Categories
news Uncategorized

Betaal voorlopige aanslag 2023 met dagtekening januari pas in 2023

De Belastingdienst raadt aan voorlopige aanslag 2023 pas te betalen na de dagtekening in 2023 om te voorkomen dat de Belastingdienst de bedragen terugstort.

Bij betalingen vóór de dagtekening kan het zijn dat de systemen van de Belastingdienst de betalingen niet kunnen verwerken.

De uiterste betaaldatum is afhankelijk van de betaalwijze. In de betaalinformatie staat de juiste uiterste datum waarop het totale voorlopige aanslagbedrag op de rekening van de Belastingdienst moet staan. Bij gebruik van termijnbetalingen, gelden de in de betaalinformatie vermelde uiterste betaaldata.

Bron: Forum Fiscaal Dienstverleners, 12 december 2022

Bron: Taxence

Categories
news Uncategorized

Het minnelijk traject, voor ondernemers met schulden

Kun je je schulden niet meer betalen als ondernemer? Maak dan gebruik van een schuldenregeling. Een minnelijk traject is zo’n regeling. Hiermee onderzoek je eerst of je zelf je problemen kunt oplossen. Daarna maak je afspraken met je schuldeisers om je schulden buiten de rechter om binnen 36 maanden zoveel mogelijk af te lossen. Je gemeente of een gespecialiseerde schuldhulporganisatie helpen je hiermee. Lees hoe de regeling werkt en hoe jij er gebruik van maakt om van je schulden af te komen.

Wsnp of minnelijke regeling

In Nederland zijn er diverse manieren om als ondernemer van je schulden af te komen. Het bekendst is de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Voordat je een beroep doet op de Wsnp, moet je eerst proberen of je er samen met je schuldeisers uitkomt met onderlinge afspraken buiten de rechter om. Een minnelijke regeling heet dat. Lukt zo’n afspraak in eerste instantie niet omdat schuldeisers niet meewerken en dit onredelijk is? Dan kun je de rechter vragen een dwangakkoord aan je schuldeisers op te leggen waar ze akkoord mee moeten gaan. Lukt dat ook niet, dan kun je een beroep doen op de Wsnp.

Gemeente of schuldhulpbureau

Op basis van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) verlenen gemeenten schuldhulp aan particulieren en ondernemers met problematische schulden. Problematisch is het als je je zakelijke én privé rekeningen niet meer kunt betalen, en als schuldeisers dreigen met beslaglegging op je huis of goederen of met het aanvragen van je faillissement. Zwaagstra geeft aan: “De minnelijke regeling geldt voor natuurlijke personen zoals eigenaren van een eenmanszaak, zzp’ers, vennoten van een vennootschap onder firma, en directeur -groot aandeelhouders van een besloten vennootschap die door het bedrijf privé in de problemen zitten. Ondernemers met schulden kunnen ook direct naar een commerciële schuldhulpverlener gaan in plaats van naar de gemeente. De kosten voor de schuldhulp financier je dan meestal zelf, bijvoorbeeld via familie. Ga je naar de gemeente dan nemen die doorgaans de kosten voor een traject voor hun rekening. Gemeenten schakelen vaak ook schuldhulpbureaus in. De ervaring leert dat een traject via de gemeente vaak langer duurt.”

Intakegesprek

Na je aanmelding bij de gemeente of schuldhulpbureau volgt er een intakegesprek. Aanmelden kan telefonisch, via email of soms via Whatsapp. Tijdens dit gesprek geef je aan hoe hoog je schulden zijn, wie de schuldeisers zijn en zoek je samen uit welke aanpak het beste bij je situatie past. Lukt het niet om met ingrepen van bijvoorbeeld een boekhouder of een ondernemerscoach uit de financiële problemen te komen? Dan heb je gespecialiseerde hulp nodig. De gemeente schakelt hiervoor meestal ook specialisten in. Volgens Zwaagstra duurt het in normale gevallen een half jaar tot een jaar voordat alle afspraken met schuldeisers rond zijn en je met aflossing of betaling aan schuldeisers start.

Actieplan

Samen met de gemeente of schuldhulporganisatie maak je een actieplan. Hiermee ga je aan de slag om je schuldensituatie aan te pakken. Een belangrijk instrument uit dit actieplan is het minnelijk akkoord. Je brengt eerst nauwkeurig je schulden in kaart. De schuldhulpverlener moet een compleet overzicht hebben welke schulden daadwerkelijk afbetaald moeten worden om te beslissen om het bedrijf voort te zetten of om te stoppen. Denk hierbij aan belastingschulden, leveranciersschulden of die van zakelijke pand- en hypotheekrechten op bijvoorbeeld een bedrijfspand of op goederen en inventaris. Dit overzicht is belangrijk om te bepalen of je eventueel gebruik kunt maken van een saneringskrediet van de gemeente. Hiermee financier je je schuld door middel van een lening van de gemeente en betaal je je schuldeisers. Dit kan alleen als je bedrijf levensvatbaar is en er genoeg inkomsten te verwachten zijn. Geeft de gemeente geen lening dan moet je sparen om de schuldeisers stukje bij beetje af te betalen. De schuldhulpverlener stelt hiervoor een afbetalingsplan/akkoord op en legt dit voor aan de schuldeisers.
Zwaagstra benadrukt het belang van openheid van zaken. “Wees vanaf het begin volledig open en transparant over je financiën en verzwijg niets. Komt in een later stadium bijvoorbeeld naar boven dat er toch nog ergens vermogen is, dan kan dat alle plannen en latere afspraken met schuldeisers in de war gooien en ben je na alle inspanningen weer terug bij af. Ook is het zaak om schuldeisers niet te voor te trekken. Komen andere schuldeisers daar achter, dan werken ze niet meer mee aan een akkoord.”

Stoppen met je onderneming

Is de conclusie dat je moet stoppen omdat je onderneming niet levensvatbaar is? Dan onderzoekt de schuldhulpverlener hoeveel je van die schulden kunt terugbetalen aan je schuldeisers aan de hand van je persoonlijke en te verwachten situatie. Heb je of krijg je bijvoorbeeld een baan en ontvang je daaruit inkomsten? Het minnelijk akkoord houdt in dat geval in dat de schuldhulpverlener een voorstel aan de schuldeisers doet hoeveel je kunt sparen om in drie jaar zoveel mogelijk van je schulden af te lossen. Je krijgt een bedrag op bijstandsniveau om je vaste lasten te betalen en om van te leven. De rest gebruik je voor de aflossing aan je schuldeisers. Daarnaast doet de schuldhulpverlener een voorstel aan de schuldeisers om de rest van de schulden volledig kwijt te schelden na deze drie jaar. Finale kwijting heet dat. Gaan de schuldeisers hiermee akkoord, dan kun je beginnen met aflossen.

Doorgaan met je onderneming

Is je bedrijf levensvatbaar? Dit betekent dat je nu en in de toekomst voldoende inkomsten uit je bedrijf hebt om zakelijk en privé je vaste lasten te betalen. Ook moet er een bedrag overblijven voor de aflossing van schulden of lening. Dan onderzoekt de schuldhulpverlener hoeveel je kunt terugbetalen uit je bedrijfsinkomsten. Via de gemeente probeer je een lening voor de schulden te krijgen, een saneringskrediet. Met deze lening kun je de schulden, of een deel daarvan, direct aflossen. Dit hangt af van hoe hoog de lening is die je krijgt. Deze lening los je in termijnen af aan de gemeente met rente. Je bent dan wel van je schuldeisers af en je hebt grip en zicht op je financiële situatie omdat je alleen nog maar met de gemeente te maken hebt. Voor het eventuele restant van de schulden, probeert de schuldhulpverlener finale kwijting bij de schuldeisers te regelen. Gaan de schuldeisers akkoord met het voorstel? Dan kun je verder met ondernemen, je schulden betalen en aflossen bij de gemeente.

Dwangakkoord

De kans bestaat dat één of meerdere schuldeisers niet mee willen werken aan het voorstel van de schuldhulpverlener. Ze zijn niet verplicht om mee te werken. Het kan zijn dat de onderlinge relatie tussen jou en de schuldeisers ernstig is verstoord door je (financiële) situatie. Ook kunnen de schuldeisers het aangeboden bedrag of de aflossing te laag vinden en daardoor zelf in de problemen komen. Is dat het geval dan gaat een minnelijk akkoord niet door, want alle schuldeisers moeten meewerken. Wijzen één of meerdere schuldeisers het voorstel af, dan kun je bij de rechter een verzoek indienen om weigerachtige schuldeisers te dwingen om mee te doen. Een dwangakkoord heet dat. De rechter beoordeelt of de weigerende schuldeisers goede redenen hebben om het voorstel af te slaan. Zijn er geen goede redenen, dan beslist de rechter dat weigerende schuldeisers toch met het voorstel akkoord moeten gaan en kan het traject van start. Een dwangakkoord kan alleen worden opgelegd als het merendeel van de schuldeisers wél akkoord is gegaan.
“In de praktijk leidt 75 procent van alle minnelijke regelingen tot succes. Meer dan 50 procent van deze minnelijke akkoorden komt uiteindelijk tot stand door een dwangakkoord. Waarbij meer dan 95 procent van de aangevraagde dwangakkoorden wordt toegewezen. Een krachtig instrument dus om schulden op te lossen. De overige 25% van de minnelijke akkoorden die niet lukt, gaat door naar de Wsnp procedure”, aldus Zwaagstra.

Waar kijkt de rechter naar bij het toewijzen van een dwangakkoord:

  • Is het voorstel goed gedocumenteerd en gebaseerd op betrouwbare cijfers
  • Is het voorstel getoetst of opgesteld door een onafhankelijk en deskundige partij zoals een gemeentelijke kredietbank of professionele schuldhulporganisatie
  • Is duidelijk dat het aanbod het maximale is wat je van de schuldenaar kan vragen
  • Levert het dwangakkoord minimaal hetzelfde op als een Wsnp procedure
  • Als een schuldeiser niet het volledige deel krijgt, kom hij dan in de problemen
  • Wat is het aandeel van de weigerachtige schuldeiser op de totale schuld

Wsnp

Lukt een minnelijk akkoord niet en verleent de rechter ook geen dwangakkoord? Pas dan kun je Wsnp aanvragen bij de rechter. Dit kan ook met een verklaring van deskundigen of de gemeente dat een minnelijk traject op voorhand niet kansrijk is. Omdat er bijvoorbeeld helemaal geen kans is om schuldeisers over de streep te trekken. In de meeste gevallen moet je stoppen met je onderneming als je tot de Wsnp wordt toegelaten.

Soms blijven schuldenaren steken in het minnelijk traject. Om ook voor hen de toegang tot de Wsnp laagdrempeliger te maken, bestaat sinds 1 mei 2021 de mogelijkheid om rechtstreeks naar een specifieke groep bewindvoerders te stappen. Zij kunnen, na een mislukt minnelijk traject, ook een dwangakkoord of toegang tot de Wsnp aanvragen. Het aanvragen van een dwangakkoord door een Wsnp-bewindvoerder was al langer mogelijk, sinds 1 mei is er ook een pilot gestart voor de Wnsp-aanvraag. De Raad voor Rechtsbijstand vergoedt de kosten van deze procedures.

Wsnp is een wettelijke regeling waarbij een bewindvoerder aan de slag gaat om met schuldeisers afspraken te maken om de schulden af te lossen. Dit is een duurder traject omdat een bewindvoerder betaald moet worden en er gerechtelijke kosten zijn. Deze kosten betaal je uit wat je spaart, hierdoor ontvangen schuldeisers minder. Een rechter-commissaris controleert je bewindvoerder. Heb je een klacht over je Wsnp-traject, dan kun je terecht bij deze rechter-commissaris. Daarnaast ben je beperkt in je handelingsvrijheid en mag je bijvoorbeeld geen nieuwe schulden maken. Je moet je houden aan de afspraken die je met de bewindvoerder hebt gemaakt en hem op de hoogte houden van al je financiële ontwikkelingen. Je krijgt een vrij te laten bedrag om je vaste lasten te betalen en om van te leven. Dat is op bijstandsniveau. De rest van je inkomen wordt gebruikt om af te lossen. Dit traject duurt meestal 3 jaar, soms 5 jaar. Na deze termijn kun je zonder schulden en met een schone lei weer verder.

Update WSNP: De Tweede kamer is bezig met een wijziging van de Faillissementswet ter verbetering van de doorstroom van de gemeentelijke schuldhulpverlening naar de WSNP. Dit voorstel verlaagt de drempel om toegang te krijgen tot de WSNP. 

  • Op dit moment krijgen mensen die binnen tien jaar na een eerder WSNP-traject opnieuw in problematische schulden komen geen toegang tot de WSNP. Het voorstel geeft aan dat de rechter de mogelijkheid krijgt om mensen ook binnen die tien jaar wel opnieuw toe te laten tot de WSNP als zij buiten hun schuld opnieuw in financiële problemen zijn gekomen.
  • Als je problematische schulden hebt, moet je de afgelopen 5 jaar ‘te goeder trouw’ zijn geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van je schulden. Je hebt met goede en eerlijke bedoelingen geld geleend of uitgegeven en daarbij rekening gehouden met ál je inkomsten en uitgaven. Deze periode wordt verkort naar 3 jaar. 

Wanneer de aanpassingen in werking treden is nog niet bekend.

Belastingdienst

De Belastingdienst staat sinds 2021 ook open voor minnelijke schuldregelingen voor ondernemers. Dit was daarvoor alleen mogelijk voor particulieren. De Belastingdienst controleert bij het oplossen van de belastingschulden wel extra op de levensvatbaarheid van je bedrijf bij een schuldenvoorstel. Het meewerken van de Belastingdienst maakt de kans van slagen om al je schulden op te lossen groter.
Van 1 augustus 2022 tot 1 oktober 2023 neemt de Belastingdienst genoegen met een lagere opbrengst bij een minnelijk regeling. Tijdens deze periode neemt de Belastingdienst een concurrente positie in, in plaats van een voorrangspositie. De reden hiervoor is dat overige schuldeisers dan makkelijker akkoord gaan met een minnelijke regeling.

Hulp

Heb je problematische schulden of heb je signalen dat het op korte termijn financieel misgaat? Praat erover en kom zo snel mogelijk in actie. Gebruik het stappenplan of neem contact op met je gemeente of met een schuldhulpbureau (zoals CijferAdvies) om te onderzoeken wat je situatie is en welke mogelijkheden je hebt om je problemen op te lossen.

Een andere mogelijkheid om je schuldenprobleem op te lossen is via de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA). Bekijk de routekaart.

Bron: Kamer van Koophandel (KvK)

Categories
news Uncategorized

Wat houdt self-billing in voor zowel de opdrachtgever als de zzp’er?

Bij self-billing is het niet de zzp’er die de factuur opmaakt, maar de opdrachtgever. Hoe werkt dat dan precies, wat zijn de fiscale spelregels en waarom zou je daarvoor kiezen? Peter Bargon van ZP-desk legt het uit.

Self-billing wordt ook wel ‘reversed billing’ of ‘reverse billing’ genoemd. Hierbij wordt het facturatieproces omgedraaid en dat houdt in dat niet de zzp’er de factuur opmaakt, maar de opdrachtgever.

In het gebruikelijke proces stuurt de zzp’er de factuur naar de opdrachtgever en kan de opdrachtgever pas na ontvangst van de factuur controleren of de factuur goed is opgesteld. Als de factuur niet klopt dan moet er achteraf gecorrigeerd worden. De zzp’er dient twee correctiefacturen te maken, namelijk een creditfactuur voor de foutieve factuur en een nieuwe correcte factuur. Beide facturen moeten dan naar de opdrachtgever worden gestuurd.

In de praktijk komt het regelmatig voor dat facturen inhoudelijk niet juist zijn. Dit komt omdat zzp’ers zelfstandig hun eigen facturen opstellen en versturen. Omdat administratief werk voor veel zzp’ers niet hun specialisatie is, zijn deze facturen foutgevoelig. Het komt zelfs nog voor dat ingestuurde facturen niet voldoen aan de wettelijke eisen.

Hoe werkt self-billing?

In de praktijk werkt self billing vrij eenvoudig. De zzp’er registreert de gewerkte uren in het softwaresysteem van de opdrachtgever. De contractafspraken, zoals het uurtarief, zijn vooraf in het systeem van de opdrachtgever vastgelegd. De zzp’er hoeft dus alleen maar de gewerkte uren in te voeren. De uren worden vervolgens gecontroleerd door de opdrachtgever en na goedkeuring wordt er automatisch een factuur gegenereerd.

Regels voor self-billing

De belastingdienst staat het gebruik van self-billing toe, mits aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

  • De opdrachtgever en de zzp’er hebben beiden ingestemd met het toepassen van self-billing.
  • Op de factuur staat vermeld: “Factuur uitgereikt door afnemer”.
  • De zzp’er blijft aansprakelijk voor de juistheid van de factuur die de opdrachtgever opstelt.
  • Als de opdrachtgever een incorrecte factuur opstelt, dient de zzp’er de opdrachtgever hier tijdig van in kennis te stellen. De opdrachtgever kan dan een correcte factuur opstellen of de zzp’er kan zelf een vervangende factuur maken.
  • De zzp’er blijft verantwoordelijk voor de betaling van btw aan de Belastingdienst.
  • De factuur voldoet aan alle wettelijke eisen.

Voor- en nadelen van self-billing

Het self-billing proces biedt zowel voordelen als nadelen voor zowel de opdrachtgever als de zzp’er.

Voordelen opdrachtgever:

  • De opdrachtgever is in control doordat de geregistreerde uren door de opdrachtgever kunnen worden gemonitord en, indien nodig, tijdig kan worden bijgestuurd. Verrassingen achteraf zullen minder voorkomen.
  • Het proces is efficiënter en de kans op fouten zeer gering door digitalisering en controle vooraf.
  • Het terugsturen van foutieve facturen naar zzp’ers en het verwerken van correctiefacturen zal nagenoeg niet meer voorkomen en kan dus een hoop administratieve rompslomp voorkomen.

Nadelen opdrachtgever:

  • De zzp’ers dienen hun gewerkte uren dagelijks of wekelijks (afhankelijk van de afspraak) in het systeem van de opdrachtgever te registreren. Als dit niet gebeurt dan is de opdrachtgever nog steeds niet in control.
  • De opdrachtgever die met self-billing werkt verplicht zzp’ers vaak in te stemmen met self-billing. Dat is op zich niet onlogisch, omdat de opdrachtgever bij uitzonderingen anders niet volledig in control kan zijn. De kans is echter aanwezig dat een gekwalificeerde zzp’er niet wil instemmen met self-billing en daarom niet kan worden ingehuurd.

Voordelen zzp’er:

  • De zzp’er hoeft zelf geen facturen meer te maken en het sturen van correctiefacturen behoort ook tot het verleden en dat scheelt veel tijd die besteed kan worden aan declarabele uren.
  • Facturen kunnen sneller worden betaald, omdat er achteraf geen controle meer hoeft plaats te vinden door de opdrachtgever.

Nadelen zzp’er:

  • De zzp’er wordt vaak verplicht om in te stemmen met self-billing, want niet instemmen betekent in die gevallen geen opdracht.
  • De zzp’er blijft aansprakelijk voor de juistheid van de factuur die de opdrachtgever opstelt, maar omdat het proces is geautomatiseerd en de zzp’er zelf verantwoordelijk is voor het registreren van de uren is de foutkans erg gering. Desondanks is het controleren van de factuur altijd wel verstandig en kost maar een fractie van de tijd die anders aan het maken van een factuur besteed moet worden. Als deze niet juist is dient de zzp’er de opdrachtgever hier tijdig van in kennis te stellen. De opdrachtgever kan dan een correcte factuur opstellen of de zzp’er kan zelf een vervangende factuur maken.
  • Voor het versturen van de factuur is de opdrachtgever verantwoordelijk. Als door ziekte of vakantie de uren niet tijdig worden goedgekeurd dan zal de factuur pas later worden verstuurd en zal de betalingstermijn ook later ingaan.

Bron: Zipconomy – Auteur Peter Bargon

Categories
news Uncategorized

Niet schuiven met box 3-vermogen rondom peildatum!

In de Overbruggingswet box 3, die gaat gelden voor de jaren 2023 -2025 zijn regels opgenomen om peildatumarbitrage te voorkomen. Deze moet ervoor zorgen dat belastingplichtigen niet gaan schuiven met hun vermogen van een hogere naar de categorie met het laagste rendementspercentage. Die arbitrageperiode is drie maanden, houd hier rekening mee!

Omdat de nieuwe wetgeving over de box 3-heffing waarschijnlijk er pas per 2026 zal komen is er voor de jaren 2023-2025 een overbruggingswet (verdiepingsartikel) in elkaar gedraaid. Hierin is opgenomen dat de belastingheffing van box 3 gebaseerd gaat worden op de werkelijke samenstelling van het vermogen. Er komen 3 vermogenscategorieën: banktegoeden (hier valt ook contant geld onder), overige bezittingen en schulden. Voor iedere categorie geldt een afzonderlijk forfaitair rendementspercentage.

Bepalingen die peildatumarbitrage moeten voorkomen

In de wet zijn ook bepalingen opgenomen die peildatumarbitrage moeten voorkomen. Hiervan is sprake als belastingplichtigen rondom de peildatum van 1 januari binnen de vermogenscategorieën gaan schuiven om het vermogen in de categorie met het laagste forfaitair rendementspercentage (banktegoeden) te verhogen voor een minimale box 3-heffing. Dit kan bijvoorbeeld door overige bezittingen te verkopen en direct na de peildatum weer aan te kopen of schulden aan te gaan en deze na de peildatum terug te betalen. Om dit te voorkomen worden voor het berekenen van het box 3-voordeel  tijdelijke omzettingen van vermogensbestanddelen binnen een arbitrageperiode genegeerd. 

Periode van drie maanden

Bij de arbitrageperiode gaat het om een  aaneengesloten periode van drie maanden die start voor en eindigt na de peildatum. Dit wil zeggen dat de fiscus omzettingshandelingen voor 1 oktober en na 31 maart niet als arbitragehandelingen ziet. Er is ook geen sprake van een arbitragehandeling als er meer dan drie maanden tussen de omzetting en de oorspronkelijke transactie zitten.
Bij een omzetting van overige bezittingen in banktegoeden is er sprake van een arbitragehandeling als:

  • de waarde van de overige bezittingen op de peildatum lager is dan op een ander na de peildatum liggend moment in de arbitrageperiode; en
  • de waarde van de banktegoeden op enig moment in die periode maar na de peildatum lager is dan op de peildatum. 

Zakelijke overweging dan geen arbitrage van toepassing

Als een belastingplichtige kan aantonen dat er een  zakelijke overweging aan de omzettingshandeling ten grondslag ligt, is er geen sprake van peildatumarbitrage. De belastingplichtige moet die overweging wel aannemelijk kunnen maken als de inspecteur hierom vraagt.
Om vragen van en moeilijkheden met de fiscus te voorkomen over vermogensverschuivingen in box 3 is het dus verstandig om dit buiten de driemaandentermijn te doen.

Bron: BV Rendement

Categories
news Uncategorized

Definitieve tegemoetkomingen tweede periode NOW bekend

UWV heeft een register gepubliceerd met de definitieve tegemoetkomingen voor werkgevers die een aanvraag hebben gedaan voor de tweede periode van de NOW-maatregel die liep van juni tot en met september 2020.

In het register staat op welke tegemoetkoming werkgevers uiteindelijk recht hebben. Eerder publiceerde UWV al een register met de ontvangen voorschotbedragen.

Het register is te vinden op de website van UWV.

In de praktijk blijkt dat werkgevers het omzetverlies vaak te hoog hebben ingeschat, mogelijk omdat in deze periode, juni tot en met september 2020, veel coronamaatregelen versoepeld werden en bedrijven weer meer omzet konden maken. Ook kan er sprake zijn van een gedaalde loonsom. Een lager omzetverlies of een gedaalde loonsom kan leiden tot een terugvordering.

In de tweede periode NOW werd aan ruim 63.500 werkgevers een voorschot toegekend, in totaal zo’n € 4,3 miljard. Een klein deel van de werkgevers heeft de aanvraag weer ingetrokken en het voorschot terugbetaald vóór de vaststellingsperiode. Zij staan niet (meer) in het register. Van de overige 63.000 werkgevers is van ruim 87 % (55.000 werkgevers) nu ook de definitieve tegemoetkoming voor de tweede periode NOW bekend en gepubliceerd. Voor zo’n 8.000 werkgevers (13 procent) werkgevers geldt dat nog niet en ontbreekt dit bedrag dus nog in het register. Dit kan bijvoorbeeld zijn, omdat de aanvraag nog in behandeling is of er bijzondere omstandigheden voor uitstel waren.

Nabetaling € 302 miljoen, terugvordering ruim € 1,4 miljard

Van alle vaststellingen die nu in het register staan, leidt zo’n 29% tot een nabetaling door UWV. Deze bijna 16.000 werkgevers ontvangen in totaal nog een bedrag van € 302 miljoen. Bij zo’n 39.000 werkgevers (71 %) is sprake van een terugvordering, in totaal gaat dit om ruim € 1,4 miljard. Werkgevers die (een deel van) het voorschot moeten terugbetalen kunnen een ruime betalingsregeling treffen. Betalingsuitstel tot maximaal een jaar maakt ook onderdeel uit van de ruime terugbetalingsmogelijkheden.

Een relatief kleine groep heeft, ondanks herhaalde herinneringen door UWV, geen vaststelling aangevraagd en dus geen daadwerkelijk omzetverlies doorgegeven. UWV kan dan geen definitieve tegemoetkoming vaststellen. Ook dat leidt tot een zogenoemde nihilstelling waardoor ook deze werkgevers het volledige voorschot moeten terugbetalen.

Registers andere periodes volgen later

Eerder publiceerde UWV al de definitieve tegemoetkomingen voor de eerste periode NOW. Ook voor de andere NOW-periodes worden later de definitieve tegemoetkomingen toegevoegd aan de registers. UWV is nog geruime tijd bezig met de vaststellingen. UWV geeft verder geen nadere informatie over individuele werkgevers.

Bron: UWV, 23 november 2022

Bron: Taxence

Categories
news Uncategorized

Zes op de tien mkb’ers berekenen kostenstijging door

Om de fiks gestegen kosten voor energie en grondstoffen op te vangen, kiezen de meeste ondernemers ervoor om de prijzen voor afnemers te verhogen. Zes op de tien mkb’ers schuift de rekening door, blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het is daarmee een populairdere optie dan kosten besparen.

De flinke kostenstijgingen zijn momenteel de grootste kopzorgen in het bedrijfsleven. Onder dezelfde voorwaarden blijven leveren is dan financieel niet vol te houden voor veel ondernemers. In sommige gevallen is het mogelijk om eenzijdig de prijzen te verhogen (artikel). Maar dat moet wel goed dichtgetimmerd zijn, want in een recente zaak heeft de rechter een leverancier teruggefloten vanwege een prijsverhoging.

Gestegen kosten doorberekenen

Het CBS heeft begin oktober nagevraagd hoe ondernemers omgaan met de kostenstijging. Doorberekenen aan klanten en afnemers blijkt daarbij de populairste optie. Van de ondernemingen tot 250 werknemers rekent ruim 60% nu hogere prijzen. In het grootbedrijf (vanaf 250 werknemers) is dat een kleine 52%.
Daarmee krijgt doorberekenen meer stemmen dan zelf kosten besparen. Van de mkb’ers kiest bijna 21% voor het optimaliseren van bedrijfsprocessen om kosten te besparen en voor ‘overige’ kostenbesparingen zoals het CBS het categoriseert. Specifiekere opties zoals het wisselen van leverancier (6%), groter inkopen (3%) of overschakelen naar goedkopere grondstoffen (3%) zijn veel minder populair.

Investeren om toekomstbestendig te worden

Uit het onderzoek blijkt verder dat kleinere ondernemingen hun plannen voor investeringen in de ijskast zetten. De meerderheid van de kleine ondernemers verwacht voor 2023 een afname van de investeringen. Daarmee zijn zij opvallend negatief, want in het middenbedrijf (50 tot 250 werknemers) en het grootbedrijf verwachten ondernemers juist per saldo een toename van de investeringen.
Het CBS heeft ook gevraagd waar ondernemingen in investeren om toekomstbestendig te worden. Van de mkb’ers zegt overigens ruim 11% dat zij niet met dit doel investeren. De anderen steken het geld vooral in digitalisering en automatisering (29%), opleiden van personeel (25%) en maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid (22%).

Duurzaamheid en digitalisering vragen investeringen

Het CBS heeft de gegevens opgesteld in het kader van het rapport Staat van het mkb (pdf). Daarin peilt het Nederlands Comité voor Ondernemerschap jaarlijks hoe het Nederlandse mkb ervoor staat. Juist de investeringen staan dit jaar centraal in de rapportage. Want op het gebied van bijvoorbeeld op verduurzaming en digitalisering wordt er veel verwacht van ondernemers, en dat vraagt om investeringen. Het Comité – met onder meer koningin Máxima en Rabo-econoom Barbara Baarsma in de gelederen – pleit er daarom voor dat de politiek zorgt dat ondernemers bereid zijn om te investeren. Dat vraagt volgens het Comité duidelijk en stabiel politiek beleid, met een duidelijke routekaart voor de komende jaren.

Bron: BV Rendement

Categories
news Uncategorized

Youngtimer regeling: deze coole auto’s rijd je in 2023

Veel ondernemers kiezen voor een youngtimer omdat ze via de youngtimer regeling profiteren van een zeer aantrekkelijke bijtellingsregeling. Dat betekent geld besparen en tegelijkertijd een luxe auto rijden. Hoe werkt de youngtimer regeling? En wat zijn de voordelen?

Wat is een youngtimer?

Een youngtimer is een auto van tussen de 15 en 25 jaar. Vaak kun je voor een paar duizend euro een auto kopen die destijds als premium-model de deur uit is gegaan: bijvoorbeeld een luxe BMW of Mercedes met alles erop en eraan.

Als je er een koopt, koop er dan een waarvan de onderhoudshistorie bekend is en ga in zee met een betrouwbaar bedrijf. Dan ben je verzekerd van een prima auto zonder buitensporige kosten voor reparatie en onderhoud.

Als je een youngtimer rijdt, kom je in aanmerking voor een zeer aantrekkelijke bijtellingsregeling. Vandaar dat youngtimers zeer geliefd zijn bij ondernemers.

Youngtimer regeling: flink lagere bijtelling

Voor een youngtimer betaal je weliswaar een hoger bijtellingstarief dan voor ‘normale’ zakelijke auto’s, namelijk 35%. Maar dit tarief geldt voor de dagwaarde van de auto, dus niet voor de oorspronkelijke cataloguswaarde. Dat komt neer op een flink lagere bijtelling.

Dus stel dat je een Audi koopt van 15 jaar oud met een cataloguswaarde van € 100.000, dan betaal je 35% bijtelling over de dagwaarde van de auto: dat is vaak niet meer dan € 6.000 tot € 8.000. 

Kortom, dankzij de youngtimer regeling heb je lagere maandlasten dan wanneer je een nieuwe zakelijke auto zou rijden. Bovendien kun je rijden in een auto in een segment waar je voorheen alleen maar van kon dromen.

Er is ook een gereduceerd bijtellingstarief voor elektrische youngtimers: 17%. Het enige is dat er op dit moment nog maar weinig volledig elektrische youngtimers op de markt zijn.

Dagwaarde youngtimer bepalen

Om de te berekenen hoeveel bijtelling je betaalt, ga je uit van de dagwaarde van de auto. Hoe bepaal je de dagwaarde van je youngtimer? Er zijn tools om de dagwaarde van je auto te berekenen, maar die gaan meestal tot een leeftijd van 15 jaar. Om de exacte dagwaarde van je youngtimer te bepalen, moet je de auto laten taxeren. 

Je kunt ook een goede indicatie krijgen van de dagwaarde door te kijken naar de prijs waarvoor jouw model op het moment aangeboden wordt door autohandelaren. De Belastingdienst zegt over de dagwaarde van auto’s van ouder dan 15 jaar dat het ‘de prijs is die je normaal zou krijgen als je de auto verkoopt.’

Kosten youngtimer aftrekken van de winst

In de youngtimer regeling heb je ook nog alle voordelen van een zakelijke auto: alle kosten mag je aftrekken van je winst. Dus reparatie, benzine, tol, parkeergeld, de wasstraat en de wegenbelasting, elke cent brengt het bedrag waarover je belasting moet betalen verder omlaag.

Aan de andere kant tel je een piepkleine bijtelling bij je winst, en klaar is kees. De fiscus betaalt dus flink mee aan jouw auto. En dat scheelt heel veel geld.

Normale bijtelling 

Ter vergelijk: Hoe zit het normaal gesproken ook alweer met de bijtelling van zakelijke auto’s? Voor een auto met CO2-uitstoot moet je rekening houden met 22% bijtelling. Voor een auto zonder CO2-uitstoot, zoals een elektrische auto of een auto op waterstof, betaal je iets minder bijtelling: voor 2022 een tarief van 16% van de cataloguswaarde. Dit kortingstarief van 16% geldt tot een cataloguswaarde van € 35.000, daarboven betaal je 22% bijtelling. Dit kortingstarief gaat de komende jaren gelijkgetrokken worden met het normale tarief.

Nieuwe auto van de zaak

Een nieuwe auto van de zaak kan natuurlijk voordelen hebben, maar je weet dat je flink wat geld kwijt bent aan bijtelling. Bovendien verliest een nieuwe auto snel waarde: zodra die op jouw naam staat ben je al een groot deel van je geld kwijt.

Lees ook: Bijtelling berekenen nieuwe auto

Voorbeeldberekening youngtimer

Stel, je wilt een representatieve auto uit het hogere segment. Je zou een nieuwe Audi A6 Avant kunnen kopen, voor pakweg € 70.000. Ieder jaar tel je 22% (de reguliere bijtelling) van de catalogusprijs bij je winst voor het privégebruik: € 15.400. Aan de andere kant kun je jaarlijks € 8.000 afschrijven. Als we de overige kosten even buiten beschouwing laten, blijft er dus € 7.400 bijtelling over.

Je kunt echter ook een Audi A8 uit 2007 kopen. Je vindt een luxe-uitvoering met 150.000 kilometer op de teller, met de onderhoudsboekjes erbij. De auto blijkt altijd onderhouden te zijn door de dealer. Je betaalt € 6.000. De bijtelling bedraagt dan 35% over die dagwaarde, dus € 2.100 in het eerste jaar. Daar tegenover staat een afschrijving van misschien € 1.000 per jaar. In dit geval blijft er dus € 1.100 aan bijtelling over, een verschil van € 6.300.

Stel dat je in de hoogste belastingschijf valt, dan praten we dus over een fiscaal voordeel van ruim € 3.000 in het eerste jaar. De bijtelling voor je youngtimer neemt bovendien elk jaar af. De dagwaarde is immers leidend, en met elke dag en elke kilometer gaat die omlaag.

BTW-correctie marge-auto’s

Toch is de catalogusprijs van je youngtimer niet helemaal irrelevant. Als je namelijk btw-plichtig bent, vraag je de btw op autokosten terug. Aan de andere kant moet je het privégebruik voor de btw compenseren. Dat doe je als volgt.

Eerst moet je nagaan of je youngtimer een zogenoemde marge-auto is. Een marge-auto is gedurende zijn levensduur tenminste eenmaal in het bezit geweest van een particulier in Europa. Sindsdien wordt hij btw-vrij doorverkocht. Als er dus geen btw staat op de aankoopfactuur, dan heb je te maken met een marge-auto. Youngtimers zijn vrijwel altijd marge-auto’s.

Werkelijk gebruik

Voor marge-auto’s die zakelijk vermogen zijn maar ook privé gebruikt worden, moet je elk jaar 1,5% van de cataloguswaarde opnemen als btw voor privégebruik in de laatste aangifte van het jaar. Stel dat de youngtimer uit ons voorbeeld € 45.000 kostte. Dan tel je jaarlijks voor het privégebruik € 675 op bij de af te dragen btw.

Je hebt overigens ook de mogelijkheid om deze BTW-correctie te berekenen naar werkelijk privégebruik. Voor de btw telt woon-werkverkeer ook als privégebruik. In sommige gevallen kan dat voordeliger uitpakken. Daarover lees je meer op de website van de Belastingdienst. Ook vind je daar meer informatie over hoe je de BTW-correctie berekent in het zeldzame geval dat er nog wel btw zit op je youngtimer.

Youngtimers voor 2023

Elke jaar wordt een nieuwe groep auto’s 15 jaar. Welke leuke youngtimers kun je kiezen voor 2023? Er zijn weer heel wat nieuwe high end modellen waar je uit kunt kiezen. Een greep:

MERK EN MODEL

BOUWJAREN

YOUNGTIMER IN 2023

Alfa Romeo 159

2008-2012

2008

Alfa Romeo Brera 3.2 JTS V6 Q4

2008-2011

2008

BMW 7-serie 4-deurs, Sedan

2008-2012

2008

Honda Civic 4-deurs, Sedan (Hybride)

2008-2012

2008 (hybride)

Jaguar X-Type 4-deurs, Sedan

2008-2010

2008

Jaguar XF 4-deurs, Sedan

2008-2011

2008

Mazda 6 5-deurs, Hatchback

2008-2010

2008

Mercedes-Benz CLC 3-deurs, Coupé

2008-2011

2008

Mercedes-Benz CLS 4-deurs, Sedan

2008-2010

2008

Mercedes-Benz M-klasse 5-deurs, SUV

2008-2011

2008

Mitsubishi Lancer Sportback 5-deurs, Hatchback

2008-2016

2008

Peugeot 407 SW 5-deurs, Stationwagon

2008-2011

2008

Peugeot 407 Coupé 2-deurs, Coupé

2008-2009

2008

Volkswagen Golf 3-deurs, Hatchback

2008-2012

2008

Volvo XC60 5-deurs, SUV

2008-2013

2008

Audi S8 5.2 FSI QUATTRO PRO LINE +

2007-2010

2007, 2008

Audi A8 4-deurs, Sedan

2007-2010

2007, 2008

Audi A5 Coupé 2-deurs, Coupé,

2007-2011

2007, 2008

BMW 1-serie 3-deurs, Hatchback

2007-2012

2007, 2008

BMW 5-serie 4-deurs, Sedan

2007-2010

2007, 2008

Land Rover Range Rover 5-deurs, SUV

2005-2009

2005-2008

Land Rover Freelander 5-deurs, SUV

2007-2012

2007, 2008

Peugeot 607 4-deurs, Sedan

2005-2010

2005-2008

Renault Grand Espace 5-deurs, MPV

2006-2010

2006-2008

Saab 9-3 Sport Sedan 4-deurs, Sedan

2007-2010

2007, 2008

Volvo XC70 5-deurs, SUV

2007-2011

2007, 2008

Wat is de toekomst van de youngtimer regeling?

Dat is nog niet duidelijk. De klimaatdoelstellingen zijn wel duidelijk: in 2030 moet de CO2-uitstoot zo’n 55% minder zijn ten opzichte van 1998. Om die reden gaat het huidige systeem voor motorrijtuigenbelasting op de schop. Vanaf 2030 gaan automobilisten betalen naar gebruik om een bewuster gebruik van de auto te stimuleren. Deze veranderingen zullen ongetwijfeld ook invloed hebben op de youngtimer regeling. Maar tot die tijd kun je deze regeling benutten en voordelig in een mooie youngtimer rijden.

Bron: MKBservicedesk