Mijn naam is Stefan Coelen, oprichter van DasCoel Communicatie.
Als gepassioneerde communicator en branding-specialist help ik merken hun unieke verhaal te vertellen. Of het nu gaat om het maken van video's, live streams, het schrijven van blogs of het beheren van sociale media, ik geloof dat elke vorm van communicatie een kans is om een authentieke verbinding te maken met je doelgroep. Ik zie elke vorm van communicatie dan ook als een kans voor merken om zichzelf authentiek en krachtig te profileren.
Mijn hobby is nieuwe technologie en ik ontdek graag hoe dit het communicatielandschap verandert. Werken met deze nieuwe tools pak ik dan ook vaak snel op. Hierdoor kan ik merken helpen op een frisse en creatieve manier zichtbaar te zijn in een snel veranderend landschap. We leven in een tijd waarin merken de kracht hebben om écht iets te betekenen voor mensen – niet alleen door meer te verkopen, maar door waarde toe te voegen en maatschappelijke impact te maken. Daarom streef ik naar initiatieven die geworteld zijn in het DNA van de organisatie, met een duidelijke purpose die verder gaat dan winst.
Het is nu mogelijk om zelf online een gratis afspraak te maken voor persoonlijke hulp bij een belastingkantoor of steunpunt. Dit kan via de contactpagina van de website van de Belastingdienst.
“Dit kanaal voorziet duidelijk in een behoefte om zélf regie te voeren over het contact met de Belastingdienst. Het verlaagt óók de drempel daartoe”, aldus de Belastingdienst.
Sneller persoonlijke hulp op locatie
Bij het online maken van een afspraak staan mensen niet in de wachtrij, waardoor ook andere contactkanalen van de Belastingdienst, zoals de BelastingTelefoon, worden ontlast. De wachttijd bij de BelastingTelefoon is op bepaalde momenten langer dan mensen gewend zijn.
Vanaf nu is het mogelijk, voor iedereen die dat wil, om zelf online een afspraak te maken. Mensen die liever via de BelastingTelefoon een afspraak maken, kunnen hier ook nog steeds terecht.
Meer informatie: contactpagina van Belastingdienst.nl.
Stel een klant struikelt over een losliggend snoer in je kantoor. Hierdoor breekt die een been en kan tijdelijk niet werken. Of je geeft een verkeerd advies dat je opdrachtgever in de problemen brengt. Als ondernemer moet je de schade betalen die je tijdens je werk veroorzaakt. Lees hier hoe je met een bedrijfs- of beroepsaansprakelijkheidsverzekering grote financiële problemen voorkomt.
Een privé aansprakelijkheidsverzekering dekt geen schade die je maakt tijdens het werken in je eigen bedrijf. Overweeg deze zakelijke aansprakelijkheidsverzekeringen af te sluiten om hoge kosten bij schade te voorkomen:
Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering
Verzekert je bedrijf en eventueel personeel tegen schade aan anderen of aan spullen van anderen tijdens het werken in je bedrijf.
Beroepsaansprakelijkheidsverzekering
Dekt schade door beroepsfouten: fouten die je tijdens je werk maakt. Vaak gaat het om een verkeerd advies dat je je klant geeft.
Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (AVB)
Een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering noem je ook wel een aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AVB). Deze verzekering dekt:
schade aan spullen (materiële schade). Iemands laptop gaat bijvoorbeeld kapot doordat je je koffie erop morst.
schade (verwonding) aan personen (letselschade). Iemand breekt een pols doordat die uitglijdt over een losliggend tapijt in je kantoor.
schade die indirect door een ongeluk ontstaat (financiële gevolgschade). Iemand kan bijvoorbeeld niet meer werken en verliest daardoor inkomen.
Barbara Stoopman van Nouveau Consultancy adviseert ondernemers over hoe ze financiële risico’s kunnen beperken. “Samen met de ondernemer breng ik de risico’s in kaart. Zo komen er zaken boven tafel waar je misschien niet direct aan denkt. Cybercrime bijvoorbeeld, een datalek, nieuwkomers in je markt of veranderende wetgeving.”
Stoopman vindt een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering de basis voor elke ondernemer. Soms zijn aanvullende verzekeringen nodig, zoals een beroepsaansprakelijkheidsverzekering. “Je moet er niet aan denken dat je een hoge schadeclaim krijgt. Dat kan grote financiële gevolgen hebben voor jou en je bedrijf.”
Bedrijfsaansprakelijkheid: voorbeelden uit de praktijk
Er kan van alles misgaan in je bedrijf. In de voorbeelden hieronder dekt een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering de schade, zodat je niet zelf hoeft te betalen:
Karin ontvangt klanten in haar coachingspraktijk. Door een losliggend snoer valt een klant. Die breekt zijn heup en kan wekenlang niet volledig werken. Er is sprake van letselschade en financiële schade.
Gevolg: de klant stelt Karin aansprakelijk. Karin moet de medische kosten en het verlies van inkomen van de klant vergoeden.
Abdul is timmerman en laat zijn boormachine vallen op de houten vloer van een klant. Een deel van de vloer moet vervangen worden. In dit geval is er materiële schade.
Gevolg: de klant stelt Abdul aansprakelijk en hij moet de rekening van de reparatie betalen.
James importeert onder zijn eigen merk haarverf, maar de samenstelling van de verf is niet in orde. Klanten krijgen een allergische reactie. Er is sprake van letselschade.
Gevolg: klanten stellen James aansprakelijk. James moet de medische kosten van zijn klanten betalen.
Wat kost een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering?
KVK-adviseurs horen van ondernemers vaak dat ze een AVB heel duur vinden. Zo’n verzekering is een uitgave, maar kan uiteindelijk hoge kosten schelen. De schade aan een laptop kun je misschien zelf betalen. Maar een claim bij letselschade kan flink oplopen.
Wat bepaalt de premie?
Hoe hoog de premie van je bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering is hangt af van:
het beroep dat je uitoefent.
de omzet van je bedrijf.
of en hoeveel personeel je in dienst hebt.
Met deze gegevens schat de verzekeringsmaatschappij in hoe groot de kans is dat je schade veroorzaakt en hoe hoog de kosten daarvan kunnen oplopen. Hoe groter je risico, hoe hoger je premie. Een loodgieter of timmerman betaalt voor een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering gemiddeld zo’n 500 euro per jaar. Ben je coach of consultant? Dan is de premie ongeveer 150 euro per jaar.
Een AVB sluit je af bij verzekeringsmaatschappijen, onafhankelijke verzekeringsadviseurs, banken of brancheorganisaties. Online bereken je eenvoudig je premie. Of je gebruikt een vergelijkingswebsite.
“Je kunt je voor alles verzekeren, maar verzeker je niet failliet”, adviseert Stoopman. “Laat je goed adviseren. Een adviseur kijkt naar je risico’s en verder dan alleen verzekeringen: goede contracten, algemene voorwaarden, het hele plaatje.”
Niet verplicht, wel verstandig
Je bent niet wettelijk verplicht om een AVB af te sluiten. Maar in de praktijk is het soms noodzakelijk, volgens Stoopman. “Een opdrachtgever kan eisen dat je een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering hebt. Je toont dit aan door je polis te laten zien. Geen aansprakelijkheidsverzekering? Dat betekent vaak geen opdracht.”
Tip: werk je samen met andere zzp’ers aan een opdracht en stuur jij de factuur? Check of de zzp’ers die je inhuurt hun bedrijfsaansprakelijkheid op orde hebben. Anders kan de opdrachtgever jou aansprakelijk stellen bij schade, omdat jij eindverantwoordelijk bent.
Beroepsaansprakelijkheidsverzekering (BAV)
Een beroepsaansprakelijkheidsverzekering dekt schade door beroepsfouten. Ben je advocaat, arts, architect of accountant? Dan is de beroepsaansprakelijkheidsverzekering zelfs verplicht. Ook voor andere beroepen is een BAV afsluiten verstandig. Bijvoorbeeld voor consultants of adviseurs. Als je een beroepsfout maakt, kan dit voor hoge financiële gevolgschade of vermogensschade zorgen bij je klant. Vermogensschade betekent dat iemand door het gevolg van de schade minder winst maakt of minder geld heeft. De BAV dekt dit risico.
Beroepsaansprakelijkheid: voorbeelden uit de praktijk
In deze voorbeelden dekt een beroepsaansprakelijkheidsverzekering de financiële gevolgschade:
Chris is architect en heeft een fout gemaakt bij de berekening van de breedte van een garagedeur van een gebouw. Auto’s kunnen de garage niet inrijden.
Gevolg: De aannemer stelt Chris aansprakelijk. Chris moet de kosten betalen voor het aanpassen van de garagedeur. Daarnaast moet hij de schade betalen van een winkel in het gebouw. Doordat hun klanten niet in de garage konden parkeren zijn ze omzet misgelopen.
Tim is zelfstandig wijkverpleegkundige en schat verkeerd in welke hulp een hoogbejaarde mevrouw nodig heeft. Daardoor krijgt deze mevrouw een lager budget om zorg in te kopen en moet zij meer zelf betalen.
Gevolg: De cliënt stelt Tim aansprakelijk. Tim moet betalen voor de zorg die de cliënt niet vergoed krijgt.
Jamila is boekhouder en doet de btw-aangifte voor haar klanten. Ze is te laat met een aangifte waardoor haar klant een boete moet betalen aan de Belastingdienst.
Gevolg: De klant stelt Jamila aansprakelijk voor het bedrag van de boete.
Wat kost een beroepsaansprakelijkheidsverzekering?
De hoogte van de premie is afhankelijk van het beroep dat je uitoefent en de omzet van je bedrijf. Een financieel adviseur zonder personeel betaalt gemiddeld 150 euro per maand voor een AVB. Heb je wel personeel? Dan is je risico hoger en dus zal je premie hoger zijn. Verzekeraars eisen vaak dat je je aansprakelijkheid beperkt door algemene voorwaarden te gebruiken.
Premie aftrekbaar
De premie die je betaalt voor je zakelijke verzekeringen zijn zakelijke kosten. Dit betekent dat je deze kosten bij de aangifte inkomstenbelasting of winstaangifte mag aftrekken van je omzet. Neem deze kosten ook mee in de berekening van je uurtarief.
SBI-code en verzekeringen
In het KVK Handelsregister staat welke activiteiten je uitvoert en wat je SBI-code is. Zorg ervoor dat je SBI-code past bij wat je doet als zzp’er. Verzekeraars gebruiken je SBI-code voor de berekening van je premie. Maak je schade die niet past bij de activiteiten die je volgens je SBI-code uitvoert, dan dekt de verzekering dit niet.
Voorbeeld: je hebt een webshop ingeschreven bij KVK, maar je plaatst ook weleens een keuken. Bij het plaatsen van een keuken veroorzaak je schade. Dit is niet gedekt omdat het plaatsen van keukens niet onder je hoofdactiviteit valt.
Voer je vaak verschillende werkzaamheden uit? Meld dit bij KVK en bij je verzekeraar. KVK registreert dan ook je andere werkzaamheden. De verzekeraar kan je premie daarop aanpassen. Zo weet je zeker dat schade bij al je werkzaamheden gedekt is.
Ontdek wat de negen meest voorkomende misvattingen over verzekeringen zijn en waarom ze niet kloppen.
De invoering van een minimumtarief van 15% in de vennootschapsbelasting (VPB) in de Europese Unie dreigt in het slop te raken. Nederland en nog vier Europese lidstaten voeren daarom de druk op om voort te maken.
De internationale gemeenschap heeft vorig jaar afspraken gemaakt over de belasting van grote multinationals. Bijna 140 landen hebben toen hun handtekening gezet onder een plan dat uit twee pijlers bestaat (artikel).
Minimumtarief van 15% en herverdeling winsten
De ene pijler is de invoering van een wereldwijd minimumtarief in de VPB van 15% voor multinationals met een omzet van minimaal €750 miljoen. En de tweede pijler behelst de ‘herverdeling’ van de winsten van multinationals over landen, waardoor ook zij een belastinggraantje kunnen meepikken van de winsten die multinationals wereldwijd maken. Deze pijler geldt voor multinationals met een jaaromzet van meer dan €20 miljard.
Lidstaten willen invoering per 2023
Hoewel er internationaal dus overeenstemming is, verloopt de invoering van de plannen in de Europese Unie moeizaam. In principe is namelijk instemming van alle lidstaten nodig voor de invoering. Eerder heeft Polen zijn bezwaren laten varen, maar nu ligt Hongarije dwars. Dat is voor Nederland, Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje reden om de druk op te voeren. In een verklaring stellen de vijf EU-lidstaten dat zij ‘alle mogelijke juridische middelen’ zullen inzetten om het minimumtarief in te voeren met ingang van 2023, als de lidstaten de komende weken niet gezamenlijk tot overeenstemming komen. Zo kent de EU een procedure die ‘versterkte samenwerking’ heet, waarbij een deel van de lidstaten het tarief toch gezamenlijk zou kunnen invoeren. Ook kan een individueel land het tarief eventueel via nationale wetgeving invoeren.
Belasting ook van belang voor begroting Nederland
Hoe het verdergaat met het minimumtarief kan ook invloed hebben op de Nederlandse begroting. Het kabinet heeft zich namelijk tot doel gesteld om deze regeerperiode jaarlijks €1 miljard aan extra VPB-opbrengsten binnen te halen. Daarbij was ook deels gerekend op extra inkomsten uit plannen voor het belasten van multinationals. Maar omdat de besluitvorming in de EU zo traag verliep, dreigde er in 2023 een VPB-gat te ontstaan. Daarom heeft het kabinet al in de Voorjaarsnota besloten om de VPB-opbrengsten op een andere manier op te schroeven: in 2023 gaat de winstgrens voor het lage VPB-tarief omlaag naar €200.000.
Het kabinet werkt aan een fonds waarmee mensen moeten worden geholpen die hun oplopende energierekening niet meer kunnen betalen. Ook kijkt het kabinet naar een plan voor mkb’ers die veel energie gebruiken. Dit bevestigen Haagse bronnen naar aanleiding van berichtgeving door de NOS.
Bakkersbedrijven met energiekosten die tien keer zo hoog uitpakken zijn geen uitzondering meer. De nieuwe regeling gaat alleen gelden voor mensen die dit jaar een nieuw energiecontract moeten afsluiten of hebben afgesloten met variabele, hogere tarieven. De verwachting is dat het overgrote deel van de mensen binnenkort zo’n contract met variabele tarieven heeft. De details van het fonds worden nog uitgewerkt. Een lastig punt is bijvoorbeeld om te bepalen wie precies voor de steun in aanmerking komt. De ministerraad zal er waarschijnlijk deze week nog een besluit over nemen. Het is de bedoeling dat de financiële steun nog dit jaar kan worden verstrekt aan mensen die in grote problemen komen.
Ondernemers die aangifte moeten doen via eHerkenning krijgen jaarlijks een compensatie voor het inlogmiddel van € 22,40 tot het moment dat er een nieuw inlogmiddel wordt ingevoerd. Dit heeft staatssecretaris Van Rij van Financiën op Kamervragen geantwoord.
De Belastingdienst laat steeds meer aangiftes lopen via het nieuwe portaal Mijn Belastingdienst Zakelijk, en om daar binnen te komen is eHerkenning verplicht. De loonaangifte en de aangifte vennootschapsbelasting lopen al een paar jaar via dit nieuwe portaal, en sinds dit jaar geldt dat ook voor de BTW-aangifte van bv’s. Op de eHerkenning is echter de nodige kritiek, omdat het geld kost om de digitale sleutel aan te schaffen in tegenstelling tot DigiD. Dat ondernemingen moeten betalen om iets te doen wat verplicht is, namelijk aangifte doen, stuit menigeen tegen de borst. Eenmanszaken kunnen wel blijven inloggen met DigiD.
Hoge Raad moet verplichting beoordelen
In juni van dit jaar gaf de advocaat-generaal (A-G) aan dat de Hoge Raad moet beoordelen of het digitale inlogmiddel eHerkenning verplicht gesteld kan worden voor de aangifte. In tegenstelling tot de rechtbank denkt de A-G namelijk dat de wettelijke basis voor die verplichting er wél is. Die rechtbank had namelijk geconcludeerd dat er geen wettelijke basis was voor het feit dat een bv moest betalen om aangifte te kunnen doen.
Vergoeding van € 22,40 krijgen
Over het oordeel van de A-G zijn Kamervragen gesteld en in een brief heeft Van Rij gezegd dat ondernemers die eHerkenning alleen inzetten voor het doen van aangifte een keer per jaar een vergoeding kunnen krijgen van € 22,40. Dit is het bedrag dat eHerkenning kost bij de goedkoopste aanbieder. Het kabinet is nog druk doende met het zoeken naar een nieuw publiek inlogmiddel. Zolang dat er niet is kunnen ondernemers dus een compensatie voor de kosten van eHerkenning krijgen.
Het kabinet verlengt de aflossingstermijn van de coronabelastingschuld van vijf naar zeven jaar. Het gaat hierbij om in de kern gezonde ondernemingen met een schuld van meer dan €10.000.
Het kabinet herkent dat de nood bij sommige mkb-bedrijven met belastingschulden hoog is en wil hiermee in de kern gezonde ondernemingen lucht geven door de aflossingstermijn te verlengen. Ook wordt het mogelijk voor ondernemers om eenmalig een betaalpauze van drie maanden in te lassen en om per kwartaal te betalen in plaats van per maand.
Een drietal groepen komt niet in aanmerking voor extra verlening van de betalingsregeling:
bedrijven die gebruik hebben gemaakt van het belastinguitstel, maar er financieel niet slecht voorstaan;
bedrijven die een hoge (corona)belastingschuld hebben opgebouwd, maar de jaren voorafgaand aan corona niet of nauwelijks winst hebben gemaakt;
bedrijven met een openstaande (corona)belastingschuld lager dan € 10.000.
Verzoek bij Belastingdienst
Voor de verlenging moeten ondernemers een verzoek indienen bij de Belastingdienst. Hieruit moet blijken dat de schuld niet binnen vijf jaar afgelost kan worden, maar wel binnen zeven jaar. De Belastingdienst toetst het verzoek op basis van de aangeleverde gegevens. Bij een schuld vanaf €50.000 wordt meer onderbouwing gevraagd dan bij een schuld tussen €10.000 – €50.000. Een verzoek kan de hele looptijd van de betalingsregeling aangevraagd worden.
De verlenging van de betalingsregeling leidt er toe dat een deel van de totale openstaande schuld maximaal twee jaar later wordt afgelost. Afgelopen voorjaar werd al bekend dat er rekening mee wordt gehouden dat 30% van de totale schuld niet terugbetaald kan worden. De verlenging van de betalingsregeling leidt er naar verwachting niet toe dat dit percentage toe- of afneemt. Voor de begroting zijn de gevolgen daardoor beperkt.
Hoewel het begrotingsakkoord pas op Prinsjesdag gepresenteerd wordt, zijn verschillende inhoudelijke details eruit inmiddels al uitgelekt. Een belangrijke: het minimumloon gaat volgend jaar in één klap met 10% omhoog.
Extra verhoging minimumloon
Elk jaar wordt het minimumloon op 1 januari en 1 juli aangepast. Maar die stijging is dit jaar vanwege de inflatie niet voldoende. Daarom werd in het coalitieakkoord in 2022 vastgelegd dat het extra verhoogd zou worden. Het zou vanaf 2023 met in totaal 7,5% stijgen, in drie jaarlijkse stappen van 2,5%. Het wettelijke minimumloon bestaat sinds 1969 en heeft sindsdien nog nooit een extra verhoging gehad. De verhoging van in totaal 7,5% was dus al uniek, maar blijkt niet voldoende.
Inflatie: meer stijging nodig
Om de koopkracht van de Nederlanders op peil te houden, is er een grotere stijging van het minimumloon nodig: als de gelekte details kloppen gaat vanaf 1 januari 2023 het in één keer met 10% omhoog.
Uitkeringen
Naar verwachting heeft de verhoging van het minimumloon ook invloed op uitkeringen, bijvoorbeeld de AOW, Wajong en bijstandsuitkeringen. Het is hier namelijk aan gekoppeld.
Overige lonen
Nu het minimumloon flink stijgt, zullen veel werkgevers ook gaan kijken naar de andere lonen, vooral van werknemers die niet veel meer verdienen. Zo niet, dan wordt de afstand tussen het minimumloon en de lonen daar vlak boven erg klein. Het verhogen van het minimumloon is bedoeld als lastenverlichting, en dat kunnen veel andere werknemers ook wel gebruiken.
Prinsjesdag
De definitieve plannen zal het kabinet pas met Prinsjesdag presenteren. Maar doorgaans blijken de details die uitlekken niet uit de lucht te vallen. Dus naar alle waarschijnlijkheid is de historische verhoging van het minimumloon met 10% vanaf 2023 een feit.
Met een koopkrachtpakket van €16 miljard hopen de coalitiepartijen de pijn van de gierende inflatie en de onvrede daarover in de samenleving tegen te gaan. Het minimumloon gaat fors omhoog en ook de toeslagen gaan omhoog. De inkomstenbelasting gaat omlaag. Vermogenden en bedrijven gaan meer belasting betalen.
VVD, D66, CDA en de ChristenUnie hebben na 13 uur vergaderen een akkoord bereikt over de begroting voor 2023. Het CBS kwam kort daarna met het nieuwste inflatiecijfer: 13,6%. Zo hoog is de inflatie sinds de Tweede Wereldoorlog nog niet geweest.
Positieve maatregelen
Er zijn ook al enkele details uit het begrotingsakkoord voor 2023 gelekt. Het minimumloon gaat in januari 2023 met 10% omhoog. Daarvan profiteren ook mensen met een uitkering, zoals een bijstands- of AOW-uitkering. De minima krijgen net als dit jaar de energietoeslag van €1.300 via de gemeenten. Ook de zorg- en huurtoeslag gaan omhoog. Met het pakket gaan de laagste inkomens er zo’n €3.000 tot €4.000 op vooruit. Er worden ook generieke maatregelen getroffen, zoals de benzineaccijns die tot volgend jaar zomer op het huidige lage niveau blijft. Ook de korting op energiebelasting zal in 2023 nog gelden en gaat zelfs omhoog. De inkomstenbelasting wordt verlaagd door lagere heffing in de eerste schijf en een hogere arbeidskorting.
Negatieve maatregelen voor vermogenden en bedrijven
De financiering van het pakket vindt deels plaats door de hogere aardgasopbrengsten. De rest moet uit hogere belastingen komen, zoals hogere mijnbouwheffingen. Bedrijven die boren naar olie en gas betalen deze heffingen. Daarnaast wordt het pakket gefinancierd door een hoger tarief vennootschapsbelasting voor de eerste twee ton. Dat tarief stijgt van 15% in 2022 naar 19%. Het gebruikelijk loon voor dga’s gaat omhoog. Dat brengt de overheid nog ruim een half miljard euro op, omdat dga’s dan meer loonheffingen verschuldigd zijn. Ook de vermogensrendementsheffing stijgt in stappen van 31% in 2022 naar uiteindelijk 34% in 2025. Voor ondernemers wordt de zelfstandigenaftrek versneld afgebouwd.
Met een koopkrachtpakket van €16 miljard hopen de coalitiepartijen de pijn van de gierende inflatie en de onvrede daarover in de samenleving tegen te gaan. Het minimumloon gaat fors omhoog en ook de toeslagen gaan omhoog. De inkomstenbelasting gaat omlaag. Vermogenden en bedrijven gaan meer belasting betalen.
VVD, D66, CDA en de ChristenUnie hebben na 13 uur vergaderen een akkoord bereikt over de begroting voor 2023. Het CBS kwam kort daarna met het nieuwste inflatiecijfer: 13,6%. Zo hoog is de inflatie sinds de Tweede Wereldoorlog nog niet geweest.
Positieve maatregelen
Er zijn ook al enkele details uit het begrotingsakkoord voor 2023 gelekt. Het minimumloon gaat in januari 2023 met 10% omhoog. Daarvan profiteren ook mensen met een uitkering, zoals een bijstands- of AOW-uitkering. De minima krijgen net als dit jaar de energietoeslag van €1.300 via de gemeenten. Ook de zorg- en huurtoeslag gaan omhoog. Met het pakket gaan de laagste inkomens er zo’n €3.000 tot €4.000 op vooruit. Er worden ook generieke maatregelen getroffen, zoals de benzineaccijns die tot volgend jaar zomer op het huidige lage niveau blijft. Ook de korting op energiebelasting zal in 2023 nog gelden en gaat zelfs omhoog. De inkomstenbelasting wordt verlaagd door lagere heffing in de eerste schijf en een hogere arbeidskorting.
Negatieve maatregelen voor vermogenden en bedrijven
De financiering van het pakket vindt deels plaats door de hogere aardgasopbrengsten. De rest moet uit hogere belastingen komen, zoals hogere mijnbouwheffingen. Bedrijven die boren naar olie en gas betalen deze heffingen. Daarnaast wordt het pakket gefinancierd door een hoger tarief vennootschapsbelasting voor de eerste twee ton. Dat tarief stijgt van 15% in 2022 naar 19%. Het gebruikelijk loon voor dga’s gaat omhoog. Dat brengt de overheid nog ruim een half miljard euro op, omdat dga’s dan meer loonheffingen verschuldigd zijn. Ook de vermogensrendementsheffing stijgt in stappen van 31% in 2022 naar uiteindelijk 34% in 2025. Voor ondernemers wordt de zelfstandigenaftrek versneld afgebouwd.
Er is geen ruimte om de onbelaste thuiswerkvergoeding van €2 in 2022 verder te verhogen dan €2,13 in 2023. In de wet is vastgelegd dat het bedrag van de onbelaste thuiswerkvergoeding alleen wordt geïndexeerd volgens de tabelcorrectiefactor. Daarmee wordt dan rekening gehouden met de inflatie volgens Staatssecretaris Van Rij.
De staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst heeft vragen beantwoord van het Tweede Kamerlid Romke de Jong over de onbelaste thuiswerkvergoeding die werkgevers aan werknemers kunnen uitbetalen. De onbelaste thuiswerkvergoeding biedt werkgevers de ruimte om tot een bepaald bedrag thuiswerkkosten van werknemers onbelast aan werknemers te vergoeden. Werkgevers bepalen zelf in hoeverre zij hun werknemers tegemoet willen komen in de kosten die deze werknemers maken.
Voordelen van hybride werken
Hybride werken, de combinatie van thuiswerken en werken op locatie, is een positieve ontwikkeling. Zo biedt hybride werken kansen om maatschappelijke doelen te realiseren zoals vermindering van de CO2-uitstoot, piekbelasting in het openbaar vervoer, krapte op de huizenmarkt en een goede werk-privébalans. Het kabinet heeft daarom het voornemen om werkgevers en werknemers te ondersteunen bij het vormgeven van het hybride werken.
Bepaling hoogte onbelaste thuiswerkvergoeding
Het Nibud heeft in maart 2022 berekend dat de kosten voor thuiswerken circa €3,05 bedragen. Bij de totstandkoming van de bepaling van de onbelaste thuiswerkvergoeding van €2 is de berekening van het Nibud van augustus 2021 gebruikt. In de wet is vastgelegd dat jaarlijkse indexatie van de onbelaste thuiswerkvergoeding plaatsvindt aan de hand van de tabelcorrectiefactor. Uitgaande van een correctie van naar verwachting 1,063, zal de onbelaste thuiswerkvergoeding voor 2023 uitkomen op €2,13. De wet biedt geen mogelijkheden voor een verdere verhoging.