Categorieën
news Uncategorized

Omzetverlies aanpakken: 7 praktische tips voor ondernemers

Veel ondernemers hebben helaas de harde realiteit van omzetverlies moeten doorstaan. Klanten blijven weg, rekeningen stapelen zich op, en financiële zorgen nemen toe. Als jij je hierin herkent, ben je niet alleen. Het goede nieuws is dat er manieren zijn om deze uitdagingen aan te gaan en je bedrijf weer op de weg naar herstel te zetten.

In dit artikel delen we zeven praktische tips om omzetverlies aan te pakken en je bedrijf weer financieel gezond te maken. Deze adviezen helpen je om grip te krijgen op de situatie, verlies om te buigen naar winst en je bedrijf te laten floreren. Voor ernstige gevallen is er de Intensive Care voor Ondernemers van CijferAdvies.  

Lees verder om te ontdekken hoe je deze stappen kunt inzetten en je zo de wind weer in de zeilen krijgt.

1. Breng je huidige situatie in kaart

Bekijk de bedrijfssituatie van nu. Gebruik hiervoor de KVK Zwaar weer routewijzer of ga het gesprek aan met je boekhouder. Met de routewijzer ontdek je of er voor je bedrijf nog kansen liggen voor financieel herstel. Geef antwoord op de vragen en gebruik het stappenplan dat bij je bedrijf past.

De Toekomstcheck laat zien hoe je bedrijf er financieel voor staat. En geeft een voorspelling voor de komende twaalf maanden.  Wil je meer inzicht in je financiën? Dan kun je altijd bellen met je CijferAdviseur.

2. Zie omzetverlies voor wat het is

Pieker je ’s nachts en blijf je maar malen over de toekomst van je bedrijf? Vaak begint financieel herstel met het simpelweg erkennen van de problemen. Het is cruciaal om je geldzorgen serieus te nemen. Als ze terecht zijn, is het tijd om actie te ondernemen. Het aanpakken van financiële zorgen voorkomt bijvoorbeeld dat de bank je krediet opeist.

3. Er is meer mogelijk dan je denkt

Houd je blik op de horizon gericht. Je kunt dit alleen doen of samen met een ervaren kapitein, oftewel een externe adviseur. Misschien zijn er nog marktkansen die je gemist hebt? De wind kun je niet veranderen, maar je zeilen kun je nog verzetten. Door middel van een nieuw verdienmodel bijvoorbeeld.

Er is ook veel te regelen met bestaande kredieten, crediteuren en alternatieve financiering. Duik niet te snel in de schuldsanering. Er is meer mogelijk dan je denkt. Vervolgens zijn er nog regelingen zoals het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). De Bbz is er om inkomstenondersteuning of een lening af te sluiten. Raadpleeg je boekhouder bij vragen.

4. Laat schulden niet uit de hand lopen

Schulden kunnen hardnekkig zijn. Ze verdwijnen ook niet vanzelf. Onze Intensive Care voor ondernemers bij CijferAdvies staat klaar voor de meest urgente situaties. We kunnen je een begeleid traject op maat aanbieden, aangepast aan jouw specifieke situatie. Onze gespecialiseerde adviseurs staan tot je beschikking om samen met jou de meest geschikte aanpak te bepalen.

Daarnaast hebben we verschillende juridische instrumenten tot onze beschikking, zoals de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA). Met behulp van deze regeling kunnen we schulden herstructureren terwijl je bedrijfsactiviteiten gewoon doorgaan. Als er een akkoord wordt bereikt via de WHOA, kun je met een frisse start verder gaan.

Als je liever je bedrijfsactiviteiten onveranderd voortzet, biedt een ‘Minnelijk Traject‘ een alternatieve route. Dit traject is ontworpen om je bedrijf stabiel te houden in financieel zwaar weer. Als echter blijkt dat deze aanpak niet leidt tot de gewenste resultaten, kun je altijd terugvallen op de ‘Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP)‘. Dit is vaak de beste keuze voor ondernemers met een eenmanszaak, vof, cv of maatschap en biedt de mogelijkheid om je schulden gecontroleerd af te wikkelen zonder faillissement.

5. Vraag uitstel aan

Ademruimte is kostbaar. Het geeft je de tijd om bepaalde zaken om te gooien. Die tijd kan het verschil maken tussen faillissement of een herstart. Kun je bijvoorbeeld na de belastingaangifte andere belastingen niet betalen? Dan is het aanvragen van uitstel of een betalingsregeling verstandig. Het is van cruciaal belang om je belastingaangifte tijdig in te dienen. Dit voorkomt onnodig hoge schattingen en boetes. Als je je medewerkers niet meer kunt voorzien van hun loon, is het belangrijk om betalingsonmacht bij het UWV te melden. Wees op tijd, zo voorkom je verdere problemen.

6. De levensvatbaarheid van je bedrijf beoordelen

Als de problemen zich blijven opstapelen, is het tijd om te beoordelen of je bedrijf nog levensvatbaar is. De beslissing om te stoppen met ondernemen is nooit gemakkelijk. Toch is het verstandig om deze optie serieus te overwegen als de vooruitzichten voor je bedrijf somber blijven. Als je tot de conclusie komt dat je bedrijf niet langer levensvatbaar is, is het belangrijk om de financiële schade zoveel mogelijk te beperken. Ook hier zijn er vaak meer mogelijkheden dan je denkt.

7. Aarzel niet en vraag om hulp!

Het is slim om financiële problemen niet te lang te laten voortduren. Wanneer schulden blijven oplopen, wordt terugbetalen steeds ingewikkelder. Wacht daarom niet langer en zoek nu hulp bij je financiële problemen. CijferAdvies staat klaar om je te ondersteunen en samen met jou de beste oplossing voor je bedrijf te vinden. Neem vandaag nog contact met ons op en zet de eerste stap naar financieel herstel.

Categorieën
news Uncategorized

Coronabelastingschulden blijven een zorg voor kleine bedrijven

Kleine en middelgrote ondernemingen zoeken steeds vaker hulp bij de Belastingdienst, want zij worstelen met het afbetalen van hun belastingschuld. Staatssecretaris Van Rij werpt licht op de actuele situatie rondom coronabelastingschulden.

De vooruitzichten geven aanleiding tot bezorgdheid: we verwachten dat in de nabije toekomst meer bedrijven een beroep zullen doen op saneringsverzoeken en het aantal faillissementen zal stijgen. Het midden- en kleinbedrijf kampt het meest met betaalachterstanden.

Op 25 september 2023 bedroeg de openstaande schuld in de betalingsregeling nog €13,2 miljard, wat ongeveer 28% is van het oorspronkelijke bedrag waarvoor uitstel was verleend. Er is een groep van 27.000 ondernemers die nog niks hebben afgelost. Deze groep heeft ook nog geen concrete hulpvraag gesteld aan de Belastingdienst of hulpverlenende organisaties. Een deel heeft ook meerdere betalingstermijnen gemist. Een kleinere groep heeft de regeling verloren vanwege het niet nakomen van hun lopende verplichtingen. Later in oktober 2023 verwachten worden er nog eens ongeveer 8.000 intrekkingen verwacht.

Achterstanden in de coronabetalingsregeling

Elf maandelijkse aflossingstermijnen zijn verstreken sinds het begin van de betalingsregeling. Op 1 oktober 2023 hebben ongeveer 60.000 ondernemers (23%) in de coronabetalingsregeling betalingsachterstanden. Staatssecretaris Van Rij doet een oproep aan deze ondernemers die tot nu toe geen actie hebben ondernomen, om contact op te nemen met de Belastingdienst of andere hulpverlenende organisaties voor mogelijke ondersteuning.

Medio november 2023 ontvangt een nieuwe groep van 30.000 ondernemers een waarschuwingsbrief. Dat heeft te maken met structurele betalingsachterstanden in de coronabetalingsregeling of nieuwe verplichtingen. Ze moeten binnen 14 dagen actie ondernemen om intrekking van de coronabetalingsregeling te voorkomen. De brief benadrukt dat ondernemers in alle fasen, inclusief na het dwangbevel, nog steeds hulp kunnen vragen.

Saneringsverzoeken en ontbrekende informatie

Bij saneringsverzoeken van ondernemingen met betalingsproblemen merkt de Belastingdienst op dat in veel gevallen niet alle benodigde gegevens worden verstrekt. De Belastingdienst neemt een soepele houding aan bij de beoordeling van saneringsverzoeken. Ze kunnen alleen niet meewerken aan verzoeken van bedrijven die niet voldoen aan de gestelde voorwaarden in de regelgeving.

De Intensive Care voor ondernemers met schulden

CijferAdvies staat klaar om ondernemers te ondersteunen die worstelen met coronabelastingschulden. Onze missie is om te laten zien dat faillissement niet altijd de enige optie is. Vaak zijn er meer mogelijkheden dan ondernemers zich realiseren. Met de juiste begeleiding en een doordachte aanpak, kunnen bedrijven hun financiële gezondheid herstellen en een solide toekomst opbouwen. We fungeren als de financiële huisarts voor ondernemers, bieden inzichten, advies en ondersteuning om hen door deze uitdagende tijden te loodsen en te helpen hun onderneming nieuw leven in te blazen. Wacht niet tot het te laat is, neem contact met ons op en ontdek wat er voor jouw bedrijf mogelijk is.

Bron: Kamerbrief Stand van zaken coronabelastingschuld, nr. 2023-0000230436, Ministerie van Financiën, 16 oktober 2023

Categorieën
news Uncategorized

Prinsjesdag 2023: De wetsvoorstellen rondom Vennootschappen, BV’s en Holdings

De wetsvoorstellen Voor Vennootschappen, BV’s en holdings staan op de planning. Tijdens Prinsjesdag 2023 heeft de overheid nieuwe wetsvoorstellen aangekondigd met betrekking tot de Vennootschapsbelasting (VPB). Bovendien wordt het schenken vanuit een vennootschap vereenvoudigd, maar de Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) ondergaat aanpassingen. Het thema excessief lenen komt opnieuw in de schijnwerpers te staan.

In dit artikel bespreken we de vier meest cruciale wetsvoorstellen van het Kabinet die de Vennootschap, BV en holding raken, en waarvan je als ondernemer op de hoogte moet zijn:

  1. VPB tarieven blijven ongewijzigd in 2024
  2. Wijzigingen in de regeling voor schenken vanuit een vennootschap
  3. Versoepeling van eisen aan bedrijfsopvolgingsfaciliteit
  4. Belangrijke Veranderingen in de Wet Excessief Lenen voor Ondernemers

1.VPB tarieven blijven ongewijzigd in 2024

Na een periode van aanzienlijke schommelingen, brengt 2024 wat stabiliteit met zich mee wat betreft de tarieven in de vennootschapsbelasting (VPB). Het lage VPB-tarief blijft gelijk met 2023 op 19% voor winsten tot €200.000. Voor winsten boven deze grens blijft het tarief 25,8%.

De Prinsjesdagstukken geven aan dat er voorlopig geen wijzigingen gepland zijn voor de VPB-tarieven. De ontwikkeling ziet er als volgt uit:

 

2021

2022

2023

2024

Laag tarief

15%

15%

19%

19%

Winstgrens

€45.000

€395.000

€200.000

€200.000

Hoog tarief

25%

25,8%

25,8%

25,8%

Minder winst valt onder het lage VPB-tarief

In 2021 en 2022 heeft de overheid de VPB-tarieven flink aangepast. Het lage tarief werd verlaagd naar 15%. Bovendien kwam er steeds meer winst in aanmerking voor dit lagere tarief, waarvan bijna vier ton in 2022. Afgelopen jaar werden de teugels strakker aangetrokken. De winstgrens werd bijna gehalveerd. Het lage tarief steeg daarnaast in één keer van 15% naar 19%. Voor 2024 lijken er voorlopig geen extra wijzigingen op komst, volgens de begroting. Dit betekent dat het kabinet niet de richtlijnen van het Centraal Planbureau volgt, dat rekent met een laag VPB-tarief van 19,7% en een winstgrens van €170.000.

In 2021 werden VPB-tarieven zelfs op het laatste moment gewijzigd

Het feit dat de begroting voor 2024 geen wijzigingen in de VPB-tarieven laat zien, betekent niet dat er niets kan veranderen. In 2021 wilde het toen demissionaire kabinet in eerste instantie niets veranderen aan de tarieven. Maar tijdens de begrotingsbehandeling wilde de Tweede Kamer alsnog voor €2 miljard aanpassingen aanbrengen. Om dit deels te financieren, werd het hoge VPB-tarief op het laatste moment verhoogd van 25% naar 25,8%. En als er snel een nieuw kabinet wordt gevormd, bestaat de mogelijkheid dat er nog veranderingen worden doorgevoerd in de tarieven voor het komende jaar.

2.Wijzigingen in de regeling voor schenken vanuit een vennootschap

Het kabinet introduceert een eenvoudiger systeem voor direct schenken vanuit een vennootschap. Dit betekent dat giften van de vennootschap aan een ANBI niet langer worden belast in box 2 of met dividendbelasting. Hierdoor wordt het aantrekkelijker om royale giften vanuit de vennootschap van de aanmerkelijkbelanghouder te doen. De giftenaftrek in de vennootschapsbelasting vervalt, waardoor giften niet meer fiscaal aftrekbaar zijn bij de winstberekening.

Desalniettemin blijven giften van de vennootschap aan een ANBI of SBBI vrijgesteld van schenkbelasting bij de ontvangende instelling. De voorgestelde wijzigingen, van kracht vanaf 1 januari 2024, omvatten: – Giften van de vennootschap aan een ANBI worden niet langer fiscaal aftrekbaar, zelfs niet onder het huidige maximum van 50% van de winst en €100.000. – Dergelijke giften worden niet beschouwd als inkomen in box 2, noch als opbrengst voor de dividendbelasting, tenzij de giften niet rechtstreeks door de vennootschap worden gedaan of als ze contante donaties als gunsten of bijdragen zijn.

De voorgestelde wijzigingen, die per 1 januari 2024 van kracht worden, omvatten:

  • Giften door een vennootschap aan een ANBI worden niet langer aftrekbaar, zelfs niet als deze minder bedragen dan het huidige wettelijke maximum van 50% van de winst en €100.000.
  • Het bedrag van dergelijke giften zal niet worden beschouwd als inkomen voor de aanmerkelijkbelanghouder in box 2, noch als opbrengst voor de dividendbelasting, tenzij de giften niet rechtstreeks door de vennootschap worden gedaan, bijvoorbeeld als ze afkomstig zijn van de aanmerkelijkbelanghouder zelf, of wanneer er sprake is van contante donaties als gunsten of bijdragen.

3.Versoepeling van eisen aan bedrijfsopvolgingsfaciliteit

De komende jaren ondergaan de fiscale regels voor bedrijfsopvolging wijzigingen. Het demissionaire kabinet heeft voorlopig 1 januari 2026 vastgesteld als de startdatum voor bepaalde aanpassingen, waaronder de versoepeling van de voorwaarden voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in de erf- en schenkbelasting.

Op Prinsjesdag presenteerde het demissionaire kabinet een apart wetsvoorstel om deze aanpassingen in de fiscale regelingen voor bedrijfsopvolging vast te leggen. De wijzigingen in de BOR van de Successiewet en de doorschuifregeling (DSR) van de inkomstenbelasting zijn opgesplitst in twee delen: een deel dat ingaat in 2024 en 2025, en een ander deel dat pas in 2026 van kracht wordt.

Aanpassing van de Bezitseis en Voortzettingseis in de BOR

In het Belastingplan van 2025, dat volgend jaar op Prinsjesdag wordt gepresenteerd, zullen de volgende ingrepen van toepassing zijn:

  • Vanaf 2026 geldt de BOR en DSR alleen nog voor reguliere aandelen, niet langer voor bijvoorbeeld opties op aandelen of winstbewijzen.
  • De bezitseis en voortzettingseis in de BOR worden aangepast. Momenteel vereist de BOR dat de opvolger de onderneming minstens 5 jaar voortzet. Bij schenking van een onderneming moet de schenker minstens 5 jaar eigenaar zijn geweest, en bij een erfenis is dat 1 jaar. Het kabinet overweegt nog hoe deze versoepeling er precies uit zal zien.
  • Het aanpakken van ongewenste constructies rondom de BOR staat eveneens op

    de agenda.

4.Belangrijke Veranderingen in de Wet Excessief Lenen voor Ondernemers

Voorheen maakten veel directeuren-grootaandeelhouders (DGA’s) gebruik van de mogelijkheid om geld uit hun vennootschap op te nemen via leningen of rekening-courantboekingen in plaats van dividenduitkeringen. Hierdoor hoefden DGA’s geen directe belasting te betalen, zoals bij dividenduitkeringen of het opnemen van een hoger salaris. Vanaf het belastingjaar 2023 belast de Belastingdienst echter dergelijke schulden.

Kort gezegd houdt deze wet in dat als de DGA en zijn partner samen op 31 december van enig jaar meer dan €700.000 aan schulden hebben bij de vennootschap, het extra bedrag wordt beschouwd als fictief dividend en onderworpen is aan 26,9% aanmerkelijk belangheffing.

Wijzigingen in 2024

Het Belastingplan 2024 bevat verdere aanpassingen aan de Wet Excessief Lenen. Een belangrijke verandering is dat een conserverende aanslag wordt opgelegd als een belastingplichtige na emigratie overmatige leningen aangaat bij een buitenlandse vennootschap. Er zijn ook wijzigingen met betrekking tot de verdeling van het maximale bedrag bij het beëindigen van een fiscaal partnerschap.

Categorieën
news Uncategorized

Prinsjesdag 2023: Belangrijke Wetsvoorstellen rondom EIA MIA en VAMIL

Investeringen in milieuvriendelijke en energiebesparende bedrijfsmiddelen zijn tegenwoordig een topprioriteit. Om dit te bevorderen, spelen de MIA- en Vamilregelingen (V&A) een cruciale rol in het aanmoedigen van milieu-investeringen door ondernemers.

Hier volgen de drie belangrijkste wetsvoorstellen van het Kabinet met betrekking tot de EIA, MIA en VAMIL die relevant kunnen zijn voor jou als ondernemer:

  1. Uitstel van Vervaldatum voor EIA, MIA en Vamil tot 1 januari 2029
  2. Verhoogde budget voor de MIA blijft sowieso nog twee jaar
  3. EIA-aftrekpercentage daalt naar 40% in 2024

1. Uitstel van Vervaldatum voor EIA, MIA en Vamil tot 1 januari 2029

Deze regelingen waren oorspronkelijk gepland om op 1 januari 2024 te eindigen, maar het Belastingplan 2024 verlengt de termijn tot 1 januari 2029. Dit biedt ondernemers meer tijd om gebruik te maken van de voordelen die deze regelingen bieden.

MIA- en VAMIL-percentages blijven constant in 2024

Voor 2024 blijven de percentages van de MIA ongewijzigd op 27%, 36%, en 45%. Deze regelingen bevorderen investeringen in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen, maar vergeet niet dat de MIA niet gecombineerd kan worden met de energie-investeringsaftrek (EIA).

Om aanspraak te maken op de MIA-regeling, dien je te investeren in bedrijfsmiddelen die vermeld staan in de Milieulijst van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Raadpleeg deze lijst en verkrijg extra informatie over de regelingen op www.rvo.nl/miavamil.

2. Verhoogde budget voor de MIA blijft sowieso nog twee jaar

Het verhoogde budget voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) blijft minstens nog twee jaar van kracht, zoals bevestigd door Staatssecretaris Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat. Het demissionaire kabinet gaat een onderzoek uitvoeren om te bepalen of de MIA moet blijven bestaan als fiscale regeling of dat deze omgezet moet worden naar een directe subsidie.

De MIA- en Vamilregelingen zijn ontworpen om investeringen in milieuvriendelijke initiatieven van ondernemers aan te moedigen. De percentages voor de MIA zijn daarom in 2022 aanzienlijk verhoogd en bedragen momenteel 27% (was 13,5%), 36% (was 27%) en 45% (was 36%). Met de Vamil-regeling kunnen investeringen op elk willekeurig moment worden afgeschreven, met een beperking van 75%. Om van deze regelingen gebruik te kunnen maken, dienen bepaalde voorwaarden te worden nageleefd.

MIA en Vamil zijn doeltreffend

Uit de vijfjaarlijkse evaluatie blijkt dat de MIA en Vamil regelingen effectief zijn gebleken. In de periode van 2017 tot 2021 zijn er bijna €11 miljard geïnvesteerd in milieuvriendelijke projecten. Het evaluatierapport bevat het voorstel om het verhoogde budget voor de MIA (gericht op het verduurzamen van het mkb) structureel voort te zetten, met een begroting van €48 miljoen in 2024 en €50 miljoen vanaf 2025. Het kabinet heeft besloten om dit voorstel voor de komende twee jaar te accepteren.

Milieulijst actualiseren

De onderzoekers stellen voor om de doeltreffendheid van belastingvoordelen in vergelijking met directe subsidies, vooral voor de MIA, nader te onderzoeken. Ze bevelen ook aan om de Milieulijst strenger te actualiseren en de uitgifte van goedkeuringen onder te brengen bij RVO. Het kabinet zal werken aan het verbeteren van de Milieulijst en vervolgonderzoek uitvoeren op basis van deze suggesties.

3. EIA-aftrekpercentage daalt naar 40% in 2024

De EIA is bedoeld voor ondernemers die willen investeren in energiezuinige verbeteringen voor hun bedrijf. Het kabinet heeft eerder dit jaar aangekondigd dat zowel het bedrag dat je kunt aftrekken als het maximale investeringsbedrag per bedrijf vanaf 2024 omlaag zouden gaan. In het Belastingplan staat nu dat het percentage wordt verlaagd naar 40%. Hierdoor worden de overschrijdingen van het beschikbare budget in voorgaande jaren verkleind, met €45 miljoen in 2024, €50 miljoen in 2025 en €55 miljoen in 2026.

Voorwaarden om van de EIA te profiteren

Om aanspraak te maken op de EIA zijn er enkele voorwaarden waaraan voldaan moet worden:

  • Het investeringsbedrag moet minimaal €2.500 per bedrijfsmiddel bedragen.
  • Het bedrijfsmiddel mag niet eerder zijn gebruikt.
  • Het bedrijfsmiddel moet vermeld staan op de Energielijst.

EIA blijft zeker tot 1 januari 2029

Uit eerdere onderzoeken blijkt dat de Energie-investeringsaftrek (EIA) goed werkt om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, hoewel niet iedereen er evenveel baat bij heeft. De onderzoekers stellen voor om de EIA toegankelijker te maken voor kleinere bedrijven. Het kabinet is het hiermee eens en wil de EIA in ieder geval tot 1 januari 2029 voortzetten. Tegen die tijd zal worden besloten of de regeling wordt behouden of vervangen door directe subsidies. In 2024 zal het kabinet de Tweede Kamer informeren over deze beslissing.

Categorieën
news Uncategorized

Prinsjesdag 2023: Belangrijke Wetsvoorstellen voor Fiscale Aftrekposten

De gebeurtenissen op Prinsjesdag 2023 hebben geleid tot enkele wijzigingen rondom fiscale aftrekposten die van belang zijn voor ondernemers in Nederland. Hoewel er door de politieke situatie geen ingrijpende veranderingen zijn doorgevoerd, zijn er toch enkele aanpassingen die het vermelden waard zijn.

Hier volgen de vier belangrijkste wetsvoorstellen met betrekking tot fiscale aftrekposten die relevant kunnen zijn voor jou als ondernemer:

  1. MKB-Winstvrijstelling Verlaagd
  2. Zelfstandigenaftrek Verminderd
  3. Verhoogde Onbelaste Reiskostenvergoeding
  4. Onveranderde WBSO-Regeling

Wetsvoorstellen rondom fiscale aftrekposten Prinsjesdag 2023

1.MKB-Winstvrijstelling Verlaagd

De MKB-winstvrijstelling, die de belastbare winst vermindert na andere aftrekposten, wordt in 2024 verlaagd van 14% naar 12,7%. Deze regeling zal voornamelijk ondernemers met een relatief hoog inkomen beïnvloeden en wordt automatisch toegepast bij de aangifte inkomstenbelasting.

2.Zelfstandigenaftrek Verminderd

De zelfstandigenaftrek, beschikbaar voor ondernemers die voldoen aan het urencriterium van minimaal 1.225 uur per jaar, wordt in 2024 met € 1.280 verlaagd tot € 3.750. Deze verlaging zal aanzienlijk meer ondernemers treffen, aangezien het een van de meest voordelige fiscale regelingen is. De zelfstandigenaftrek zal de komende jaren verder afnemen tot € 900 in 2027.

3.Verhoogde Onbelaste Reiskostenvergoeding

Voor ondernemers die hun privéauto zakelijk gebruiken, is er goed nieuws. De onbelaste kilometervergoeding die je mag aftrekken van je winst stijgt in 2024 van 21 naar 23 cent per kilometer. Dit kan leiden tot lagere winsten en dus ook lagere inkomstenbelastingen. Hoewel het om een bescheiden stijging gaat, kan het een compensatie bieden voor de gestegen brandstofprijzen.

4.Onveranderde WBSO-Regeling

De Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) blijft ongewijzigd voor 2024. Deze regeling, die innovatieve organisaties ondersteunt, blijft populair onder Nederlandse mkb-ondernemingen. In de eerste schijf van de WBSO kunnen organisaties 32% van hun S&O-loonkosten tot € 350.000 aftrekken van de loonbelasting (40% voor starters). Boven € 350.000 geldt een tarief van 16%.

Dankzij de WBSO kunnen organisaties onderzoek doen naar innovatieve ideeën en projecten. De regeling is populair gebleken, vooral voor investeringen in slimme en duurzame energieoplossingen in 2022. Om in aanmerking te komen voor WBSO-subsidie, moeten organisaties aan bepaalde voorwaarden voldoen en kunnen zij een aanvraag indienen via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Deze wetsvoorstellen zijn bedoeld om het fiscale beleid met betrekking tot motorrijtuigenbelasting te herzien en in lijn te brengen met veranderende behoeften en milieudoelstellingen.

Categorieën
news Uncategorized

Prinsjesdag 2023: De wetsvoorstellen rondom auto ‘s

In dit artikel lees je over Prinsjesdag 2023: De 6 wetsvoorstellen rondom auto ‘s die relevant kunnen zijn voor jouw als ondernemer:

  1. Vaste voet bpm verhogen
  2. Teruggaaf bpm geldtransport beëindigen
  3. Herziening van Motorrijtuigenbelastingtarieven voor Milieuvriendelijke Brandstoffen en Vrijstelling van MRB voor OV-autobussen
  4. Bijtelling elektrische auto blijft gelijk in 2024
  5. Drempelkorting geldig tot en met 2025
  6. Benzineaccijns

Wetsvoorstellen rondom auto ’s Prinsjesdag 2023

1. Vaste voet bpm verhogen

De Belasting op Personenauto’s en Motorrijwielen (BPM) bestaat uit twee delen: een vast bedrag en een variabel bedrag. Vanaf 1 januari 2025 zal het vaste bedrag van de BPM met €200 worden verhoogd. Deze wijziging is opgenomen in het Wetsvoorstel Belastingplan 2024.

De BPM is een belasting die wordt geheven bij de registratie van een auto in Nederland, wat betekent dat deze van toepassing is bij de aankoop van een nieuwe auto. De hoogte van de BPM wordt bepaald door zowel een vast bedrag (de vaste voet) als een variabel bedrag, afhankelijk van de CO2-uitstoot van de auto. Het kabinet heeft in de Voorjaarsnota 2023 aangekondigd dat het de adoptie van emissievrije personenauto’s wil bevorderen en subsidies wil verstrekken voor de aankoop van tweedehands elektrische auto’s. Natuurlijk brengt dit kosten met zich mee. Om deze subsidies te financieren, heeft het kabinet besloten om het vaste bedrag van de BPM vanaf 2025 met €200 te verhogen.

2. Teruggaaf bpm geldtransport beëindigen

Het kabinet wil dat eigenaren van dergelijke voertuigen aan te moedigen om eerder kiezen voor een milieuvriendelijker alternatief. Daarom hebben ze besloten om de regeling stop te zetten, waardoor vanaf 2026 meer mensen voor deze milieuvriendelijke optie zullen kiezen en het belastingstelsel eenvoudiger wordt.

3. Herziening van Motorrijtuigenbelastingtarieven (mrb-tarief) voor Milieuvriendelijke Brandstoffen en Vrijstelling van MRB voor OV-autobussen

Het plan behelst het stopzetten van het verlaagde mrb-tarief vanaf 1 januari 2026, zodat eigenaren van voertuigen die gebruikmaken van milieuvriendelijke brandstoffen voldoende tijd hebben om zich aan te passen. Het Kabinet stelt voor om 1 januari 2030 als begindatum vast te stellen voor het beëindigen van de vrijstelling van MRB voor openbaarvervoerauto’s.

Daarnaast omvat het plan de volgende maatregelen:

  • Het inkorten van de voordelige mrb-tarieven voor kampeerauto’s.
  • Aanpassingen aan de regeling voor oldtimers met betrekking tot mrb.
  • Beëindiging van het kwarttarief mrb voor paardentransport.
  • De invoering van een naheffing voor buitenlandse ingezetenen.

Deze voorgestelde wijzigingen beogen het fiscale beleid met betrekking tot motorrijtuigenbelasting te herzien en aan te passen aan veranderende behoeften en milieudoelstellingen.

4. Bijtelling elektrische auto blijft gelijk in 2024

In 2024 blijft de korting op de bijtelling voor het privégebruik van volledig elektrische auto’s onveranderd op het 6%-punt staan. Dit betekent dat de bijtelling voor het derde opeenvolgende jaar stabiel blijft op 16%. Deze percentages zijn al geruime tijd vastgesteld.

De Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord heeft aanzienlijke invloed gehad op de bijtelling voor het privégebruik van zakelijke auto’s. Deze wet heeft bepaald dat de korting op de bijtelling geleidelijk wordt afgebouwd. Voor het jaar 2024 blijft de huidige korting van 6%-punt echter van kracht, zoals vastgelegd in de wet. Vanaf 2025 treedt er echter een verandering op. Vanaf dat jaar wordt een korting van 5%-punt toegepast, wat betekent dat de bijtelling stijgt van 16% naar 17%.

5. Drempelkorting geldig tot en met 2025

De zogenaamde ‘cap’, het deel van de catalogusprijs waarop de korting van toepassing is, blijft in 2024 opnieuw vastgesteld op €30.000. Deze drempelkorting blijft behouden tot en met 2025. Voor elk bedrag boven deze drempel geldt een bijtellingspercentage van 22%. Vanaf 2026 zal deze vorm van subsidie voor emissievrije auto’s volledig worden afgebouwd, zoals overeengekomen in het Klimaatakkoord.

6. Benzineaccijns

In de begeleidende brief bij het Belastingplan 2024 stelt Van Rij dat, gezien de aanzienlijke inkomstenderving die gepaard gaat met het verlengen van de verlaagde benzineaccijns en gezien de demissionaire status van het Kabinet, er is besloten om de verlaging niet voort te zetten. Dat betekent dat we vanaf 2024 weer meer gaan betalen voor o.a. benzine en diesel.

Categorieën
news Uncategorized

Hoe kun je zwart werken voorkomen als je een beetje bijklust?

Moet je belasting betalen als je af en toe oppast, klust, of freelancet? Het antwoord is ja. Of je nu bijklust in de horeca, schoonmaakt bij mensen thuis, of je creatieve producten verkoopt, al deze extra inkomsten moeten worden aangegeven bij de Belastingdienst. Het is een misverstand dat een bepaalde hoeveelheid bijverdienen zonder belastingaangifte mag worden gehouden. In deze blog gaan we dieper in op hoe je legaal kunt bijverdienen zonder in de problemen te komen met de belastingdienst en eventuele uitkeringen in gevaar te brengen.

Misverstand over bijverdienen

Er bestaat een misverstand dat zowel ondernemers, werknemers als uitkeringsgerechtigden tot een bepaald bedrag zwart mogen bijverdienen. In werkelijkheid mag je zoveel bijverdienen als je wilt, zolang je dit maar opgeeft bij de inkomstenbelasting. Houd er rekening mee dat extra inkomsten gevolgen kunnen hebben voor de hoogte van eventuele uitkeringen.

Hoeveel belasting je betaalt over deze extra inkomsten hangt af van je persoonlijke situatie en je overige inkomen. Als je een laag inkomen hebt, betaal je weinig of geen belasting over je bijverdiensten.

Aangifte doen voor extra inkomsten

Het bedrag dat je verdient met bijverdiensten moet je aangeven als ‘inkomsten uit overige werkzaamheden’ in je aangifte inkomstenbelasting. Je mag de kosten die je hebt gemaakt in verband met deze bijverdiensten, zoals reiskosten, aftrekken van dit bedrag.

Als je bijverdient en je doet hier geen aangifte van, dan moet je alsnog belasting betalen als de Belastingdienst hierachter komt. Daarnaast riskeer je een boete.

Bijverdienen en inschrijven bij de Kamer van Koophandel (KVK)

Als je zo nu en dan bijverdient, is het meestal niet nodig om je in te schrijven bij de Kamer van Koophandel (KVK). Maar het kan voorkomen dat je toch wel erg lekker begint bij te verdienen. Wie weet is een bedrijf starten en gebruik maken van de KOR regeling dan juist interessant. Bespaart je ook een hoop gedoe met de belastingdienst.

Categorieën
news Uncategorized

‘Accijnsverlaging brandstof wordt waarschijnlijk teruggedraaid per 1 januari 2024’

Het stukje Accijnsverlaging als extra korting op de prijs van brandstof gaat waarschijnlijk weg op 1 januari 2024. Maar de precieze prijzen kunnen nog veranderen door beslissingen die in augustus worden genomen en de bespreking van het Belastingplan 2024 in de Tweede Kamer. Dat heeft staatssecretaris Van Rij gezegd als antwoord op vragen van Kamerleden over de brandstofprijzen vanaf volgend jaar.

Ook gaat de belasting op brandstof aan het begin van elk jaar omhoog volgens een vaste regel. Dit jaar wordt dat verhoogd met 9,9%. In Europa zijn er bepaalde afspraken over de laagste belasting op brandstof. Landen mogen zelf kiezen om meer belasting te vragen. De brandstofprijs in buurlanden bepaalt niet onze prijzen. De regering kijkt naar veel dingen als ze de brandstofprijs vaststellen, zoals geld dat ze nodig hebben, het effect op het milieu en of het mensen aan de grens beïnvloedt.

Reiskostenvergoeding zonder belasting

De vergoeding voor reiskosten zonder belasting geldt voor alle kilometers die je voor je werk rijdt, ook als je bijvoorbeeld met de fiets, te voet of met het openbaar vervoer gaat. Maar het is wel slim om te kijken naar wat een gemiddelde auto kost per kilometer. Dat hangt af van het soort auto en hoeveel die verbruikt.

Op 1 juli 2023 heeft Van Rij met de Kamer gedeeld wat de kosten zijn van een gemiddelde auto (klasse A tot en met C) in 2022, tussen de € 0,143 en € 0,189 per kilometer. Dat is lager dan de vergoeding van € 0,22 per kilometer die vanaf 2024 geldt. Tijdens de bespreking van het Belastingplan 2023 is gezegd dat ze gaan kijken of de vergoeding in 2024 naar € 0,23 per kilometer kan. Dat kost wel geld, dus ze moeten bedenken hoe ze dat gaan betalen. Daar wordt later in augustus over beslist.

Bron: Kamerbrief en beantwoording vragen van het lid Omtzigt over de brandstofaccijnstarieven per 1 januari 2024 geschoond, nr. 2023-0000188039, Ministerie van Financien, 23 augustus 2023

Categorieën
news Uncategorized

Nieuwe regels bieden betere bescherming voor webshopklanten

De regels voor het verkopen via een webshop, online platform of sociale media waren op 28 mei 2022 al veranderd. Maar het is goed om ze nog eens te bekijken. Er was bijvoorbeeld een informatieplicht bijgekomen. Maar ook nieuwe regels rondom reviews, prijzen, aanbiedingen, vergelijkingssites en ‘gratis’ diensten.

De Europese Unie is al langer met dit thema bezig. Er is daarom een richtlijn gemaakt, zodat de consumentenbescherming moderner werd. Op basis van die richtlijn is de Nederlandse wetgeving aangepast. Het is belangrijk om op de hoogte te zijn van deze veranderingen en te begrijpen hoe hiermee om te gaan.

Betrouwbare webshop reviews

Je hebt vast wel een verhalen gehoord over valse reviews en onbetrouwbare webshops. Betrouwbaarheid is een belangrijk onderdeel van je webshops. Dus verwacht de overheid dat je open communiceert over welke maatregelen je neemt. Zoals het controleren van patronen, frequentie van het aantal reviews of identieke teksten. Zijn er veel reviews in een korte tijd met verdacht veel dezelfde woorden? Dat kan verdacht zijn.

Je moet daarnaast ook aangeven hoe je de betrouwbaarheid controleert. Neem je alle positieve en negatieve reviews van je webshop en producten mee? Ook moet je aangeven of er sprake is van sponsoring of betaling. En dat je geen valse consumentenbeoordelingen mag weergeven is logisch. Dus ook geen likes die in jouw opdracht zijn geplaatst.

Klanten willen vertrouwen in een webshop waar ze winkelen. Beoordelingen en aanbevelingen spelen hierbij een belangrijke rol. Wordt het vertrouwen van klanten geschaad dan kan dat ook gevolgen hebben voor het succes van je webshop. Door je te houden aan deze uitgebreidere informatieplicht behoud je het vertrouwen. Je geeft de klanten ook de mogelijkheid om te controleren of de reviews geloofwaardig zijn. Je kunt aan deze verplichting voldoen door aan te sluiten bij een partij als feedback company of TrustPilot

Personaliseren is informeren

Personalisatie is iets waar elke webshophouder van droomt. Een persoonlijk aanbod op basis van klantgegevens kan je omzet laten groeien. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van woonplaats, geslacht, recente zoekopdrachten, aankoopgeschiedenis of andere kenmerken. Maak je gebruik van deze mogelijkheid, dan moet je klanten hierover informeren. Bijvoorbeeld met een pop-up of mededeling bij de betaalpagina.

Kortingen worden aangepast

Je wil je klanten graag korting geven, zodat ze meer kopen. Je moet wel opletten met welke prijs je als uitgangspunt neemt. ‘Willekeurige’ prijzen zijn niet meer toegestaan bijvoorbeeld. De laagste prijs die je minstens 30 dagen voor de kortingsactie gebruikt hebt is voortaan het uitgangspunt. Korting ten opzichte van concurrentie of adviesprijs mag dan weer wel.

Onlinediensten ‘gratis’ aanbieden

Bied je bepaalde diensten gratis aan? Dan vraag je waarschijnlijk persoonlijke gegevens van je klanten. Bij dit soort gegevensverzameling moet je meer informatie geven aan je klant. Er moet worden uitgelegd hoe lang klanten aan de digitale dienst vastzitten en hoe ze zich kunnen uitschrijven. Klanten mogen de dienst ook zonder reden binnen veertien dagen opzeggen. Wordt dat gedaan, dan moet je de klantgegevens verwijderen en de verwerking stopzetten.

Een eigen online marktplaats?

Wanneer je een eigen online marktplaats hebt komen er ook nieuwe regels om de hoek kijken. Klanten kunnen producten of diensten afnemen van jouw of aanbieders op jouw platform. Denk bijvoorbeeld aan Marktplaats. Voordat er iets gekocht wordt via jouw marktplaats moeten klanten weten met wie zij rechtstreeks zakendoen. Bij bol.com zie je bijvoorbeeld wie degene is die het product aanbiedt. Je geeft ook aan welke voorwaarden er bij deze overeenkomst gelden.   

Deze voorwaarden mogen niet weggestopt worden in je algemene voorwaarden. Zet ze goed zichtbaar op je betaalpagina.

Je bent daarnaast als online marktplaats verplicht onderzoek te doen. Je vraagt van tevoren informatie opvragen over de juridische status van de verkoper. Is hij ondernemer of particulier? De voorwaarden moet je ook van tevoren onderzoeken. Dit geldt ook voor webshops die andere producten of diensten laat aanbieden op hun eigen online winkel.

Heb je een vergelijkingssite?

Als vergelijkingssite bied je waarschijnlijk een online zoekfunctie aan. Denk aan energievergelijkingssites, mobielvergelijkingssites, of productvergelijkingssites. Je moet van tevoren klanten duidelijk maken waarop jij de vergelijking baseert. Wat bepaald de uitkomst van de zoekopdracht? Is er sprake van betaalde promotie of een scoresysteem bijvoorbeeld. Je algoritmes mogen onbekend blijven. Maar inzicht in hoe een zoekuitslag tot stand komt is verplicht om te delen.

Aftelklokjes als misleiding

Volgens de ACM worden klanten op grote schaal misleid. Bijvoorbeeld met aftelklokjes die de indruk wekken dat iets tijdelijks beschikbaar in. Blijft die aanbieding na het aftellen gewoon beschikbaar? Dan voel je het al aan… dat is misleiding. De regels hierover zijn duidelijk. ‘Verleiden mag, misleiden niet.’, aldus de ACM. Wil je meer informatie of de leidraad bekijken? Klik dan hier.

Categorieën
news Uncategorized

Subsidieregeling Topsector Energie (TSE) vanaf 3 beschikbaar

Vanaf 3 juli is het mogelijk voor ondernemingen en kennisinstellingen om de Subsidieregeling Topsector Energie (TSE) aan te vragen. Deze subsidie heeft als doel de ontwikkeling van kleine innovaties te stimuleren die bijdragen aan de verduurzaming van gebouwen en huizen.

Een subsidie voor de kleinere innovaties

Ondernemingen en kennisinstellingen kunnen door middel van subsidies innovaties inzetten om bewoners en eigenaren te helpen met het verduurzamen van woningen en gebouwen. Voorheen waren veel kleinere innovaties uitgesloten van subsidie, omdat de subsidieregeling Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) alleen ruimte bood voor grotere projecten.

Daarom is de subsidieregeling Topsector Energie (TSE) opgezet om kleinschalige, kortlopende innovatieprojecten niet langer buiten beschouwing te laten. Ondernemingen en kennisinstellingen komen in aanmerking voor deze subsidie als hun innovatieve duurzaamheidsidee voor een gebouw binnen drie jaar tot een eerste gebruik in Nederland leidt.

Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend bij de RVO vanaf 3 juli tot en met 5 september. Ondernemingen en kennisinstellingen die bewoners en gebouweigenaren ondersteunen, kunnen per project maximaal €500.000 subsidie ontvangen.

Hulp nodig bij je aanvraag? Neem contact op met je CijferAdvies kantoor of Adriaan Koppens.