingen kun je terecht op de officiële website van de overheid: rijksoverheid.nl.