Categorieën
Branchegerichte boekhouding Nieuws Omzetbelasting & btw

Reisbureauregeling btw toepassen zonder stress

Reizen verkopen is een vak. Maar winst houden aan het eind van de rit? Dat lukt alleen als je ook je btw slim regelt. Daar komt de reisbureauregeling bij kijken, ook wel bekend als TOMS. Die regeling bepaalt hoeveel btw je moet afdragen over samengestelde reizen. In theorie lijkt het een eenvoudige oplossing, maar in de praktijk raak je al snel verstrikt in uitzonderingen, grijze gebieden en risico’s. En vergis je niet: zelfs ervaren ondernemers maken hier fouten, vaak zonder het te merken. Tot de naheffing op de mat valt. Of de marge ineens verdampt. In dit artikel laten we je zien hoe je dat voorkomt. Je krijgt zeven concrete controles waarmee je je marge beter beschermt én grip houdt op je btw. Praktisch, herkenbaar en zonder droog geneuzel.

Inhoudsopgave

Waarom dit nú telt voor de reisbranche

Je organiseert een reis naar Italië. Alles klopt: de locaties, het vervoer, de sfeer. De klant is enthousiast, jij tevreden. Totdat je de administratie opent en je afvraagt of je alles wel goed hebt geregeld. Moet je btw rekenen over de hele reissom? Mag je iets aftrekken of juist niet? En hoe ga je om met dat ene deel van de reis dat buiten de EU valt?

Op dat moment stap je in de wereld van de reisbureauregeling. Ook wel TOMS genoemd. Een regeling die je marge stilletjes kan aantasten als je de regels niet precies volgt. Maar wie weet waar je op moet letten, voorkomt fouten en houdt meer over.

Wat is TOMS in gewone taal?

TOMS betekent dat je btw betaalt over de marge, niet over de hele reissom. Die marge is het verschil tussen wat je klant betaalt en wat jij inkoopt aan reisdiensten. Je mag de btw op die inkoopkosten niet terugvragen. Op andere kosten, zoals marketing en kantoor, meestal wel. Op je factuur zet je geen btw-bedrag, maar wel de tekst: ‘bijzondere regeling reisbureaus’. De reisbureauregeling geldt alleen als je op eigen naam verkoopt, als de klant een reiziger is (ook een bedrijf), en als de dienst direct voor die reiziger bedoeld is. Op papier lijkt het duidelijk, maar in de praktijk zie je snel iets over het hoofd.

7 slimme controles die je marge beschermen

1. Verkoop je op eigen naam, of bemiddel je?

Dit lijkt een detail, maar het verschil is groot. Als je op eigen naam verkoopt, val je onder de reisbureauregeling. Bemiddel je alleen? Dan gebruik je de normale btw-regels. En dat verschil telt. Foute etiketten leiden tot foute aangiftes. Soms betaal je te veel, soms te weinig. Beide kosten je geld of leveren risico op.

2. Is je klant een ‘reiziger’?

Veel ondernemers denken dat TOMS alleen voor consumenten geldt. Maar ook een bedrijf, zoals een ander reisbureau, kan als ‘reiziger’ worden aangemerkt. Het gaat erom voor wie de dienst bedoeld is. Niet om wat voor soort klant het is.

3. Welke marge-aanpak gebruik je?

Je mag kiezen: bereken je de marge per kwartaal of per individuele reis? De keuze moet je vastleggen, en geldt dan vijf jaar. Kies je voor de tijdvakmethode? Dan mag je negatieve marges binnen hetzelfde jaar verrekenen. Bij de per-reismethode mag dat niet. Denk dus goed na over wat past bij jouw bedrijf.

4. Heb je EU en buiten-EU goed verdeeld?

Een reis naar Noorwegen is iets anders dan een trip naar Parijs. In de btw maakt dat veel uit. Het deel binnen de EU belast je met 21%. Het deel buiten de EU valt vaak onder 0%. De verdeling moet je onderbouwen met locaties, routes en bijvoorbeeld tickets.

5. Wat regel je zelf, en wat koop je in?

Als je zelf een busreis of hotel verzorgt, valt dat onder de gewone btw-regels. Alleen het deel dat je inkoopt, valt onder TOMS. Splits je aanbod dus duidelijk. Wat doe je zelf? Wat besteed je uit? En hoe verwerk je dat in je administratie?

6. Trek je niet per ongeluk verkeerde btw af?

Je mag de btw op ingekochte reisdiensten niet aftrekken. Die zit namelijk al in je winstmarge, en daarover draag je btw af via de TOMS-regeling. Maar let op: dat geldt niet voor ál je kosten. Uitgaven voor je kantoor, je boekhoudpakket of je marketingcampagne vallen daarbuiten. Daarover mag je btw meestal wél terugvragen. Juist daarom is het belangrijk dat je inkoopfacturen goed zijn gescheiden. Wat valt onder de reisdienst voor de klant? En wat is overhead? Die scheidslijn bepaalt wat je mag terugvorderen en wat niet.

7. Vermeld je de juiste informatie op je factuur en draag je op tijd btw af?

Op je factuur aan de klant mag géén btw-bedrag staan. Maar wél de tekst: “bijzondere regeling reisbureaus”. En let op met vooruitbetalingen. Als de dienst dan al voldoende duidelijk is, moet je de btw misschien al afdragen. Ook al is de reis nog niet begonnen. Mis je dat? Dan ligt een naheffing op de loer.

Praktijkvoorbeelden die je herkent

Concrete situaties zeggen vaak meer dan regels. Daarom hieronder vijf voorbeelden vanuit de reisbureauregeling die je waarschijnlijk herkent of binnenkort zelf tegenkomt.

Rekenvoorbeeld bij de tijdvakmethode

Je verkoopt in het eerste kwartaal reizen voor €25.000 (inclusief btw). De inkoop van die reizen kostte je €20.000. Dat betekent een marge van €5.000. Over dat bedrag bereken je btw: 21/121 van €5.000 is €868. Voor reizen buiten de EU geldt meestal 0%, dus dat deel sluit je uit. Heb je negatieve marges? Die mag je bij deze methode binnen hetzelfde kalenderjaar verrekenen.

Een deels zelf georganiseerde reis

Je regelt een pakketreis van €3.000. Daarin verzorg je het busvervoer zelf en huur je de hotels in. De hotelkosten bedragen €1.800. Je eigen vervoer waardeer je op €545. Dan blijft er €655 over aan marge op de ingekochte reisdiensten. Dat is het bedrag waarover je btw moet afdragen. De rest valt onder de normale btw-regels.

Bestemming buiten de EU: Noorwegen

Je organiseert een reis naar Noorwegen, met ook wat tussenstops in de EU. Dan moet je je marge verdelen. Het EU-gedeelte belast je met 21%, het Noorwegen-gedeelte valt onder 0%. Die verdeling moet je goed onderbouwen: met boekingen, routes en ticketdata. Zonder bewijs geen 0%.

Werk je als bemiddelaar? Dan geldt TOMS niet voor jou

Je werkt als zelfstandig reisadviseur en bemiddelt een Canada-reis voor een grote touroperator. Jij valt dan niet onder de reisbureauregeling, maar onder de normale btw-regels. De touroperator geeft aan dat je je vergoeding moet splitsen: 70% belast met 0%, 30% met 21%. Die verdeling neem je over op je factuur.

Annuleringen en no-shows: verschil zit in het moment

Een klant annuleert vóór vertrek. Dan hoef je géén btw te rekenen over de vergoeding. Maar komt iemand niet opdagen of zeg je pas na aanvang af? Dan wél. De btw hangt dus af van het exacte moment van annuleren. Zorg dat je voorwaarden dat ondersteunen – dat voorkomt discussies bij controle.

Wat als het toch misgaat?

Een onjuiste verdeling tussen EU en buiten-EU-delen, of het onterecht aftrekken van voorbelasting, kan je marge flink aantasten. En de Belastingdienst kijkt mee. Heb je een verkeerde factuur uitgereikt of het verkeerde moment van afdracht gekozen? Dan kan er zomaar een naheffing volgen, met rente én boete. En vergeet niet: de keuze voor je margeaanpak geldt minimaal vijf jaar. Geen ruimte dus om zomaar te wisselen als je erachter komt dat het toch beter anders kon.

Zo helpt CijferAdvies jouw reisbedrijf

We weten hoe weerbarstig de reisbureauregeling kan zijn. Daarom denken we graag met je mee. Soms is een korte blik op je margeberekening al genoeg om rust te brengen in je aangifte. In andere gevallen helpt het om je grootboek slim in te richten, zodat je precies weet welk deel van je omzet onder TOMS valt en wat juist niet. We kunnen meekijken met je facturen of voorstellen doen voor betere contractteksten. En werk je met voorschotten of reiscombinaties? Dan zorgen we voor een heldere onderbouwing. Geen standaardoplossingen, maar maatwerk dat past bij hoe jij werkt. Dat maakt het verschil. Op papier én in je portemonnee.

Wil je weten hoe jouw TOMS-regeling ervoor staat?

Plan een kennismakingsgesprek. We kijken vrijblijvend met je mee en laten je zien waar je kansen en valkuilen zitten. Of het nu gaat om je marge-aanpak, de verdeling tussen EU en buiten-EU of de inrichting van je administratie. Je krijgt altijd een concreet beeld van wat beter kan.

Categorieën
Fiscale tips & valkuilen Groei & strategie Ondernemerscoaching Subsidieadvies

Zzp’er en STAP-budget: Bereid je voor op de nieuwe aanvraagronde

Van alle aanvragers van het STAP-budget is 15% zzp’er. Wie in aanmerking wil komen voor de overheidssubsidie voor studiekosten moet er snel bij zijn op 1 september.

STAP-budget blijkt een interessante overheidssubsidie voor zzp’ers. Van de 115.000 mensen die tot nu toe de bijdrage voor studiekosten ontvingen, is 15% zzp’er.

Inhoudsopgave

Uit cijfers van het UWV blijkt ook dat veel aanvragen uit de zakelijke dienstverlening komen. In deze sector werken relatief veel zzp’ers. De zakelijke dienstverlening is goed voor bijna 15% van de aanvragen.

Bereid je voor op 1 september

Op 1 september begint een nieuwe aanvraagronde voor STAP-budget. Wil je in aanmerking komen, dan is het verstandig je aanvraag alvast voor te bereiden. Volgens NU.nl was het totale budget in de vorige ronde binnen 2,5 uur op. Ook de eerste keer was het geld binnen enkele uren vergeven.

Wat is STAP-budget?

De afkorting STAP staat voor Stimulering ArbeidsmarktPositie. Deze subsidieregeling bestaat sinds dit jaar en vervangt de fiscale aftrek voor studiekosten. STAP is bedoeld als stimulans voor werkenden en werkzoekers om zichzelf te laten om- of bijscholen.

Je kunt één keer per jaar STAP-budget krijgen met een maximum van 1.000 euro (inclusief btw). Zo kun je een cursus met korting of soms zelfs helemaal gratis volgen. UWV keert het bedrag direct uit aan de opleider.

Zo vraag je STAP-budget aan

Je kunt de subsidie niet voor elke opleiding gebruiken. Kijk dus eerst op deze website welke scholing voldoet aan de voorwaarden. Als jij op 1 september budget aanvraagt, moet de opleiding uiterlijk in januari beginnen.

Heb je een opleiding, cursus op training gevonden? Meld je dan eerst aan. Daarna ontvang je automatisch een digitaal STAP-aanmeldingsbewijs van de opleider.

Vervolgens ga je naar het STAP-portaal van UWV. Je vraagt het STAP-budget aan en uploadt het aanmeldingsbewijs. Na goedkeuring maakt het UWV het bedrag over aan de opleider.

Administratie en bedrijfskosten

Als zzp’er mag je jouw zakelijke studiekosten nog steeds aftrekken van de winst. Zzp’ers voeren in hun administratie zowel de subsidie als de kosten van de opleiding op. Moet je zelf nog iets bijbetalen omdat jouw opleiding meer kost dan het STAP-budget? Dan mag je het verschil als bedrijfskosten opgeven.

Controles en voorwaarden

Het UWV controleert binnen drie maanden nadat je jouw studie hebt afgerond of jij en de opleider aan de voorwaarden hebben voldaan. Volgens UWV lopen er verschillende onderzoeken en zijn inmiddels meer dan 600 opleidingen die niet voldeden uit het register verwijderd.

Het budget is beschikbaar voor alle Nederlandse EU-burgers (of partners van EU-burgers) ouder dan 18 jaar en jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd. Je moet minstens 6 maanden in Nederland verzekerd zijn voor de volksverzekeringen.

Elke twee maanden een nieuwe inschrijfronde

Je hebt dit jaar vijf keer kans om dit budget aan te vragen. Sinds 1 maart kun je om de twee maanden in aanmerking komen voor STAP-budget. In de subsidiepot zit in totaal 160 miljoen euro. Volgend jaar stelt de overheid 200 miljoen euro beschikbaar verdeeld over 6 tijdvakken.

Bron: Zipconomy

Categorieën
Fiscale optimalisatie Inkomsten- en vennootschapsbelasting Nieuws

Slim je vermogen sturen met Box 3 in 2025 en voorbereid zijn op 2026

Box 3 verandert, en dat merk je elk jaar weer zodra het nieuws volloopt met nieuwe percentages en regels. Als ondernemer met spaargeld, beleggingen of een tweede woning ontkom je er niet aan. Het nieuwe systeem op basis van werkelijk rendement komt waarschijnlijk pas in 2028, maar dat betekent niet dat je tot die tijd rustig achterover kunt leunen. In 2026 daalt de vrijstelling en stijgt het forfait. Wat nu nog overzichtelijk lijkt, kan straks flink drukken op je vermogen. Wie verder kijkt dan één jaar, ziet dat dit ook gevolgen heeft voor de jaren na 2028. Hier kan een persoonlijk financieel levensplan het verschil maken: je kijkt niet alleen naar de belasting van vandaag, maar stuurt je vermogen zo dat het past bij je doelen voor de komende jaren én bij wat daarna komt.

Inhoudsopgave

Wat was Box 3 ook alweer?

Je hebt het vast vaker gehoord: Box 3 is de plek waar je belasting betaalt over je privévermogen. Maar wat valt daar nou precies onder?

Het gaat om alles wat niet in je onderneming zit. Dus niet je zakelijke bankrekening of je bedrijfsvoorraad, maar wél:

  • Het saldo op je privé spaar- en betaalrekeningen
  • Beleggingen, crypto, aandelen of obligaties
  • Een tweede woning of een pand dat je verhuurt

De Belastingdienst telt op 1 januari je bezittingen en trekt daar je schulden vanaf. Let op: je mag schulden alleen aftrekken als ze boven de drempel van 3.800 euro per persoon uitkomen. En je hypotheek op je eigen woning? Die hoort bij Box 1 en telt dus níet mee.

Wat je overhoudt, heet je belastbaar vermogen. Daar rekent de Belastingdienst een fictief rendement over.  Dus niet wat je echt hebt verdiend, maar wat zij vinden dat je had kúnnen verdienen. En daar betaal je 36% belasting over.

Zit je vermogensmix scheef, dan kan dat flink nadelig uitpakken. Daarom loont het om je persoonlijke vermogenspositie mee te nemen in je financiële planning. En wil je breder kijken dan alleen belasting besparen? Dan is een persoonlijk financieel levensplan misschien iets voor jou. Niet alles draait om cijfers, het gaat erom wat jij met dat vermogen wilt bereiken. Waar werk je eigenlijk naartoe met dit kapitaal? Wat wil je ermee bereiken? Daar begint grip krijgen op je geld pas écht.

Wat verandert er in Box 3?

Je gaat uiteindelijk meer belasting betalen. Belangrijk detail: het maakt niet uit of dat vermogen ‘stilstaat’ of actief rendeert. De Belastingdienst rekent toch met een fictief rendement.

In 2025 gelden deze cijfers:

  • Spaargeld: 1,44 procent
  • Overige bezittingen (zoals beleggingen of vastgoed): 5,88 procent
  • Schulden: 2,62 procent
  • Heffingsvrij vermogen: 57.684 euro per persoon
  • Drempel voor schulden: 3.800 euro per persoon

Heb je een fiscale partner?

Dan mag je de vrijstelling verdubbelen naar 115.368 euro.

Vanaf 2026 verandert dit en dit zijn de verwachtingen: het heffingsvrije vermogen daalt naar 51.396 euro per persoon en het forfait op overige bezittingen stijgt naar 7,78 procent. Je leest het goed: bijna 2 procent erbij.

Waarom doet dit pijn (als je niks doet)?

Stel: je hebt 80.000 euro spaargeld en 30.000 euro in beleggingen. Dan rekent de fiscus met 1,44 procent op je spaargeld en 5,88 procent op je beleggingen. Samen kom je uit op 2.916 euro fictief rendement. Daarover betaal je belasting, na aftrek van het heffingsvrije vermogen.

Gaat dat eerlijk? Niet altijd. Zeker niet als je beleggingen nauwelijks rendement maken en je tóch 5,88 procent moet aftikken. En dat kan in 2026 dus het fictieve rendement van 7,78 procent worden. Dit gebeurt allemaal terwijl ze ondertussen werken aan een systeem op basis van werkelijk rendement. Maar ja, dat gaat waarschijnlijk pas in op 1 januari 2028. 

Wat moet jij nú doen?

1. Bekijk je vermogensmix

Heb je veel belegd vermogen? Dan loont het om een deel om te zetten naar spaargeld. 5,88 procent forfait versus 1,44 is een flink verschil. Let wel op je werkelijke rendement. Slim schuiven, niet blind schuiven. Daarnaast kun je met een persoonlijk financieel levensplan alle mogelijkheden in kaart brengen. Er is meer dan alleen sparen en beleggen mogelijk, maar het moet wel passen bij je doelen en mogelijkheden. 

2. Schulden slimmer inzetten

Heb je een lening van 3.000 euro? Die telt niet mee. Pas vanaf 3.800 euro per persoon gaat je schuld meetellen. Daarboven rekent de fiscus met 2,62 procent. Bereken of aflossen of juist verhogen loont.

3. Verdeel slim met je partner

Door vermogen handig te verdelen kun je het dubbele heffingsvrije bedrag benutten. Een rekenfoutje kost je al snel honderden euro’s.

4. Check je WOZ-waarde en verhuurstatus

Voor een tweede woning gebruik je de WOZ-waarde van 1 januari 2024. Staat die woning verhuurd met huurbescherming? Dan geldt een lagere waarde. Dit kan je duizenden euro’s schelen.

5. Groene beleggingen? Kijk er nuchter naar

In 2025 krijg je nog een vrijstelling van 26.312 euro per persoon. Maar de heffingskorting is minimaal en vanaf 2027 is het feest voorbij.

6. Simuleer 2026 vandaag al

Reken door met de strengere regels van volgend jaar. Kom je in de knel, dan kun je dit jaar nog actie ondernemen.

Voor wie is dit belangrijk?

  • Zelfstandige ondernemers met privébeleggingen
  • DGA’s met vastgoed of beleggingen buiten de BV
  • Ondernemers met een tweede woning
  • Iedereen die op 1 januari vermogen boven het heffingsvrij bedrag had

Voor de duidelijkheid: alleen je privévermogen telt. Heb je geld op de rekening van je eenmanszaak? Dan valt dat in Box 1. Maar staat het op je privérekening? Dan wordt het fiscaal een ander verhaal.

Zo begin je vandaag nog

  1. Verzamel je saldo’s per 1 januari 2025 en je WOZ-beschikkingen
  2. Reken je situatie door met de forfaits van 2025 (1,44%, 5,88%, 2,62%)
  3. Simuleer 2026: 7,78% voor beleggingen en minder heffingsvrij vermogen
  4. Optimaliseer waar nodig: vermogen herverdelen, schulden herschikken, WOZ controleren
  5. Leg je acties vast vóór het einde van het jaar

Hoe helpt CijferAdvies jou?

We maken een persoonlijke Box 3-scan met jouw cijfers per 1 januari 2025. We berekenen het fictieve rendement, simuleren je situatie voor 2026 en laten zien waar je kunt optimaliseren. Geen nattevingerwerk, maar echte cijfers.

Wil je breder kijken dan alleen je belastingdruk?

Dan is Financial Life Planning via onze Associate Partner misschien wat voor jou. Daarmee kijk je niet alleen naar cijfers, maar naar wat jij écht belangrijk vindt. Wat wil je bereiken met je vermogen? Hoe ziet jouw ideale toekomst eruit? Vanuit die vragen helpen we jou om financiële beslissingen te nemen die kloppen – niet alleen op papier, maar ook in je leven.

Een persoonlijk financieel levensplan is er voor ondernemers die meer regie willen over hun tijd, geld en keuzes. En dat begint bij inzicht. Wij zorgen voor de cijfers, onze partner helpt bij het grotere plaatje.

 

Veelgestelde vragen over Box 3

Wanneer krijg je vrijstelling van bezittingen in Box 3?

Niet alles telt mee voor Box 3. Je hoofdverblijf, inboedel, auto, opgebouwde pensioenen, lijfrentes en je zakelijke rekeningen blijven buiten schot. Groene beleggingen zijn deels vrijgesteld, maar die regeling wordt afgebouwd en stopt in 2027. Deze bezittingen tellen soms wel mee in een andere box, zoals je woning in Box 1. Met een helder overzicht voorkom je onnodige belasting en kun je je strategie, bijvoorbeeld via een persoonlijk financieel levensplan, tijdig afstemmen op de regels van 2026 en daarna.

Ook bij verlies rekent de Belastingdienst met een vast percentage aan fictief rendement. In 2025 is dat 5,88 procent en in 2026 wordt dat 7,78 procent. Je betaalt dus belasting over rendement dat je misschien nooit hebt gehad. Juist daarom is het slim om te kijken naar de verdeling tussen spaargeld en beleggingen.

Vanaf de zomer van 2025 kun je via de tegenbewijsregeling je werkelijke rendement doorgeven. Dat klinkt aantrekkelijk, maar je verliest dan wel je heffingsvrij vermogen. Laat ons eerst berekenen of dit voor jou voordelig is.

Crypto valt onder de categorie ‘overige bezittingen’. Dat betekent dat het in 2025 belast wordt tegen 5,88 procent fictief rendement en in 2026 tegen 7,78 procent, ongeacht koersschommelingen.

Staat je tweede woning op 1 januari verhuurd met huurbescherming? Dan mag je rekenen met een lagere waarde. Dit kan een groot verschil maken in je belastingaanslag, mits je het goed vastlegt.

Het heffingsvrij vermogen daalt van 57.684 euro naar 51.396 euro per persoon. Het forfait voor overige bezittingen stijgt van 5,88 naar 7,78 procent. Dit betekent dat je sneller boven de vrijstelling uitkomt en meer belasting betaalt. Vooruit plannen is dus belangrijk, zeker met het oog op het nieuwe stelsel dat vanaf 2028 wordt verwacht.

Categorieën
Belastingaangifte Nieuws

Crypto en de Belastingdienst vanaf 2026: dit verandert er voor ondernemers

Vanaf 2026 verandert er iets fundamenteels voor ondernemers met crypto. De Belastingdienst krijgt dankzij nieuwe Europese regels (DAC8) direct inzicht in jouw cryptobezit. Of je nu handelt via Bitvavo, Binance of een buitenlandse broker: verbergen werkt straks niet meer. Voor ondernemers die hun administratie op orde hebben verandert er niets, maar voor wie crypto heeft verzwegen kan het pijnlijk worden. Wie slim is, grijpt nú de kans om de boel op te schonen en structureel goed te regelen.

Inhoudsopgave

In één oogopslag: wat jij als ondernemer moet weten

Vanaf 2026 weet de Belastingdienst precies hoeveel crypto je bezit en wat je ermee doet. Via nieuwe Europese regels (DAC8) worden transacties standaard gerapporteerd, óók door buitenlandse platforms. Dat betekent: verstoppen werkt niet meer, en uitstellen wordt duur.

  • Jaarlijkse automatische rapportage van saldo en transacties, ook via buitenlandse exchanges.
  • Vergeten of verzwijgen? Hoge kans op controle en forse boetes tot 300%.
  • Heb je altijd netjes opgegeven? Geen probleem, je bent gewoon goed bezig.
  • Crypto privé? Correct in box 3. Crypto zakelijk? Correct opnemen in je boekhouding.
  • 2025 is het laatste jaar om achterstanden zonder stress recht te trekken.

In dit artikel leggen we uit wat de nieuwe regels betekenen voor jouw praktijk en hoe jij slim kunt blijven ondernemen – met of zonder crypto.

Nieuwe regels voor crypto vanaf 2026

Vanaf 1 januari 2026 worden cryptodienstverleners verplicht om klant- en transactiedata te delen met de Belastingdienst. Deze verplichting vloeit voort uit Europese regelgeving, genaamd DAC8 (Directive on Administrative Cooperation 8), die bedoeld is om belastingontduiking via crypto te bestrijden. Dit raakt ook Nederlandse ondernemers die zakelijk of privé investeren in cryptovaluta.

De verplichting geldt voor alle aanbieders van crypto-activa. Dit zijn exchanges, handelsplatformen, brokers, wallet-providers en andere partijen die cryptotransacties faciliteren. Zij moeten voortaan jaarlijks de volgende informatie rapporteren:

  • Identificatiegegevens van klanten: naam, geboortedatum, woonadres en fiscaal identificatienummer.
  • Gegevens over transacties: aan- en verkopen, omwisselingen van crypto naar fiat en omgekeerd, betalingen boven de 50.000 dollar en het eindsaldo per jaar.
  • Voor bestaande klanten moeten aanbieders uiterlijk 1 januari 2027 een verklaring van fiscale woonplaats hebben vastgelegd.

Niet alleen Nederlandse partijen vallen hieronder. Ook buitenlandse aanbieders zonder vestiging in Nederland moeten gegevens rapporteren als zij Nederlandse klanten bedienen. Volgens Overheid.nl voorkomt dit dat cryptobezitters hun vermogen verstoppen via buitenlandse accounts.

Wat betekent dit voor jou als ondernemer?

In principe staat jouw crypto-bezit los van je ondernemerschap. De nieuwe DAC8-wetgeving richt zich op de verplichting van cryptoplatformen om gegevens door te geven aan de Belastingdienst. De verplichting ligt dus bij de aanbieders, niet bij jou als ondernemer. Maar de consequenties merk jij wél.

Heb je crypto privé? Dan moet je dit opgeven in box 3. Dit blijft ook in 2026 het geval. Verstoppen heeft weinig zin meer, want jouw gegevens komen automatisch bij de fiscus terecht.

Zakelijk crypto aanhouden? Dan geldt de standaard administratieve verplichting die je gewend bent: gewoon netjes opnemen in de bedrijfsadministratie. De DAC8-wetgeving verandert daar niets aan, behalve dat de Belastingdienst makkelijker kan controleren.

Een eenvoudige tip om het jezelf makkelijk te maken: maak elk jaar op 1 januari een screenshot van je volledige crypto-portefeuille. Daarmee bewijs je eenvoudig wat je bezit was op de peildatum voor de belastingaangifte. Dit bespaart je later een hoop uitzoekwerk.

De fiscale behandeling verandert niet, maar de kans om onder de radar te blijven verdwijnt volledig.

Wie in het verleden crypto niet heeft opgegeven, loopt risico. De Belastingdienst krijgt jaarlijks updates over jouw bezit. Navorderingen en vergrijpboetes tot 300% van de verschuldigde belasting zijn geen theoretisch risico meer. Dit bevestigen zowel Taxence als BV Rendement.

Waarom nu al actie ondernemen?

Uit onderzoek van de Europese Commissie blijkt dat Nederland jaarlijks tientallen miljoenen euro’s misloopt door niet opgegeven crypto. Volgens de KvK heeft inmiddels 14% van de Nederlanders crypto-activa. De verwachting is dat de Belastingdienst vanaf 2026 actief gaat controleren, mede doordat ze nu automatisch beschikking krijgen over saldi en transacties.

Ondernemers kunnen beter vóór 2026 schoon schip maken. Vrijwillig corrigeren is altijd goedkoper dan gepakt worden. Daarnaast worden de vragen over crypto in de jaarlijkse belastingaangifte vanaf 2025 uitgebreider, zodat jij alvast kunt wennen aan de nieuwe situatie.

Praktische voorbeelden voor ondernemers

Voorbeeld 1: Een zzp’er heeft sinds 2021 crypto via een buitenlandse exchange. Tot nu toe niets opgegeven. Vanaf 2026 weet de fiscus dit sowieso. Beter is om voor 2025 een suppletie in te dienen en alsnog netjes op te geven in box 3.

Voorbeeld 2: Een MKB-ondernemer belegt via de BV in crypto’s. Zakelijk moet de waarde per 1 januari jaarlijks correct gewaardeerd worden in de jaarrekening. CijferAdvies kan je helpen om dat goed vast te leggen, inclusief een verklaring richting de accountant.

Voorbeeld 3: Een crypto-startup biedt handelsdiensten aan via een platform. Door DAC8 moet dit bedrijf vanaf 2026 klantgegevens verzamelen en jaarlijks rapporteren aan de Belastingdienst. CijferAdvies ondersteunt met de inrichting van deze compliance-processen.

Wat kun je nú al doen?

  1. Maak een overzicht van je crypto-activa, zowel zakelijk als privé. Ken je posities en waarde per 1 januari.
  2. Controleer je aangiftes van voorgaande jaren. Te laat? Overweeg vrijwillige verbetering.
  3. Breng je administratie op orde, zeker als je crypto zakelijk gebruikt of als betaalmiddel accepteert.
  4. Vraag advies aan CijferAdvies om vooraf inzicht te krijgen in je fiscale positie. Voorkomen is goedkoper dan corrigeren.

Zo helpt CijferAdvies ondernemers vooruit

We willen helder zijn: CijferAdvies ondersteunt ondernemers bij het correct verwerken van crypto in hun administratie. Wij adviseren hoe je crypto netjes verwerkt in je aangifte en hoe je voorkomt dat je onnodig risico loopt bij een controle.

Voor DAC8-compliance bij aanbieders, zoals exchanges en brokers, verwijzen wij je door naar gespecialiseerde compliance-partijen. Dat ligt buiten ons directe dienstenpakket.

Waar we je wél bij helpen:

  • We controleren je crypto-administratie, zowel zakelijk als privé.
  • We adviseren over correcte aangifte, inclusief praktische tips zoals de jaarlijkse screenshot van je portefeuille.
  • We ondersteunen bij suppleties en correcties zodat je met een gerust hart verder kunt ondernemen.
  • We zorgen dat je precies weet waar je aan toe bent zonder stress over de Belastingdienst.

Wil jij weten waar je staat? Neem contact op met jouw CijferAdviseur voor een vrijblijvende crypto-quickscan

Categorieën
Fiscale tips & valkuilen Nieuws

De bpm is terug en dit betekent het voor ondernemers

Sinds 1 januari 2025 betaal je als ondernemer bpm bij de aanschaf van een nieuwe bestelauto. Een ingrijpende maatregel uit het Klimaatakkoord die inmiddels flinke impact heeft op het mkb – vooral in sectoren zoals bouw, logistiek en installatie. De bpm-vrijstelling voor ondernemers is verleden tijd. En dat merk je direct in je portemonnee. Deze bpm-maatregel raakt ondernemers direct – het verhoogt de aanschafkosten van nieuwe niet-elektrische bestelauto’s aanzienlijk. In dit artikel leggen we uit wat er precies verandert, wat dit betekent voor je bedrijf en welke stappen je nu kunt zetten om voorbereid te zijn.

Inhoud

Wat moet je weten?

Je runt bijvoorbeeld een bouwbedrijf met een klein team en een paar betrouwbare dieselbusjes. Alles draait goed, tot het moment dat je begin dit jaar toe bent aan een nieuwe bestelauto. Wat je dan ontdekt? Je moet ineens duizenden euro’s extra aan bpm betalen. Een kostenpost waar je niet op zat te wachten.

Vanaf 1 januari 2025:

  • Betaal je bpm bij aankoop van een nieuwe bestelauto.
  • Alleen emissievrije bestelauto’s (zoals elektrisch) zijn nog vrijgesteld.
  • De hoogte van de bpm hangt af van de CO₂-uitstoot.

Wat kun je nu doen?

  • Breng je wagenpark in kaart: heb je de komende jaren vervangingen nodig?
  • Overweeg de overstap naar elektrisch en check subsidiemogelijkheden.
  • Laat je goed adviseren over de kosten, financiering en alternatieven.

Waarom deze bpm-wijziging ondernemers hard raakt

De bpm-vrijstelling was jarenlang een vaste waarde voor ondernemers. Nu die vervalt, betekent dat: extra kosten bij iedere nieuwe, niet-elektrische bestelauto. En dat kan flink oplopen – soms tot wel €12.000 per voertuig, afhankelijk van de uitstoot.

Voor ondernemers met meerdere voertuigen wordt dit een serieuze kostenpost. Vooral in sectoren zoals bouw, installatie of logistiek, waar mobiliteit cruciaal is. De impact op je cashflow is direct voelbaar.

Juist daarom is het slim om vooruit te denken. Moet je voertuigen versneld vervangen? Of is het beter om over te stappen naar elektrisch rijden? Welke alternatieven zijn er en welke regelingen kun je benutten?

Uitzonderingen en vrijstellingen

Elektrische bestelauto’s zijn nog steeds vrijgesteld van bpm. Daarmee zijn ze op papier aantrekkelijker, maar in de praktijk is het soms zoeken naar het juiste model. Denk aan actieradius, laadcapaciteit en beschikbaarheid.

Toch zijn er interessante voordelen:

  • Je bespaart bpm.
  • Je kunt gebruikmaken van MIA, VAMIL en SEBA.
  • Elektrisch rijden is vaak goedkoper in gebruik.

Elektrisch vs. diesel: wat is voordeliger?

Een elektrische bestelauto is in aanschaf duurder, maar valt vaak goedkoper uit in gebruik. Denk aan lagere energiekosten, minder onderhoud en het vermijden van bpm. Daartegenover staat dat de actieradius en laadcapaciteit beperkt kunnen zijn – en dat modellen soms lastig leverbaar zijn.

Een dieselbestelauto lijkt op korte termijn goedkoper, maar je betaalt nu wél bpm. Daarbij kunnen toekomstige milieu zones of heffingen in steden de kosten verder opvoeren.

Laat je goed informeren over beschikbare modellen, levertijden en subsidiemogelijkheden. Houd rekening met de voorraadtekorten en stijgende kosten die in sommige sectoren al merkbaar zijn. Maak een concreet plan dat past bij jouw bedrijfsvoering, zodat je voorbereid bent en niet voor onverwachte uitgaven komt te staan.

Wat kost de bpm ondernemers nu?

De bpm op nieuwe, niet-elektrische bestelauto’s wordt sinds 2025 berekend aan de hand van de CO₂-uitstoot. De Belastingdienst gebruikt hiervoor een vaste formule:

Bpm = €40,91 + (€66,91 × het aantal gram CO₂ per kilometer)

Stel: je koopt een dieselbestelauto met een uitstoot van 180 gram CO₂ per kilometer. Dan ziet de berekening er zo uit:

€40,91 + (180 × €66,91) = €12.063,11 bpm

Dit bedrag betaal je boven op de aanschafprijs en btw. En let op: deze bpm is per voertuig. Heb je een heel wagenpark, dan loopt de totale kostenpost snel op.

Wil je exact weten wat dit voor jouw situatie betekent? Gebruik dan de rekenmethode op de officiële site van de Belastingdienst. Zo krijg je een indicatie van de bpm die je moet betalen bij aankoop.

Denk strategisch over je wagenpark

Stel jezelf deze vragen:

  • Moet je dit of volgend jaar voertuigen vervangen? Kijk dan vooruit: welke bestelauto’s wil je vervangen, en wanneer?
  • Kun je overwegen om nu al elektrisch te gaan? Denk aan gebruik, actieradius, subsidiemogelijkheden en beschikbaarheid van modellen.
  • Zijn er leasemogelijkheden of kun je voertuigen delen? Dit kan liquiditeit vrijhouden en je flexibiliteit vergroten.
  • Hoe beïnvloedt dit je investeringsplanning? Neem bpm mee in je meerjarenbegroting en onderzoek fiscale voordelen zoals MIA of VAMIL.

Veel ondernemers kiezen nu vanwege de bpm voor een hybride aanpak. Ze combineren elektrische voertuigen voor stedelijke ritten met brandstofmodellen voor langere afstanden. Ook plannen ze investeringen zorgvuldiger, vaak in overleg met hun adviseur. Zo benutten ze fiscale voordelen en voorkomen ze onverwachte pieken in hun uitgaven.

Ook tweedehands voertuigen kunnen een tijdelijke uitweg bieden. Let er wel op dat ook daar bpm betaald moet worden bij import of bij aankoop van jong gebruikte modellen uit het buitenland. De voordelen zijn dus beperkt, maar kunnen passen binnen je bredere strategie.

Welke subsidies zijn er beschikbaar?

Gelukkig hoef je niet alles zelf te betalen. De overheid ondersteunt ondernemers bij de overstap naar schonere voertuigen. Zo zijn er:

  • MIA (Milieu-investeringsaftrek) – fiscaal voordeel bij investeringen in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen.
  • VAMIL (Willekeurige afschrijving) – je mag een groot deel van je investering afschrijven op een moment dat jou fiscaal goed uitkomt.
  • SEBA (Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s) – directe subsidie voor de aanschaf van elektrische bestelauto’s.

CijferAdvies helpt je bij het combineren van deze regelingen en zorgt ervoor dat je geen voordeel laat liggen.

Wat doet CijferAdvies?

Bij CijferAdvies helpen we ondernemers om financieel scherp te blijven. Ook als het gaat om je wagenpark. We kijken mee naar:

  • De impact van bpm op jouw cijfers.
  • Mogelijke subsidies en investeringsaftrekken.
  • Hoe je slim plant en cashflowproblemen voorkomt.

We denken met je mee én verbinden je met de juiste partners: van leasemaatschappijen tot subsidie-experts. Zodat jij grip houdt – op je planning én je financiën.

Tijd voor actie

De bpm-wijziging is geen toekomstmuziek. Ze is al ingegaan en raakt ondernemers direct – of je nu een wagenpark hebt of slechts één bedrijfsauto nodig hebt. Laat je dus niet verrassen.

Wil je weten wat dit voor jouw bedrijf betekent? Neem contact op met je adviseur bij CijferAdvies. Samen zorgen we dat je voorbereid bent – met inzicht, overzicht en advies dat werkt.

Categorieën
Belastingen & Fiscaal Advies Nieuws

Laat de nieuwe btw-regels voor holdings je niet verrassen

Per 1 juli 2025 gooit de Belastingdienst de spelregels voor holdings om. Wat jarenlang werkte op basis van oude afspraken en stilzwijgende goedkeuringen, komt te vervallen. De bekende Holdingresolutie uit 1991 wordt ingetrokken en daarmee verandert het fiscale speelveld fundamenteel. Geen kwestie van een kleine aanpassing in de marge, maar een nieuwe werkelijkheid waar je als ondernemer niet omheen kunt. Het is tijd om je structuur onder de loep te nemen en vooruit te denken.

Inhoud

Btw-regels holdings 2025: wat verandert er precies?

De belangrijkste wijziging: holdings zonder eigen economische activiteit (de zogeheten “zuivere holdings”) mogen vanaf 1 juli 2025 in principe niet meer meedoen aan een fiscale eenheid voor de btw. En dat is een flinke klap. Tot nu toe mochten deze holdings – mits ze een sturende rol vervulden – gewoon meedoen. Dat maakte het mogelijk om kosten die bij de holding terechtkwamen – zoals advies of softwarelicenties – centraal te verwerken en zonder btw-verlies intern door te belasten. Een slimme constructie die in veel groepen prima werkte. Die aanpak werkte jarenlang prima. Maar met de nieuwe regels komt daar een einde aan.

Alleen holdings die aantoonbaar actief zijn binnen het concern – bijvoorbeeld via managementdiensten – kunnen nog in de fiscale eenheid worden opgenomen. En dan ook alleen als ze financieel, organisatorisch én economisch verweven zijn. Anders sta je buiten de groep. En dus buiten de voordelen.

Waarom deze verandering?

Nederland koos jarenlang voor een soepele aanpak als het om holdings en de btw ging. Dat werkte prima binnen onze grenzen, maar strookte niet met wat Europa daarover had afgesproken. Volgens EU-recht kunnen alleen echte ondernemers onderdeel zijn van een fiscale eenheid. En een holding die enkel aandelen houdt, zonder actieve rol, valt daar dus buiten. De nieuwe beleidsbesluiten maken hier korte metten mee. Wat eerder werd toegestaan op basis van goedkeuring en praktijkervaring, wordt nu teruggebracht tot de letter van de wet. Minder ruimte om te manoeuvreren dus – en dat vraagt om heroverweging van je structuur.

Wanneer geldt je holding nog als btw-ondernemer?

Of je holding nog wordt gezien als btw-ondernemer is geen detail, maar bepalend voor je hele structuur. Geen ondernemer betekent: geen fiscale eenheid en dus ook geen recht op aftrek van btw. Er zijn grofweg drie situaties waarin je holding nog wél binnen de lijntjes kleurt als btw-ondernemer:

  • Diensten aan groepsbedrijven: de holding levert tegen vergoeding diensten aan haar dochtermaatschappijen of andere groepsbedrijven, zoals management, administratie of strategisch advies. Deze afspraken moeten zakelijk zijn én schriftelijk worden vastgelegd.
  • Verlengstuk van de bedrijfsvoering: het aandelenbezit ondersteunt direct de btw-belaste bedrijfsactiviteiten van de werkmaatschappijen of andere groepsbedrijven. Denk aan situaties waarin een holding tijdelijk een dochtermaatschappij aanhoudt om een overname te begeleiden of de structuur van het concern aan te passen.
  • Handel in deelnemingen: de holding koopt en verkoopt aandelen of andere belangen met als doel om winst te maken, net zoals een investeerder of handelaar dat zou doen. Deze vorm van activiteiten is zeldzamer, maar valt wel duidelijk binnen de btw-sfeer.

Aftrek van kosten: strikter en specifieker

Tot voor kort kon je als holding zonder veel gedoe btw aftrekken op algemene kosten, ook als daar aandeelhoudersactiviteiten tussenzaten. Met de nieuwe regels vervalt die ruimte en wordt er strenger gekeken naar de aard van je uitgaven en je rol als ondernemer.

  • Directe verkoopkosten: bij de verkoop van aandelen zijn kosten die je vóór de overdracht maakt – zoals due diligence of juridisch advies – niet langer aftrekbaar als de verkoop btw-vrijgesteld is.
  • Algemene kosten ná de verkoop: kosten die je maakt nadat de aandelen zijn overgedragen, zoals integratie of reorganisatie, kunnen onder voorwaarden nog gedeeltelijk in aftrek komen.
  • Incidentele aandelenverkoop: als je slechts af en toe een deelneming verkoopt, telt de opbrengst daarvan meestal niet mee in de pro rata berekening. Maar als verkoop structureel onderdeel is van je bedrijfsvoering, moet je die opbrengsten wél meetellen – met gevolgen voor je aftrekrecht.

Wat betekent dit voor jou?

Stel: je hebt een moederholding met drie werkmaatschappijen. De holding doet zelf niets actiefs – ze houdt alleen aandelen, zonder dienstverlening of sturing. Tot nu toe mocht ze gewoon meedraaien in de fiscale eenheid. Vanaf 1 juli niet meer. De Belastingdienst zet haar dan apart. En dat heeft gevolgen: kosten die je eerder kon wegzetten binnen de groep worden ineens niet-aftrekbaar. Interne facturen? Die krijgen btw, met bijbehorende boekhoudlast. Wat gisteren nog soepel liep, vraagt straks om een andere aanpak.

Neem een ander voorbeeld: je plant in 2026 de verkoop van een dochterbedrijf. Vooraf schakel je een adviseur in voor due diligence. Op dit moment kun je de btw op die kosten nog aftrekken. Maar na 1 juli 2025 is dat niet meer vanzelfsprekend. Als de verkoop btw-vrijgesteld is, ben je die aftrek kwijt.

Juist daar helpen wij je bij: op tijd inzicht geven, zodat je weet waar je aan toe bent en keuzes kunt maken voordat het te laat is.

Wat kun je nu doen?

  1. Onderzoek wat je holding doet: levert de holding diensten aan groepsmaatschappijen of houdt ze alleen aandelen vast zonder actieve betrokkenheid? Dat maakt het verschil tussen btw-aftrek of niet.
  2. Controleer je fiscale eenheid: voldoet je structuur straks nog aan de voorwaarden om samen als groep btw te kunnen afdragen? Zo niet, dan moet je schakelen.
  3. Leg interne afspraken vast: zonder duidelijke, schriftelijke contracten tussen holding en werkmaatschappijen kunnen prestaties niet als belaste diensten worden aangemerkt. En dan is de btw op kosten niet aftrekbaar.
  4. Stel transacties niet uit: wil je een dochtermaatschappij verkopen? Kijk dan of het verstandig is die verkoop vóór 1 juli af te ronden.
  5. Maak je administratie inzichtelijk: de Belastingdienst verwacht dat je per kostenpost kunt uitleggen of de btw aftrekbaar is. Zorg dat je administratie dit ondersteunt – nu al.

Hoe wij helpen

Bij CijferAdvies kijken we verder dan regels en data. We zien wat deze veranderingen betekenen voor jou als ondernemer. Niet alleen financieel, maar ook voor hoe je je bedrijf organiseert en keuzes maakt.

We brengen je structuur in beeld, helpen je de juiste afwegingen maken en zorgen dat je op tijd weet waar je aan toe bent. Zodat je niet hoeft te reageren op problemen achteraf, maar vooruit kunt sturen op basis van inzicht.

Meer weten? Bekijk de toelichting via de Rijksoverheid of plan direct een afspraak via www.cijferadvies.nl.

Categorieën
Belastingen & Fiscaal Advies Nieuws

Voorjaarsnota 2025: Wat betekent dit voor jou als mkb-ondernemer?

De Voorjaarsnota 2025 is gepubliceerd en raakt het mkb op meerdere fronten. De belastingdruk stijgt hier en daar, en sommige vertrouwde regelingen worden afgebouwd. Maar laten we eerlijk zijn: dat is geen reden om achterover te leunen of te somberen. Wie vooruitkijkt, ziet ook mogelijkheden. Zeker als je weet waar je staat. Bij CijferAdvies zien we cijfers niet als doel op zich, maar als kompas. Wat betekenen deze aanpassingen voor jouw bedrijf? En hoe speel je daar tactisch op in? De voorjaarsnota 2025 mkb-impact draait namelijk niet alleen om cijfers, maar om keuzes die je nu kunt maken.

Inhoud

Beperkte inflatiecorrectie: stille lastenverzwaring

Vanaf 2026 wordt de inflatiecorrectie op belastingschijven en heffingskortingen beperkt tot 46,2%. Dat klinkt technisch, maar het komt hierop neer: jouw koopkracht gaat erop achteruit. De belastingtarieven blijven stijgen, maar jouw belastingvrije ruimte groeit nauwelijks mee. Zeker voor ondernemers die inkomen uit de eenmanszaak, vof of maatschap halen, is dit een stevige tegenvaller.

Een voorbeeld: bij een winst van €60.000 kan het verschil in inflatiecorrectie oplopen tot enkele honderden euro’s extra belasting per jaar. Dat tikt aan voor wie elk jaar wil investeren of privé wat ruimte nodig heeft.

Voor wie?

  • Zelfstandigen met een wisselend of stijgend inkomen
  • Eigenaren van een bv die zichzelf dividend uitkeren

Advies: herzie je inkomensplanning voor 2026 en verder. Misschien loont het om eerder winst te nemen, of te schuiven met salaris en dividend.

Afschaffing stakingsaftrek en meewerkaftrek: einde van vertrouwde aftrekposten

De stakingsaftrek – een tegemoetkoming bij bedrijfsbeëindiging – wordt in 2027 met 75% verminderd en verdwijnt in 2030 helemaal. Deze regeling was ooit bedoeld als beloning voor ondernemers die jarenlang risico liepen en hun bedrijf netjes afbouwen. Met deze aftrek konden ondernemers een deel van hun stakingswinst belastingvrij houden bij het beëindigen of verkopen van hun onderneming.

Idem voor de meewerkaftrek: de regeling voor ondernemers van wie de fiscale partner onbetaald of tegen een lage vergoeding meewerkt in de onderneming. Deze aftrek beloont het gezamenlijke ondernemerschap binnen een huishouden en levert jaarlijks een belastingvoordeel op. Het verdwijnen ervan raakt vooral oudere ondernemers en gezinnen waarin partners al jarenlang samen het bedrijf draaiende houden, vaak zonder formele arbeidsovereenkomst.

Wat kun je doen?

  • Overweeg eerder stoppen of bedrijfsopvolging vóór 2027
  • Kijk naar alternatieven zoals loondienstconstructies of samenwerking via een bv-structuur

Wijzigingen in box 3: vermogensbelasting wordt zwaarder

Voor ondernemers die hun spaargeld of beleggingen privé aanhouden: het forfaitaire rendement voor overige bezittingen stijgt per 2026 en 2027 met 1,78 procentpunt. Tegelijk daalt het heffingsvrije vermogen naar €51.396. In box 3 gaat de Belastingdienst niet uit van je werkelijke rendement, maar van een fictief rendement: een geschatte opbrengst op basis van de omvang en aard van je vermogen. Deze methode ligt al jaren onder vuur, maar wordt voorlopig nog gehandhaafd. Het gevolg? Je betaalt meer belasting, ook als je in werkelijkheid nauwelijks iets verdient op je spaargeld of beleggingen. Voor veel mkb’ers betekent de voorjaarsnota 2025 dus extra druk op het privévermogen.

Wie krijgt hiermee te maken?

  • Dga’s met eigen vermogen op privérekeningen
  • Ondernemers die sparen voor pensioen buiten de lijfrente
  • Beleggende ondernemers

Alternatieven:

  • Overweeg te beleggen via de bv (box 2)
  • Of kies voor fiscaal vriendelijke producten zoals groenfondsen, die deels zijn vrijgesteld
  • Herbekijk je vermogensstructuur met je CijferAdviseur, of plan een gesprek met onze Associate Partner Ramon. Via hem kun je jouw persoonlijke Financial Life Plan onder de loep nemen en toekomstbestendige keuzes maken.

Nieuwe kansen: medewerkersparticipatie eindelijk lonend

Er komt een nieuwe regeling die het voor medewerkers van startups en scale-ups aantrekkelijker maakt om aandelenopties te krijgen. Belastingheffing vindt pas plaats bij verkoop van de aandelen, in plaats van bij het moment van toekenning. Het tarief daalt bovendien van 49,5% naar maximaal 32,17%. De regeling sluit beter aan bij de praktijk in andere landen, zoals Duitsland en het VK, waar belasting ook pas wordt geheven bij realisatie van winst. Hierdoor wordt het voor jonge, groeiende bedrijven makkelijker om talent aan zich te binden via aandelenopties. Voor medewerkers wordt het aantrekkelijker omdat zij pas belasting betalen op het moment dat de aandelen echt geld opleveren, en niet al bij toekenning.

Wat betekent dit voor jou?

  • Jij kunt talent aantrekken met participaties zonder direct fiscaal nadeel
  • Interessant bij snelle groei of externe investeringen
  • Let wel: dit vereist een goede waardering en contractuele afspraken. Een eerste stap? Laat je aandelen professioneel waarderen en stel een helder participatieplan op, eventueel met hulp van je adviseur of jurist.

Lichtpuntje voor de thuisondernemer: lagere energiebelasting

De energiebelasting op elektriciteit daalt in 2025. Voor huishoudens betekent dit een belastingvermindering in 2026 van €529,10 op de energienota. In de Voorjaarsnota staat dat deze belastingkorting in 2026 iets wordt verhoogd. Volgens Vereniging Eigen Huis gaat het daarbij om een tijdelijke verlaging van ongeveer €5 (inclusief btw) ten opzichte van 2025. Deze maatregel loopt tot en met 2028.

Hoewel de verlaging welkom is, blijft het effect beperkt. Tegelijkertijd kunnen andere onderdelen van de energierekening – zoals leveringstarieven, netbeheerkosten en terugleverkosten – juist stijgen. Vereniging Eigen Huis roept het kabinet op om de regie te nemen over de betaalbaarheid van de totale energienota en is kritisch op het feit dat deze maatregel wordt gefinancierd uit het Klimaatfonds – een pot die bedoeld is voor verduurzaming.

Voor ondernemers met een kantoor aan huis kan deze belastingverlaging toch nét dat beetje lucht geven. Zie ook energievergelijk.nl voor een helder overzicht van de gevolgen voor jouw energienota.

Let op:

  • Dit geldt alleen als je een deel van je woonruimte zakelijk gebruikt
  • Check je energiecontract en belastingteruggaaf met je adviseur. Zorg ook dat je energiekosten goed zijn toegerekend aan je onderneming in je boekhouding. Dat maakt belastingteruggaaf eenvoudiger.

Strategische overwegingen voor het mkb

Het algemene beeld? Een nota met gevolgen, zeker. Maar geen reden tot somberheid. De overheid stuurt bij, en dat vraagt van jou als ondernemer dat je meebeweegt. Gelukkig hoef je dat niet alleen te doen.

Waar liggen nog kansen?

De impact van de Voorjaarsnota 2025 op het mkb: overzicht en actie

De voorjaarsnota 2025 mkb-gevolgen raken vrijwel iedere ondernemer – van zzp’er tot dga. Of het nu gaat om aflopende aftrekposten, hogere box 3-heffing of energiekosten: dit is hét moment om te herijken. Welke regel raakt jouw onderneming? En waar liggen juist kansen om fiscaal slimmer te opereren?

Wat kun jij nu doen?

De voorjaarsnota 2025 mkb-consequenties vragen om actie. Daarom: zes concrete stappen die je vandaag al kunt zetten om grip te houden op je fiscale toekomst.

  1. Maak een fiscale toekomstscan – waar loop je tegen aan in 2026 en daarna?
  2. Laat je adviseren over de aftrekposten die verdwijnen – is het tijd voor actie?
  3. Beoordeel je vermogen in box 3 – loont een andere vermogensstructuur?
  4. Bekijk de mogelijkheid van medewerkersparticipatie – vooral voor groeiende bedrijven
  5. Herzie je energiekosten en verbruik – pak hier je voordeel
  6. Plan een jaargesprek met je adviseur – vooruitkijken geeft je ruimte en grip

Wat CijferAdvies voor jou kan betekenen

Bij CijferAdvies snappen we dat een wetswijziging op papier iets anders is dan de impact in de praktijk. Daarom kijken we samen met jou naar de cijfers én het verhaal erachter. Hoe kun jij blijven groeien ondanks de veranderende spelregels? Hoe stuur je bij zonder aan ambitie in te leveren?

Onze adviseurs helpen je niet alleen met de aangifte, maar ook met vooruitkijken. Of je nu een starter bent, een groeiende onderneming runt of nadenkt over verkoop of overname.

Laat deze Voorjaarsnota geen verrassing zijn, maar een kans om je strategie aan te scherpen. Want hoe eerder je schakelt, hoe groter je speelruimte.

Categorieën
Fiscale tips & valkuilen Nieuws

Egalisatiereserve: hoe je onderhoudskosten slim spreidt en belasting bespaart

De Belastingdienst biedt ondernemers af en toe een onverwacht steuntje in de rug. De egalisatiereserve is zo’n regeling die verrassend weinig bekendheid geniet, maar fiscaal juist erg aantrekkelijk kan zijn. Heb je te maken met terugkerende onderhoudskosten aan je pand of machines? Dan kun je die toekomstige uitgaven alvast spreiden via een slimme reservering in je boekhouding. Daardoor betaal je nu minder belasting, houd je meer geld over én kom je in de toekomst niet voor verrassingen te staan.

In dit artikel leggen we precies uit wat de egalisatiereserve is, wanneer je deze mag gebruiken, en vooral: hoe jij hier als ondernemer je voordeel mee kunt doen. Zie het als een fiscale spaarpot die je mag opbouwen in meerdere jaren met je winst, zodat je niet plots een forse belastingaanslag krijgt op het moment dat je onderhoudskosten maakt. Zo voorkom je grote schommelingen in je belastingdruk en spreid je uitgaven én belasting slim over meerdere jaren. Hoog tijd om dit onbenutte voordeel onder de loep te nemen.

Wat is een egalisatiereserve?

De egalisatiereserve, ook wel bekend als kostenegalisatiereserve (KER), is een fiscaal instrument waarmee je kosten die in de toekomst gaan komen, alvast kunt opvangen. Denk aan groot onderhoud aan je bedrijfspand, machines die je periodiek moet reviseren of vervangen, of installaties die om de zoveel jaar een upgrade nodig hebben. In plaats van die kosten in één boekjaar te plaatsen, mag je ze via de egalisatiereserve uitsmeren over meerdere jaren. Dat betekent concreet: je verlaagt jaarlijks je belastbare winst, waardoor je nu minder belasting betaalt en later meer ruimte hebt voor die grote uitgaven.

Waarom is dit interessant?

Stel, je draait een topjaar en maakt flink winst. Normaal gesproken zou je daar belasting over betalen. Maar als je weet dat je over twee jaar een dure reparatie of onderhoudsklus hebt, kun je nu alvast een egalisatiereserve vormen. Daarmee druk je je huidige winst. En dus ook je belasting. Zo laat je de Belastingdienst meebetalen aan kosten die er toch aan komen. Slim geregeld.

Egalisatiereserve in het kort

  • Verlaagt je belastbare winst
  • Zorgt voor betere liquiditeit
  • Biedt fiscale ruimte om onderhoudskosten te plannen

Voorwaarden: niet zomaar voor elke ondernemer

De Belastingdienst is natuurlijk niet gek. Je mag niet zomaar overal een potje voor aanleggen. Er zijn spelregels:

  1. Het gaat om kosten die niet elk jaar terugkomen, maar periodiek optreden (denk aan elke vijf of tien jaar)
  2. Je moet redelijk zeker weten dat de uitgave er daadwerkelijk aankomt – het is geen ‘misschien’, maar een ‘bijna zeker’
  3. De kosten mogen nog niet zijn gemaakt. Je bouwt dus vooruit, niet achteraf
  4. Het gaat om forse bedragen die je niet zomaar uit de lopende cashflow dekt – onderhoud dat écht in de papieren loopt
  5. De uitgaven zijn nodig om je bedrijf draaiende te houden – ze zijn geen luxe, maar noodzaak
  6. Jaarlijkse kosten of abonnementen vallen buiten de boot. De egalisatiereserve is bedoeld voor pieken, niet voor structurele posten
  7. Je moet goed kunnen uitleggen waarvoor je reserveert, hoe vaak het voorkomt en wanneer je de uitgave verwacht
  8. Heb je te veel gereserveerd? Dan moet het restant alsnog bij je winst worden opgeteld – terugdraaien dus

Kortom: reserveren voor nieuwe bureaustoelen of een kerstpakket is een no-go. Voor een periodieke vervanging van je koelinstallatie of het onderhoud van je dakkapellen zit je goed. Meer weten over de officiële voorwaarden? Bekijk de uitleg van de Belastingdienst.

Voorbeeld uit de praktijk

Stel: je verwacht over vijf jaar een onderhoudspost van €50.000. Door jaarlijks €10.000 te reserveren via de egalisatiereserve, verlaag je elk jaar je belastbare winst. Bij een belastingtarief van 25% bespaar je daarmee jaarlijks €2.500 aan belasting. Over vijf jaar is dat €12.500.

Zo hoef je niet in één keer een groot bedrag op te hoesten en benut je je fiscale ruimte optimaal. Je voorkomt pieken in je belastingdruk en creëert rust in je financiële planning.

Waarom doen ondernemers dit niet massaal?

Goede vraag. De eerlijkheid gebiedt te zeggen: veel ondernemers weten niet dat deze regeling bestaat. Of ze denken dat het te ingewikkeld is. En ja, er zijn wat fiscale regels en voorwaarden. Maar met de juiste boekhouder aan je zijde (lees: een CijferAdviseur) is het prima te doen. Wij helpen je bij de berekening, de onderbouwing en de verwerking in je administratie.

Wat levert het je op?

  • Minder belasting: door je belastbare winst te verlagen in goede jaren
  • Meer liquiditeit: je houdt meer geld over voor investeringen of reserves
  • Betere voorspelbaarheid: je weet wanneer je grote kosten kunt verwachten
  • Slimme timing: je benut de fiscale ruimte op het juiste moment

Kom jij in aanmerking voor de egalisatiereserve?

Een korte checklist:

  • Heb je in de toekomst grotere kosten te verwachten, zoals onderhoud of vervanging van bedrijfsmiddelen?
  • Gaat het om kosten die niet jaarlijks terugkomen, maar periodiek optreden?
  • Zijn de uitgaven essentieel voor de bedrijfsvoering?
  • Heb je de kosten nog niet gemaakt, maar weet je zeker dat ze eraan komen?
  • Kun je onderbouwen wanneer en waarvoor je reserveert?

Kun je (bijna) overal ja op zeggen? Dan is de kans groot dat je mag reserveren.

Let op: de reserve is niet voor eeuwig

Zet je jarenlang geld opzij zonder dat je de kosten daadwerkelijk maakt? Dan komt de Belastingdienst alsnog langs. De egalisatiereserve valt dan vrij, en daar moet je alsnog belasting over betalen. Inclusief rente. Dus: gebruik de egalisatiereserve alleen als je de kosten echt verwacht. En binnen afzienbare tijd.

Voor wie is dit interessant?

Vooral voor bedrijven met materieel of vastgoed. Denk aan:

  • Bouwbedrijven
  • Productiebedrijven
  • Horecaondernemers
  • Agrariërs
  • Technische installateurs
  • Bedrijven met eigen gebouwen of machineparken

Werk je vooral digitaal of heb je weinig onderhoudsgevoelige middelen? Dan is de regeling waarschijnlijk minder relevant. Maar laat dat checken door een specialist. Want de grenzen zijn soms ruimer dan je denkt. Ook kleinere bedrijven kunnen baat hebben bij een goed toegepaste egalisatiereserve.

Veelgestelde vragen

Wat gebeurt er als ik de kosten niet maak?
Dan valt de reserve vrij en moet je alsnog belasting betalen over het bedrag dat je had gereserveerd. Inclusief rente.

Kan ik de egalisatiereserve gebruiken voor personeelskosten?
Nee, het moet gaan om onderhoud aan bedrijfsmiddelen. Personeelskosten vallen hier niet onder.

Hoe beïnvloedt dit mijn cashflow?
Positief. Je betaalt nu minder belasting, dus houd je meer liquiditeit over om later de kosten daadwerkelijk te maken.

Hoe vaak mag ik een egalisatiereserve opbouwen?
Zolang je aan de voorwaarden voldoet en de kosten periodiek terugkeren, mag je elk jaar een egalisatiereserve vormen.

Wat doet CijferAdvies voor jou?

Wij kijken met een scherpe blik naar je bedrijf en je boekhouding. Waar liggen kansen? Welke fiscale regelingen kun jij benutten? De egalisatiereserve is er daar één van. We beoordelen of je in aanmerking komt, hoe hoog de reserve mag zijn, en hoe je dit fiscaal optimaal verwerkt.

Belasting besparen begint bij vooruitdenken. En laat dat nou precies zijn waar we goed in zijn. Dus: draai je een topjaar? Kom dan juist nu eens praten. Want met slimme planning maak je van je winst geen last, maar een kans.

Wil jij weten of jouw onderneming kan profiteren van een egalisatiereserve? Plan dan een fiscaal adviesgesprek met jouw CijferAdviseur.

Inhoud

Wat betekent ondernemen in 2025 écht?

Een moderne ondernemer moet meer kunnen dan alleen goed zijn in zijn vak. Je bent je eigen HR-afdeling, financieel manager, marketeer én belastingadviseur. Je kiest ook je eigen rechtsvorm – eenmanszaak, vof of bv – en dat heeft direct impact op je risico’s, belastingdruk en je mogelijkheden om te groeien. Een bv oprichten biedt bijvoorbeeld bescherming tegen privéaansprakelijkheid, maar kent hogere administratieve lasten. Een eenmanszaak is simpel, maar maakt jou wél hoofdelijk aansprakelijk. Wil je een overzicht van de verschillen tussen een eenmanszaak of bv? Die vind je hier.

Ondernemen in 2025 betekent wendbaar zijn. De wetten veranderen sneller dan ooit. En digitalisering zorgt ervoor dat je cijfers altijd actueel én inzichtelijk moeten zijn. Daarom draait het niet meer alleen om ‘boekhouden’, maar om koers bepalen op basis van data.

Ondernemer zijn is iets anders dan ingeschreven staan bij de KvK

Alleen een KvK-nummer maakt je nog geen “ondernemer” voor de Belastingdienst. Je moet winst maken, meerdere opdrachtgevers hebben en zelfstandig zijn in je werk en tarief. Ook moet je voldoen aan het zogeheten urencriterium: minimaal 1.225 uur per jaar aan je onderneming besteden. De regels zijn strenger dan ooit – en ze worden inmiddels ook weer soort van actief gecontroleerd.

Misvatting: “Als ik facturen stuur, ben ik ondernemer.” Werkelijkheid: Zonder ondernemerscriteria? Dan loop je het risico als werknemer of ‘fictieve dienstbetrekking’ gezien te worden, met terugvorderingen als gevolg.

Tip van CijferAdvies: Wij kunnen dit toetsen voor je vóór je start, zodat je niet achteraf de rekening krijgt.

Aftrekken, afschrijven of vergeten?

Je kosten opvoeren klinkt simpel. Bonnetje erin, klaar. Maar zo werkt het helaas niet. De regels rond aftrekposten en investeringen zijn best strikt en veranderen regelmatig. Sommige uitgaven mag je in één keer aftrekken, andere moet je over meerdere jaren afschrijven. En dan zijn er nog de regels voor representatiekosten, gemengde kosten, privégebruik en investeringsaftrekken. Wat mag wél, wat niet, en waar laat je geld liggen zonder dat je het doorhebt??

  • Laptop van € 1.200? Mag je in 1 keer aftrekken.
  • Bestelbus van € 25.000? Die schrijf je over 5 jaar af.
  • Lunch met klant bij de snackbar? Slechts deels aftrekbaar.

Daarnaast zijn er fiscale regelingen zoals:

  • De zelfstandigenaftrek en startersaftrek: in 2025 is de zelfstandigenaftrek nog slechts €2.470. Deze regeling wordt jaarlijks afgebouwd. De startersaftrek komt daar tijdelijk nog bovenop. Deze mag je maximaal drie keer toepassen binnen vijf jaar, zolang je voldoet aan het urencriterium en in die jaren recht hebt op zelfstandigenaftrek..
  • De MKB-winstvrijstelling: verlaagt je belastbare winst met 12,7%.
  • De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA): investeer je tussen €2.901 en €392.230? Dan mag je tot 28% van dat bedrag extra aftrekken van je winst.

Wat doen wij bij CijferAdvies? We zorgen dat je optimaal gebruikmaakt van álle regelingen. Geen gedoe, wél het voordeel.

Administratie bijhouden is niet iets voor “later”

Als je administratie een (digitale) schoenendoos is, heb je een probleem. De Belastingdienst eist overzicht, bewaarplicht en structuur. En ze controleren. Zo vaak als ze kunnen.

Veel ondernemers denken: “Mijn boekhouder regelt dat wel.” Totdat diezelfde boekhouder zegt: “Ja, maar jij hebt die bonnetjes nooit aangeleverd.”

Bij CijferAdvies krijg je geen Excel-bijlage, maar een dashboard dat je snapt. We koppelen je bank, helpen je met een facturatiesysteem en maken het makkelijk. Want jij hebt wel iets beters te doen — zoals focussen op ondernemen in 2025.

Personeel aannemen? Denk aan de loonkostenvoordelen

Personeel aannemen is voor veel ondernemers een spannende stap, zeker als je net begint met ondernemen in 2025. Maar wist je dat er flinke financiële voordelen kunnen zijn? Denk aan:

  • Lage inkomensvoordeel (LIV)
  • Loonkostenvoordelen (LKV)
  • Praktijk- en werkleerplaatsen-subsidies

Allemaal mooie regelingen, maar alleen als je ze op tijd aanvraagt én correct verwerkt. Daarom helpen wij je niet alleen met het inzichtelijk maken van deze voordelen, maar ook met de hele salarisadministratie. Van de eerste arbeidsovereenkomst tot de maandelijkse loonstroken en de loonaangifte: wij zorgen dat het klopt én dat jij grip houdt op je loonkosten.

We werken hiervoor samen met betrouwbare associate partners, zoals gespecialiseerde loonbureaus en verzekeringsadviseurs als SchoutenZekerheid.

Of je nu iemand parttime in dienst wilt nemen, werkt met oproepkrachten of een eerste werknemer in dienst neemt: onze adviseurs staan voor je klaar met advies én uitvoering. Zo laat jij geen kansen liggen en voorkom je gedoe achteraf.

Btw: kans én valkuil

De btw is een van de meest onderschatte valkuilen voor startende ondernemers. Veelgemaakte fouten:

  • Btw niet op tijd aangegeven → boete
  • Btw op relatiegeschenken aftrekken → fout
  • Kleineondernemersregeling vergeten aan te vragen → onnodig betalen

Ook zijn er allerlei subsidies en regelingen die met btw te maken hebben, zoals btw-teruggaaf op zonnepanelen, btw-vrijstelling voor kleine ondernemers of btw-behandeling bij internationale leveringen. Deze kansen blijven vaak liggen, simpelweg omdat ondernemers ze niet kennen.

Onze klanten zeggen vaak: “Ik snap het nu pas, dankzij die kwartaalgesprekken.” En precies daarom doen we dat bij CijferAdvies structureel. Niet alleen administratie verwerken, maar duiden. Samen vooruitkijken én signaleren waar je fiscaal voordeel kunt halen.

Belastingen als strategisch stuurmiddel

Als je belastingen alleen ziet als ‘iets dat je moet afdragen’, mis je het punt. Fiscale regelingen kunnen je helpen om te investeren, te groeien en je risico’s te beperken.

Neem bijvoorbeeld:

  • Herinvesteringsreserve (HIR): verkoop je bedrijfsmiddelen met winst? Dan kun je de belastingheffing daarover uitstellen, zolang je het bedrag opnieuw investeert in je onderneming.
  • Milieu- en energie-investeringsaftrek (MIA/Vamil): extra voordeel bij duurzame investeringen in bijvoorbeeld elektrische bedrijfswagens, zonnepanelen of circulaire productie.

Let op: de fiscale oudedagsreserve (FOR) is per 1 januari 2023 afgeschaft voor nieuwe opbouw. Heb je in het verleden FOR opgebouwd, dan gelden overgangsregels. Wil je nu pensioen opbouwen? Dan kijken we samen naar alternatieven zoals lijfrentes of een oudedagsverplichting in de bv.

Wij vertalen die regelingen naar je businessplan. Want belastingadvies is geen trucje, maar een strategie.

Wet- en regelgeving rondom ondernemen in 2025 verandert. En dat is maar goed ook

Het Handboek Ondernemen verandert jaarlijks. Net als de belastingwetten. Net als jouw bedrijf.

Wat vandaag slim is, kan morgen dom zijn. En wat gisteren verboden was, is vandaag een kans.

Daarom werken wij bij CijferAdvies met vaste klantmomenten. Geen afwachtende houding, maar proactieve gesprekken. Want je cijfers vertellen alleen een verhaal als je weet hoe je moet luisteren.

Tot slot: waarom dit geen reclame is, maar een uitnodiging

We kunnen je overladen met argumenten waarom je met CijferAdvies zou moeten samenwerken. Maar liever doen we je een simpel voorstel:

Kom eens langs voor een kop koffie en een gratis cijferscan. Dan laten we je zien:

  • Hoe je er nú voor staat
  • Welke fiscale kansen je laat liggen
  • Wat je vandaag al kunt verbeteren

Geen verplichting. Geen gladde verkooppraat. Gewoon advies, zoals het hoort: naast je, niet boven je.

TL;DR – Dit moet je onthouden:

  • Ondernemen in 2025 vraagt om overzicht, inzicht en iemand die naast je staat.
  • Alleen inschrijven bij de KvK is niet genoeg. Check of je écht ondernemer bent.
  • Veel kosten zijn aftrekbaar – maar niet automatisch. Laat je adviseren.
  • Je administratie moet vanaf dag één op orde zijn. Uitstel = stress.
  • Personeel aannemen kan voordelig zijn. Als je het goed regelt.
  • De btw is verraderlijk – en wordt vaak verkeerd toegepast.
  • Fiscale regelingen zijn geen ‘moetje’, maar groeikansen.
  • Belastingregels veranderen continu. Je boekhouding moet mee veranderen.
  • CijferAdvies denkt mee, praat bij, en helpt vooruit.

Wil je hierover een praktisch gesprek? Bel 0342-400639 of stuur een mail naar info@cijferadvies.nl. Je kunt ook direct een vestiging bij jou in de buurt zoeken op www.cijferadvies.nl/vestigingen.

Categorieën
Fiscale optimalisatie Nieuws Startersbegeleiding

Startersaftrek 2024 & 2025: Bespaar belasting als startende ondernemer

Starten als ondernemer brengt veel uitdagingen met zich mee, maar gelukkig zijn er ook belastingvoordelen die je helpen om goed van start te gaan. Een belangrijke aftrekpost die je niet mag missen is de startersaftrek. Dit extra voordeel boven op de zelfstandigenaftrek zorgt ervoor dat je minder belasting betaalt en meer ruimte hebt om te investeren in de groei van je onderneming. Hoe werkt de startersaftrek precies in 2024 en 2025? En aan welke voorwaarden moet je voldoen? We zetten het voor je op een rij.

Wat is de startersaftrek?

De startersaftrek is een belastingvoordeel waardoor je minder inkomstenbelasting betaalt. Dit stimuleert ondernemers om te investeren in de groei van hun bedrijf in de eerste jaren na de start. De startersaftrek is een verhoging van de zelfstandigenaftrek. Door deze aftrekpost wordt je belastbare winst lager en betaal je dus minder belasting.

Belangrijk: Je mag deze aftrekpost maximaal 3 keer toepassen in de eerste 5 jaar na de start van je onderneming.

Voor wie is de startersaftrek?

De startersaftrek is bedoeld voor startende ondernemers die voldoen aan het urencriterium en de zelfstandigenaftrek. Dit geldt voor zzp’ers, eenmanszaken en ondernemers met een vennootschap onder firma (vof) of maatschap. De regeling helpt om in de eerste jaren de belastingdruk te verlagen en zo de groei van een bedrijf te ondersteunen.

Startersaftrek in 2024 en 2025

De bedragen voor de startersaftrek blijven ongewijzigd in 2024 en 2025:

  • 2024: startersaftrek € 2.123
  • 2025: startersaftrek € 2.123

De zelfstandigenaftrek wordt echter wél verlaagd, wat invloed heeft op het totale belastingvoordeel:

  • 2024: zelfstandigenaftrek (€ 3.750) + startersaftrek (€ 2.123) = € 5.873 aftrek
  • 2025: zelfstandigenaftrek (€ 2.470) + startersaftrek (€ 2.123) = € 4.593 aftrek

Let op: Het totale belastingvoordeel neemt dus af in 2025. Dit komt doordat de zelfstandigenaftrek jaarlijks wordt afgebouwd. De overheid wil hiermee de fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werknemers verkleinen en zelfstandigen stimuleren om financieel zelfstandig te zijn zonder afhankelijk te zijn van fiscale voordelen.

Voorwaarden voor de startersaftrek

Om in aanmerking te komen voor de startersaftrek, moet je voldoen aan de volgende voorwaarden:

  1. Je voldoet aan de voorwaarden van de zelfstandigenaftrek
  2. Je was in 1 of meer van de afgelopen 5 jaar geen ondernemer
  3. Je hebt in die periode maximaal 2 keer zelfstandigenaftrek toegepast
  4. Je keert niet geruisloos terug uit een bv in de afgelopen 5 jaar

Startersaftrek en het urencriterium

Om in aanmerking te komen voor de startersaftrek moet je jaarlijks minstens 1.225 uur aan je onderneming besteden. Dit urencriterium geldt voor het hele kalenderjaar, ongeacht of je later in het jaar start.

Praktisch voorbeeld:

Start je bijvoorbeeld in juni? Dan moet je in de resterende 7 maanden alsnog 1.225 uur aan je bedrijf besteden om aanspraak te maken op de startersaftrek. Dit kan een flinke uitdaging zijn, dus het kan slim zijn om de start van je onderneming goed te timen. Begin je bijvoorbeeld in januari, dan heb je een heel jaar de tijd om aan het urencriterium te voldoen, waardoor je meer flexibiliteit hebt in je planning en werkzaamheden.

Zwangerschap & urencriterium

Ben je zwanger? Dan mag je een periode van 16 weken meetellen als gewerkte uren. Hierdoor behoud je de mogelijkheid om aan het urencriterium te voldoen.

Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid

Ben je arbeidsongeschikt en run je een onderneming? Dan gelden er andere regels:

  • Verlaagd urencriterium: Minimaal 800 uur per jaar
  • Extra startersaftrek:
  • Eerste keer: € 12.000
  • Tweede keer: € 8.000
  • Derde keer: € 4.000

Let op: Deze startersaftrek mag nooit hoger zijn dan de behaalde winst.

Startersaftrek en fiscaal verlies

Je bent verplicht om de startersaftrek toe te passen, ook als dit betekent dat je verlies maakt. Dit is vastgelegd in de belastingwetgeving en voorkomt dat ondernemers de aftrek doorschuiven naar een later moment. De Belastingdienst stelt dat de startersaftrek alleen kan worden toegepast in de eerste drie jaar van ondernemerschap, mits je voldoet aan de voorwaarden van de zelfstandigenaftrek. Dit verlies kun je compenseren met andere inkomsten, zoals loon uit een dienstverband, of verrekenen met toekomstige winsten in andere belastingjaren.

Uitstellen van de fiscale regeling is niet mogelijk. Je moet deze aftrek benutten binnen de eerste drie jaar na de start van je onderneming, zolang je voldoet aan de voorwaarden van de zelfstandigenaftrek. Dit betekent dat je goed moet plannen wanneer je de startersaftrek inzet om er optimaal van te profiteren.

Hoe vraag je startersaftrek aan?

Je hoeft de startersaftrek niet apart aan te vragen. Tijdens je jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting wordt bij het onderdeel ‘Ondernemersaftrek’ automatisch gevraagd of je voldoet aan de voorwaarden. Als dat zo is, worden relevante fiscale regelingen vaak direct toegepast.

Wil je weten hoeveel belastingvoordeel jij krijgt in 2024 of 2025? Gebruik een rekentool of bezoek de pagina van de Belastingdienst. Je kunt ook altijd vrijblijvend contact opnemen met jouw CijferAdviseur. Wij helpen je graag met een nauwkeurige berekening en persoonlijk advies over jouw belastingvoordelen!

Categorieën
Fiscale optimalisatie Fiscale tips & valkuilen Nieuws

Zakelijk leasen en belastingvoordelen

Zakelijk leasen biedt ondernemers veel belastingvoordelen. Van lagere bijtelling bij elektrische auto’s tot de aantrekkelijke youngtimer-regeling, er zijn talloze mogelijkheden om fiscaal voordelig te rijden. Het is echter belangrijk om ook de fiscale aspecten goed te begrijpen, zodat je optimaal kunt profiteren van de beschikbare regelingen. Hier zetten we de belangrijkste punten voor je op een rij, zodat je weloverwogen keuzes kunt maken en optimaal gebruik kunt maken van fiscale voordelen.

Hoe werkt zakelijk leasen?

Private lease vs. zakelijk leasen: Wat is beter voor ondernemers?

Bij private lease sluit je een contract als particulier, wat betekent dat de auto niet op de balans van je onderneming komt te staan en je geen recht hebt op BTW-aftrek. Voor ondernemers kan dit minder aantrekkelijk zijn omdat de kosten volledig uit privévermogen worden betaald. Daarentegen biedt zakelijk leasen specifieke voordelen:

  1. BTW-aftrek: Bij zakelijk leasen kun je de BTW over de leasekosten aftrekken, mits je Btw-plichtig bent. Dit maakt zakelijk leasen vaak voordeliger dan private lease.
  2. Fiscale aftrekposten: Bij zakelijk gebruik kun je ook kosten zoals brandstof en onderhoud aftrekken, wat bij private lease niet mogelijk is.
  3. Balansimpact: Bij financial lease wordt de auto als bedrijfsmiddel opgenomen op de balans, wat bij private lease niet het geval is.
  4. Bijtelling: Zakelijk leasen vereist een bijtelling bij privégebruik van meer dan 500 km per jaar. Bij private lease speelt dit geen rol, maar je mist ook de zakelijke belastingvoordelen.

Overwegingen

Voor een ondernemer die slechts sporadisch een auto nodig heeft, kan private lease eenvoudiger zijn vanwege de beperkte administratieve lasten. Maak je zakelijke ritten met een privé geleasede auto, dan kun je deze kilometers declareren bij je onderneming. Vanaf 2023 geldt een belastingvrije kilometervergoeding van €0,23 per zakelijke kilometer. Dit kan een manier zijn om toch een deel van de kosten fiscaal te compenseren. Maar als je de auto intensief zakelijk gebruikt, biedt zakelijk leasen meer financiële en fiscale voordelen.

Zakelijk leasen betekent dat je een auto gebruikt voor je bedrijf, maar de eigendomsstructuur verschilt per leasevorm. Bij operationele lease blijft de auto eigendom van de leasemaatschappij, terwijl bij financial lease de auto uiteindelijk jouw eigendom wordt. Je betaalt hiervoor een maandelijkse leaseprijs, waarin vaak kosten zoals onderhoud, reparaties en verzekeringen zijn inbegrepen.

Er zijn twee hoofdvormen van lease:

  1. Operationele lease: De auto blijft eigendom van de leasemaatschappij en gaat na de leaseperiode terug naar hen.
  2. Financial lease: De auto komt op jouw balans te staan en wordt jouw eigendom na het betalen van alle termijnen. Deze vorm van lease wordt vaak gezien als een aankoop op afbetaling.

Lees meer over de verschillende leasevormen hier.

Auto van de zaak en belastingvoordelen

Als je een auto van de zaak rijdt, zijn er enkele belangrijke fiscale regels waarmee je rekening moet houden. Dit speelt vooral een actuele rol bij elektrische auto’s, vanwege de recente wijzigingen in bijtelling en subsidies.

Bijtelling

Wanneer je een zakelijke auto ook privé gebruikt, moet je bijtelling betalen. De bijtelling wordt berekend als een percentage van de cataloguswaarde van de auto. Dit percentage hangt af van de CO2-uitstoot van de auto en varieert:

  • Elektrische auto’s: Vaak een lager percentage (bijvoorbeeld 16%). Dit percentage kan jaarlijks veranderen en wordt door de overheid bepaald om duurzaam rijden te stimuleren.
  • Benzine- en dieselauto’s: Meestal een hoger percentage (22%).

Belangrijk om te weten is dat je alleen bijtelling betaalt als je meer dan 500 privékilometers per jaar rijdt. Rijd je minder? Dan kun je dit met een sluitende rittenadministratie aantonen en de bijtelling vermijden. Voor elektrische auto’s geldt dat de lagere bijtelling slechts voor een bepaald deel van de cataloguswaarde geldt; daarboven betaal je het reguliere percentage. Dit maakt het belangrijk om goed te berekenen wat voor jou het voordeligst is.

BTW en aftrekbare autokosten

Bij zakelijk leasen kun je de BTW over de leasekosten aftrekken, mits je Btw-plichtig bent. Maak je daarnaast gebruik van belastingvoordelen zoals de MIA of Vamil-regeling bij elektrische auto’s, dan kun je extra besparen. Gebruik je de auto ook privé? Dan moet je een correctie maken voor het privégebruik. Deze correctie bedraagt 2,7% van de cataloguswaarde van de auto.

Andere aftrekbare kosten zijn:

  • Brandstof (voor zakelijke kilometers)
  • Onderhoud en reparaties (indien niet inbegrepen in de leaseprijs)
  • Verzekeringen (bij financial lease)

Voor elektrische auto’s geldt bovendien dat lagere operationele kosten en subsidies de belastingvoordelen verder kunnen versterken, wat zakelijk leasen een aantrekkelijke optie maakt.

Belastingvoordelen van elektrisch leasen

Het leasen van een elektrische auto kan aantrekkelijk zijn vanwege de gunstige bijtellingspercentages en mogelijke subsidies. Bovendien betaal je geen motorrijtuigenbelasting (MRB) en is de aanschafbelasting (BPM) vaak lager of nihil voor elektrische voertuigen. Dit maakt elektrisch leasen niet alleen milieuvriendelijk, maar ook financieel aantrekkelijk.

Voor ondernemers zijn er extra fiscale voordelen zoals:

  • MIA (Milieu-investeringsaftrek): Hiermee kun je tot 45% van de investeringskosten voor elektrische voertuigen aftrekken van de fiscale winst. Dit voordeel kan oplopen tot duizenden euro’s, afhankelijk van de cataloguswaarde van de auto.
  • KIA (Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek): Deze regeling biedt extra aftrek voor kleine ondernemers die investeren in duurzame voertuigen. Combineerbaar met de MIA voor maximaal voordeel.
  • Vamil-regeling: Hiermee kun je 75% van de investeringskosten afschrijven op een moment dat het jou het beste uitkomt, wat een liquiditeitsvoordeel kan opleveren.

Praktijkvoorbeeld:

Een ondernemer kiest voor een elektrische auto met een cataloguswaarde van €40.000. Dankzij de MIA en KIA kan hij ruim €18.000 aan investeringsaftrek claimen, wat aanzienlijk scheelt in de te betalen belasting. Dit betekent dat de ondernemer de effectieve aanschafkosten aanzienlijk kan verlagen. Stel dat hij daarnaast €1.000 per jaar bespaart op energie- en onderhoudskosten vergeleken met een benzineauto, dan loopt de totale besparing over de leaseperiode flink op.

In de praktijk kan deze ondernemer na aftrek van alle voordelen en bijtelling uitkomen op een maandelijkse netto kostprijs die 20-30% lager ligt dan bij het leasen van een conventionele auto. Dit maakt elektrisch rijden niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor de portemonnee en de lange termijn fiscale strategie van de ondernemer.

Door deze regelingen in combinatie met lagere operationele kosten, zoals goedkopere energie en onderhoud, is zakelijk leasen van een elektrische auto een slimme keuze voor ondernemers die zowel duurzaam als kostenbewust willen ondernemen.

Youngtimer-regeling: Interessant voor ondernemers?

Een andere optie die vaak over het hoofd wordt gezien, maar voor sommige ondernemers erg voordelig kan zijn, is de youngtimer-regeling. Deze regeling is van toepassing op auto’s die ouder zijn dan 15 jaar en kan aanzienlijke fiscale voordelen bieden.

Hoe werkt de youngtimer-regeling?

Bij het rijden in een zakelijke youngtimer wordt de bijtelling berekend over de dagwaarde van de auto in plaats van de oorspronkelijke cataloguswaarde. Dit betekent dat de bijtelling vaak veel lager uitvalt dan bij nieuwere auto’s. Het bijtellingspercentage bedraagt 35% van de dagwaarde, maar omdat de dagwaarde van een auto van 15 jaar of ouder aanzienlijk lager is dan de cataloguswaarde, kan dit een aantrekkelijke optie zijn voor ondernemers.

Voor wie is de regeling interessant?

De youngtimer-regeling is met name interessant voor ondernemers die een betrouwbare auto willen zonder de hoge kosten van een nieuwe leaseauto. Vaak zijn luxere auto’s die 15 jaar of ouder zijn nog steeds in goede staat en bieden ze een hoog rijcomfort tegen lage kosten.

Voorbeeld:

Een ondernemer rijdt een zakelijke youngtimer met een dagwaarde van €8.000. De bijtelling bedraagt in dit geval 35% van de dagwaarde, oftewel €2.800 per jaar. Dit is aanzienlijk minder dan bij een nieuwe auto met een hogere cataloguswaarde, waardoor de youngtimer-regeling een voordelige keuze kan zijn.

Hoe CijferAdvies je kan helpen

Bij CijferAdvies begrijpen we dat het kiezen van een leasevorm en het navigeren door de fiscale regelgeving complex kan zijn. Onze belastingadviseurs staan klaar om je te helpen:

  • Het juiste leasecontract te kiezen.
  • Je BTW-aftrek en bijtelling correct te berekenen.
  • Optimaal gebruik te maken van fiscale voordelen, waaronder de youngtimer-regeling.

Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek en ontdek hoe wij jou kunnen ondersteunen bij je zakelijke keuzes.