Categories
news Uncategorized

EU-inwoners betalen vanaf 2027 voor CO2-uitstoot rijden en wonen

Inwoners van de Europese Unie gaan betalen voor de broeikasgassen die ze uitstoten. Dat betekent rekeningrijden, of dat er bij elke tankbeurt en als de verwarming wordt aangezet mee moet worden betaald vanwege de schadelijke stoffen die daardoor vrijkomen.

Mensen die hun huis goed isoleren, een warmtepomp aanschaffen of overstappen op een elektrische auto kunnen subsidie krijgen uit een speciaal fonds. Ook komt er geld voor mensen die minder te besteden hebben, ook als gevolg van de inflatie. In dat fonds is ruim € 86 miljard beschikbaar.

De nieuwe klimaatwetten, waarvoor de regeringen van de lidstaten en het voltallige parlement nog wel definitief goedkeuring moeten geven, heeft de EU nodig om de klimaatdoelen te halen. Voor 2030 moet de CO2-uitstoot met 55 procent omlaag, zodat de EU in 2050 helemaal klimaatneutraal kan zijn.

CO2-certificaten

De kern van de maatregelen is het strenger maken en uitbreiden van het succesvolle systeem van CO2-certificaten voor vervuilers. Energiebedrijven en de industrie moesten de afgelopen jaren al zulke vergunningen hebben om broeikasgassen te mogen uitstoten. Elk jaar geeft de EU minder van die rechten uit om de uitstoot omlaag te brengen. Door de schaarste worden ze steeds duurder. Bedrijven moeten door het zogeheten emissiehandelssysteem (ETS) dus minder gaan uitstoten of meer betalen. De onderhandelaars hebben afgesproken om de emissies in de sectoren die onder het Europese emissiehandelssysteem vallen 62 procent terug te dringen voor 2030.

Een markt voor uitstootrechten komt er nu ook voor de broeikasgassen waarvoor het wegverkeer en gebouwen verantwoordelijk zijn. Burgers en bedrijven moeten gaan betalen voor de CO2 uit de uitlaat en de schoorsteen. Dat gaat via energiebedrijven en pompstations. Zij moeten betalen voor emissierechten en rekenen de kosten vervolgens door aan de klant die komt tanken of de gaskachel aanzet.

De EU wil voorkomen dat het zoveel van de eigen bedrijven vraagt dat die eraan onderdoor gaan. Daarom komt er ook een grensbelasting voor de invoer van een aantal klimaatonvriendelijke producten als staal en cement. Dat moet voorkomen dat Europese fabrikanten op de fles gaan of uitwijken naar een minder streng buitenland, wat banen kost en het klimaat niet verder helpt.

Bron: EU-nieuws, 18 december 2022

Bron: Taxence

Categories
news Uncategorized

Betaal voorlopige aanslag 2023 met dagtekening januari pas in 2023

De Belastingdienst raadt aan voorlopige aanslag 2023 pas te betalen na de dagtekening in 2023 om te voorkomen dat de Belastingdienst de bedragen terugstort.

Bij betalingen vóór de dagtekening kan het zijn dat de systemen van de Belastingdienst de betalingen niet kunnen verwerken.

De uiterste betaaldatum is afhankelijk van de betaalwijze. In de betaalinformatie staat de juiste uiterste datum waarop het totale voorlopige aanslagbedrag op de rekening van de Belastingdienst moet staan. Bij gebruik van termijnbetalingen, gelden de in de betaalinformatie vermelde uiterste betaaldata.

Bron: Forum Fiscaal Dienstverleners, 12 december 2022

Bron: Taxence

Categories
news Uncategorized

Niet schuiven met box 3-vermogen rondom peildatum!

In de Overbruggingswet box 3, die gaat gelden voor de jaren 2023 -2025 zijn regels opgenomen om peildatumarbitrage te voorkomen. Deze moet ervoor zorgen dat belastingplichtigen niet gaan schuiven met hun vermogen van een hogere naar de categorie met het laagste rendementspercentage. Die arbitrageperiode is drie maanden, houd hier rekening mee!

Omdat de nieuwe wetgeving over de box 3-heffing waarschijnlijk er pas per 2026 zal komen is er voor de jaren 2023-2025 een overbruggingswet (verdiepingsartikel) in elkaar gedraaid. Hierin is opgenomen dat de belastingheffing van box 3 gebaseerd gaat worden op de werkelijke samenstelling van het vermogen. Er komen 3 vermogenscategorieën: banktegoeden (hier valt ook contant geld onder), overige bezittingen en schulden. Voor iedere categorie geldt een afzonderlijk forfaitair rendementspercentage.

Bepalingen die peildatumarbitrage moeten voorkomen

In de wet zijn ook bepalingen opgenomen die peildatumarbitrage moeten voorkomen. Hiervan is sprake als belastingplichtigen rondom de peildatum van 1 januari binnen de vermogenscategorieën gaan schuiven om het vermogen in de categorie met het laagste forfaitair rendementspercentage (banktegoeden) te verhogen voor een minimale box 3-heffing. Dit kan bijvoorbeeld door overige bezittingen te verkopen en direct na de peildatum weer aan te kopen of schulden aan te gaan en deze na de peildatum terug te betalen. Om dit te voorkomen worden voor het berekenen van het box 3-voordeel  tijdelijke omzettingen van vermogensbestanddelen binnen een arbitrageperiode genegeerd. 

Periode van drie maanden

Bij de arbitrageperiode gaat het om een  aaneengesloten periode van drie maanden die start voor en eindigt na de peildatum. Dit wil zeggen dat de fiscus omzettingshandelingen voor 1 oktober en na 31 maart niet als arbitragehandelingen ziet. Er is ook geen sprake van een arbitragehandeling als er meer dan drie maanden tussen de omzetting en de oorspronkelijke transactie zitten.
Bij een omzetting van overige bezittingen in banktegoeden is er sprake van een arbitragehandeling als:

  • de waarde van de overige bezittingen op de peildatum lager is dan op een ander na de peildatum liggend moment in de arbitrageperiode; en
  • de waarde van de banktegoeden op enig moment in die periode maar na de peildatum lager is dan op de peildatum. 

Zakelijke overweging dan geen arbitrage van toepassing

Als een belastingplichtige kan aantonen dat er een  zakelijke overweging aan de omzettingshandeling ten grondslag ligt, is er geen sprake van peildatumarbitrage. De belastingplichtige moet die overweging wel aannemelijk kunnen maken als de inspecteur hierom vraagt.
Om vragen van en moeilijkheden met de fiscus te voorkomen over vermogensverschuivingen in box 3 is het dus verstandig om dit buiten de driemaandentermijn te doen.

Bron: BV Rendement