Categorieën
news Uncategorized

Prinsjesdag 2023: De wetsvoorstellen rondom Vennootschappen, BV’s en Holdings

De wetsvoorstellen Voor Vennootschappen, BV’s en holdings staan op de planning. Tijdens Prinsjesdag 2023 heeft de overheid nieuwe wetsvoorstellen aangekondigd met betrekking tot de Vennootschapsbelasting (VPB). Bovendien wordt het schenken vanuit een vennootschap vereenvoudigd, maar de Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) ondergaat aanpassingen. Het thema excessief lenen komt opnieuw in de schijnwerpers te staan.

In dit artikel bespreken we de vier meest cruciale wetsvoorstellen van het Kabinet die de Vennootschap, BV en holding raken, en waarvan je als ondernemer op de hoogte moet zijn:

  1. VPB tarieven blijven ongewijzigd in 2024
  2. Wijzigingen in de regeling voor schenken vanuit een vennootschap
  3. Versoepeling van eisen aan bedrijfsopvolgingsfaciliteit
  4. Belangrijke Veranderingen in de Wet Excessief Lenen voor Ondernemers

1.VPB tarieven blijven ongewijzigd in 2024

Na een periode van aanzienlijke schommelingen, brengt 2024 wat stabiliteit met zich mee wat betreft de tarieven in de vennootschapsbelasting (VPB). Het lage VPB-tarief blijft gelijk met 2023 op 19% voor winsten tot €200.000. Voor winsten boven deze grens blijft het tarief 25,8%.

De Prinsjesdagstukken geven aan dat er voorlopig geen wijzigingen gepland zijn voor de VPB-tarieven. De ontwikkeling ziet er als volgt uit:

 

2021

2022

2023

2024

Laag tarief

15%

15%

19%

19%

Winstgrens

€45.000

€395.000

€200.000

€200.000

Hoog tarief

25%

25,8%

25,8%

25,8%

Minder winst valt onder het lage VPB-tarief

In 2021 en 2022 heeft de overheid de VPB-tarieven flink aangepast. Het lage tarief werd verlaagd naar 15%. Bovendien kwam er steeds meer winst in aanmerking voor dit lagere tarief, waarvan bijna vier ton in 2022. Afgelopen jaar werden de teugels strakker aangetrokken. De winstgrens werd bijna gehalveerd. Het lage tarief steeg daarnaast in één keer van 15% naar 19%. Voor 2024 lijken er voorlopig geen extra wijzigingen op komst, volgens de begroting. Dit betekent dat het kabinet niet de richtlijnen van het Centraal Planbureau volgt, dat rekent met een laag VPB-tarief van 19,7% en een winstgrens van €170.000.

In 2021 werden VPB-tarieven zelfs op het laatste moment gewijzigd

Het feit dat de begroting voor 2024 geen wijzigingen in de VPB-tarieven laat zien, betekent niet dat er niets kan veranderen. In 2021 wilde het toen demissionaire kabinet in eerste instantie niets veranderen aan de tarieven. Maar tijdens de begrotingsbehandeling wilde de Tweede Kamer alsnog voor €2 miljard aanpassingen aanbrengen. Om dit deels te financieren, werd het hoge VPB-tarief op het laatste moment verhoogd van 25% naar 25,8%. En als er snel een nieuw kabinet wordt gevormd, bestaat de mogelijkheid dat er nog veranderingen worden doorgevoerd in de tarieven voor het komende jaar.

2.Wijzigingen in de regeling voor schenken vanuit een vennootschap

Het kabinet introduceert een eenvoudiger systeem voor direct schenken vanuit een vennootschap. Dit betekent dat giften van de vennootschap aan een ANBI niet langer worden belast in box 2 of met dividendbelasting. Hierdoor wordt het aantrekkelijker om royale giften vanuit de vennootschap van de aanmerkelijkbelanghouder te doen. De giftenaftrek in de vennootschapsbelasting vervalt, waardoor giften niet meer fiscaal aftrekbaar zijn bij de winstberekening.

Desalniettemin blijven giften van de vennootschap aan een ANBI of SBBI vrijgesteld van schenkbelasting bij de ontvangende instelling. De voorgestelde wijzigingen, van kracht vanaf 1 januari 2024, omvatten: – Giften van de vennootschap aan een ANBI worden niet langer fiscaal aftrekbaar, zelfs niet onder het huidige maximum van 50% van de winst en €100.000. – Dergelijke giften worden niet beschouwd als inkomen in box 2, noch als opbrengst voor de dividendbelasting, tenzij de giften niet rechtstreeks door de vennootschap worden gedaan of als ze contante donaties als gunsten of bijdragen zijn.

De voorgestelde wijzigingen, die per 1 januari 2024 van kracht worden, omvatten:

  • Giften door een vennootschap aan een ANBI worden niet langer aftrekbaar, zelfs niet als deze minder bedragen dan het huidige wettelijke maximum van 50% van de winst en €100.000.
  • Het bedrag van dergelijke giften zal niet worden beschouwd als inkomen voor de aanmerkelijkbelanghouder in box 2, noch als opbrengst voor de dividendbelasting, tenzij de giften niet rechtstreeks door de vennootschap worden gedaan, bijvoorbeeld als ze afkomstig zijn van de aanmerkelijkbelanghouder zelf, of wanneer er sprake is van contante donaties als gunsten of bijdragen.

3.Versoepeling van eisen aan bedrijfsopvolgingsfaciliteit

De komende jaren ondergaan de fiscale regels voor bedrijfsopvolging wijzigingen. Het demissionaire kabinet heeft voorlopig 1 januari 2026 vastgesteld als de startdatum voor bepaalde aanpassingen, waaronder de versoepeling van de voorwaarden voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in de erf- en schenkbelasting.

Op Prinsjesdag presenteerde het demissionaire kabinet een apart wetsvoorstel om deze aanpassingen in de fiscale regelingen voor bedrijfsopvolging vast te leggen. De wijzigingen in de BOR van de Successiewet en de doorschuifregeling (DSR) van de inkomstenbelasting zijn opgesplitst in twee delen: een deel dat ingaat in 2024 en 2025, en een ander deel dat pas in 2026 van kracht wordt.

Aanpassing van de Bezitseis en Voortzettingseis in de BOR

In het Belastingplan van 2025, dat volgend jaar op Prinsjesdag wordt gepresenteerd, zullen de volgende ingrepen van toepassing zijn:

  • Vanaf 2026 geldt de BOR en DSR alleen nog voor reguliere aandelen, niet langer voor bijvoorbeeld opties op aandelen of winstbewijzen.
  • De bezitseis en voortzettingseis in de BOR worden aangepast. Momenteel vereist de BOR dat de opvolger de onderneming minstens 5 jaar voortzet. Bij schenking van een onderneming moet de schenker minstens 5 jaar eigenaar zijn geweest, en bij een erfenis is dat 1 jaar. Het kabinet overweegt nog hoe deze versoepeling er precies uit zal zien.
  • Het aanpakken van ongewenste constructies rondom de BOR staat eveneens op

    de agenda.

4.Belangrijke Veranderingen in de Wet Excessief Lenen voor Ondernemers

Voorheen maakten veel directeuren-grootaandeelhouders (DGA’s) gebruik van de mogelijkheid om geld uit hun vennootschap op te nemen via leningen of rekening-courantboekingen in plaats van dividenduitkeringen. Hierdoor hoefden DGA’s geen directe belasting te betalen, zoals bij dividenduitkeringen of het opnemen van een hoger salaris. Vanaf het belastingjaar 2023 belast de Belastingdienst echter dergelijke schulden.

Kort gezegd houdt deze wet in dat als de DGA en zijn partner samen op 31 december van enig jaar meer dan €700.000 aan schulden hebben bij de vennootschap, het extra bedrag wordt beschouwd als fictief dividend en onderworpen is aan 26,9% aanmerkelijk belangheffing.

Wijzigingen in 2024

Het Belastingplan 2024 bevat verdere aanpassingen aan de Wet Excessief Lenen. Een belangrijke verandering is dat een conserverende aanslag wordt opgelegd als een belastingplichtige na emigratie overmatige leningen aangaat bij een buitenlandse vennootschap. Er zijn ook wijzigingen met betrekking tot de verdeling van het maximale bedrag bij het beëindigen van een fiscaal partnerschap.

Categorieën
news Uncategorized

Prinsjesdag 2023: Belangrijke Wetsvoorstellen rondom EIA MIA en VAMIL

Investeringen in milieuvriendelijke en energiebesparende bedrijfsmiddelen zijn tegenwoordig een topprioriteit. Om dit te bevorderen, spelen de MIA- en Vamilregelingen (V&A) een cruciale rol in het aanmoedigen van milieu-investeringen door ondernemers.

Hier volgen de drie belangrijkste wetsvoorstellen van het Kabinet met betrekking tot de EIA, MIA en VAMIL die relevant kunnen zijn voor jou als ondernemer:

  1. Uitstel van Vervaldatum voor EIA, MIA en Vamil tot 1 januari 2029
  2. Verhoogde budget voor de MIA blijft sowieso nog twee jaar
  3. EIA-aftrekpercentage daalt naar 40% in 2024

1. Uitstel van Vervaldatum voor EIA, MIA en Vamil tot 1 januari 2029

Deze regelingen waren oorspronkelijk gepland om op 1 januari 2024 te eindigen, maar het Belastingplan 2024 verlengt de termijn tot 1 januari 2029. Dit biedt ondernemers meer tijd om gebruik te maken van de voordelen die deze regelingen bieden.

MIA- en VAMIL-percentages blijven constant in 2024

Voor 2024 blijven de percentages van de MIA ongewijzigd op 27%, 36%, en 45%. Deze regelingen bevorderen investeringen in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen, maar vergeet niet dat de MIA niet gecombineerd kan worden met de energie-investeringsaftrek (EIA).

Om aanspraak te maken op de MIA-regeling, dien je te investeren in bedrijfsmiddelen die vermeld staan in de Milieulijst van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Raadpleeg deze lijst en verkrijg extra informatie over de regelingen op www.rvo.nl/miavamil.

2. Verhoogde budget voor de MIA blijft sowieso nog twee jaar

Het verhoogde budget voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) blijft minstens nog twee jaar van kracht, zoals bevestigd door Staatssecretaris Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat. Het demissionaire kabinet gaat een onderzoek uitvoeren om te bepalen of de MIA moet blijven bestaan als fiscale regeling of dat deze omgezet moet worden naar een directe subsidie.

De MIA- en Vamilregelingen zijn ontworpen om investeringen in milieuvriendelijke initiatieven van ondernemers aan te moedigen. De percentages voor de MIA zijn daarom in 2022 aanzienlijk verhoogd en bedragen momenteel 27% (was 13,5%), 36% (was 27%) en 45% (was 36%). Met de Vamil-regeling kunnen investeringen op elk willekeurig moment worden afgeschreven, met een beperking van 75%. Om van deze regelingen gebruik te kunnen maken, dienen bepaalde voorwaarden te worden nageleefd.

MIA en Vamil zijn doeltreffend

Uit de vijfjaarlijkse evaluatie blijkt dat de MIA en Vamil regelingen effectief zijn gebleken. In de periode van 2017 tot 2021 zijn er bijna €11 miljard geïnvesteerd in milieuvriendelijke projecten. Het evaluatierapport bevat het voorstel om het verhoogde budget voor de MIA (gericht op het verduurzamen van het mkb) structureel voort te zetten, met een begroting van €48 miljoen in 2024 en €50 miljoen vanaf 2025. Het kabinet heeft besloten om dit voorstel voor de komende twee jaar te accepteren.

Milieulijst actualiseren

De onderzoekers stellen voor om de doeltreffendheid van belastingvoordelen in vergelijking met directe subsidies, vooral voor de MIA, nader te onderzoeken. Ze bevelen ook aan om de Milieulijst strenger te actualiseren en de uitgifte van goedkeuringen onder te brengen bij RVO. Het kabinet zal werken aan het verbeteren van de Milieulijst en vervolgonderzoek uitvoeren op basis van deze suggesties.

3. EIA-aftrekpercentage daalt naar 40% in 2024

De EIA is bedoeld voor ondernemers die willen investeren in energiezuinige verbeteringen voor hun bedrijf. Het kabinet heeft eerder dit jaar aangekondigd dat zowel het bedrag dat je kunt aftrekken als het maximale investeringsbedrag per bedrijf vanaf 2024 omlaag zouden gaan. In het Belastingplan staat nu dat het percentage wordt verlaagd naar 40%. Hierdoor worden de overschrijdingen van het beschikbare budget in voorgaande jaren verkleind, met €45 miljoen in 2024, €50 miljoen in 2025 en €55 miljoen in 2026.

Voorwaarden om van de EIA te profiteren

Om aanspraak te maken op de EIA zijn er enkele voorwaarden waaraan voldaan moet worden:

  • Het investeringsbedrag moet minimaal €2.500 per bedrijfsmiddel bedragen.
  • Het bedrijfsmiddel mag niet eerder zijn gebruikt.
  • Het bedrijfsmiddel moet vermeld staan op de Energielijst.

EIA blijft zeker tot 1 januari 2029

Uit eerdere onderzoeken blijkt dat de Energie-investeringsaftrek (EIA) goed werkt om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, hoewel niet iedereen er evenveel baat bij heeft. De onderzoekers stellen voor om de EIA toegankelijker te maken voor kleinere bedrijven. Het kabinet is het hiermee eens en wil de EIA in ieder geval tot 1 januari 2029 voortzetten. Tegen die tijd zal worden besloten of de regeling wordt behouden of vervangen door directe subsidies. In 2024 zal het kabinet de Tweede Kamer informeren over deze beslissing.

Categorieën
news Uncategorized

Prinsjesdag 2023: Belangrijke Wetsvoorstellen voor Fiscale Aftrekposten

De gebeurtenissen op Prinsjesdag 2023 hebben geleid tot enkele wijzigingen rondom fiscale aftrekposten die van belang zijn voor ondernemers in Nederland. Hoewel er door de politieke situatie geen ingrijpende veranderingen zijn doorgevoerd, zijn er toch enkele aanpassingen die het vermelden waard zijn.

Hier volgen de vier belangrijkste wetsvoorstellen met betrekking tot fiscale aftrekposten die relevant kunnen zijn voor jou als ondernemer:

  1. MKB-Winstvrijstelling Verlaagd
  2. Zelfstandigenaftrek Verminderd
  3. Verhoogde Onbelaste Reiskostenvergoeding
  4. Onveranderde WBSO-Regeling

Wetsvoorstellen rondom fiscale aftrekposten Prinsjesdag 2023

1.MKB-Winstvrijstelling Verlaagd

De MKB-winstvrijstelling, die de belastbare winst vermindert na andere aftrekposten, wordt in 2024 verlaagd van 14% naar 12,7%. Deze regeling zal voornamelijk ondernemers met een relatief hoog inkomen beïnvloeden en wordt automatisch toegepast bij de aangifte inkomstenbelasting.

2.Zelfstandigenaftrek Verminderd

De zelfstandigenaftrek, beschikbaar voor ondernemers die voldoen aan het urencriterium van minimaal 1.225 uur per jaar, wordt in 2024 met € 1.280 verlaagd tot € 3.750. Deze verlaging zal aanzienlijk meer ondernemers treffen, aangezien het een van de meest voordelige fiscale regelingen is. De zelfstandigenaftrek zal de komende jaren verder afnemen tot € 900 in 2027.

3.Verhoogde Onbelaste Reiskostenvergoeding

Voor ondernemers die hun privéauto zakelijk gebruiken, is er goed nieuws. De onbelaste kilometervergoeding die je mag aftrekken van je winst stijgt in 2024 van 21 naar 23 cent per kilometer. Dit kan leiden tot lagere winsten en dus ook lagere inkomstenbelastingen. Hoewel het om een bescheiden stijging gaat, kan het een compensatie bieden voor de gestegen brandstofprijzen.

4.Onveranderde WBSO-Regeling

De Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) blijft ongewijzigd voor 2024. Deze regeling, die innovatieve organisaties ondersteunt, blijft populair onder Nederlandse mkb-ondernemingen. In de eerste schijf van de WBSO kunnen organisaties 32% van hun S&O-loonkosten tot € 350.000 aftrekken van de loonbelasting (40% voor starters). Boven € 350.000 geldt een tarief van 16%.

Dankzij de WBSO kunnen organisaties onderzoek doen naar innovatieve ideeën en projecten. De regeling is populair gebleken, vooral voor investeringen in slimme en duurzame energieoplossingen in 2022. Om in aanmerking te komen voor WBSO-subsidie, moeten organisaties aan bepaalde voorwaarden voldoen en kunnen zij een aanvraag indienen via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Deze wetsvoorstellen zijn bedoeld om het fiscale beleid met betrekking tot motorrijtuigenbelasting te herzien en in lijn te brengen met veranderende behoeften en milieudoelstellingen.

Categorieën
news Uncategorized

Prinsjesdag 2023: De wetsvoorstellen rondom auto ‘s

In dit artikel lees je over Prinsjesdag 2023: De 6 wetsvoorstellen rondom auto ‘s die relevant kunnen zijn voor jouw als ondernemer:

  1. Vaste voet bpm verhogen
  2. Teruggaaf bpm geldtransport beëindigen
  3. Herziening van Motorrijtuigenbelastingtarieven voor Milieuvriendelijke Brandstoffen en Vrijstelling van MRB voor OV-autobussen
  4. Bijtelling elektrische auto blijft gelijk in 2024
  5. Drempelkorting geldig tot en met 2025
  6. Benzineaccijns

Wetsvoorstellen rondom auto ’s Prinsjesdag 2023

1. Vaste voet bpm verhogen

De Belasting op Personenauto’s en Motorrijwielen (BPM) bestaat uit twee delen: een vast bedrag en een variabel bedrag. Vanaf 1 januari 2025 zal het vaste bedrag van de BPM met €200 worden verhoogd. Deze wijziging is opgenomen in het Wetsvoorstel Belastingplan 2024.

De BPM is een belasting die wordt geheven bij de registratie van een auto in Nederland, wat betekent dat deze van toepassing is bij de aankoop van een nieuwe auto. De hoogte van de BPM wordt bepaald door zowel een vast bedrag (de vaste voet) als een variabel bedrag, afhankelijk van de CO2-uitstoot van de auto. Het kabinet heeft in de Voorjaarsnota 2023 aangekondigd dat het de adoptie van emissievrije personenauto’s wil bevorderen en subsidies wil verstrekken voor de aankoop van tweedehands elektrische auto’s. Natuurlijk brengt dit kosten met zich mee. Om deze subsidies te financieren, heeft het kabinet besloten om het vaste bedrag van de BPM vanaf 2025 met €200 te verhogen.

2. Teruggaaf bpm geldtransport beëindigen

Het kabinet wil dat eigenaren van dergelijke voertuigen aan te moedigen om eerder kiezen voor een milieuvriendelijker alternatief. Daarom hebben ze besloten om de regeling stop te zetten, waardoor vanaf 2026 meer mensen voor deze milieuvriendelijke optie zullen kiezen en het belastingstelsel eenvoudiger wordt.

3. Herziening van Motorrijtuigenbelastingtarieven (mrb-tarief) voor Milieuvriendelijke Brandstoffen en Vrijstelling van MRB voor OV-autobussen

Het plan behelst het stopzetten van het verlaagde mrb-tarief vanaf 1 januari 2026, zodat eigenaren van voertuigen die gebruikmaken van milieuvriendelijke brandstoffen voldoende tijd hebben om zich aan te passen. Het Kabinet stelt voor om 1 januari 2030 als begindatum vast te stellen voor het beëindigen van de vrijstelling van MRB voor openbaarvervoerauto’s.

Daarnaast omvat het plan de volgende maatregelen:

  • Het inkorten van de voordelige mrb-tarieven voor kampeerauto’s.
  • Aanpassingen aan de regeling voor oldtimers met betrekking tot mrb.
  • Beëindiging van het kwarttarief mrb voor paardentransport.
  • De invoering van een naheffing voor buitenlandse ingezetenen.

Deze voorgestelde wijzigingen beogen het fiscale beleid met betrekking tot motorrijtuigenbelasting te herzien en aan te passen aan veranderende behoeften en milieudoelstellingen.

4. Bijtelling elektrische auto blijft gelijk in 2024

In 2024 blijft de korting op de bijtelling voor het privégebruik van volledig elektrische auto’s onveranderd op het 6%-punt staan. Dit betekent dat de bijtelling voor het derde opeenvolgende jaar stabiel blijft op 16%. Deze percentages zijn al geruime tijd vastgesteld.

De Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord heeft aanzienlijke invloed gehad op de bijtelling voor het privégebruik van zakelijke auto’s. Deze wet heeft bepaald dat de korting op de bijtelling geleidelijk wordt afgebouwd. Voor het jaar 2024 blijft de huidige korting van 6%-punt echter van kracht, zoals vastgelegd in de wet. Vanaf 2025 treedt er echter een verandering op. Vanaf dat jaar wordt een korting van 5%-punt toegepast, wat betekent dat de bijtelling stijgt van 16% naar 17%.

5. Drempelkorting geldig tot en met 2025

De zogenaamde ‘cap’, het deel van de catalogusprijs waarop de korting van toepassing is, blijft in 2024 opnieuw vastgesteld op €30.000. Deze drempelkorting blijft behouden tot en met 2025. Voor elk bedrag boven deze drempel geldt een bijtellingspercentage van 22%. Vanaf 2026 zal deze vorm van subsidie voor emissievrije auto’s volledig worden afgebouwd, zoals overeengekomen in het Klimaatakkoord.

6. Benzineaccijns

In de begeleidende brief bij het Belastingplan 2024 stelt Van Rij dat, gezien de aanzienlijke inkomstenderving die gepaard gaat met het verlengen van de verlaagde benzineaccijns en gezien de demissionaire status van het Kabinet, er is besloten om de verlaging niet voort te zetten. Dat betekent dat we vanaf 2024 weer meer gaan betalen voor o.a. benzine en diesel.

Categorieën
news Uncategorized

Hoe kun je zwart werken voorkomen als je een beetje bijklust?

Moet je belasting betalen als je af en toe oppast, klust, of freelancet? Het antwoord is ja. Of je nu bijklust in de horeca, schoonmaakt bij mensen thuis, of je creatieve producten verkoopt, al deze extra inkomsten moeten worden aangegeven bij de Belastingdienst. Het is een misverstand dat een bepaalde hoeveelheid bijverdienen zonder belastingaangifte mag worden gehouden. In deze blog gaan we dieper in op hoe je legaal kunt bijverdienen zonder in de problemen te komen met de belastingdienst en eventuele uitkeringen in gevaar te brengen.

Misverstand over bijverdienen

Er bestaat een misverstand dat zowel ondernemers, werknemers als uitkeringsgerechtigden tot een bepaald bedrag zwart mogen bijverdienen. In werkelijkheid mag je zoveel bijverdienen als je wilt, zolang je dit maar opgeeft bij de inkomstenbelasting. Houd er rekening mee dat extra inkomsten gevolgen kunnen hebben voor de hoogte van eventuele uitkeringen.

Hoeveel belasting je betaalt over deze extra inkomsten hangt af van je persoonlijke situatie en je overige inkomen. Als je een laag inkomen hebt, betaal je weinig of geen belasting over je bijverdiensten.

Aangifte doen voor extra inkomsten

Het bedrag dat je verdient met bijverdiensten moet je aangeven als ‘inkomsten uit overige werkzaamheden’ in je aangifte inkomstenbelasting. Je mag de kosten die je hebt gemaakt in verband met deze bijverdiensten, zoals reiskosten, aftrekken van dit bedrag.

Als je bijverdient en je doet hier geen aangifte van, dan moet je alsnog belasting betalen als de Belastingdienst hierachter komt. Daarnaast riskeer je een boete.

Bijverdienen en inschrijven bij de Kamer van Koophandel (KVK)

Als je zo nu en dan bijverdient, is het meestal niet nodig om je in te schrijven bij de Kamer van Koophandel (KVK). Maar het kan voorkomen dat je toch wel erg lekker begint bij te verdienen. Wie weet is een bedrijf starten en gebruik maken van de KOR regeling dan juist interessant. Bespaart je ook een hoop gedoe met de belastingdienst.

Categorieën
news Uncategorized

Aanvraagtermijn voor toeslagen 2022 sluit op 1 september 2023

Het is opmerkelijk dat één op de drie ondernemers geen huur- of zorgtoeslag aanvraagt, hoewel dit met terugwerkende kracht kan worden gedaan. Ondernemers hebben ook recht op deze toeslagen. Dus heb je dit nog niet gedaan? De deadline voor het aanvragen van huur- en zorgtoeslag voor 2022 is 1 september 2023. Voor kinderopvangtoeslag geldt een termijn van drie maanden voor aanvraag.

Zowel particulieren als ondernemers die recht hebben op zorg- en huurtoeslag voor 2022 moeten deze vóór 1 september 2023 aanvragen. Individuen die gebruikmaken van een intermediair en die onder de becon-regeling vallen met hun inkomstenbelastingaangifte, hebben even lang uitstel voor de genoemde toeslagen in 2022 als voor hun inkomstenbelastingaangifte in 2022. Als dit uitstel afloopt vóór 1 september 2023, dan wordt deze datum tevens de uiterste aanvraagdatum voor de toeslagen in 2022.

Benieuwd of je recht hebt op huur- of zorgtoeslag voor 2022?

Bij de Dienst Toeslagen kun je een proefberekening maken om te bepalen of je in aanmerking komt voor huur- of zorgtoeslag voor het jaar 2022. Je kunt ook altijd contact op nemen met je CijferAdviseur die deze toeslagen bij je IB gelijk aan kan vragen.

Bron: Dienst Toeslagen en Belastingdienst brochure Beconregeling 2022

Categorieën
news Uncategorized

Energiebesparingsplicht: dit moet je voor 2023 regelen

Verbruikt jouw bedrijf meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 gas? Dan moet je alle energiebesparende maatregelen nemen die je binnen 5 jaar kunt terugverdienen. Heb je een kantoorpand, dan moet je vanaf 2023 zelfs minimaal energielabel C hebben. Voorkom boetes of verplichte sluiting van je kantoor en ga direct aan de slag met onderstaande maatregelen. Wat kun je zelf oppakken en wat moet je laten uitvoeren?

Om de opwarming van de aarde zoveel mogelijk tegen te gaan wil Nederland voor 2030 55% minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990. In 2050 is dit zelfs 95% minder. Ondernemers krijgen daarom met steeds meer maatregelen te maken. De energiebesparingsplicht is daar een van en geldt als je bedrijf meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 gas per jaar verbruikt. Ter vergelijking: dat is meer dan twintig keer het elektriciteits- en gasverbruik van een gemiddeld Nederlands huishouden. Verbruik je minder, dan geldt deze plicht niet voor jou.

Energiebesparingsplicht 2023

Vanaf 2023 moet ieder kantoorpand van minimaal 100 m2 verplicht energielabel C hebben. Heb je dat niet, dan mag je het pand niet meer als kantoor gebruiken en kun je een boete krijgen van maximaal 81.000 euro. “Er worden boetes uitgedeeld uit aan bedrijven die na verschillende waarschuwingen nog steeds niet voldoen aan de energiebesparingsplicht”, aldus Rob van der Rijt, oprichter van Klimaatplein.com.

Gemeenten controleren of ondernemers aan de energiebesparingsplicht voldoen. Het kabinet heeft daar extra geld voor vrijgemaakt. Heeft jouw kantoorpand nog geen energielabel C? Zorg dat je concrete plannen om te verduurzamen klaar hebt liggen. De kans is dan groter dat je bij een controle van de gemeente eerst een waarschuwing krijgt in plaats van een boete. “En als je kunt aantonen dat je van plan bent om grootschalig te renoveren, dan zijn uitzonderingen mogelijk”, zegt Rob van der Rijt, oprichter van Klimaatplein.com. “Het is bijvoorbeeld niet rendabel om nu je verlichting te vervangen door ledverlichting als je over 2 jaar je hele pand gaat renoveren, waarmee je in een keer van energielabel G naar A gaat.”

Informatieplicht energiebesparing

Geldt de energiebesparingsplicht voor jou? Dan heb je sinds 2019 ook een informatieplicht. Je geeft een keer in de vier jaar door welke energiebesparende maatregelen je hebt genomen. Dit doe je via het eLoket van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Erkende maatregelenlijst

Welke energiebesparende maatregelen je moet nemen is afhankelijk van je bedrijfstak. Op de website van RVO vind je erkende maatregelenlijsten voor energiebesparing voor 19 bedrijfstakken. Daarin staat waaraan je met jouw bedrijf moet voldoen.

Let op: investeringen in het vergroenen van energie, bijvoorbeeld in zonnepanelen of een warmtepomp gelden niet als energiebesparend. Je vermindert daarmee namelijk niet je energieverbruik. Alle goedgekeurde maatregelen dragen actief bij aan het verminderen van je elektriciteits- en/of aardgasverbruik.

Energiebesparende maatregelen nemen

Een aantal maatregelen kun je zelf uitvoeren, voor andere zul je externe hulp moeten inschakelen. Hiervoor geldt: hoe sneller je deze inplant hoe beter. Er is namelijk een groot tekort aan installatiemonteurs en de verwachting is dat dit de komende jaren verdubbelt tot 40.000 mensen, meldt Nu.nl. Door de tekorten in de branche lopen wachttijden op.

Zelf uitvoeren

Met een paar relatief eenvoudige ingrepen maak je je bedrijf een stuk duurzamer. En bespaar je direct op je energieverbruik.

Plaats tijdschakelaars

Plaats tijdschakelaars op je verlichting en ventilatie- en stookinstallaties. Zo zorg je dat je het bedrijfspand niet onnodig verwarmt en koelt buiten werktijden. En branden er geen lampen terwijl niemand aan het werk is.

Tijdschakelaars kun je ook toevoegen op andere apparatuur, zoals kopieermachines en printers. Die staan vaak dag en nacht aan, terwijl oudere machines ook in ruststand ongemerkt flink wat energie verbruiken.

Bespaar op verlichting

Vervang je verlichting door energiezuinige ledverlichting. Ledlampen gaan langer mee en verbruiken 5 keer minder stroom dan halogeen. Plaats bewegingssensors zodat je ruimtes die niemand gebruikt niet onnodig verlicht.

Voorkom tocht

Heb je een pand waar bezoekers of medewerkers veel in- en uitlopen? Plaats dan deurdrangers op buitendeuren zodat ze na gebruik automatisch sluiten.

Heb je een winkelpand, dan kun je ook op je energiekosten besparen door de deur dicht te houden. Uit verschillende tests van brancheorganisatie INretail blijkt dat die besparing kan oplopen tot veertig procent én dat een gesloten deur er niet voor zorgt dat klanten wegblijven.

Laten uitvoeren

Voor complexe of specialistische energiebesparingsmaatregelen heb je vakmensen nodig.

Bedrijfspand isoleren

Is je bedrijfspand niet goed geïsoleerd, dan verdwijnt veel warmte of kou via de muren. Laat daarom je spouwmuur isoleren. Daarnaast zorg je met goede isolatie van je warmwaterleidingen voor vermindering van warmteverlies.

Vervang dubbel glas

Laat enkel of dubbel glas vervangen door hoogrendementsglas. Zijn je kozijnen ook toe aan vervanging? Kies dan voor HR+++ glas. Dit driedubbele glas isoleert het allerbest, maar is niet te plaatsen in dubbel glas kozijnen. Zijn je kozijnen nog goed, dan kun je kiezen voor HR++ glas. Dit isoleert veel beter dan normaal dubbel glas en kun je gewoon in je huidige kozijnen laten plaatsen.

Maak gebruik van energiesubsidie

Investeer je met je bedrijf in energiebesparende maatregelen, kijk dan of je gebruik kunt maken van de regeling energie-investeringsaftrek (EIA). Met deze regeling kun je 45,5% van de investeringskosten van de energiebesparende maatregelen aftrekken van je winst. Hiermee verlaagt je fiscale winst, wat gemiddeld een voordeel van 11% oplevert. Houd er rekening mee dat de EIA alleen geldt voor maatregelen die voorkomen op de goedgekeurde energielijst van RVO en alleen in te zetten is voor investeringen van minstens 2.500 euro. Bekijk alle voorwaarden bij RVO.

Bron: Kamer van Koophandel (KvK)

Categorieën
news Uncategorized

Vragen over Belastingplan 2023

Staatssecretaris Van Rij biedt de Eerste Kamer de memories van antwoord aan behorende bij het pakket Belastingplan 2023.

BOR

De vrijstelling in de BOR is recent door het CPB geëvalueerd. Een kabinetsreactie volgt nog dit jaar waarbij het kabinet zal ingaan op wat nodig is om te voldoen aan de afspraken uit het coalitieakkoord. Het kabinet komt in het voorjaar van 2023 met een invulling van de taakstellende opdracht inzake belastingconstructies.

Afschaffen middelingsregeling

In de evaluatie van de middelingsregeling is geconcludeerd dat zowel de doeltreffendheid als de doelmatigheid van de middelingsregeling beperkt is. De doeltreffendheid wordt beperkt door de invoering van het tweeschijvenstelsel, waardoor het merendeel van de belastingplichtigen geen progressienadeel als gevolg van de tariefschijven meer ervaart.

Beperken 30%-regeling

Door de onbelaste vergoeding binnen de 30%-regeling voor hogere inkomens te maximeren, zal de 30%-regeling beter aansluiten bij het vergoeden van de daadwerkelijk gemaakte extraterritoriale kosten (ETK), waardoor de 30%-regeling doeltreffender en doelmatiger wordt. Door aan te sluiten bij de Balkenende-norm mag bij toepassing van de 30%-regeling maximaal € 64.800 (30% van € 216.000) onbelast worden vergoed.
Bij het hanteren van een lagere aftoppingsgrens dan de voorgestelde € 216.000 (bedrag 2022) zal het aantal ingekomen werknemers dat door de maatregel wordt geraakt toenemen. Bij het genoemde bedrag gaat om circa 4.400 werknemers. Dit aantal zal stijgen naar ruim 9.000 werknemers bij een aftoppingsgrens van € 150.000 en naar circa 20.000 bij een aftoppingsgrens van € 100.000.

Verlagen schijfgrens vennootschapsbelasting naar € 200.000 en verhogen laag tarief naar 19%

De aanpassing van de schijfgrens en de verhoging van het lage Vpb-tarief wordt gebruikt als dekking voor het omvangrijke koopkrachtpakket en het verlagen van de lasten op arbeid. In 2024 wordt het lage Vpb-tarief geëvalueerd. Afhankelijk van de uitkomst van die evaluatie zal het kabinet bezien of er aanleiding is of en zo ja, welke aanpassingen dan nodig zouden zijn ter zake van het lage Vpb-tarief.

Verhogen algemene tarief overdrachtsbelasting van 8% naar 10,4%

De evaluatie van deze wet staat gepland voor 2024. Een eerdere evaluatie is niet mogelijk omdat 2023 het eerst volledige jaar is waarover voldoende relevante data beschikbaar zijn om de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze wet te onderzoeken. De verdere verhoging (van 8% naar 10,4%) die met dit Belastingplan wordt voorgesteld, zal bij deze evaluatie worden meegenomen. De resultaten van deze evaluatie zullen naar verwachting in 2025 beschikbaar komen en worden gedeeld. Het Kadaster heeft een daling van het aandeel beleggers bij woningverkrijgingen gesignaleerd sinds de inwerkingtreding van de Wet differentiatie ovb. Deze daling bewijst niet direct de effectiviteit van de maatregel.

Aanpassen giftenaftrek voor periodieke giften

Uit de aangiften 2019 en 2020 (de meest recente cijfers) blijkt dat het aantal zeer hoge periodieke giften is toegenomen en is geconstateerd dat er tegenover die giften eveneens uitzonderlijk hoge inkomens staan die in grote mate – zo niet volledig – worden verlaagd door de giftenaftrek. Daarbij is de vraag, en niet zozeer de stelling, meegewogen of bij dergelijk zeer hoge giften de vrijgevigheid bij de schenker vooropstaat of veeleer de wens om zo min mogelijk belasting te betalen. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen giften aan verschillende soorten ANBI’s. Het plafond is van toepassing op de totale som aan periodieke giften die in een kalenderjaar zijn gedaan door het huishouden (belastingplichtige en eventuele fiscaal partner).

Bron: Aanbiedingsbrief Memories van antwoord pakket Belastingplan, nr. 2022-0000286985, Ministerie van Financien, 25 november 2022

Bron: Taxence