Categorieën
Bedrijfskundige analyse Duurzaam ondernemen & subsidies Fiscale optimalisatie Fiscale tips & valkuilen Groei & strategie Herstructurering & reorganisatie Nieuws Ondernemerscoaching Rechtsvorm kiezen of wijzigen Rechtsvorm van je bedrijf Startersbegeleiding Subsidieadvies Volledige boekhouding

Hoe groei in het mkb werkt: verwachtingen, spanningen en fases

Groei in het mkb voelt zelden als vooruitgang op het moment dat het gebeurt. Je omzet neemt toe, je agenda loopt voller en toch voelt het alsof er minder ruimte is dan daarvoor. Niet één groot probleem, maar een reeks kleine signalen die samen iets vertellen. Betalingen die zwaarder voelen dan verwacht. Beslissingen die je uitstelt, terwijl het jaar goed was. Een gevoel van druk waar je vooraf juist meer lucht had verwacht.

Dat ongemak is geen teken dat er iets misgaat. Het is een aanwijzing dat groei zich anders gedraagt dan je intuïtie voorspelt. In het mkb werkt groei niet lineair, niet direct en zelden zonder frictie. Wie begrijpt hoe groei zich ontwikkelt, kijkt anders naar cijfers, keuzes en tempo. Niet om te sturen, maar om te begrijpen wat er gebeurt voordat groei daadwerkelijk ruimte geeft.

Inhoudsopgave

Groei verloopt niet gelijkmatig, maar in sprongen

Veel ondernemers denken over groei in percentages. Tien procent meer omzet voelt overzichtelijk en beheersbaar, alsof het bedrijf in hetzelfde tempo doorgroeit. In de praktijk werkt het anders. Omzet groeit vaak geleidelijk, maar kosten doen dat zelden. Die komen in stappen: een extra medewerker, een grotere locatie, meer ondersteuning. Tegelijk groeit de complexiteit sneller dan beide. Meer klanten betekent meer variatie, meer uitzonderingen en meer afstemming.

Dit patroon zie je ook terug in landelijke cijfers over het mkb, waaruit blijkt dat bedrijven wel omzetgroei realiseren, maar moeite hebben om structureel door te groeien in productiviteit en schaal (bron: CBS – Bedrijven in het mkb groeien beperkt). Groei voelt daardoor zwaarder dan verwacht. Niet omdat je inefficiënt werkt, maar omdat de vorm van groei anders is dan de cijfers suggereren. Het effect van groei is ongelijk verdeeld in tijd, aandacht en geld, en daardoor lastig te voorspellen op gevoel alleen.

Groei werkt altijd met vertraging

Beslissingen die je vandaag neemt, hebben zelden direct hun effect. Kosten zijn zichtbaar op het moment dat je ze maakt. De opbrengsten volgen later. Nieuwe mensen zijn niet meteen productief. Processen lopen pas na verloop van tijd soepeler. Ook klanten reageren op schaalvergroting: facturatie, betalingstermijnen en verwachtingen veranderen mee.

Die vertraging zorgt ervoor dat groei vaak eerst aanvoelt als achteruitgang. Je investeert tijd, geld en aandacht, terwijl de ruimte nog uitblijft. Dat is geen fout in de uitvoering, maar een vast kenmerk van groei. Juist daarom wordt vooruitkijken belangrijk zodra een bedrijf een bepaalde omvang bereikt. Niet om zekerheid te creëren, maar om tijd en spanning zichtbaar te maken. Wie dat wil verdiepen, herkent hier de reden waarom werken met financiële prognoses vaak meer zegt over timing dan over voorspellen.

Groei vergroot wat er al was

Groei creëert zelden nieuwe problemen. Het vergroot bestaande eigenschappen. Dunne marges worden voelbaar. Handmatige werkwijzen worden kwetsbaar. Afhankelijkheid van één persoon wordt een risico. Wat eerder werkbaar was, komt onder spanning te staan.

Dat is de reden dat groei vaak samenvalt met twijfel. Niet omdat je het verkeerd doet, maar omdat de schaal verandert. In de praktijk zie je dit terug in situaties waarin winst wel zichtbaar is, maar ruimte ontbreekt. Dat mechanisme wordt vaak aangeduid als schijnwinst: een logisch gevolg van groei die bestaande verhoudingen uitvergroot, zoals verder uitgewerkt in het artikel over schijnwinst in het mkb.

Groei vraagt eerst draagkracht voordat het ruimte oplevert

Elke groeifase vraagt een investering die je niet altijd direct terugziet in opbrengst. Extra omzet vraagt voorfinanciering. Meer klanten vragen aandacht. Meer mensen vragen begeleiding. Tegelijk neemt het aantal fouten en correcties tijdelijk toe, simpelweg omdat systemen en routines nog moeten meebewegen.

Dat verklaart waarom groei vaak krap voelt voordat het lucht geeft. Niet omdat de groei verkeerd is, maar omdat het bedrijf eerst moet leren dragen wat erbij komt. Wie alleen kijkt naar het eindresultaat, mist deze tussenfase. Wie begrijpt dat groei eerst ruimte kost, kan realistischere verwachtingen vormen over tempo en draagkracht.

Elke groeifase in het mkb kent een eigen breekpunt

Wat je hier heeft gebracht, is zelden wat je verder brengt. Werkwijzen die goed passen bij een klein team, lopen vast zodra het groter wordt. Beslissingen die je op gevoel kon nemen, vragen ineens afstemming. Overzicht verandert in afhankelijkheid. Dat voelt vaak alsof het probleem ineens ontstaat, terwijl het in werkelijkheid het gevolg is van een overgang naar een volgende fase.

Die breekpunten zijn geen falen, maar structurele momenten waarop groei van karakter verandert. De vragen die je bedrijf stelt, verschuiven. Van doen naar organiseren. Van overzicht naar afspraken. Van impliciete kennis naar overdraagbaarheid. In het artikel over hoe een bedrijf succesvol groeit worden deze groeifases verder uitgediept en herkenbaar gemaakt, juist om te laten zien dat zulke overgangen bij groei horen en voorspelbaar zijn.

In groei veranderen cijfers van terugblik naar signaal

In een stabiele fase laten cijfers vooral zien wat er is gebeurd. In groei krijgen ze een andere functie. Ze worden signalen die laten zien waar spanning ontstaat. Niet om te beoordelen, maar om te begrijpen.

Het gaat dan minder om het eindresultaat en meer om de verhoudingen eronder. Waar zit vertraging? Waar groeit de complexiteit sneller dan de opbrengst? Waar schuift ruimte langzaam dicht? Ondernemers die hier scherper op willen letten, ontdekken dat sturen op cijfers vooral betekent dat je leert zien wat er onder de oppervlakte gebeurt.

Waarom groei juist goed georganiseerde ondernemers verrast

De spanning van groei treft zelden de ondernemer die alles laat liggen. Ze treft juist degene die levert, bijstuurt en verantwoordelijkheid neemt. Groei ontstaat daar vaak op kwaliteit. En precies dat maakt de overgang lastig zichtbaar.

Klanten zijn tevreden. Het team werkt door. Jij vangt veel op. Daardoor merk je de grens laat. Tot het moment dat het systeem het niet meer vanzelf draagt en je voelt dat de manier waarop je altijd werkte, niet meer past bij de omvang van je bedrijf.

Begrijpen hoe groei werkt, verandert hoe je kijkt

Zodra je begrijpt dat groei vaste eigenschappen heeft, wordt het minder persoonlijk. Het ongemak krijgt context. De twijfel krijgt een verklaring. Groei blijkt geen beloning, maar een overgang naar een ander spel.

Cijfers blijven daarbij een hulpmiddel. Geen conclusie, maar richtingaanwijzers. Wie dat kader eenmaal ziet, kan betere keuzes maken over tempo, richting en draagkracht. Niet door harder te werken, maar door anders te kijken.

Bronnen en context

Categorieën
Bedrijfskundige analyse Duurzaam ondernemen & subsidies Fiscale optimalisatie Fiscale tips & valkuilen Groei & strategie Herstructurering & reorganisatie Nieuws Ondernemerscoaching Rechtsvorm kiezen of wijzigen Rechtsvorm van je bedrijf Startersbegeleiding Subsidieadvies Volledige boekhouding

Wat betekent zzp’en in 2026 nog?

Over keuzes, risico’s en structuur in een zzp-model dat niet meer vanzelfsprekend is

Zzp’en in 2026 is nog steeds mogelijk. Alleen: het is minder vanzelfsprekend voordelig, zorgeloos of simpel. Voor sommige ondernemers blijft het zzp-model logisch. Voor anderen begint het te wringen. Niet omdat ze minder goed ondernemen, maar omdat de spelregels zijn veranderd.

Fiscale voordelen zijn in hoog tempo afgebouwd. Wetgeving rond arbeidsrelaties wordt minder gedoogd en strakker gehandhaafd. En risico’s die vroeger impliciet waren, liggen nu explicieter bij jou. De korte conclusie is simpel: zzp’en in 2026 vraagt meer samenhang tussen hoe je werkt, hoe je geld verdient en hoe je risico’s draagt.

Wie hier landt, zoekt meestal geen snelle ja of nee, maar helderheid. Helderheid over wanneer zzp’en nog logisch is, waar het schuurt, welke risico’s structureel zijn en waarom de vraag ‘moet ik iets anders?’ steeds vaker opkomt. Wat volgt is geen betoog en geen stappenplan, maar een analyse die zichtbaar maakt waarom het oude vanzelfsprekende zzp-model steeds minder vanzelfsprekend is.

Inhoudsopgave

Het oude zzp-gevoel was een simpel ruilmodel

Dat gevoel was niet naïef of verkeerd. Het paste bij de context van toen en werkte zolang de randvoorwaarden meebewogen.

Lang voelde zzp’en overzichtelijk. Je ruilt tijd en expertise voor een tarief. De administratie volgt vanzelf. De belastingdruk is te voorspellen. En als het druk is, voelt dat als controle.

Dat ruilmodel werkte goed in een periode waarin zelfstandigheid vooral werd beoordeeld op intentie. Wie zichzelf ondernemer vond en zich zo gedroeg, werd ook zo behandeld. De fiscale regels sloten daarbij aan. Minder vaste lasten dan loondienst, een duidelijk ondernemersregime en relatief weinig discussie over de vorm.

In 2026 werkt dit model nog steeds, maar niet meer automatisch. Zelfstandigheid wordt minder gevoeld en meer getoetst. Niet alleen door de Belastingdienst, maar ook door opdrachtgevers, banken en verzekeraars. Het tarief moet daardoor méér dragen dan alleen de uren. Het moet ruimte bieden voor risico, onzekerheid en onderbouwing.

Juist door zelfstandig werken van toen naast dat van nu te leggen, wordt duidelijk waarom dit kantelpunt nu zo voelbaar is.

Winst voelt anders nu de fiscale onderlaag verandert

De zelfstandigenaftrek is in korte tijd veranderd van een substantiële steunpilaar naar een relatief klein bedrag. In combinatie met vaste belastingtarieven betekent dit dat dezelfde omzet en winst in 2026 netto minder opleveren dan in eerdere jaren.

Dat effect wordt vaak pas laat zichtbaar. Niet in de boekhouding, maar in de beleving. Een jaar dat inhoudelijk goed voelt, levert minder ruimte op dan verwacht. Niet omdat de cijfers onjuist zijn, maar omdat de fiscale onderlaag waarop jarenlang is gestuurd, structureel is veranderd.

Dit raakt niet alleen uitzonderlijk hoge winsten, maar juist ook de zogenoemde goede middenjaren: jaren waarin alles klopt, maar de financiële ruimte toch dunner aanvoelt dan vroeger.

Wat hier vaak door elkaar loopt, is winst en liquiditeit. Dat onderscheid bepaalt in 2026 steeds vaker of een jaar als ‘goed’ of ‘krap’ wordt ervaren. Winst zegt iets over resultaat, maar niet over hoeveel geld er daadwerkelijk beschikbaar is om keuzes te maken. Belastingen, privé-opnames en reserveringen drukken op dezelfde winst, waardoor het gevoel van ruimte sneller verdampt.

Daardoor ontstaat een nieuw spanningsveld. Tarieven die jarenlang logisch waren, blijken ineens krap. Extra uren maken voelt als de enige oplossing, terwijl het probleem niet in productiviteit zit, maar in de manier waarop winst wordt verdeeld over belasting, privé en toekomst.

Wie dit verder doorgrondt, ziet hoe het onderscheid tussen winst en ruimte door fiscale wijzigingen steeds bepalender is geworden.

Wanneer cijfers volgen, maar niet meer sturen

Veel zzp’ers hebben hun administratie goed op orde. De cijfers kloppen. De aangiftes zijn op tijd. Toch voelt het steeds vaker alsof beslissingen worden genomen vóórdat de cijfers iets zeggen.

Dat komt omdat de meeste administraties zijn ingericht op verantwoording, niet op sturing. Ze laten zien wat er is gebeurd, maar niet wat er aankomt. In een omgeving met afnemende fiscale ruimte en toenemende risico’s is dat steeds minder voldoende.

Keuzes over tarief, investeren, reserveren of samenwerken worden dan gemaakt op gevoel. De cijfers volgen achteraf en bevestigen hooguit dat het krapper of spannender is geworden.

Juist in 2026 maakt dat verschil. Wie pas bij de aangifte ziet hoeveel ruimte er werkelijk was, is te laat om bij te sturen. Niet omdat de administratie tekortschiet, maar omdat de informatie niet wordt gebruikt als richtinggevend instrument.

Daarmee verschuift de aandacht van meer vastleggen naar scherper kijken naar wat dezelfde cijfers zeggen.

Wanneer tijd nog steeds je belangrijkste product is

Er zijn alternatieven die dit patroon kunnen doorbreken, zonder dat meteen schaal, personeel of een ‘groter bedrijf’ nodig is. Niet als oplossing, maar als andere manier om naar waarde en beloning te kijken.

Veel zzp‑modellen leunen nog altijd op één kern: tijd ruilen voor geld. Dat werkt zolang inzet, energie en beschikbaarheid vanzelfsprekend zijn.

In 2026 schuurt dit model vaker. Niet alleen omdat het fysiek of mentaal begrenst, maar omdat steeds meer verplichtingen op dezelfde uren drukken. Verzekeren, pensioen, buffers en belasting moeten allemaal worden gefinancierd uit dezelfde inzet.

Daardoor ontstaat afhankelijkheid. Niet alleen van opdrachtgevers, maar van het eigen werkvermogen. Groei betekent vaak: meer werken of duurder worden. Uitval betekent: direct inkomensverlies.

Dat maakt het verdienmodel zelf een strategisch onderwerp. Niet iedereen hoeft te schalen of te veranderen. Maar wie uitsluitend leunt op tijd, merkt dat flexibiliteit en zekerheid steeds lastiger te combineren zijn.

Hier wordt zichtbaar waarom het verdienmodel zelf steeds vaker onderwerp van gesprek wordt.

Wanneer langdurig samenwerken onder druk komt te staan

Sinds de herstart van de handhaving op schijnzelfstandigheid kijken opdrachtgevers anders naar inhuur. Niet vanuit wantrouwen, maar vanuit risicobeheersing. De juridische en fiscale gevolgen van een verkeerde kwalificatie liggen primair bij hen.

Die verantwoordelijkheid vertaalt zich niet alleen in contracten, maar in gedrag. Opdrachtgevers stellen meer vragen vooraf. Ze willen weten hoe zelfstandig je werkt, hoe vervangbaarheid is geregeld en hoe de opdracht zich verhoudt tot hun eigen organisatie.

Juist langdurige samenwerking wordt daardoor gevoeliger. Wat jarenlang stabiliteit gaf, kan nu vragen oproepen. Vaste dagen, structurele aanwezigheid en inhoudelijke aansturing schuiven langzaam richting een profiel dat juridisch lastiger te verdedigen is.

Voor de zzp’er raakt dit direct aan strategie en positionering. Lang bij één opdrachtgever werken voelt veilig, maar vergroot tegelijkertijd de afhankelijkheid. Meer spreiding geeft juridische rust, maar vraagt om commerciële inspanning en onzekerheid.

Die afweging is niet nieuw. Maar zelfstandig werken is veranderd, en de is toetsing scherper geworden. Juist in de praktijk wordt hier duidelijk waar langdurige samenwerking schuurt.

Een BV lost geen verkeerde arbeidsrelatie op

De gedachte om over te stappen naar een BV ontstaat vaak op momenten van onzekerheid of groei, juist op het snijvlak van fiscale druk, langdurige samenwerking en toenemende onzekerheid. Alsof een andere rechtsvorm automatisch meer duidelijkheid of veiligheid biedt.

In de praktijk verandert een BV niets aan de feitelijke manier van werken. Als de samenwerking inhoudelijk kenmerken van loondienst heeft, blijft die kwalificatie bestaan. De vorm van de onderneming verandert dat niet.

Dat maakt de discussie ongemakkelijk, maar ook essentieel. De kernvraag ligt niet bij de rechtsvorm, maar bij de inrichting van het werk en de verdeling van risico’s.

Dat verklaart waarom een BV in sommige situaties rust brengt en in andere juist niets oplost.

Verzekeren voelt verplicht voordat het dat is

Verzekeren voelt in 2026 voor veel zzp’ers niet langer als een vrijblijvende keuze. Ook zonder formele verplichting wordt verzekerbaarheid steeds vaker gezien als onderdeel van professioneel ondernemerschap, door opdrachtgevers, financiers en ondernemers zelf.

Niet verzekeren is daarbij óók een keuze, zolang die bewust wordt gemaakt en past bij de draagkracht van de onderneming en het privé‑inkomen.

De kwetsbaarheid van één langdurige uitval wordt zichtbaarder naarmate het inkomen stijgt en de onderneming afhankelijker wordt van de persoon. Zeker bij zzp’ers die hun inkomen vrijwel volledig uit eigen inzet halen, is het risico geconcentreerd. Eén ongeluk, ziekte of langdurige uitval raakt direct zowel privé als onderneming.

In 2026 is een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers nog geen feit, maar de richting is duidelijk en wordt steeds concreter. Het maatschappelijke en politieke uitgangspunt is dat zelfstandigen meer verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen inkomenszekerheid. Die beweging zie je nu al terug in gesprekken met opdrachtgevers en in financieringsaanvragen.

De afweging rond verzekeren gaat daardoor zelden alleen over de premie. Het gaat over draagkracht. Over de vraag welk risico je zelf kunt en wilt dragen, en welk risico de onderneming simpelweg niet kan opvangen zonder structurele schade.

Veel zzp’ers lossen dit gedeeltelijk op met buffers. Dat werkt, zolang die buffers realistisch zijn in verhouding tot mogelijke uitval. Een buffer van enkele maanden voelt geruststellend, maar biedt weinig bescherming bij langdurige arbeidsongeschiktheid.

Verzekeren, reserveren en accepteren dat niet elk risico volledig af te dekken is, vormen in 2026 steeds vaker een samenhangend geheel. Niet als verplicht nummer, maar als onderdeel van hoe je je ondernemerschap duurzaam inricht.

De kern verschuift daarmee van wel of niet verzekeren naar de manier waarop inkomensrisico’s structureel worden gedragen.

Pensioen is geen bijzaak meer, maar onderdeel van je verdienmodel

Dit raakt direct je ruimte, je keuzes en je toekomst als zelfstandige.

Waar pensioen voor veel zzp’ers jarenlang iets was voor ‘later’, dwingt de huidige context tot een andere kijk. Minder fiscale voordelen, meer eigen risico en langere loopbanen maken pensioen onderdeel van het ondernemingsmodel zelf.

In loondienst is pensioen een automatische afslag. Als zelfstandige moet je die keuze zelf maken, én zelf financieren. Dat betekent dat pensioenopbouw direct concurreert met privé-opnames, buffers en investeringen. Juist daardoor blijft pensioen bij veel zzp’ers impliciet: niet omdat het onbelangrijk is, maar omdat het schuurt met de dagelijkse geldstroom.

De fiscale ruimte om pensioen op te bouwen is er nog steeds, maar vraagt meer regie dan voorheen. De oudedagsreserve (FOR) is voor nieuwe opbouw afgeschaft, maar bestaande FOR-standen mogen worden afgewikkeld. Dat vraagt om bewuste keuzes: afstorten, omzetten of laten staan tot staking.

Daarnaast is er de fiscale jaarruimte. Wie aantoonbaar te weinig pensioen opbouwt, mag jaarlijks een bedrag fiscaal aftrekbaar storten in een lijfrente of bankspaarproduct. Onbenutte ruimte uit eerdere jaren kan via de reserveringsruimte alsnog worden ingehaald. Daarmee is pensioenopbouw geen alles-of-niets-beslissing, maar iets dat meebeweegt met winst en levensfase.

In de praktijk zie je dat zzp’ers die pensioen los blijven zien van hun ondernemingsstructuur later vastlopen. Niet omdat ze te weinig verdienen, maar omdat geld steeds wordt beoordeeld op directe beschikbaarheid in plaats van op lange termijn functie.

Daar wordt zichtbaar hoe FOR, jaarruimte en pensioenopbouw onderdeel worden van de bredere financiële inrichting.

Subsidies en regelingen voelen versnipperd, maar raken wel je ruimte

Subsidies werken vrijwel altijd vooraf. Ze beïnvloeden keuzes vóórdat je investeert, niet als correctie achteraf.

Voor veel zelfstandigen voelt het subsidielandschap versnipperd en onoverzichtelijk. Regelingen wisselen, voorwaarden veranderen en de administratieve drempel lijkt hoog. Daardoor verdwijnen subsidies al snel uit beeld, zeker bij zzp’ers die hun focus vooral op omzet en opdrachten hebben liggen.

Toch spelen subsidies en fiscale regelingen ook in 2026 een duidelijke rol in de ruimte die je als ondernemer ervaart. Niet als structurele inkomstenbron, maar als manier om investeringen mogelijk te maken op momenten dat de kasstroom daar eigenlijk nog geen ruimte voor voelt.

Denk bijvoorbeeld aan innovatie, ontwikkeling of verduurzaming. Regelingen zoals de WBSO kunnen een deel van de ontwikkelkosten compenseren, maar alleen als je vooraf inzichtelijk maakt waar tijd en geld naartoe gaan. Dat vraagt geen extra ondernemerschap, maar wel een andere manier van kijken naar je uren en activiteiten.

Ook investeringsaftrekken spelen hierin mee. Niet als bonus achteraf, maar als factor die bepaalt of een investering nú logisch is of beter kan wachten. Wie dat pas bij de aangifte bekijkt, mist vaak het strategische effect.

Het gevolg van subsidies structureel negeren is zelden dat je direct ‘geld laat liggen’. Vaker betekent het dat investeringen worden uitgesteld, kleiner worden uitgevoerd of helemaal niet plaatsvinden. En juist dat beïnvloedt groei, tariefontwikkeling en toekomstbestendigheid.

Dat laat zien waarom subsidies vooral vooraf richting geven en zelden achteraf iets repareren.

De kleineondernemersregeling is eenvoud, maar niet altijd voordelig

De kleineondernemersregeling (KOR) wordt vaak gekozen vanuit een begrijpelijke wens: rust en overzicht. Geen btw‑aangiftes, minder administratieve handelingen en het gevoel dat de onderneming eenvoudiger wordt.

In 2026 is die eenvoud echter zelden gratis. Wie deelneemt aan de KOR brengt geen btw meer in rekening, maar kan ook geen btw meer terugvragen. Dat lijkt overzichtelijk zolang investeringen beperkt blijven en de kostenstructuur stabiel is.

De spanning ontstaat op het moment dat de onderneming beweegt. Bij grotere investeringen, groei in omzet of een verandering in opdrachtgevers. Btw wordt dan ineens een kostenpost in plaats van een doorlopende post. Dat effect zie je niet direct in de winst, maar wel in liquiditeit en investeringsruimte.

Daar komt bij dat de KOR geen flexibele regeling is. De keuze werkt door over meerdere jaren. Dat betekent dat een beslissing die vandaag rust geeft, later kan knellen wanneer de onderneming sneller groeit dan verwacht of wanneer het model verandert.

Voor veel zzp’ers is de KOR daardoor geen puur administratieve keuze, maar een strategische. Niet de vraag of het mag, maar of het past bij waar de onderneming naartoe beweegt.

Het effect van de KOR wordt vooral zichtbaar wanneer je haar afzet tegen investeringen, btw‑positie en groeiplannen.

De BV-vraag gaat over structuur, niet over een snelle belastingwinst

De vraag of een BV fiscaal voordeliger is, wordt vaak als eerste gesteld. Zeker wanneer winst stijgt en het gevoel ontstaat dat er ‘te veel’ belasting wordt betaald. In 2026 is die vraag zelden los te zien van twee andere onderwerpen: de arbeidsrelatie en de functie van winst.

Een BV verandert niets aan de beoordeling van zelfstandigheid. Als de samenwerking inhoudelijk kenmerken van loondienst heeft, blijft die kwalificatie bestaan. De rechtsvorm biedt dan geen bescherming. De praktijk van werken weegt zwaarder dan de juridische jas.

Daarnaast verschuift in een BV de betekenis van winst. Winst is niet automatisch privé besteedbaar. Een deel wordt loon, een deel blijft in de onderneming. Dat vraagt om een andere manier van kijken naar geld: minder als inkomen, meer als bouwsteen.

Voor ondernemers die hun winst grotendeels nodig hebben voor privé-uitgaven voelt die structuur vaak beperkend. Voor ondernemers die ruimte willen opbouwen, risico’s willen scheiden of investeren in groei, kan juist rust ontstaan.

De BV is daarmee geen fiscale truc, maar een bewuste structuurkeuze. Ze dwingt tot nadenken over waar geld voor dient, hoe risico’s worden gedragen en hoe toekomstgericht de onderneming is ingericht.

Het verschil zit daarmee minder in belastingpercentages en meer in de functie die geld vervult binnen de onderneming.

Een zzp-profiel maakt zichtbaar waar het schuurt

Dit is één veelvoorkomend profiel. Niet dé zzp’er, maar een praktijkvoorbeeld dat laat zien waar spanningen samenkomen.

Stel je een zelfstandige voor die al jaren goed draait. Geen starter, geen twijfelaar. Iemand met ervaring, vaste opdrachtgevers en een duidelijk vak. Deze zzp’er werkt projectmatig, maar vaak langdurig bij dezelfde organisaties. De omzet is stabiel. De administratie op orde. Er is geen gevoel van chaos, maar ook geen gevoel van ruimte.

De cijfers in 2026 zien er ongeveer zo uit:

– omzet rond de €140.000 – zakelijke kosten van ongeveer €25.000 – winst vóór belasting van ongeveer €115.000

Op papier is dit een gezond profiel. De ondernemer voldoet aan het urencriterium, heeft geen schulden en ziet zijn winst jaar op jaar stijgen.

Toch ontstaat hier frictie.

De zelfstandigenaftrek is inmiddels beperkt. Daardoor levert deze winst netto minder op dan enkele jaren geleden. Dat verschil voelt niet als een correctie, maar als een tegenvaller, juist omdat het werk en de inzet gelijk zijn gebleven.

Tegelijk is deze zzp’er voor het grootste deel van zijn inkomen afhankelijk van één of twee opdrachtgevers. Dat was jarenlang geen probleem. Het zorgde voor continuïteit en rust. In 2026 wordt diezelfde continuïteit ineens een aandachtspunt in gesprekken over zelfstandigheid en risico.

Pensioenopbouw gebeurt ad hoc. Er wordt wel eens ingelegd, maar alleen in goede jaren. Niet structureel. Verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid is overwogen, maar steeds vooruitgeschoven. Niet uit onwil, maar omdat het lastig voelt om vaste lasten toe te voegen zolang alles leunt op persoonlijke inzet.

De kleineondernemersregeling is niet van toepassing, omdat de omzet daar ruim boven ligt. Btw-afdracht is routine geworden, maar bij grotere investeringen wordt steeds vaker gerekend: nu investeren betekent minder liquiditeit, later investeren voelt veiliger.

En dan komt de vraag op tafel of een BV ‘niet handiger’ zou zijn.

Niet omdat er een concreet probleem is, maar omdat meerdere spanningen samenkomen: winst voelt minder vrij besteedbaar, de afhankelijkheid van opdrachtgevers wordt kwetsbaarder en de toekomst vraagt om meer structuur dan het huidige model vanzelf biedt.

In dit profiel zit niets uitzonderlijks. Geen fouten. Geen verkeerde keuzes.

Het laat vooral zien waar zzp’en in 2026 vaak schuurt: niet in de cijfers zelf, maar in de aannames die jarenlang logisch waren en dat nu niet meer automatisch zijn.

Waarom juist goed georganiseerde ondernemers vastlopen

Veel zzp’ers zijn beter geworden in omzet maken dan in financiële architectuur. Ze sturen op resultaat, maar niet op ruimte. Dat is niet gek. In een goed lopende praktijk is er altijd iets urgenter dan ‘later’ organiseren.

Dan ontstaan zinnen als: ik verdien goed, maar ik voel geen vrijheid. Of: ik werk zelfstandig, maar ik ben afhankelijker dan ooit. Niet omdat het slecht gaat, maar omdat het model te veel leunt op één persoon en één ritme.

Wanneer het weer klopt

Zzp’en in 2026 vraagt geen andere ambitie, maar een andere blik. Niet automatisch blijven doen wat ooit logisch was, maar bewust kijken naar hoe werk, risico en geld zich tot elkaar verhouden.

Soms betekent dat: scherper kiezen in opdrachten en looptijd. Soms: een tarief dat niet alleen je uren, maar ook je risico’s en toekomst financiert. Soms: meer structuur rond buffers, verzekeren en pensioen. En soms: een rechtsvorm die past bij wat je aan het bouwen bent.

Dan worden cijfers weer wat ze moeten zijn: geen oordeel achteraf, maar richting voor vooruit.

En soms betekent dat ook dat je niets hoeft te veranderen. Zolang de keuzes die je maakt bewust zijn en passen bij waar je naartoe wilt.

Categorieën
Nieuws Rechtsvorm kiezen of wijzigen Startersbegeleiding

Zzp-wetgeving verandert (alweer) – ben jij nog echt zelfstandig?

Je bent zzp’er. Vrijheid. Eigen baas. Werken waar en wanneer je wilt. Maar hoe stevig is die status eigenlijk nog? De nieuwe zzp-wetgeving – het voorstel VBAR – stelt dat namelijk flink op de proef. Het is alsof de overheid de spelregels herschrijft terwijl jij midden in het veld staat.

Wat jarenlang volstond als ‘zelfstandig’ is straks niet meer vanzelfsprekend. De criteria worden strenger, de controles intensiever, en de gevolgen serieuzer. Niet om het ondernemerschap de kop in te drukken, maar wel om het onderscheid tussen schijn en werkelijkheid aan te scherpen. Tegelijkertijd roept het ook vragen op: over vertrouwen, vrijheid en hoe we werk in Nederland écht willen organiseren.

Inhoud

Ondernemerschap krijgt eindelijk gewicht

Tot voor kort draaide de beoordeling van arbeidsrelaties vooral om één ding: gezag. Wie de baas was, had de macht – en dus werd vaak aangenomen dat er sprake was van loondienst. Dat uitgangspunt stond centraal in zowel wetgeving als rechtspraak. Maar de werkelijkheid is complexer. En precies daarom probeert de overheid met het de nieuwe zzp-wetgeving VBAR een andere weg te kiezen.

VBAR is een poging van de overheid om hun visie op de arbeidsmarkt wettelijk te verankeren. Daarbij sluiten ze aan op ontwikkelingen in de rechtspraak, zoals de uitspraak in de Uber-zaak waarin werd geoordeeld dat chauffeurs feitelijk in loondienst werkten. Het is dus niet alleen beleid, maar ook een reactie op het feit dat rechters keer op keer aangeven dat het huidige onderscheid tussen werknemer en ondernemer tekortschiet. De overheid wil met dit wetsvoorstel laten zien dat ze deze signalen serieus neemt en inzet op meer duidelijkheid en handhaafbaarheid. Maar of dat in de praktijk ook zo uitpakt, is nog maar de vraag.

De gedachtegang is helder: wie echt ondernemer is, moet dat ook juridisch als zodanig erkend krijgen. Tegelijk wil men schijnzelfstandigheid tegengaan. Want te veel mensen werken volgens de overheid met een ‘zzp’-titel terwijl ze feitelijk gewoon werknemer zijn – maar dan zonder pensioen, ziektekostenvergoeding of ontslagbescherming.

Drie bouwstenen, geen checklist

Volgens het voorstel zijn er nu drie gelijkwaardige pijlers in de zzp-wetgeving die samen de aard van de werkrelatie bepalen:

  1. Aansturing – hoeveel invloed heeft de opdrachtgever op wat en hoe je werkt?
  2. Zelfstandigheid – neem je beslissingen over uitvoering en organisatie zelf?
  3. Ondernemerschap – laat je gedrag zien dat hoort bij een ondernemer?

Let op: het is geen optelsom. Je hoeft niet op alle drie ‘hoog’ te scoren. Het gaat om de balans, de context, het geheel. Dat maakt de beoordeling subjectiever, maar ook realistischer. Want niet iedere zelfstandige is een copy-paste ondernemer. En niet iedere opdrachtgever is automatisch werkgever. Deze wetgeving probeert die nuance terug te brengen.

Lage tarieven? Grote kans op controle

Een scherpe verandering zit in het rechtsvermoeden van werknemerschap. Werk je voor een laag tarief? Dan mag je uitgaan van een dienstverband, tenzij het tegendeel bewezen wordt. De bewijslast ligt dus bij de opdrachtgever. Dat zet de verhoudingen op scherp. Want ineens is goedkoop niet alleen aantrekkelijk, maar ook riskant. Zeker voor bedrijven die graag flexibel willen blijven zonder aan vaste lasten vast te zitten.

De papieren werkelijkheid telt niet meer

De Belastingdienst laat het niet bij woorden. Sinds 2025 wordt er weer gehandhaafd met de ouderwetse zzp-wetgeving. Dat betekent: inspecties, correcties, en boetes bij schijnzelfstandigheid. En nee, een perfect opgestelde overeenkomst beschermt je niet als de uitvoering iets anders laat zien. De praktijk weegt zwaarder dan het papier. Als een zzp’er elke dag op kantoor werkt, in een team zit en opdrachten opvolgt alsof hij in loondienst is, dan wórdt hij ook zo beoordeeld.

Daarmee is het risico definitief verschoven van de zzp’er naar de opdrachtgever. Die moet aantonen dat de relatie klopt. En dat vraagt om meer dan een standaardcontract uit een online template.

Wat kun je doen – en laten

Of je nu zzp’er bent of opdrachtgever, het is tijd om te herijken:

  • Herzie je samenwerking: Kijk kritisch naar hoe jullie in de praktijk samenwerken. Niet wat er op papier staat, maar hoe het dagelijks gaat. Voldoe je aan de zzp-wetgeving?
  • Maak het aantoonbaar: Documenteer afspraken, werkmethodes en rollen. Bewijs dat er sprake is van zelfstandigheid en ondernemerschap.
  • Durf te differentiëren: Niet elke klus past bij een zzp-constructie. Soms is een tijdelijk dienstverband gewoon eerlijker – én veiliger.
  • Pas je tarief aan: Werk je als zzp’er ver onder marktprijs? Dan vergroot je de kans dat je wordt gezien als werknemer. Een hoger tarief is niet alleen beter voor je portemonnee, maar ook voor je juridische positie.

Wat wij dagelijks zien bij CijferAdvies

In gesprekken met onze klanten merken we hoe groot de verwarring is. Veel zzp’ers zijn ondernemer geworden uit passie, maar worstelen met hun positie. Ze hebben soms maar één opdrachtgever, weinig onderhandeling en geen enkele invloed op het werkproces. Dat voelt niet zelfstandig – en dat is het juridisch ook vaak niet.

Tegelijk zien we opdrachtgevers die te lang blijven hangen in de ‘we lossen het wel met een contractje op’-mentaliteit. Die tijd is voorbij. Ondernemen vraagt om regie, ook op arbeidsrelaties. Als administratie- en advieskantoor helpen wij om die regie te pakken. Niet om regels te omzeilen, maar om ze goed toe te passen.

Dat begint bij inzicht in hoe de samenwerking écht werkt. Wat zijn de afspraken? Wat is de rolverdeling? Is er ruimte voor eigen initiatief, of werkt de zzp’er gewoon volgens instructie? Wie het scherp heeft, voorkomt onaangename verrassingen.

Zelfstandig, maar niet alleen

Jarenlang was het grijze gebied rondom zelfstandig werk en de zzp-wetgeving een soort gedoogzone. Flexibiliteit werd geprezen, maar tegelijkertijd ontstond er een situatie waarin sommige zelfstandigen amper van werknemers te onderscheiden waren – zonder dat ze aanspraak konden maken op bescherming of voorzieningen. De overheid probeert daar nu een einde aan te maken met strengere regelgeving. Dat is begrijpelijk: structurele schijnzelfstandigheid is oneerlijk en schadelijk. Maar de manier waarop het nu wordt aangepakt, roept vragen op.

Bij CijferAdvies kijken we met een bredere blik. Wij zien liever een model waarin álle werkenden, ongeacht hun contractvorm, bijdragen aan een collectief systeem – voor arbeidsongeschiktheid, pensioen en scholing. Ondernemerschap en solidariteit hoeven elkaar niet uit te sluiten. Je kunt prima zelfstandig zijn én verantwoordelijkheid nemen voor het grotere geheel.

Daarom vinden we dat de discussie niet alleen moet gaan over wie ‘wel of niet een echte zzp’er’ is. De kernvraag is: hoe organiseren we arbeid in een samenleving waar werkvormen door elkaar lopen en steeds minder in hokjes passen? De huidige wetgeving probeert orde te scheppen, maar voelt nog te veel als een poging om een oud systeem te redden met nieuwe regels. Wat ons betreft mag het fundamenteler.

Een zelfstandig ondernemer is niet per definitie een risico of een probleem. Integendeel. Het zijn vaak de mensen die innovatie brengen, gaten vullen in markten en diensten leveren waar vaste krachten niet beschikbaar zijn. Geef ze dus ruimte, maar ook kaders die passen bij deze tijd. En vooral: bouw een systeem waar iedereen iets aan heeft – niet alleen de fiscus, maar ook de mensen die het werk doen.

Nu is het aan jou

Dit is het moment om het goed te regelen. Doe dat met kennis, met lef en met hulp als dat nodig is. Want wie grip heeft op de arbeidsrelatie, houdt ruimte voor groei. En uiteindelijk is dat waar het om draait: bouwen aan een gezonde, duurzame samenwerking. Daar profiteren alle partijen van – ook de fiscus.

En laten we dit ook zeggen: wij geloven in ondernemers. In hun lef, hun vindingrijkheid, hun vermogen om kansen te zien waar anderen obstakels zien. Zzp’ers zijn niet de achterdeur van de arbeidsmarkt, maar het voorportaal van vernieuwing. Ze zijn vaak de eersten die nieuwe vormen van werk verkennen, risico’s nemen waar anderen terugdeinzen en oplossingen brengen voor complexe vraagstukken.

Bij CijferAdvies werken we als ondernemers mét ondernemers. We herkennen de drive, de twijfel, het vallen en weer opstaan. En precies daarom zijn we kritisch, betrokken én vooruitstrevend. Want goed ondernemerschap verdient ruimte, vertrouwen en stevig advies.

Zit jij goed? Plan een kwartier met ons. Geen verkooppraatje, maar een eerlijk gesprek over waar je staat en waar je naartoe wilt. Wij denken graag met je mee. Want bij cijfers hoort advies. Altijd.

Categorieën
Nieuws Rechtsvorm kiezen of wijzigen Rechtsvorm van je bedrijf

Overstap van eenmanszaak naar BV: Is het voor jou de juiste keuze?

Het is 2025. Je hebt je IB-aangifte waarschijnlijk net achter de rug. Je weet nu precies wat je winst was, hoeveel belasting je hebt betaald – en misschien ook hoeveel aftrekposten je niet meer had. Dit is hét moment om na te denken over de toekomst van je onderneming. De fiscale voordelen voor eenmanszaken worden namelijk verder afgebouwd, waardoor het omslagpunt voor een overstap naar een Besloten Vennootschap (BV) lager komt te liggen. De vraag dringt zich op: ben ik nog wel goed bezig met mijn eenmanszaak, of wordt het tijd voor iets anders?

Inhoud

Waarom juist nu?

Veel ondernemers stellen de vraag; overstappen van eenmanszaak naar bv? eigenlijk te laat. Namelijk pas als de belastingaanslag binnenkomt. Na het doen van de IB-aangifte wordt pijnlijk duidelijk hoeveel belasting je afdrukt, en vooral: wat je mist aan oude aftrekposten. De zelfstandigenaftrek is in 2025 teruggebracht tot €1.280. De MKB-winstvrijstelling levert minder op door aangepaste tarieven. De spelregels zijn veranderd – en daarmee verandert het speelveld.

Je hebt je cijfers nu scherp. Je weet wat je overhoudt. Dit is het perfecte moment om te bepalen of de BV-structuur beter past bij waar je naartoe wilt.

De beruchte ‘€90.000-regel’: vergeet ‘m even

Online lees je het overal: “Bij €90.000 winst moet je overstappen.” Klinkt lekker duidelijk. Maar zo werkt het niet. Die vuistregel houdt geen rekening met:

  • De kosten van een BV (notaris, administratie, DGA-salaris);
  • Je risicoprofiel of branche;
  • Of je investerings- of personeelsplannen hebt;
  • En of je bijvoorbeeld ook een holdingstructuur overweegt.

De echte vraag is: wat wil je met je onderneming? Als je winst stevig stijgt, je risico toeneemt of je bedrijf verkoopbaar moet worden, dan kan een BV sneller lonen. Maar als je eenvoudig en zelfstandig wilt ondernemen, is de eenmanszaak nog steeds een prima keuze – ook boven de €100.000. Dus wanneer moet je overstappen van eenmanszaak naar bv? 

Wanneer past een BV beter bij jou?

Bij CijferAdvies kijken we naar de context. Geen standaard rekensom, maar vragen als:

  • Hoe ziet je winst eruit over meerdere jaren?
  • Wil je op termijn personeel of investeerders?
  • Heb je plannen om je bedrijf te verkopen?
  • Hoeveel privé risico wil (of kun) je dragen?

Een BV bied je:

  • Beperkte aansprakelijkheid – je privévermogen blijft in principe buiten schot;
  • Professionelere structuur – gunstig bij grotere klanten of aanbestedingen;
  • Fiscale flexibiliteit – winst kun je deels reserveren, en pas later uitkeren.

Maar let op: het komt met verplichtingen. Een loon voor jezelf. Meer administratie. Jaarrekeningen. Daar moet je klaar voor zijn – financieel én organisatorisch.

Fiscale verschillen in 2025: in het kort

  • Eenmanszaak: winst wordt belast in box 1 (tot 49,5%), mét afnemende aftrekposten.
  • BV: 19% VPB tot €200.000, daarna 25,8%. Dividend uitkeren? Nog eens 26,9%.
  • Slimme spreiding: in een BV kun je winst in de onderneming houden en spreiden over de jaren – wat gunstig uitpakt als je niet alles direct nodig hebt.

Een voorbeeld uit de praktijk

Een klant met €115.000 winst, groeiambitie én personeel in aantocht: we hebben een BV + holding opgezet. Voor een andere ondernemer met €120.000 winst maar zonder groeiplannen, was de eenmanszaak – ondanks het verlies aan aftrek – nog steeds het voordeligst. Context is alles.

Denk vooruit, niet achteraf

Wat veel ondernemers vergeten: overstappen werkt vooruit, niet achteraf. Wil je je winst over 2025 slimmer structureren? Dan moet je nu handelen.

Tip: Regel het vóór de zomer. Dan heb je tijd om alles goed in te richten én profiteer je nog datzelfde jaar.

Hoe wij dat aanpakken

Bij CijferAdvies beginnen we niet met een oordeel, maar met een analyse. We maken een winstprojectie, bespreken je doelen en berekenen meerdere scenario’s. En als overstappen slim is? Dan begeleiden we alles – van notaris tot Belastingdienst – en zorgen we dat je administratie klaar is voor de BV-structuur.

We denken niet in regels van €90.000, maar in wat past bij jouw route als ondernemer.

Meer weten?

Laat je niet leiden door geruchten of rekenmodellen op internet. Laat je adviseren op basis van jouw situatie. Dat doen we al jaren voor honderden ondernemers in heel Nederland.

Wil je weten of overstappen van een eenmanszaak naar een BV voor jou nú slim is? Plan dan een gesprek in met een van onze adviseurs.

Aanvullende info: Wil je zelf alvast verdiepen in de verschillen tussen eenmanszaak en BV – van belastingdruk tot oprichtingskosten? Bekijk dan ook onze uitgebreide uitleg.

Categorieën
Nieuws Rechtsvorm kiezen of wijzigen

Eenmanszaak of bv: Wat zijn de verschillen en hoe kies je?

Bij het starten van een bedrijf moet je een belangrijke beslissing nemen: de keuze van de rechtsvorm. Dit bepaalt de juridische structuur van je onderneming en heeft invloed op verschillende onderdelen van je bedrijfsvoering. Voor veel startende ondernemers kan deze keuze wat moeilijk zijn. Van alle rechtsvormen die er zijn wordt er vaak gekozen tussen de eenmanszaak en de besloten vennootschap (bv).  Wat zijn de verschillen en hoe kies je?

Inhoud

Wat is het verschil tussen de eenmanszaak en bv

Bij het overwegen van de keuze tussen een eenmanszaak en een bv zijn belastingen en aansprakelijkheid de kernpunten. Het is van belangrijk om de rechtsvorm te selecteren die resulteert in de laagst mogelijke belastingdruk en waarbij de aansprakelijkheid minimaal is. Neem daarom de tijd om de verschillen grondig te onderzoeken:

 

Eenmanszaak

BV

Oprichting

Geen eisen

Akte van notaris

Kapitaalinbreng

Geen eisen

€0,01 minimaal

Bestuur

Eigenaar

Directie

Andere organen

Geen

Aandeelhouders
Eventueel raad van commissarissen

Aansprakelijkheid

100% privé en zakelijk

BV (in principe)

Belasting

Inkomstenbelasting
Onder voorwaarden mkb-winstvrijstelling en ondernemersaftrek

Vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting over dividend en salaris

Sociale zekerheid

Geen recht op werknemersverzekeringen

Geen werknemersverzekeringen, tenzij ontslag tegen de wil van de directeur-grootaandeelhouder (dga) mogelijk is. En/of als het aandelenbelang (eventueel samen met partner) minder is dan 50 procent.

Groeipotentieel

Beperkt

Groter dan eenmanszaak

Flexibiliteit

Beperkt

Meer flexibel

De belangrijkste voordelen van een eenmanszaak of bv

Voordelen eenmanszaak

  • Eenvoudig te starten: Het oprichten van de eenmanszaak is een eenvoudige taak. Je hoeft je alleen maar in te schrijven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK). De kosten zijn laag, want je betaalt alleen een inschrijfvergoeding. Bij een bv moet je ook naar de notaris. Daar betaal je al gauw minimaal een paar honderd euro.
  • Belastingvoordelen voor starters: De winst die je maakt met een eenmanszaak valt onder de inkomstenbelasting. Als de Belastingdienst jou als ondernemer ziet, dan mag je gebruik maken van aftrekposten. Deze gelden niet voor de winstbelasting die een bv moet betalen. Hierdoor kan een eenmanszaak meer belastingvoordelen opleveren voor starters.

Voordelen bv

  • Geen persoonlijke aansprakelijkheid: Als je door jou veroorzaakte schulden niet meer kunt betalen, dan gaat de bv failliet. Als directeur en aandeelhouder ben je niet persoonlijk aansprakelijk voor de schulden van de bv.
  • Geschikt voor ingewikkeldere bedrijfsvoering: Met een bv heb je de mogelijkheid om meerdere bv’s op te richten (holding). Zo kun je risico spreiden of ondernemen met belastingvoordeel. Het is ideaal voor complexere bedrijfsstructuren.
  • Investeerders benaderen: Bij een bv kunnen investeerders of familieleden aandelen krijgen. Hierdoor kun je kapitaal aantrekken voor groei en ontwikkeling van het bedrijf.
  • Uitstraling: Een bv heeft vaak een professionelere uitstraling richting zakenpartners. Met name bij internationale handel speelt dit een rol. De bv versterkt het imago van je bedrijf en wekt vertrouwen richting je zakenpartners.
  • Vermogen opbouwen: Binnen een bv kun je vermogen opbouwen. Bijvoorbeeld door geld te sparen voor je pensioen of door winsten toe te voegen aan het eigen vermogen van de bv. Dit valt dus niet onder je inkomstenbelasting. De bv betaalt namelijk zijn eigen belastingen. Dit biedt mogelijkheden voor financiële groei en stabiliteit op de lange termijn.

Belastingen en winst

Bij een eenmanszaak is je winst gelijk aan je omzet minus je kosten en inkopen. Over deze winst betaal je aan het einde van het jaar inkomstenbelasting. Starters kunnen in aanmerking komen voor ondernemersaftrek, zoals de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek gedurende de eerste drie jaar.

In een bv wordt de winst berekend als omzet minus kosten en inkopen, inclusief het salaris van de directeur. De bv betaalt vennootschapsbelasting over de winst en eventueel dividendbelasting over de winstuitkering. Als directeur-grootaandeelhouder (dga) betaal je ook inkomstenbelasting over je fiscaal minimumloon en over uitgekeerd dividend.

Hierdoor is het vaak pas bij een winst van meer dan €130.000 interessant om een bv te starten. Mede hierdoor kiezen veel starters voor de eenmanszaak.

Aansprakelijkheid

Bij een eenmanszaak ben je persoonlijk aansprakelijk voor schulden. Dat betekent dat je privévermogen in gevaar kan komen. In een bv is het vermogen afgescheiden, waardoor je over het algemeen niet persoonlijk aansprakelijk bent voor de schulden van de bv. Je kunt als bestuurder wel persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Als je bijvoorbeeld betalingsproblemen niet tijdig meldt aan de Belastingdienst of overeenkomsten aangaat die de BV niet kan nakomen.

Kies de juiste rechtsvorm met onze CijferAdviseurs

Het kiezen tussen een eenmanszaak en een BV hangt af van verschillende factoren, zoals belastingen, aansprakelijkheid en bedrijfsstructuur. Het is slim om je keuze zorgvuldig af te wegen voordat je een beslissing neemt. Onze CijferAdviseurs staan klaar om je te helpen bij deze belangrijke keuze en om je te begeleiden naar de rechtsvorm die het beste past bij jouw onderneming en persoonlijke situatie. Neem vandaag nog contact met ons op voor advies op maat.

Categorieën
Nieuws Rechtsvorm kiezen of wijzigen

Is eHerkenning verplicht? Alles wat startende ondernemers moeten weten

Wanneer je je eigen bedrijf start, kom je waarschijnlijk allerlei nieuwe termen tegen. Eén daarvan is eHerkenning. Maar is dit iets wat je echt nodig hebt? Niet elke ondernemer heeft eHerkenning nodig. Het hangt sterk af van je bedrijfsstructuur en de diensten die je gebruikt. In dit artikel leggen we je uit wanneer eHerkenning verplicht is en wat je ermee kunt doen. Zo weet je precies waar je aan toe bent als startende ondernemer.

eHerkenning is vooral van belang voor ondernemers met een rechtsvorm zoals een bv of vof. Voor deze bedrijven is het vaak nodig om toegang te krijgen tot verschillende (overheids)diensten. Ben je een zzp’er? Dan regel je de meeste zaken gewoon met je DigiD. Weet je nog niet of je beter voor een eenmanszaak of bv kunt gaan met je nieuwe bedrijf? Dan kun je je hier inlezen over de voor- en nadelen van de twee.

1. Wat is eHerkenning en heb ik het nodig?

eHerkenning is een beveiligd inlogmiddel waarmee je veilig kunt inloggen bij verschillende (overheids)instanties, zoals de Belastingdienst of de gemeente. Het is nodig als je bijvoorbeeld btw-aangifte moet doen, loonheffingen moet doorgeven omdat je personeel in dienst hebt, of als je vennootschapsbelasting moet indienen voor je bv.

Daarnaast gebruik je eHerkenning om subsidies aan te vragen en/of om vergunningen te regelen. Als je internationaal zaken doet, biedt eHerkenning je toegang tot diverse Europese douaneportalen. Met één inlogmiddel kun je dus bij verschillende organisaties terecht. Dus heb je eHerkenning nodig? Lees dan verder hoe je het moet aanvragen, anders regel je alles gewoon simpel met je DigiD.

2. Hoe kan ik eHerkenning aanvragen?

Je kunt eHerkenning aanschaffen bij een van de erkende leveranciers die voldoen aan strenge eisen. Voordat je kunt beginnen, moet je ingeschreven staan bij de KVK. Er zijn drie verschillende betrouwbaarheidsniveaus van eHerkenning. Hoe hoger het niveau, hoe meer informatie je moet aanleveren. Meestal regel je eHerkenning binnen enkele dagen, maar als er veel gegevens nodig zijn kan het wat langer duren.

Zorg ervoor dat je eHerkenning op tijd aanvraagt, zodat je klaar bent voor bijvoorbeeld je eerste belastingaangifte. Soms heb je bij de aanvraag een uittreksel nodig uit het KVK Handelsregister. Dat uittreksel mag niet ouder zijn dan veertien dagen. Check bij de leverancier of dit nodig is.

Na aanschaf moet je eHerkenning activeren en testen. Doe dit op tijd om problemen en mogelijke boetes te voorkomen.

3. Welk betrouwbaarheidsniveau moet ik kiezen?

Bij het kiezen van eHerkenning is het belangrijk om te weten welk betrouwbaarheidsniveau je nodig hebt. Dit verschilt per organisatie waarmee je zaken doet. Op hun website kun je vaak vinden welk niveau vereist is voor de diensten die je wilt gebruiken.

Er zijn drie niveaus om uit te kiezen: EH2+, EH3 en EH4. Hoe hoger het niveau, hoe strenger de beveiliging en hoe meer gegevens je moet aanleveren. De meeste organisaties vragen minimaal om EH3. Denk ook goed na over de toekomst: als je later een hoger niveau nodig hebt, moet je eHerkenning opnieuw aanschaffen. Dus soms is het voordeliger om al eerder een hoger niveau te nemen. Het scheelt je ook tijd en gedoe, omdat je alle hoepels al eerder door gaat.

Bij alle niveaus van eHerkenning log je in met tweefactorauthenticatie, wat betekent dat je naast je wachtwoord nog een extra verificatiemethode nodig hebt.

4. Wat kost eHerkenning?

eHerkenning is geen gratis dienst; je koopt het bij een van de erkende leveranciers. De kosten variëren afhankelijk van de leverancier en het betrouwbaarheidsniveau dat je kiest. Over het algemeen liggen de prijzen tussen de 25 en 50 euro per jaar.

Je kunt eHerkenning voor één jaar aanschaffen, maar het is vaak voordeliger om het direct voor drie of vijf jaar te kopen. De kosten per jaar worden dan lager. Omdat het om zakelijke uitgaven gaat kun je deze kosten aftrekken bij je inkomstenbelasting.

5. Hoe geef ik mijn personeel toegang tot eHerkenning?

Heb je personeel dat ook met eHerkenning moet inloggen? Dan moet je voor elke medewerker een aparte eHerkenning aanvragen. Tijdens de aanvraag kun je machtigingen instellen, waarmee je bepaalt welke rechten je medewerkers hebben en welke taken ze mogen uitvoeren.

Het is belangrijk om voor elke medewerker de juiste bevoegdheden vast te leggen. Op die manier hebben zij alleen toegang tot de informatie en diensten die ze nodig hebben voor hun werk. Zo houd je controle over wie wat kan doen binnen jouw bedrijf. Wel zo handig.

6. Wat is het verschil met de speciale Belastingdienst EH3?

Wil je alleen inloggen bij de Belastingdienst? Dan kun je kiezen voor de speciale Belastingdienst EH3 eHerkenning. Dit is een aangepaste versie van eHerkenning die specifiek bedoeld is voor gebruik bij de Belastingdienst.

Deze variant kost maximaal 25 euro per jaar. Je kunt een vergoeding van 24,20 euro per jaar aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Hierdoor zijn de kosten bijna volledig gedekt. Dit is ook gelijk de voordeligste keuze als je alleen voor de Belastingdienst eHerkenning nodig hebt.

7. Wat is eIDAS en hoe hangt het samen met eHerkenning?

Wanneer je over eHerkenning leest, kom je misschien ook de term eIDAS tegen. eIDAS staat voor Electronic Identification And Trust Services en is een Europese verordening die het mogelijk maakt om in de hele Europese Economische Ruimte (EER) veilig online zaken te doen met overheidsorganisaties.

Voor bedrijven betekent dit dat je met eHerkenning niveau EH3 of hoger toegang kunt krijgen tot diensten in andere Europese landen. Dit is vooral handig als je internationaal zaken doet en toegang nodig hebt tot buitenlandse overheidsportalen. eIDAS zorgt ervoor dat jouw eHerkenning ook buiten Nederland geaccepteerd wordt.

Heb je nog vragen over eHerkenning?

Als zzp’er heb je dus niet snel eHerkenning nodig. Voor ondernemers met andere rechtsvormen zoals een bv is het soms wel verplicht. Het is belangrijk om te weten of je eHerkenning nodig hebt en welk betrouwbaarheidsniveau geschikt is voor jouw situatie. Door de juiste keuze te maken, kun je veilig en efficiënt zaken doen met (overheids)organisaties, zowel binnen Nederland als in Europa.

Bij CijferAdvies staan we klaar om je te helpen met al je vragen over eHerkenning, en we kunnen je ondersteunen bij de aanvraag en het gebruik ervan. Neem gerust contact met ons op als je meer wilt weten of advies nodig hebt.

Categorieën
Nieuws Rechtsvorm kiezen of wijzigen

Fiscale voordelen in 2024: Kies je voor een eenmanszaak of BV?

Jaarlijks worden er wetswijzigingen doorgevoerd die invloed hebben op jouw bedrijf. En ze kunnen vaak het hele jaar door van start gaan. De nieuwe fiscale regels kunnen je keuze voor een rechtsvorm flink beïnvloeden. Of je nu al een bedrijf runt of overweegt er een te starten, het is essentieel om te begrijpen welke rechtsvorm – eenmanszaak of besloten vennootschap (BV) – jou de meeste voordelen biedt. Met name het MKB lijkt dit jaar te maken te krijgen met een aantal wijzigingen. Behaal je een redelijk financieel resultaat in 2024? Dan is het goed om te controleren of een BV of eenmanszaak nog steeds fiscaal voordelig is. Welke van deze twee biedt jou de beste fiscale voordelen in 2024? Of je nu op zoek bent naar de meest gunstige belastingtarieven of wilt weten hoe je je risico’s kunt beperken, wij helpen je om de juiste beslissing te nemen voor jouw bedrijf.

Belastingtarieven en voordelen eenmanszaak

Een van de grootste verschillen tussen een eenmanszaak en een BV zit in de belastingtarieven. Als eigenaar van een eenmanszaak betaal je inkomstenbelasting over je winst. Dit is tot €75.518 een belastingtarief van 36,97%. Daarboven loopt het op tot het hoogste tarief van 49,5% in 2024. Daartegenover staat dat je gebruik kunt maken van verschillende ondernemersaftrekken, zoals de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling, die je belastbare winst kunnen verlagen.

Het omslagpunt waarop het financieel aantrekkelijker wordt om over te stappen van een eenmanszaak naar een BV, hangt af van je specifieke situatie. In 2024 ligt dit omslagpunt regelmatig bij een winst vóór ondernemersaftrek van ongeveer €105.000.

Voor een vennootschap onder firma (VOF) met twee vennoten ligt dit punt vaak rond de €210.000. Dankzij de opkomst van flexibele online boekhoudsystemen wordt het steeds eenvoudiger om te bepalen wanneer een overstap naar een BV zinvol is. Het is belangrijk om deze beslissing regelmatig te heroverwegen om te zorgen dat je optimaal profiteert van de fiscale voordelen in 2024.

Belastingtarieven en voordelen BV

Als je in 2024 kiest voor een Besloten Vennootschap (BV), verandert je fiscale situatie aanzienlijk. Als directeur-grootaandeelhouder (DGA) ontvang je een salaris waarover je inkomstenbelasting betaalt. Het belastingtarief voor je salaris is afhankelijk van je inkomen, met een tarief van 36,97% tot €75.518 en 49,5% voor inkomsten daarboven. Helaas kun je als DGA niet profiteren van alle fiscale voordelen in 2024, zoals de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Wel krijg je te maken met de inkomensafhankelijke arbeidskorting en de bijdrage Zorgverzekeringswet op je salaris.

De winst die na het betalen van vennootschapsbelasting overblijft, kun je in de BV laten staan. Over de winst binnen de BV betaal je vennootschapsbelasting, die in 2024 19% bedraagt voor winsten tot €200.000 en 25,8% voor het deel van de winst daarboven. Besluit je om deze winst als dividend uit te keren, dan betaal je daarover inkomstenbelasting in box 2. Het tarief hiervoor is 26,9% voor dividenduitkeringen tot €67.000 en 33% voor hogere bedragen.

Het omslagpunt waarop een BV fiscaal aantrekkelijker wordt dan een eenmanszaak, ligt in 2024 bij een winst van ongeveer €105.000. Dit omslagpunt kan variëren afhankelijk van je persoonlijke situatie, zoals je loonkosten en privé-uitgaven. Ook de kosten die gepaard gaan met het hebben van een BV, zoals de verplichte jaarrekening, aangifte vennootschapsbelasting en salarisadministratie, moeten worden meegewogen.

Risico en aansprakelijkheid

Een ander belangrijk aspect om te overwegen naast de fiscale voordelen in 2024, is de aansprakelijkheid. Bij een eenmanszaak ben je als ondernemer persoonlijk aansprakelijk voor de schulden van je bedrijf. Dit betekent dat, als je onderneming in financiële problemen komt, je privévermogen op het spel staat.

Bij een BV is de aansprakelijkheid beperkt tot het vermogen van de vennootschap. Dit biedt een stuk meer bescherming voor je privévermogen. Voor ondernemers die risico’s willen beperken, kan een BV daarom aantrekkelijker zijn.

Toekomstplannen en groei

De keuze tussen een eenmanszaak en een BV hangt ook af van je toekomstplannen. Als je verwacht dat je winst snel zal groeien, kan een BV fiscaal voordeliger zijn. Ook als je in de toekomst investeerders wilt aantrekken of je bedrijf wilt verkopen, biedt een BV meer mogelijkheden.

Overwegingen voor 2024

In 2024 worden er enkele fiscale wijzigingen doorgevoerd die van invloed kunnen zijn op je keuze. Zo verandert de zelfstandigenaftrek, wat een impact kan hebben op de netto-inkomsten van eenmanszaken. Daarnaast is het altijd verstandig om te kijken naar de lange termijn voordelen en niet alleen naar de korte termijn belastingvoordelen. De fiscale voordelen in 2024 zijn in 2025 misschien weer anders. Toch is het mogelijk om verder vooruit te plannen dankzij een goede administratie een adviseur. 

Bij CijferAdvies begrijpen we dat de keuze voor een rechtsvorm complex kan zijn. Onze adviseurs staan klaar om samen met jou te kijken naar wat het beste past bij jouw situatie en toekomstplannen. We nemen je mee in de fiscale consequenties, mogelijke risico’s en de voordelen die de verschillende rechtsvormen bieden. Of je nu start met je onderneming of overweegt om van eenmanszaak naar BV over te stappen, wij begeleiden je bij elke stap.

Wil je weten wat voor jou het meest voordelig is in 2024? Neem vandaag nog contact op met jouw CijferAdviseur voor een persoonlijk adviesgesprek.

Categorieën
Nieuws Rechtsvorm kiezen of wijzigen

CV of BV starten: Welke rechtsvorm past het beste bij jouw bedrijf?

Een CV of BV starten? Heb je zelf geen of weinig vermogen en wil je een bedrijf starten met een investeerder? Dan kun je kiezen voor de rechtsvorm Commanditaire Vennootschap. Lees hier wat je moet weten over de cv. Zo kun jij bewust de juiste rechtsvorm kiezen.

Overweeg je een bedrijf te starten, maar beschik je zelf over beperkt vermogen? Dan is de commanditaire vennootschap wellicht een interessante optie. In dit artikel verkennen we de commanditaire vennootschap. Wat zijn de aspecten van de cv? Het is een rechtsvorm die ruimte biedt voor samenwerking met investeerders. Ontdek wat je moet weten over deze structuur en hoe deze zich verhoudt tot alternatieven, zoals de besloten vennootschap (bv).

Wat houdt een commanditaire vennootschap precies in?

In een cv zijn er twee typen vennoten: de beherend vennoot en de commanditaire vennoot.

  • Beherend vennoot
    De beherend vennoot is verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van het bedrijf. Hij of zij draagt persoonlijk de aansprakelijkheid voor schulden en verplichtingen van de cv.
  • Commanditaire of stille vennoot
    De commanditaire vennoot is een investeerder die geen actieve rol speelt in de bedrijfsvoering. Deze persoon loopt enkel risico met het geïnvesteerde kapitaal en ontvangt een deel van de winst.

Een cv vereist minimaal één beherend vennoot en één commanditaire vennoot, maar er kunnen er ook meerdere van beide soorten zijn.

Oprichten van een cv

Het oprichten van een commanditaire vennootschap vereist geen tussenkomst van een advocaat of notaris. De beherend vennoot is verantwoordelijk voor de inschrijving van de cv in het KVK Handelsregister. Van de stille vennoten worden geen individuele gegevens vastgelegd. Bij de inschrijving wordt aangegeven hoeveel stille vennoten er zijn en welk bedrag of welke goederen zij inbrengen.

Daarnaast moet je bij het oprichten van een cv de ultimate beneficial owners (UBO’s) inschrijven in het UBO-register van KVK. UBO’s zijn de uiteindelijk belanghebbenden van de cv. Bijvoorbeeld personen die voor meer dan 25% gerechtigd zijn tot het vermogen van de cv. Een cv kan één of meerdere UBO’s hebben.

Dus een cv of bv starten?

Het kiezen tussen een commanditaire vennootschap (cv) en een besloten vennootschap (bv) is een belangrijke stap. Bij het starten van je bedrijf wil je gelijk de juiste keuze maken. Maak het jezelf makkelijker. Zet de verschillen tussen beide rechtsvormen op een rij. Evalueer wat voor jou en je eventuele zakenpartner belangrijk is. 

Een handig hulpmiddel bij deze keuze is het vergelijken van de bv met de eenmanszaak en de bv met de cv. Belangrijk bij deze afweging is vooral de fiscale kant. Over het algemeen is een cv voordeliger bij lagere winsten, terwijl een bv pas gunstig wordt vanaf een winst van ongeveer 100.000 euro per beherende vennoot.

Doe goed onderzoek en overleg met professionals (zoals CijferAdvies). Zij kunnen je adviseren op het gebied van financiën en juridische zaken. Deze zaken spelen een belangrijke rol. Alleen heb je misschien niet alle kennis in huis. Dan kun je moeilijker de rechtsvorm kiezen die het beste aansluit bij jouw bedrijfsdoelen en financiële situatie. En je wilt toch een een stevig fundament voor een succesvolle onderneming. Dus ga je een CV of BV starten?

Categorieën
Nieuws Rechtsvorm kiezen of wijzigen

Stappenplan voor startende zzp’er in de zorg

Overweeg je om als zzp’er in de zorg of verzorgende in de individuele gezondheidszorg (VIG’er) aan de slag te gaan? Dan is het essentieel om goed voorbereid van start te gaan. Als zzp’er in de zorg ben je niet alleen zorgverlener, maar ook ondernemer. Je dient een administratie bij te houden en je te houden aan specifieke wetten en regels. In dit stappenplan lees je hoe je jezelf goed kunt voorbereiden op het starten van je eigen bedrijf.

Ben je wijkverpleegkundige? Dan kun je ook gebruik maken van deze stappen:

Table of Contents

1. Ondernemingsplan opstellen

Voordat je van start gaat als zzp’er in de zorg, is het raadzaam om een ondernemingsplan op te stellen. Hierin beschrijf je onder andere wie je bent en waarom je ondernemer wilt worden. Welke kwaliteiten heb je? Sluit je aanbod aan bij de doelgroep die je voor ogen hebt? Door dit op te schrijven geef je richting aan je onderneming en kun je de stappen makkelijker volgen.

2. Financieel plan maken

Maak een financieel plan om te bepalen of je als zzp’er in de zorg voldoende kunt verdienen om van te leven. Bepaal hierbij ook je uurtarief en check de zorgtarieven voor PGB-houders als je vanuit een persoonsgebonden budget (PGB) wordt betaald. Deze tarieven kun je vinden bij de gemeente of verzekeraar. Is je tarief te hoog, dan zal je cliënt een deel zelf moeten betalen. Dat kan je opdrachten kosten.

Je krijgt als je Wlz-zorg levert of betaald wordt vanuit een PGB maximaal 40 uur uitbetaald. Ook speelt de wet die jouw geleverde zorg betaald een rol. Vaak wordt dit uit de Wet langdurige zorg (Wlz), Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of Zorgverzekeringswet (Zvw) betaald.

3. BIG-registratie regelen

Als verpleegkundige registreer je je in het BIG-register. Dit registratienummer dien je bekend te maken op alle plekken waar je je naam en beroep vermeldt voor je bedrijf. Je hoeft je als VIG’er niet te registreren in het BIG-register.

4. Inschrijven bij KVK

Schrijf je in bij de Kamer van Koophandel (KVK) als startende zpp’er in de zorg. Voor verpleegkundigen en VIG’ers is de SBI-code: 86919, en voor wijkverpleegkundigen is de SBI-code: 88101.

5. Aanvragen van eHerkenning

Voor je aanmelding bij het Zorgaanbiedersportaal heb je eHerkenning nodig. Dit is niet nodig als je alleen zorg verleent vanuit de Wmo.

6. Aanmelden bij het Zorgaanbiedersportaal

Het is verplicht vanuit de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) om je aan te melden bij het zorgaanbiedersportaal als nieuwe zorgaanbieder. Op die manier ben je bekend als zpp’er in de zorg bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).

7. Voldoen aan de Wkkgz

Voldoe aan de eisen die opgesteld zijn in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Je moet lid zijn van een branchevereniging en een klachtenfunctionaris aanstellen. Werk je alleen vanuit de Wmo of Jeugdwet? Dan hoeft het weer niet. Dan gelden de eisen van de gemeente waarin je zorg verleent.

8. Aanvragen van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)

Vraag een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan, zodat je deze aan je opdrachtgevers kunt laten zien. Deze kan door de brancheorganisatie vergoed worden. Je ontvangt de VOG meestal binnen een tot vier weken.

9. Aanvragen van een keurmerk

Hoewel niet wettelijk verplicht, kan het aanvragen van een keurmerk je professionaliteit als ondernemer in de zorgsector benadrukken. Het aanvragen kost wel geld.  Er zijn twee keurmerken die van belang kunnen zijn:

  • KIWA: Een keurmerk voor zzp’ers in de (thuis)zorg.
  • HKZ: Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector. Duurder dan KIWA. Ook uitgebreider om te ontvangen en is langer geldig: drie jaar.

10. Aanvragen van een AGB-code

Vraag een Algemeen Gegevens Beheer-code (AGB-code) aan. Hierdoor kun je de zorg die je verleent declareren bij zorgverzekeraars. Dit doe je bij Vektis. De aanvraag invullen kost ongeveer 20 minuten. Er gaan vijf dagen overheen voordat je de code ontvangt. Ook als er iets wijzigt in je situatie kan dat gevolgen hebben. Dus je moet regelmatig je registraties controleren.

11. Lever je verplichte of onvrijwillige zorg?

Controleer of je verplichte of onvrijwillige zorg levert en volg de vereisten van de Wet zorg en dwang (Wzd). Volg daarvoor een ander stappenplan van de Wzd en registreer je bij het locatieregister.

12. Hoe houd je een cliëntendossier bij?

Bedenk hoe je cliëntendossiers wilt bijhouden. Zorg ervoor dat cliënten hun gegevens digitaal kunnen bekijken en beheren. Iedere cliënt heeft een eigen dossier over zijn gezondheid en begeleiding.

13. Administratieve zaken regelen

Als ondernemer in de zorg dien je ook je administratie bij te houden. Dit omvat onder andere het bijhouden van cliëntendossiers, financiële administratie en belastingaangiften. Zorg ervoor dat je goed georganiseerd bent en voldoet aan de wettelijke vereisten.

14. Btw-plicht controleren

Controleer of je btw-plichtig bent en of je btw-aangifte moet doen. Dit kan afhangen van verschillende factoren, zoals het type zorg dat je levert en of je via een bemiddelingsbureau werkt. Ben je btw-plichtig? Dan kan het inschakelen van een boekhouder gunstig zijn.

15. Werkrelatie en algemene zaken regelen

Regel samen met je opdrachtgevers de werkrelatie en zorg ervoor dat je schijnzelfstandigheid voorkomt. Samen met je opdrachtgevers ben je verantwoordelijk voor de werkrelatie die jullie aangaan. Voorkom schijnzelfstandigheid en houd je aan de wet DBA.

16. Regel je algemene zaken en verzekeringen

Regel algemene zaken voor startende ondernemers, zoals het opstellen van algemene voorwaarden, het afsluiten van verzekeringen en het bijhouden van je bedrijfsadministratie. Welke verzekeringen verplicht zijn voor jou check je hier.

Door ook deze stappen toe te voegen aan je voorbereiding, ben je uitstekend voorbereid om als zelfstandig verpleegkundige of VIG’er aan de slag te gaan in de zorgsector.

Categorieën
Boekhouding & Administratie Nieuws Rechtsvorm kiezen of wijzigen

Bedrijf starten vanuit huis? Dit moet je weten voordat je begint

Bij CijferAdvies begrijpen we dat veel zzp’ers ervoor kiezen om vanuit huis te werken. Het biedt niet alleen gemak, maar ook aanzienlijke besparingen op huur-, reis- en andere bedrijfskosten. Ongeveer 800.000 zzp’ers in Nederland maken van deze mogelijkheid gebruik. Een bedrijf starten vanuit huis lijkt misschien eenvoudig, maar er zijn enkele belangrijke overwegingen om rekening mee te houden voordat je van start gaat.

Inhoud

Controle van huurcontract of hypotheekovereenkomst

We adviseren om je hypotheekovereenkomst of huurcontract grondig te controleren voordat je besluit om vanuit huis te gaan ondernemen. Dit voorkomt onaangename verrassingen achteraf. In het geval van een huurwoning is het raadzaam om altijd schriftelijk toestemming te krijgen van de verhuurder. Woon je in een appartementencomplex, vergeet dan niet om te controleren of er beperkingen zijn vastgelegd in de statuten van de Vereniging van Eigenaren (VvE).

Hoe controleer je een bestemmingsplan?

Voordat je vanuit huis gaat ondernemen, is het essentieel om het bestemmingsplan bij de gemeente te controleren. Dit plan bepaalt hoe een specifiek stuk grond of gebouw mag worden gebruikt, zoals de locaties voor horecabedrijven, winkels en industriële bedrijven.

Je kunt het bestemmingsplan van je huis bekijken op ruimtelijkeplannen.nl door je plaats en postcode in te voeren. Meestal valt dit onder categorie 1, met de bestemming wonen. Dat betekent dat een bedrijf aan huis is toegestaan zolang het geen overlast veroorzaakt.

Als een bedrijf aan huis niet mogelijk is volgens het bestemmingsplan van jouw gemeente, kun je een omgevingsvergunning aanvragen voor de activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’. De gemeente zal na onderzoek bepalen of er een uitzondering op het bestemmingsplan kan worden gemaakt.

Bij de het omgevingsloket kun je ook milieuvergunningen en vergunningen voor bouwen en wonen aanvragen. Wil je bijvoorbeeld verbouwen of slopen? Dan is het verstandig om een vergunningencheck uit te voeren. Dan weet je gelijk waar je aan toe bent.

Ga je verbouwen of slopen? Controleer dan met de vergunningencheck of je daar een omgevingsvergunning voor nodig hebt.

Borden plaatsen in je tuin?

Overweeg je reclame- of naamborden te plaatsen? Dan is het verstandig om te onthouden dat de uitstraling van de woning niet mag veranderen. Zo wordt het moeilijk om neonborden aan je gevel te plaatsen. Een té groot reclamebord plaatsen kan ook rekenen op weerstand. Ook hier kun je veel controleren bij het omgevingsloket van de gemeente.

Regels rondom milieu belasten

Als je bedrijf het milieu belast ben je mogelijk verplicht om een milieuvergunning aan te vragen. Soms is een melding doen volgens het Activiteitenbesluit ook verplicht. Welke regels voor jou van toepassing zijn kun je vinden op Activiteitenbesluit Internet Module (AIM).

Overlast voorkomen

Een van de belangrijkste onderwerpen voor een bedrijf aan huis is overlast. Het veroorzaken van overlast voor je omgeving is vaak het startpunt van problemen. Dus twijfel je over wat voor overlast jouw bedrijfsactiviteiten aan huis veroorzaken? Dan ga je op onderzoek of neem je contact met de gemeente op.

Het is bijvoorbeeld al niet zomaar mogelijk om klanten aan huis te ontvangen. Parkeerplaatsen die bezet worden door jouw bedrijf/klanten vallen onder overlast. Maar ook geluidsoverlast, geuroverlast of plaats bezetting. Een bouwbedrijf aan je huis starten zal daarom lastiger zijn, dan bijvoorbeeld een beautysalon.

Webshop starten aan huis?

Je wilde altijd al je zelfgemaakte producten van huis verkopen? Heel goed bezig! Het is absoluut mogelijk om een webshop vanuit huis te starten. Er zijn wel wat regels waar je rekening mee wilt houden. Zo mogen klanten bijvoorbeeld geen bestelling aan huis afhalen. Tenzij je een detailhandel bent, hiervoor heb je weer een bestemmingsplan nodig. Dus zoek de samenwerking met postbedrijven op of lever je pakketjes op vaste momenten af. Dit voorkomt vaak al een hoop problemen.

Welke zakelijke verzekeringen heb je nodig

Als je vanuit huis start zijn je inboedelverzekering en opstalverzekering voor privébezittingen. Dus je bedrijfsmiddelen zijn niet automatisch meeverzekerd. Verzeker bijvoorbeeld een computer, voorraad of werkruimte daarom apart voor schade.

Toch zal de gemiddelde thuisondernemer geen grote zakelijke inventaris hebben. Daarvoor is schade die je aan andere aanricht verzekeren soms genoeg. Daarvoor is er een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering.

Heb je spullen opgeslagen op zolder of in een schuurtje. Sluit dan een zakelijke inventaris- en goederenverzekering af. Dat voorkomt problemen bij wateroverlast, diefstal of stormschade.

Je kunt de kosten van je zakelijke verzekeringen aftrekken in je aangifte inkomstenbelasting, waardoor je minder belasting betaalt.

Welke kosten van de werkruimte zijn aftrekbaar?

Indien je een werkruimte of kantoor in je huis hebt met een eigen ingang, toilet en wateraansluiting, kun je soms de kosten van deze werkruimte aftrekken bij je aangifte inkomstenbelasting. Hierbij kun je denken aan kosten voor de inrichting en elektriciteit. Wel dien je een minimaal aantal uren in je werkruimte te werken om hiervoor in aanmerking te komen.

Raadpleeg het hulpmiddel ‘Werkruimte’ van de Belastingdienst om te bepalen welke kosten je kunt aftrekken. Ook kun je advies inwinnen bij je boekhouder of accountant.

Privacyoverwegingen bij bedrijf aan huis

Bij het starten van een bedrijf aan huis moet je er rekening mee houden dat je adres zichtbaar wordt in het KVK Handelsregister. Dit komt doordat het vestigingsadres van je bedrijf hetzelfde is als je privéadres, aangezien het bedrijf vanuit huis wordt gerund. Volgens de wet moet het vestigingsadres van een bedrijf altijd openbaar zijn.

Je kunt overwegen om je vestigingsadres af te schermen. Hierdoor wordt je privéadres niet openbaar weergegeven in het Handelsregister. Raadpleeg hoe je dit kunt regelen.