Categorieën
Bedrijfskundige analyse Duurzaam ondernemen & subsidies Fiscale optimalisatie Fiscale tips & valkuilen Groei & strategie Herstructurering & reorganisatie Nieuws Ondernemerscoaching Rechtsvorm kiezen of wijzigen Rechtsvorm van je bedrijf Startersbegeleiding Subsidieadvies Volledige boekhouding

Hoe groei in het mkb werkt: verwachtingen, spanningen en fases

Groei in het mkb voelt zelden als vooruitgang op het moment dat het gebeurt. Je omzet neemt toe, je agenda loopt voller en toch voelt het alsof er minder ruimte is dan daarvoor. Niet één groot probleem, maar een reeks kleine signalen die samen iets vertellen. Betalingen die zwaarder voelen dan verwacht. Beslissingen die je uitstelt, terwijl het jaar goed was. Een gevoel van druk waar je vooraf juist meer lucht had verwacht.

Dat ongemak is geen teken dat er iets misgaat. Het is een aanwijzing dat groei zich anders gedraagt dan je intuïtie voorspelt. In het mkb werkt groei niet lineair, niet direct en zelden zonder frictie. Wie begrijpt hoe groei zich ontwikkelt, kijkt anders naar cijfers, keuzes en tempo. Niet om te sturen, maar om te begrijpen wat er gebeurt voordat groei daadwerkelijk ruimte geeft.

Inhoudsopgave

Groei verloopt niet gelijkmatig, maar in sprongen

Veel ondernemers denken over groei in percentages. Tien procent meer omzet voelt overzichtelijk en beheersbaar, alsof het bedrijf in hetzelfde tempo doorgroeit. In de praktijk werkt het anders. Omzet groeit vaak geleidelijk, maar kosten doen dat zelden. Die komen in stappen: een extra medewerker, een grotere locatie, meer ondersteuning. Tegelijk groeit de complexiteit sneller dan beide. Meer klanten betekent meer variatie, meer uitzonderingen en meer afstemming.

Dit patroon zie je ook terug in landelijke cijfers over het mkb, waaruit blijkt dat bedrijven wel omzetgroei realiseren, maar moeite hebben om structureel door te groeien in productiviteit en schaal (bron: CBS – Bedrijven in het mkb groeien beperkt). Groei voelt daardoor zwaarder dan verwacht. Niet omdat je inefficiënt werkt, maar omdat de vorm van groei anders is dan de cijfers suggereren. Het effect van groei is ongelijk verdeeld in tijd, aandacht en geld, en daardoor lastig te voorspellen op gevoel alleen.

Groei werkt altijd met vertraging

Beslissingen die je vandaag neemt, hebben zelden direct hun effect. Kosten zijn zichtbaar op het moment dat je ze maakt. De opbrengsten volgen later. Nieuwe mensen zijn niet meteen productief. Processen lopen pas na verloop van tijd soepeler. Ook klanten reageren op schaalvergroting: facturatie, betalingstermijnen en verwachtingen veranderen mee.

Die vertraging zorgt ervoor dat groei vaak eerst aanvoelt als achteruitgang. Je investeert tijd, geld en aandacht, terwijl de ruimte nog uitblijft. Dat is geen fout in de uitvoering, maar een vast kenmerk van groei. Juist daarom wordt vooruitkijken belangrijk zodra een bedrijf een bepaalde omvang bereikt. Niet om zekerheid te creëren, maar om tijd en spanning zichtbaar te maken. Wie dat wil verdiepen, herkent hier de reden waarom werken met financiële prognoses vaak meer zegt over timing dan over voorspellen.

Groei vergroot wat er al was

Groei creëert zelden nieuwe problemen. Het vergroot bestaande eigenschappen. Dunne marges worden voelbaar. Handmatige werkwijzen worden kwetsbaar. Afhankelijkheid van één persoon wordt een risico. Wat eerder werkbaar was, komt onder spanning te staan.

Dat is de reden dat groei vaak samenvalt met twijfel. Niet omdat je het verkeerd doet, maar omdat de schaal verandert. In de praktijk zie je dit terug in situaties waarin winst wel zichtbaar is, maar ruimte ontbreekt. Dat mechanisme wordt vaak aangeduid als schijnwinst: een logisch gevolg van groei die bestaande verhoudingen uitvergroot, zoals verder uitgewerkt in het artikel over schijnwinst in het mkb.

Groei vraagt eerst draagkracht voordat het ruimte oplevert

Elke groeifase vraagt een investering die je niet altijd direct terugziet in opbrengst. Extra omzet vraagt voorfinanciering. Meer klanten vragen aandacht. Meer mensen vragen begeleiding. Tegelijk neemt het aantal fouten en correcties tijdelijk toe, simpelweg omdat systemen en routines nog moeten meebewegen.

Dat verklaart waarom groei vaak krap voelt voordat het lucht geeft. Niet omdat de groei verkeerd is, maar omdat het bedrijf eerst moet leren dragen wat erbij komt. Wie alleen kijkt naar het eindresultaat, mist deze tussenfase. Wie begrijpt dat groei eerst ruimte kost, kan realistischere verwachtingen vormen over tempo en draagkracht.

Elke groeifase in het mkb kent een eigen breekpunt

Wat je hier heeft gebracht, is zelden wat je verder brengt. Werkwijzen die goed passen bij een klein team, lopen vast zodra het groter wordt. Beslissingen die je op gevoel kon nemen, vragen ineens afstemming. Overzicht verandert in afhankelijkheid. Dat voelt vaak alsof het probleem ineens ontstaat, terwijl het in werkelijkheid het gevolg is van een overgang naar een volgende fase.

Die breekpunten zijn geen falen, maar structurele momenten waarop groei van karakter verandert. De vragen die je bedrijf stelt, verschuiven. Van doen naar organiseren. Van overzicht naar afspraken. Van impliciete kennis naar overdraagbaarheid. In het artikel over hoe een bedrijf succesvol groeit worden deze groeifases verder uitgediept en herkenbaar gemaakt, juist om te laten zien dat zulke overgangen bij groei horen en voorspelbaar zijn.

In groei veranderen cijfers van terugblik naar signaal

In een stabiele fase laten cijfers vooral zien wat er is gebeurd. In groei krijgen ze een andere functie. Ze worden signalen die laten zien waar spanning ontstaat. Niet om te beoordelen, maar om te begrijpen.

Het gaat dan minder om het eindresultaat en meer om de verhoudingen eronder. Waar zit vertraging? Waar groeit de complexiteit sneller dan de opbrengst? Waar schuift ruimte langzaam dicht? Ondernemers die hier scherper op willen letten, ontdekken dat sturen op cijfers vooral betekent dat je leert zien wat er onder de oppervlakte gebeurt.

Waarom groei juist goed georganiseerde ondernemers verrast

De spanning van groei treft zelden de ondernemer die alles laat liggen. Ze treft juist degene die levert, bijstuurt en verantwoordelijkheid neemt. Groei ontstaat daar vaak op kwaliteit. En precies dat maakt de overgang lastig zichtbaar.

Klanten zijn tevreden. Het team werkt door. Jij vangt veel op. Daardoor merk je de grens laat. Tot het moment dat het systeem het niet meer vanzelf draagt en je voelt dat de manier waarop je altijd werkte, niet meer past bij de omvang van je bedrijf.

Begrijpen hoe groei werkt, verandert hoe je kijkt

Zodra je begrijpt dat groei vaste eigenschappen heeft, wordt het minder persoonlijk. Het ongemak krijgt context. De twijfel krijgt een verklaring. Groei blijkt geen beloning, maar een overgang naar een ander spel.

Cijfers blijven daarbij een hulpmiddel. Geen conclusie, maar richtingaanwijzers. Wie dat kader eenmaal ziet, kan betere keuzes maken over tempo, richting en draagkracht. Niet door harder te werken, maar door anders te kijken.

Bronnen en context

Categorieën
Bedrijfskundige analyse Duurzaam ondernemen & subsidies Fiscale optimalisatie Fiscale tips & valkuilen Groei & strategie Herstructurering & reorganisatie Nieuws Ondernemerscoaching Rechtsvorm kiezen of wijzigen Rechtsvorm van je bedrijf Startersbegeleiding Subsidieadvies Volledige boekhouding

Wat betekent zzp’en in 2026 nog?

Over keuzes, risico’s en structuur in een zzp-model dat niet meer vanzelfsprekend is

Zzp’en in 2026 is nog steeds mogelijk. Alleen: het is minder vanzelfsprekend voordelig, zorgeloos of simpel. Voor sommige ondernemers blijft het zzp-model logisch. Voor anderen begint het te wringen. Niet omdat ze minder goed ondernemen, maar omdat de spelregels zijn veranderd.

Fiscale voordelen zijn in hoog tempo afgebouwd. Wetgeving rond arbeidsrelaties wordt minder gedoogd en strakker gehandhaafd. En risico’s die vroeger impliciet waren, liggen nu explicieter bij jou. De korte conclusie is simpel: zzp’en in 2026 vraagt meer samenhang tussen hoe je werkt, hoe je geld verdient en hoe je risico’s draagt.

Wie hier landt, zoekt meestal geen snelle ja of nee, maar helderheid. Helderheid over wanneer zzp’en nog logisch is, waar het schuurt, welke risico’s structureel zijn en waarom de vraag ‘moet ik iets anders?’ steeds vaker opkomt. Wat volgt is geen betoog en geen stappenplan, maar een analyse die zichtbaar maakt waarom het oude vanzelfsprekende zzp-model steeds minder vanzelfsprekend is.

Inhoudsopgave

Het oude zzp-gevoel was een simpel ruilmodel

Dat gevoel was niet naïef of verkeerd. Het paste bij de context van toen en werkte zolang de randvoorwaarden meebewogen.

Lang voelde zzp’en overzichtelijk. Je ruilt tijd en expertise voor een tarief. De administratie volgt vanzelf. De belastingdruk is te voorspellen. En als het druk is, voelt dat als controle.

Dat ruilmodel werkte goed in een periode waarin zelfstandigheid vooral werd beoordeeld op intentie. Wie zichzelf ondernemer vond en zich zo gedroeg, werd ook zo behandeld. De fiscale regels sloten daarbij aan. Minder vaste lasten dan loondienst, een duidelijk ondernemersregime en relatief weinig discussie over de vorm.

In 2026 werkt dit model nog steeds, maar niet meer automatisch. Zelfstandigheid wordt minder gevoeld en meer getoetst. Niet alleen door de Belastingdienst, maar ook door opdrachtgevers, banken en verzekeraars. Het tarief moet daardoor méér dragen dan alleen de uren. Het moet ruimte bieden voor risico, onzekerheid en onderbouwing.

Juist door zelfstandig werken van toen naast dat van nu te leggen, wordt duidelijk waarom dit kantelpunt nu zo voelbaar is.

Winst voelt anders nu de fiscale onderlaag verandert

De zelfstandigenaftrek is in korte tijd veranderd van een substantiële steunpilaar naar een relatief klein bedrag. In combinatie met vaste belastingtarieven betekent dit dat dezelfde omzet en winst in 2026 netto minder opleveren dan in eerdere jaren.

Dat effect wordt vaak pas laat zichtbaar. Niet in de boekhouding, maar in de beleving. Een jaar dat inhoudelijk goed voelt, levert minder ruimte op dan verwacht. Niet omdat de cijfers onjuist zijn, maar omdat de fiscale onderlaag waarop jarenlang is gestuurd, structureel is veranderd.

Dit raakt niet alleen uitzonderlijk hoge winsten, maar juist ook de zogenoemde goede middenjaren: jaren waarin alles klopt, maar de financiële ruimte toch dunner aanvoelt dan vroeger.

Wat hier vaak door elkaar loopt, is winst en liquiditeit. Dat onderscheid bepaalt in 2026 steeds vaker of een jaar als ‘goed’ of ‘krap’ wordt ervaren. Winst zegt iets over resultaat, maar niet over hoeveel geld er daadwerkelijk beschikbaar is om keuzes te maken. Belastingen, privé-opnames en reserveringen drukken op dezelfde winst, waardoor het gevoel van ruimte sneller verdampt.

Daardoor ontstaat een nieuw spanningsveld. Tarieven die jarenlang logisch waren, blijken ineens krap. Extra uren maken voelt als de enige oplossing, terwijl het probleem niet in productiviteit zit, maar in de manier waarop winst wordt verdeeld over belasting, privé en toekomst.

Wie dit verder doorgrondt, ziet hoe het onderscheid tussen winst en ruimte door fiscale wijzigingen steeds bepalender is geworden.

Wanneer cijfers volgen, maar niet meer sturen

Veel zzp’ers hebben hun administratie goed op orde. De cijfers kloppen. De aangiftes zijn op tijd. Toch voelt het steeds vaker alsof beslissingen worden genomen vóórdat de cijfers iets zeggen.

Dat komt omdat de meeste administraties zijn ingericht op verantwoording, niet op sturing. Ze laten zien wat er is gebeurd, maar niet wat er aankomt. In een omgeving met afnemende fiscale ruimte en toenemende risico’s is dat steeds minder voldoende.

Keuzes over tarief, investeren, reserveren of samenwerken worden dan gemaakt op gevoel. De cijfers volgen achteraf en bevestigen hooguit dat het krapper of spannender is geworden.

Juist in 2026 maakt dat verschil. Wie pas bij de aangifte ziet hoeveel ruimte er werkelijk was, is te laat om bij te sturen. Niet omdat de administratie tekortschiet, maar omdat de informatie niet wordt gebruikt als richtinggevend instrument.

Daarmee verschuift de aandacht van meer vastleggen naar scherper kijken naar wat dezelfde cijfers zeggen.

Wanneer tijd nog steeds je belangrijkste product is

Er zijn alternatieven die dit patroon kunnen doorbreken, zonder dat meteen schaal, personeel of een ‘groter bedrijf’ nodig is. Niet als oplossing, maar als andere manier om naar waarde en beloning te kijken.

Veel zzp‑modellen leunen nog altijd op één kern: tijd ruilen voor geld. Dat werkt zolang inzet, energie en beschikbaarheid vanzelfsprekend zijn.

In 2026 schuurt dit model vaker. Niet alleen omdat het fysiek of mentaal begrenst, maar omdat steeds meer verplichtingen op dezelfde uren drukken. Verzekeren, pensioen, buffers en belasting moeten allemaal worden gefinancierd uit dezelfde inzet.

Daardoor ontstaat afhankelijkheid. Niet alleen van opdrachtgevers, maar van het eigen werkvermogen. Groei betekent vaak: meer werken of duurder worden. Uitval betekent: direct inkomensverlies.

Dat maakt het verdienmodel zelf een strategisch onderwerp. Niet iedereen hoeft te schalen of te veranderen. Maar wie uitsluitend leunt op tijd, merkt dat flexibiliteit en zekerheid steeds lastiger te combineren zijn.

Hier wordt zichtbaar waarom het verdienmodel zelf steeds vaker onderwerp van gesprek wordt.

Wanneer langdurig samenwerken onder druk komt te staan

Sinds de herstart van de handhaving op schijnzelfstandigheid kijken opdrachtgevers anders naar inhuur. Niet vanuit wantrouwen, maar vanuit risicobeheersing. De juridische en fiscale gevolgen van een verkeerde kwalificatie liggen primair bij hen.

Die verantwoordelijkheid vertaalt zich niet alleen in contracten, maar in gedrag. Opdrachtgevers stellen meer vragen vooraf. Ze willen weten hoe zelfstandig je werkt, hoe vervangbaarheid is geregeld en hoe de opdracht zich verhoudt tot hun eigen organisatie.

Juist langdurige samenwerking wordt daardoor gevoeliger. Wat jarenlang stabiliteit gaf, kan nu vragen oproepen. Vaste dagen, structurele aanwezigheid en inhoudelijke aansturing schuiven langzaam richting een profiel dat juridisch lastiger te verdedigen is.

Voor de zzp’er raakt dit direct aan strategie en positionering. Lang bij één opdrachtgever werken voelt veilig, maar vergroot tegelijkertijd de afhankelijkheid. Meer spreiding geeft juridische rust, maar vraagt om commerciële inspanning en onzekerheid.

Die afweging is niet nieuw. Maar zelfstandig werken is veranderd, en de is toetsing scherper geworden. Juist in de praktijk wordt hier duidelijk waar langdurige samenwerking schuurt.

Een BV lost geen verkeerde arbeidsrelatie op

De gedachte om over te stappen naar een BV ontstaat vaak op momenten van onzekerheid of groei, juist op het snijvlak van fiscale druk, langdurige samenwerking en toenemende onzekerheid. Alsof een andere rechtsvorm automatisch meer duidelijkheid of veiligheid biedt.

In de praktijk verandert een BV niets aan de feitelijke manier van werken. Als de samenwerking inhoudelijk kenmerken van loondienst heeft, blijft die kwalificatie bestaan. De vorm van de onderneming verandert dat niet.

Dat maakt de discussie ongemakkelijk, maar ook essentieel. De kernvraag ligt niet bij de rechtsvorm, maar bij de inrichting van het werk en de verdeling van risico’s.

Dat verklaart waarom een BV in sommige situaties rust brengt en in andere juist niets oplost.

Verzekeren voelt verplicht voordat het dat is

Verzekeren voelt in 2026 voor veel zzp’ers niet langer als een vrijblijvende keuze. Ook zonder formele verplichting wordt verzekerbaarheid steeds vaker gezien als onderdeel van professioneel ondernemerschap, door opdrachtgevers, financiers en ondernemers zelf.

Niet verzekeren is daarbij óók een keuze, zolang die bewust wordt gemaakt en past bij de draagkracht van de onderneming en het privé‑inkomen.

De kwetsbaarheid van één langdurige uitval wordt zichtbaarder naarmate het inkomen stijgt en de onderneming afhankelijker wordt van de persoon. Zeker bij zzp’ers die hun inkomen vrijwel volledig uit eigen inzet halen, is het risico geconcentreerd. Eén ongeluk, ziekte of langdurige uitval raakt direct zowel privé als onderneming.

In 2026 is een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers nog geen feit, maar de richting is duidelijk en wordt steeds concreter. Het maatschappelijke en politieke uitgangspunt is dat zelfstandigen meer verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen inkomenszekerheid. Die beweging zie je nu al terug in gesprekken met opdrachtgevers en in financieringsaanvragen.

De afweging rond verzekeren gaat daardoor zelden alleen over de premie. Het gaat over draagkracht. Over de vraag welk risico je zelf kunt en wilt dragen, en welk risico de onderneming simpelweg niet kan opvangen zonder structurele schade.

Veel zzp’ers lossen dit gedeeltelijk op met buffers. Dat werkt, zolang die buffers realistisch zijn in verhouding tot mogelijke uitval. Een buffer van enkele maanden voelt geruststellend, maar biedt weinig bescherming bij langdurige arbeidsongeschiktheid.

Verzekeren, reserveren en accepteren dat niet elk risico volledig af te dekken is, vormen in 2026 steeds vaker een samenhangend geheel. Niet als verplicht nummer, maar als onderdeel van hoe je je ondernemerschap duurzaam inricht.

De kern verschuift daarmee van wel of niet verzekeren naar de manier waarop inkomensrisico’s structureel worden gedragen.

Pensioen is geen bijzaak meer, maar onderdeel van je verdienmodel

Dit raakt direct je ruimte, je keuzes en je toekomst als zelfstandige.

Waar pensioen voor veel zzp’ers jarenlang iets was voor ‘later’, dwingt de huidige context tot een andere kijk. Minder fiscale voordelen, meer eigen risico en langere loopbanen maken pensioen onderdeel van het ondernemingsmodel zelf.

In loondienst is pensioen een automatische afslag. Als zelfstandige moet je die keuze zelf maken, én zelf financieren. Dat betekent dat pensioenopbouw direct concurreert met privé-opnames, buffers en investeringen. Juist daardoor blijft pensioen bij veel zzp’ers impliciet: niet omdat het onbelangrijk is, maar omdat het schuurt met de dagelijkse geldstroom.

De fiscale ruimte om pensioen op te bouwen is er nog steeds, maar vraagt meer regie dan voorheen. De oudedagsreserve (FOR) is voor nieuwe opbouw afgeschaft, maar bestaande FOR-standen mogen worden afgewikkeld. Dat vraagt om bewuste keuzes: afstorten, omzetten of laten staan tot staking.

Daarnaast is er de fiscale jaarruimte. Wie aantoonbaar te weinig pensioen opbouwt, mag jaarlijks een bedrag fiscaal aftrekbaar storten in een lijfrente of bankspaarproduct. Onbenutte ruimte uit eerdere jaren kan via de reserveringsruimte alsnog worden ingehaald. Daarmee is pensioenopbouw geen alles-of-niets-beslissing, maar iets dat meebeweegt met winst en levensfase.

In de praktijk zie je dat zzp’ers die pensioen los blijven zien van hun ondernemingsstructuur later vastlopen. Niet omdat ze te weinig verdienen, maar omdat geld steeds wordt beoordeeld op directe beschikbaarheid in plaats van op lange termijn functie.

Daar wordt zichtbaar hoe FOR, jaarruimte en pensioenopbouw onderdeel worden van de bredere financiële inrichting.

Subsidies en regelingen voelen versnipperd, maar raken wel je ruimte

Subsidies werken vrijwel altijd vooraf. Ze beïnvloeden keuzes vóórdat je investeert, niet als correctie achteraf.

Voor veel zelfstandigen voelt het subsidielandschap versnipperd en onoverzichtelijk. Regelingen wisselen, voorwaarden veranderen en de administratieve drempel lijkt hoog. Daardoor verdwijnen subsidies al snel uit beeld, zeker bij zzp’ers die hun focus vooral op omzet en opdrachten hebben liggen.

Toch spelen subsidies en fiscale regelingen ook in 2026 een duidelijke rol in de ruimte die je als ondernemer ervaart. Niet als structurele inkomstenbron, maar als manier om investeringen mogelijk te maken op momenten dat de kasstroom daar eigenlijk nog geen ruimte voor voelt.

Denk bijvoorbeeld aan innovatie, ontwikkeling of verduurzaming. Regelingen zoals de WBSO kunnen een deel van de ontwikkelkosten compenseren, maar alleen als je vooraf inzichtelijk maakt waar tijd en geld naartoe gaan. Dat vraagt geen extra ondernemerschap, maar wel een andere manier van kijken naar je uren en activiteiten.

Ook investeringsaftrekken spelen hierin mee. Niet als bonus achteraf, maar als factor die bepaalt of een investering nú logisch is of beter kan wachten. Wie dat pas bij de aangifte bekijkt, mist vaak het strategische effect.

Het gevolg van subsidies structureel negeren is zelden dat je direct ‘geld laat liggen’. Vaker betekent het dat investeringen worden uitgesteld, kleiner worden uitgevoerd of helemaal niet plaatsvinden. En juist dat beïnvloedt groei, tariefontwikkeling en toekomstbestendigheid.

Dat laat zien waarom subsidies vooral vooraf richting geven en zelden achteraf iets repareren.

De kleineondernemersregeling is eenvoud, maar niet altijd voordelig

De kleineondernemersregeling (KOR) wordt vaak gekozen vanuit een begrijpelijke wens: rust en overzicht. Geen btw‑aangiftes, minder administratieve handelingen en het gevoel dat de onderneming eenvoudiger wordt.

In 2026 is die eenvoud echter zelden gratis. Wie deelneemt aan de KOR brengt geen btw meer in rekening, maar kan ook geen btw meer terugvragen. Dat lijkt overzichtelijk zolang investeringen beperkt blijven en de kostenstructuur stabiel is.

De spanning ontstaat op het moment dat de onderneming beweegt. Bij grotere investeringen, groei in omzet of een verandering in opdrachtgevers. Btw wordt dan ineens een kostenpost in plaats van een doorlopende post. Dat effect zie je niet direct in de winst, maar wel in liquiditeit en investeringsruimte.

Daar komt bij dat de KOR geen flexibele regeling is. De keuze werkt door over meerdere jaren. Dat betekent dat een beslissing die vandaag rust geeft, later kan knellen wanneer de onderneming sneller groeit dan verwacht of wanneer het model verandert.

Voor veel zzp’ers is de KOR daardoor geen puur administratieve keuze, maar een strategische. Niet de vraag of het mag, maar of het past bij waar de onderneming naartoe beweegt.

Het effect van de KOR wordt vooral zichtbaar wanneer je haar afzet tegen investeringen, btw‑positie en groeiplannen.

De BV-vraag gaat over structuur, niet over een snelle belastingwinst

De vraag of een BV fiscaal voordeliger is, wordt vaak als eerste gesteld. Zeker wanneer winst stijgt en het gevoel ontstaat dat er ‘te veel’ belasting wordt betaald. In 2026 is die vraag zelden los te zien van twee andere onderwerpen: de arbeidsrelatie en de functie van winst.

Een BV verandert niets aan de beoordeling van zelfstandigheid. Als de samenwerking inhoudelijk kenmerken van loondienst heeft, blijft die kwalificatie bestaan. De rechtsvorm biedt dan geen bescherming. De praktijk van werken weegt zwaarder dan de juridische jas.

Daarnaast verschuift in een BV de betekenis van winst. Winst is niet automatisch privé besteedbaar. Een deel wordt loon, een deel blijft in de onderneming. Dat vraagt om een andere manier van kijken naar geld: minder als inkomen, meer als bouwsteen.

Voor ondernemers die hun winst grotendeels nodig hebben voor privé-uitgaven voelt die structuur vaak beperkend. Voor ondernemers die ruimte willen opbouwen, risico’s willen scheiden of investeren in groei, kan juist rust ontstaan.

De BV is daarmee geen fiscale truc, maar een bewuste structuurkeuze. Ze dwingt tot nadenken over waar geld voor dient, hoe risico’s worden gedragen en hoe toekomstgericht de onderneming is ingericht.

Het verschil zit daarmee minder in belastingpercentages en meer in de functie die geld vervult binnen de onderneming.

Een zzp-profiel maakt zichtbaar waar het schuurt

Dit is één veelvoorkomend profiel. Niet dé zzp’er, maar een praktijkvoorbeeld dat laat zien waar spanningen samenkomen.

Stel je een zelfstandige voor die al jaren goed draait. Geen starter, geen twijfelaar. Iemand met ervaring, vaste opdrachtgevers en een duidelijk vak. Deze zzp’er werkt projectmatig, maar vaak langdurig bij dezelfde organisaties. De omzet is stabiel. De administratie op orde. Er is geen gevoel van chaos, maar ook geen gevoel van ruimte.

De cijfers in 2026 zien er ongeveer zo uit:

– omzet rond de €140.000 – zakelijke kosten van ongeveer €25.000 – winst vóór belasting van ongeveer €115.000

Op papier is dit een gezond profiel. De ondernemer voldoet aan het urencriterium, heeft geen schulden en ziet zijn winst jaar op jaar stijgen.

Toch ontstaat hier frictie.

De zelfstandigenaftrek is inmiddels beperkt. Daardoor levert deze winst netto minder op dan enkele jaren geleden. Dat verschil voelt niet als een correctie, maar als een tegenvaller, juist omdat het werk en de inzet gelijk zijn gebleven.

Tegelijk is deze zzp’er voor het grootste deel van zijn inkomen afhankelijk van één of twee opdrachtgevers. Dat was jarenlang geen probleem. Het zorgde voor continuïteit en rust. In 2026 wordt diezelfde continuïteit ineens een aandachtspunt in gesprekken over zelfstandigheid en risico.

Pensioenopbouw gebeurt ad hoc. Er wordt wel eens ingelegd, maar alleen in goede jaren. Niet structureel. Verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid is overwogen, maar steeds vooruitgeschoven. Niet uit onwil, maar omdat het lastig voelt om vaste lasten toe te voegen zolang alles leunt op persoonlijke inzet.

De kleineondernemersregeling is niet van toepassing, omdat de omzet daar ruim boven ligt. Btw-afdracht is routine geworden, maar bij grotere investeringen wordt steeds vaker gerekend: nu investeren betekent minder liquiditeit, later investeren voelt veiliger.

En dan komt de vraag op tafel of een BV ‘niet handiger’ zou zijn.

Niet omdat er een concreet probleem is, maar omdat meerdere spanningen samenkomen: winst voelt minder vrij besteedbaar, de afhankelijkheid van opdrachtgevers wordt kwetsbaarder en de toekomst vraagt om meer structuur dan het huidige model vanzelf biedt.

In dit profiel zit niets uitzonderlijks. Geen fouten. Geen verkeerde keuzes.

Het laat vooral zien waar zzp’en in 2026 vaak schuurt: niet in de cijfers zelf, maar in de aannames die jarenlang logisch waren en dat nu niet meer automatisch zijn.

Waarom juist goed georganiseerde ondernemers vastlopen

Veel zzp’ers zijn beter geworden in omzet maken dan in financiële architectuur. Ze sturen op resultaat, maar niet op ruimte. Dat is niet gek. In een goed lopende praktijk is er altijd iets urgenter dan ‘later’ organiseren.

Dan ontstaan zinnen als: ik verdien goed, maar ik voel geen vrijheid. Of: ik werk zelfstandig, maar ik ben afhankelijker dan ooit. Niet omdat het slecht gaat, maar omdat het model te veel leunt op één persoon en één ritme.

Wanneer het weer klopt

Zzp’en in 2026 vraagt geen andere ambitie, maar een andere blik. Niet automatisch blijven doen wat ooit logisch was, maar bewust kijken naar hoe werk, risico en geld zich tot elkaar verhouden.

Soms betekent dat: scherper kiezen in opdrachten en looptijd. Soms: een tarief dat niet alleen je uren, maar ook je risico’s en toekomst financiert. Soms: meer structuur rond buffers, verzekeren en pensioen. En soms: een rechtsvorm die past bij wat je aan het bouwen bent.

Dan worden cijfers weer wat ze moeten zijn: geen oordeel achteraf, maar richting voor vooruit.

En soms betekent dat ook dat je niets hoeft te veranderen. Zolang de keuzes die je maakt bewust zijn en passen bij waar je naartoe wilt.

Categorieën
Nieuws Rechtsvorm kiezen of wijzigen Rechtsvorm van je bedrijf

Overstap van eenmanszaak naar BV: Is het voor jou de juiste keuze?

Het is 2025. Je hebt je IB-aangifte waarschijnlijk net achter de rug. Je weet nu precies wat je winst was, hoeveel belasting je hebt betaald – en misschien ook hoeveel aftrekposten je niet meer had. Dit is hét moment om na te denken over de toekomst van je onderneming. De fiscale voordelen voor eenmanszaken worden namelijk verder afgebouwd, waardoor het omslagpunt voor een overstap naar een Besloten Vennootschap (BV) lager komt te liggen. De vraag dringt zich op: ben ik nog wel goed bezig met mijn eenmanszaak, of wordt het tijd voor iets anders?

Inhoud

Waarom juist nu?

Veel ondernemers stellen de vraag; overstappen van eenmanszaak naar bv? eigenlijk te laat. Namelijk pas als de belastingaanslag binnenkomt. Na het doen van de IB-aangifte wordt pijnlijk duidelijk hoeveel belasting je afdrukt, en vooral: wat je mist aan oude aftrekposten. De zelfstandigenaftrek is in 2025 teruggebracht tot €1.280. De MKB-winstvrijstelling levert minder op door aangepaste tarieven. De spelregels zijn veranderd – en daarmee verandert het speelveld.

Je hebt je cijfers nu scherp. Je weet wat je overhoudt. Dit is het perfecte moment om te bepalen of de BV-structuur beter past bij waar je naartoe wilt.

De beruchte ‘€90.000-regel’: vergeet ‘m even

Online lees je het overal: “Bij €90.000 winst moet je overstappen.” Klinkt lekker duidelijk. Maar zo werkt het niet. Die vuistregel houdt geen rekening met:

  • De kosten van een BV (notaris, administratie, DGA-salaris);
  • Je risicoprofiel of branche;
  • Of je investerings- of personeelsplannen hebt;
  • En of je bijvoorbeeld ook een holdingstructuur overweegt.

De echte vraag is: wat wil je met je onderneming? Als je winst stevig stijgt, je risico toeneemt of je bedrijf verkoopbaar moet worden, dan kan een BV sneller lonen. Maar als je eenvoudig en zelfstandig wilt ondernemen, is de eenmanszaak nog steeds een prima keuze – ook boven de €100.000. Dus wanneer moet je overstappen van eenmanszaak naar bv? 

Wanneer past een BV beter bij jou?

Bij CijferAdvies kijken we naar de context. Geen standaard rekensom, maar vragen als:

  • Hoe ziet je winst eruit over meerdere jaren?
  • Wil je op termijn personeel of investeerders?
  • Heb je plannen om je bedrijf te verkopen?
  • Hoeveel privé risico wil (of kun) je dragen?

Een BV bied je:

  • Beperkte aansprakelijkheid – je privévermogen blijft in principe buiten schot;
  • Professionelere structuur – gunstig bij grotere klanten of aanbestedingen;
  • Fiscale flexibiliteit – winst kun je deels reserveren, en pas later uitkeren.

Maar let op: het komt met verplichtingen. Een loon voor jezelf. Meer administratie. Jaarrekeningen. Daar moet je klaar voor zijn – financieel én organisatorisch.

Fiscale verschillen in 2025: in het kort

  • Eenmanszaak: winst wordt belast in box 1 (tot 49,5%), mét afnemende aftrekposten.
  • BV: 19% VPB tot €200.000, daarna 25,8%. Dividend uitkeren? Nog eens 26,9%.
  • Slimme spreiding: in een BV kun je winst in de onderneming houden en spreiden over de jaren – wat gunstig uitpakt als je niet alles direct nodig hebt.

Een voorbeeld uit de praktijk

Een klant met €115.000 winst, groeiambitie én personeel in aantocht: we hebben een BV + holding opgezet. Voor een andere ondernemer met €120.000 winst maar zonder groeiplannen, was de eenmanszaak – ondanks het verlies aan aftrek – nog steeds het voordeligst. Context is alles.

Denk vooruit, niet achteraf

Wat veel ondernemers vergeten: overstappen werkt vooruit, niet achteraf. Wil je je winst over 2025 slimmer structureren? Dan moet je nu handelen.

Tip: Regel het vóór de zomer. Dan heb je tijd om alles goed in te richten én profiteer je nog datzelfde jaar.

Hoe wij dat aanpakken

Bij CijferAdvies beginnen we niet met een oordeel, maar met een analyse. We maken een winstprojectie, bespreken je doelen en berekenen meerdere scenario’s. En als overstappen slim is? Dan begeleiden we alles – van notaris tot Belastingdienst – en zorgen we dat je administratie klaar is voor de BV-structuur.

We denken niet in regels van €90.000, maar in wat past bij jouw route als ondernemer.

Meer weten?

Laat je niet leiden door geruchten of rekenmodellen op internet. Laat je adviseren op basis van jouw situatie. Dat doen we al jaren voor honderden ondernemers in heel Nederland.

Wil je weten of overstappen van een eenmanszaak naar een BV voor jou nú slim is? Plan dan een gesprek in met een van onze adviseurs.

Aanvullende info: Wil je zelf alvast verdiepen in de verschillen tussen eenmanszaak en BV – van belastingdruk tot oprichtingskosten? Bekijk dan ook onze uitgebreide uitleg.

Categorieën
Nieuws Rechtsvorm van je bedrijf

De stichting in simpele taal

Wil jij iets belangrijks bijdragen aan de samenleving vanwege een maatschappelijk, sociaal of ideëel doel. Geen winstoogmerk, wel iets belangrijks doen? Dan is het oprichten van een stichting de juiste keuze voor jou. Een stichting is een geschikte rechtsvorm waarmee je jouw visie kunt realiseren en een positieve impact kunt hebben op de samenleving. In dit artikel ontdek je alles wat je moet weten over stichtingen.

De stichting als rechtsvorm

Bij deze rechtsvorm zijn bestuursleden niet persoonlijk aansprakelijk. Dit betekent dat je kunt werken aan je doelen, wetende dat de stichting juridisch verantwoordelijk is. Als rechtspersoon kan de stichting optreden namens zichzelf, bezittingen beheren, onroerend goed bezitten en zelfs een bankrekening openen.

Er zijn ook geen leden (zoals bij een vereniging), maar heeft een bestuur dat verantwoordelijk is voor de dagelijkse gang van zaken. In dit bestuur zit meestal een voorzitter, secretaris en penningmeester. Het is ook mogelijk dat één persoon al deze functies vervult. Bij grotere stichtingen komt vaak een raad van commissarissen of een raad van toezicht in beeld.

Het belangrijkste kenmerk van een stichting is dat het geen winstoogmerk heeft. Hoewel er financiële middelen nodig zijn om de belangrijke doelen te bereiken, mag een eventuele winst niet worden uitgekeerd aan bestuurders. Dit betekent dat alle inkomsten, zoals donaties, inbreng van oprichters, inzamelingen, erfenissen, subsidies en fondsen, uitsluitend worden gebruikt om de doelstellingen te realiseren.

Hoe richt je zo’n organisatie op?

Een stichting kan alleen worden opgericht door een notaris. De notaris stelt de oprichtingsakte op, waarin de statuten worden vastgelegd. In samenspraak met de oprichter(s) bepaalt de notaris de inhoud van deze statuten, die fungeren als het ‘reglement’. De statuten omvatten onder andere de naam, het doel, de bevoegdheden van het bestuur en de bestemming van het vermogen bij ontbinding van de stichting.

Wil je hier werk van maken, dan is het verplicht om je in te schrijven, je moet iedereen in het bestuur dan ook registreren bij het KVK Handelsregister. Controleer even of de notaris hier bij de oprichting voor zorgt. Dat is normaal wel het geval.

Bij het oprichten van een stichting is het ook nodig om de Ultimate Beneficial Owners (UBO’s) in te schrijven bij de KVK. Dit zijn de uiteindelijke belanghebbenden van de stichting, zoals personen die meer dan 25% van het vermogen van de stichting ontvangen. Een stichting kan één of meerdere UBO’s hebben. De notaris maakt gebruik van formulier 31 om de UBO’s in te schrijven in het UBO-register.

Wat zijn de kosten?

Er is geen vereist minimum startkapitaal. De notariskosten voor het oprichten van een stichting variëren doorgaans tussen de 400 en 1.000 euro, afhankelijk van de notaris en de complexiteit van de statuten. Daarnaast wordt er een eenmalig bedrag van 75 euro in rekening gebracht voor de inschrijving van de stichting in het Handelsregister.

Naast de oprichtingskosten heeft een stichting ook andere financiële verplichtingen. Hierbij kun je denken aan kosten voor het ontwerpen van een huisstijl of logo, verzekeringen, bankkosten, bestuurskosten, vergaderkosten en administratiekosten.

Als een stichting ook een onderneming heeft, is het bij een bepaalde omzet verplicht om een jaarrekening te deponeren. De benodigde gegevens die ingediend moeten worden, zijn afhankelijk van de omvang van de onderneming. Over het algemeen liggen de jaarlijkse administratiekosten voor een stichting tussen de 600 en 1.800 euro.

Aansprakelijkheid en schulden

Als rechtspersoon is een stichting verantwoordelijk voor haar schulden, terwijl de bestuurders in principe niet persoonlijk aansprakelijk zijn. Er zijn echter uitzonderingen op deze regel. Bestuurders kunnen namelijk wel aansprakelijk gesteld worden in geval van wanbestuur. Daarom is het belangrijk om een bestuurswissel binnen acht dagen door te geven aan het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KVK). Wanneer voormalige bestuurders nog steeds vermeld staan in het Handelsregister, blijven zij namelijk aansprakelijk.

Tekenbevoegdheid van het bestuur

Het bestuur van de stichting heeft gezamenlijke tekenbevoegdheid. Dit betekent dat de bestuurders namens de stichting contracten kunnen ondertekenen en juridische handelingen kunnen verrichten. De specifieke regels over, van, voor wie individueel mag tekenen en wanneer er gezamenlijk getekend moet worden, worden vastgelegd in de statuten. Hierin kunnen ook eventuele voorwaarden met betrekking tot de tekenbevoegdheid worden opgenomen.

Effecten van een bestuurswijziging

Een verandering in het bestuur kan gevolgen hebben voor verschillende aspecten, zoals vergunningen van de gemeente, financiering, verzekeringen, het pensioenfonds en de bankrekening van de stichting. Raadpleeg de website van de betreffende (financiële) instelling om te achterhalen welke stappen je moet nemen bij het wijzigen van bestuursleden. Het is belangrijk om de juiste procedures te volgen om een soepele overgang en voortzetting van de stichtingsactiviteiten te waarborgen.

Schuldafhandeling en hulp bij schulden

Als rechtspersoon is de stichting verantwoordelijk voor haar schulden. In geval van ontbinding van de stichting, ben jij en je medebestuursleden in principe niet persoonlijk aansprakelijk voor deze schulden, tenzij er sprake is van wanbestuur. Als de stichting niet langer in staat is om leveranciers te betalen en openstaande schulden af te lossen, zijn er mogelijkheden om snel hulp te zoeken. Raadpleeg het stroomschema schulden om te achterhalen waar je terecht kunt voor ondersteuning bij zakelijke en/of privéschulden. Dit kan je helpen bij het vinden van de juiste oplossingen.

Belastingverplichtingen

Of de stichting verplicht is om btw in te houden en af te dragen aan de Belastingdienst hangt af van de specifieke situatie. Om te controleren of jouw stichting belastingaangifte moet doen, kun je terecht bij de Belastingdienst.

Vennootschapsbelasting

Over het algemeen heeft een stichting geen verplichting tot het betalen van vennootschapsbelasting over de behaalde winst, tenzij de stichting een onderneming exploiteert. Om als onderneming te worden beschouwd, moet aan de volgende drie voorwaarden worden voldaan:

  • Er is een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid
  • De stichting moet deelnemen aan het economische verkeer
  • Het oogmerk van de stichting moet gericht zijn op het behalen van winst

Als er sprake is van een onderneming, kan de stichting gebruikmaken van verschillende aftrekposten voor vennootschapsbelasting, zoals diverse vormen van investeringsaftrek.

Administratieve verplichtingen

Het bijhouden van een administratie is een vereiste voor een stichting. Er geldt een bewaarplicht van 7 jaar voor de administratieve gegevens.

Dus is het belangrijk om de inkomsten en uitgaven nauwkeurig vast te leggen. De inkomsten van een stichting kunnen bestaan uit eigen activiteiten, donaties en subsidies.

De penningmeester is verantwoordelijk voor het bijhouden van de administratie. Dit omvat niet alleen het opstellen van de boekhouding, maar ook het bewaren van kassabonnen, overeenkomsten, correspondentie en digitale gegevens.

Register van uitkeringen

Vanaf 8 juli 2020 is het verplicht voor een stichting die uitkeringen doet om een apart register van uitkeringen bij te houden. In dit register moeten de namen en adressen worden opgenomen van de ontvangers van de uitkeringen, samen met de datum en het bedrag van de uitkering. Deze registratie geldt alleen voor uitkeringen die niet hoger zijn dan 25 procent van het bedrag dat in het boekjaar voor uitkering beschikbaar is.

Als een stichting een uitkering doet die hoger is dan 25 procent van het bedrag dat voor uitkering beschikbaar is in een boekjaar, moet de ontvanger van deze uitkering zich registreren in het UBO-register.

Het bestuur van de stichting is verantwoordelijk voor het nauwkeurig bijhouden van het register van uitkeringen. Dit register van uitkeringen is niet openbaar en kan alleen worden ingezien door de Belastingdienst. Maar voorkom problemen, want het niet naleven van deze verplichting kan leiden tot onbehoorlijk bestuur,. Bestuurders kunnen daarvoor aansprakelijk worden gesteld.

Werkgeverschap

Een stichting heeft de mogelijkheid om personeel in dienst te nemen. Als werkgever is de stichting verantwoordelijk voor het betalen van loonheffingen en sociale premies. Indien je voor het eerst een werknemer in dienst neemt, dien je je als werkgever te registreren bij de Belastingdienst en het aantal werkzame personen door te geven aan KVK.

Vergoeding voor bestuursleden

Binnen een stichting werken de meeste bestuurders op vrijwillige en onbetaalde basis. Er bestaat echter de mogelijkheid om bestuurders een onkostenvergoeding te geven, bijvoorbeeld voor reis- en verblijfskosten. Daarnaast kan er ook vakantiegeld worden verstrekt, wat een vergoeding per vergadering is. Het is belangrijk op te merken dat bestuursleden bij deze vergoedingen niet in loondienst zijn.

In sommige gevallen kan een bestuurder wel in loondienst zijn. Dit vereist een gezagsverhouding, een salaris en werkzaamheden die verband houden met dat salaris. In dit geval fungeert de stichting als werkgever en valt de bestuurder onder de werknemersverzekeringen. De bestuurder is dan verplicht om inkomstenbelasting over zijn salaris te betalen.

Vrijwilligersvergoeding

Als vrijwilliger kun je belastingvrij een vergoeding ontvangen. Hier zijn echter bepaalde voorwaarden aan verbonden:

  • Je bent 21 jaar of ouder
  • Je ontvangt een vergoeding op basis van het aantal gewerkte uren
  • De vergoeding bedraagt maximaal 5 euro per uur, met een maximum van 190 euro per maand en 1.900 euro per jaar
  • Deze maximumbedragen zijn de totale vergoeding voor jouw inzet

Werk je als vrijwilliger bij meerdere organisaties en ontvang je per organisatie een vergoeding die onder de maximumvergoeding blijft, maar bij elkaar opgeteld de grens overschrijdt? In dat geval dien je de ontvangen vergoedingen aan te geven in je aangifte inkomstenbelasting. Deze vergoedingen worden belast met inkomstenbelasting, tenzij de vergoedingen je daadwerkelijke kosten dekken.

Het beëindigen van een stichting

Om een stichting te beëindigen, dient het bestuur de rechtspersoon te ontbinden. Het stopzetten betekent niet direct het einde van de rechtspersoon. Pas na vereffening is de rechtspersoon daadwerkelijk beëindigd. Vereffening houdt in dat alle schulden en uitkeringen volledig zijn voldaan. Als er nog vermogen overblijft, vermelden de statuten waar dit geld naartoe gaat.

Na het beëindigen dien je de boekhouding van de stichting nog 7 jaar te bewaren. Het bestuur wijst een persoon aan die verantwoordelijk is voor deze taak, en deze persoon wordt ingeschreven in het KVK Handelsregister.

Als je stopt met je onderneming/organisatie kan dat gevolgen hebben op meerder vlakken. Denk hierbij aan vergunningen van de gemeente, financiering, verzekeringen, pensioenfond of zelfs de bankrekening van de stichting. Je moet dus rekening houden dat je op al die vlakken stappen moet ondernemen als je stopt.

Een stichting of vereniging oprichten?

Bij het overwegen van de oprichting zijn er verschillende aspecten om rekening mee te houden. Hieronder geven we een cijferbe0oordeling voor het laatste punt:

  1. Vereiste inspanning voor oprichting:
  • Stichting: ★★★★☆ (4/5)
  • Vereniging: ★★☆☆☆ (2/5)
  1. Aansprakelijkheid van bestuurders:
  • Stichting: ★★★★☆ (4/5)
  • Vereniging: ★★☆☆☆ (2/5)
  1. Besluitvormingsproces:
  • Stichting: ★★☆☆☆ (2/5)
  • Vereniging: ★★★☆☆ (3/5)
  1. Doelgerichtheid van de rechtsvorm:
  • Stichting: ★★★★☆ (4/5)
  • Vereniging: ★★★☆☆ (3/5)
  1. Geschiktheid voor individuele oprichting:
  • Stichting: ★★★★★ (5/5)
  • Vereniging: ★★☆☆☆ (2/5)

Op basis van deze beoordelingen is een stichting over het algemeen gunstiger wanneer het gaat om individuele oprichting, aansprakelijkheid van bestuurders en het behalen van ideële doelen. Een vereniging is daarentegen geschikter als er meer nadruk ligt op een democratisch besluitvormingsproces en gezamenlijke maatschappelijke activiteiten.

Houd er rekening mee dat dit advies algemeen van aard is en dat het raadzaam is om specifiek advies in te winnen bij een professional op basis van jouw specifieke situatie.

Categorieën
Nieuws Rechtsvorm van je bedrijf

De holding bv in begrijpelijke taal

Een holding bv is de hoogste vennootschap in een groep van bedrijven. Het is de plek waar je bezittingen, zoals aandelen in andere bv’s, een bedrijfspand of winst, worden ondergebracht. Een werkmaatschappij is een bedrijf waarvan de aandelen in handen zijn van de holding. Een vennootschap is gewoon een ander woord voor een bedrijfsvorm.

Wat is een holding bv?

Een holding is meestal een besloten vennootschap (bv) of een naamloze vennootschap (nv). Met een holding kun je de bedrijfsrisico’s van je werkmaatschappij scheiden van de bezittingen die je in je holding hebt. Je kunt een holding bv oprichten wanneer je start met het bedrijf of terwijl je al een bedrijf hebt.

Aandelen worden verdeeld

Bij het oprichten van een bv moet er een minimumkapitaal aanwezig zijn, maar dit kan al met een bedrag van €0,01. De bv is verdeeld in aandelen, waarvan de waarde wordt betaald door de aandeelhouders. Een holding is eigenaar van aandelen in een of meerdere andere bedrijven. Als je de enige aandeelhouder bent van de holding, noemen we het een persoonlijke holding. Als je meer dan 5% van de aandelen in een bv bezit en ook in dat bedrijf werkt, ben je een directeur-grootaandeelhouder (DGA).

holding bv constructie

Bedrijfsrisico’s voor ondernemers

Met een holding houd je je bezig met het beheren van bezittingen, terwijl je de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten uitvoert in je werkmaatschappij. De bedrijfsrisico’s liggen bij de werkmaatschappij, zoals claims van klanten of het niet nakomen van afspraken. Als de werkmaatschappij failliet gaat, heeft dat geen invloed op de bezittingen in je holding.

Wanneer is een tussenholding handig?

Soms kan het handig zijn om een tussenholding op te zetten tussen de holding en de werkmaatschappij(en). Dit kan bijvoorbeeld helpen bij het spreiden van bedrijfsrisico’s of in het geval van bedrijfsoverdracht. De tussenholding is dan aandeelhouder van de werkmaatschappij(en), vervolgens zijn de persoonlijke holdings van de betrokken ondernemers gezamenlijk aandeelhouders zijn van de tussenholding.

Tussen constructie holding / bv

Hoe richt ik een holding bv op?

Je kunt een holdingstructuur opzetten bij de start van je bedrijf of op een later moment, zelfs als je al een bestaand bedrijf hebt. Hier zijn twee mogelijke scenario’s:

  1. Bij de start van je bedrijf: Richt eerst de holding bv op bij een notaris. Vervolgens richt de holding bv de werkmaatschappij bv op, waarbij jij als vertegenwoordiger optreedt. Jij wordt eigenaar van de aandelen in de holding bv, terwijl de holding bv eigenaar wordt van de aandelen in de werkmaatschappij. De notaris registreert deze bv’s bij het KVK Handelsregister en vermeldt de Ultimate Beneficial Owners (UBO’s).
  2. Terwijl je al een bestaand bedrijf hebt: Je kunt je eenmanszaak omzetten naar een holding bv en een werkmaatschappij. Een andere optie is om eerst een holding bv en een werkmaatschappij op te richten en vervolgens je eenmanszaak aan de werkmaatschappij te verkopen. Raadpleeg een adviseur, zoals een boekhouder of fiscalist, om de beste aanpak te bepalen op basis van jouw persoonlijke situatie.

Houd er rekening mee dat het oprichten van een holding bv specifieke juridische en fiscale gevolgen kan hebben. Het is verstandig om professioneel advies in te winnen bij een notaris, boekhouder, fiscalist of andere gekwalificeerde professional voordat je stappen onderneemt om een holding bv op te richten.

Categorieën
Nieuws Rechtsvorm van je bedrijf

5 tips om je vereniging goed te organiseren

Wist je dat er in Nederland ruim 5.000 bedrijfsorganisaties zijn? Daarvan zijn er 1.300 lokale ondernemersverenigingen. Je hebt maar weinig nodig om een vereniging te starten. Vaak is een handdruk en een schouderklop al genoeg. Maar voordat je in zo’n avontuur duikt is het goed om een aantal dingen te weten. Het is bijvoorbeeld slim om wat zaken vooraf te bespreken en vast te leggen. Hoe beperk je bijvoorbeeld aansprakelijkheid als bestuur? Wat voor werkzaamheden worden door de bestuursleden gedaan?

Dus tijd om 5 tips te lezen over het goed organiseren van je vereniging.

1. Leg het vast bij de notaris

Is het verplicht? Nee. En het kost ook nog eens wat. Maar leg je het niet vast bij de notaris, dan loop je risico. Want de bestuurder kan de vereniging dan niet juridisch vertegenwoordigen. Dat betekent automatisch dat hij of zij persoonlijk aansprakelijk wordt gehouden. Dus beperk je risico’s en richt je vereniging op via de notaris. Vervolgens heb je een oprichtingsakte of statuten, waarin de belangrijkste regels vastgelegd worden. Handig, want naast de vertegenwoordiging en het kiesrecht komt ook het doel en de doelgroep hierin te staan. Hoe het vervolgens gaat met benoemingen en andere wijzigingen ligt ook vast. Zo’n document kan veel problemen voorkomen dus.

2. Maak een huishoudelijk reglement

Hoe belangrijk het document van de notaris ook is. Hier kun je niet alles in kwijt. Dus stel je als vereniging een huishoudelijk reglement op. Dit document is niet wettelijk vastgelegd en daardoor makkelijker aanpasbaar. Zet hier de volgende zaken minimaal in:

  1. Hoe werkt het lidmaatschap, is er sprake van contributie?
  2. Welke taken en bevoegdheden heeft het bestuur?
  3. Hoe worden besluiten genomen samen met de leden?
  4. Met welke frequentie wordt er vergaderd?
  5. Je hebt verschillende faciliteiten ter beschikking? Welke regels gelden er rondom gebruik door leden?

3. Een vereniging heeft leden nodig

Hoe meer leden je hebt, hoe meer werk een vereniging kan verrichten. Maar je komt niet zomaar aan heel veel leden. Plus je bent al snel wat mensen kwijt aan bestuursfuncties. Denk aan een voorzitter (waarschijnlijk jijzelf), secretaris, penningmeester en wat managers. Van commissieleiders tot aan community managers, je kunt het zelf bepalen. Maar commissies instellen en leden taken geven is een veel gebruikte methode. Daarnaast wil je leden natuurlijk actief betrekken, zodat het besturen gemakkelijker verloopt. Dus commissieleiders kunnen weer leden vragen om in de commissie te komen bijvoorbeeld. En een van de belangrijkste commissies is natuurlijk die van het leden werven.

4. Werk met een plancyclus

Als bestuur wil je jaarlijks je leden op de hoogte houden van de planning en begroting. Hiervoor wordt vaak een presentatie gegeven. Daarin kun je het jaarplan, beleidsplan of meerjarenplan toelichten. Je wilt transparant zijn richting je leden, want zij betalen mee aan alles wat de vereniging doet. Je kunt hiervoor vaak een Algemene Ledenvergadering (ALV) organiseren. Of je stelt een commissie aan die hiervoor verantwoordelijk is. Zolang je leden maar informeert over resultaten in geld en activiteiten. Wordt er mee ingestemd dan verlenen de leden ‘decharge’ aan het bestuur. Wat eigenlijk heel deftig is voor; we stemmen ermee in en ontlasten het bestuur van aansprakelijkheid. Het is sowieso handig om na te denken over een eventuele bestuursaansprakelijkheidsverzekering. Dan is een bestuur verzekerd tegen schadeclaims na een bestuurlijke fout.

5. Geef bestuurswisselingen door aan de KvK

Het komt regelmatig voor dat een vereniging wisselt van bestuur. Het is belangrijk dat een vereniging dat opgericht is via de notaris dit doorgeeft. Want deze vereniging is voor iedereen vindbaar in het KVK-Handelsregister. Zorg dat het register van de KVK, Google, Site enz. up to date is. Dan is het voor buitenstaanders direct duidelijk wie er op dat moment tekenbevoegd en aansprakelijk is. De vertegenwoordigers van de vereniging spelen namelijk een belangrijke rol. Ze zijn als het ware het gezicht van de vereniging. Plus, als je als je niet actief bestuurder bent wil je ook de aansprakelijkheid doorgeven. Dus zorg dat deze altijd bijgehouden worden.